‘Majesteitsschennis Nieuwe Stijl’: de Koning als ambtenaar in functie?

Vandaag, 30 april 2019, zou Prinses Juliana, de moeder van prinses Beatrix en de oma van Koning Willem-Alexander, 110 jaar zijn geworden. Prinses Juliana stond bekend om haar ‘menselijke benadering van het koningschap’[1] en om het feit dat zij min of meer de basis legde voor de viering van Koninginnedag als nationale feestdag (en sinds 1954 ook als officiële vrije dag), zoals wij deze nu kennen.[2]

Iets minder bekend is dat Prinses Juliana halverwege de jaren ’60 het lijdend voorwerp werd van een van de bekendste Nederlandse gevallen van majesteitsschennis: een delict dat sinds 1886 strafbaar is gesteld in de artikelen 111 en 112 van het Wetboek van Strafrecht. Tekenaar Willem Holtrop – tegenwoordig bekend als cartoonist van Charlie Hebdo – tekende Koningin Juliana in 1966 in een Provotijdschrift als corpulente, nors kijkende raamprostituee.[3] Pas recentelijk werd duidelijk dat Willem Holtrop helemaal niet tot een boete van 200 gulden was veroordeeld wegens de vermeende majesteitsschennis, maar dat hij in werkelijkheid door de rechtbank was vrijgesproken. De mythe bleef, zo bleek, in de loop van de decennia simpelweg voortbestaan door onzorgvuldige journalistiek.[4]

 

De artikelen 111 en 112 van het Wetboek van Strafrecht gelden vandaag de dag nog steeds. Daarmee is Nederland naast bijvoorbeeld Thailand en Spanje een van de weinige landen waar majesteitsschennis nog in een aparte, op zichzelf staande delictsomschrijving strafbaar is gesteld. Veroordelingen wegens majesteitsschennis worden in Nederland in de praktijk echter meestal afgedaan met een strafbeschikking[5] en zijn daarmee lang niet zo draconisch als in Thailand. In dat land werd in 2015 een Thaise burger veroordeeld tot 30 (!) jaar gevangenisstraf na het posten van zes smadelijke Facebookberichten over het Thaise koninklijk huis.[6] In Nederland ligt de maximumstraf wegens opzettelijke belediging van de Koning, de echtgenoot van de Koning, de vermoedelijke opvolger van de Koning en diens echtgenoot of van de Regent nu nog op ‘slechts’ 5 jaar óf een geldboete van EUR 19.500,-. Maar daar komt binnenkort waarschijnlijk verandering in.

 

Momenteel is namelijk een initiatiefwetsvoorstel van D66-lid Kees Verhoeven in de Eerste Kamer aanhangig tot schrapping van het afzonderlijk strafbaar gestelde verbod op majesteitsschennis. Verhoevens belangrijkste bezwaar richtte zich op het feit dat de strafbaarstelling van majesteitsschennis in de artikelen 111 en 112 van het Wetboek van Strafrecht ‘onnodig afwijkt van de voor alle andere personen geldende wettelijke bepalingen’, zoals die zijn opgenomen in de commune beledigingsdelicten smaad en smaadschrift (artikel 261 Sr), laster (artikel 262 Sr) en eenvoudige belediging (artikel 266 Sr). Deze ‘onnodige afwijking’ zou ‘ernstige gevolgen hebben voor de vrijheid van meningsuiting’ en daarbij ‘de mogelijkheden voor het maatschappelijk debat meer beperken dan in een democratische samenleving nodig en wenselijk is.’ [7] Het doel van het wetsvoorstel was daarmee om ervoor te zorgen dat belediging van de Koning niet langer buitenproportioneel zwaarder (maximaal 5 jaar gevangenisstraf) zou kunnen worden bestraft dan eenvoudige belediging van iedere andere burger; daarop staat immers op grond van artikel 266 van het Wetboek van Strafrecht ‘slechts’ maximaal 3 maanden gevangenisstraf.

 

Om de in de Tweede Kamer benodigde meerderheid te verkrijgen, gaat het voorstel echter minder ver dan aanvankelijk door initiatiefnemer Verhoeven gehoopt. Het wetsvoorstel zoals dat in april 2018 is aangenomen in de Tweede Kamer stelt majesteitsschennis min of meer als strafverzwarende omstandigheid gelijk met het beledigen van ambtenaren in functie. Smaad, laster of eenvoudige belediging van Willem-Alexander, Maxima, Amalia óf van een willekeurige ambtenaar in functie leidt daarmee volgens het toekomstige artikel 267 van het Wetboek van Strafrecht in alle gevallen tot strafverhoging met een derde van de maximumstraf die aan het gronddelict is verbonden.[8]

 

Het wetsvoorstel is op 19 maart van dit jaar ook in de Eerste Kamer aangenomen. Op steun van de confessionele partijen kon het wetsvoorstel daarbij in ieder geval niet rekenen. Illustratief daarvoor is de opvatting van de senaatsfractie van de SGP, die van mening was dat de ‘waardigheid van het koninklijke ambt’ beschermd moet worden en dat een op majesteitsschennis toegesneden delictsomschrijving simpelweg in het verlengde ligt van andere monarchale voorrechten, zoals de koninklijke onschendbaarheid en de belastingvrijstelling. Daaraan voegde SGP-senator Van Dijk toe dat de Koning ‘in feite weerloos is’ en ‘zich niet op dezelfde wijze kan verweren als gewone burgers’.[9]

 

Een uitgebreide bespreking van de principiële vraag of de constitutionele positie van de Koning aparte strafrechtelijke bescherming tegen belediging zou moeten genieten, valt buiten het bestek van dit artikel. Maar met het standpunt van de SGP dat de Koning ‘in feite weerloos is’, lijken de gereformeerden de plank op het eerste gezicht in ieder geval mis te slaan. Immers, uit de civiele rechtspraak blijkt dat onze Koninklijke familie eens in de zoveel tijd de weg naar de civiele rechter probleemloos weet te vinden – in het bijzonder bij publicatie in roddelbladen van foto’s die familie Oranje-Nassau niet aanstaan.[10]

 

Toch heeft de SGP ten aanzien van de ‘kwetsbare positie van de Koning’ een punt. Dat heeft onder andere te maken met de bezwaren die de Afdeling Advisering van de Raad van State verbindt aan het maken van het toekomstige artikel 267 van het Wetboek van Strafrecht tot ‘klachtdelict’. De beledigingsdelicten smaad, laster en eenvoudige belediging in het commune strafrecht zijn immers ook klachtdelicten. De Raad van State stelt in haar advies dat het klachtvereiste voor de Koning (en voor andere publieke gezagsdragers) vanuit constitutioneel oogpunt problematisch is. Vervolging wegens belediging van een institutie als de Koning ‘betreft immers het staatsbelang’, en de keuze om tot vervolging over te gaan ‘behoort daarom tot de ambtshalve beoordeling van het OM’. Daarbij is de Raad van State eveneens van mening dat ‘de Koninklijke waardigheid en de kwetsbare positie van de Koning zich tegen het klachtvereiste verzet.[11] Het toekomstige artikel 269, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht zal er daarom voor zorgen dat ‘Majesteitsschennis Nieuwe Stijl’ geen klachtdelict wordt. Dat zal betekenen dat Koning Willem-Alexander ook in de toekomst dus niet verplicht langs het politiebureau in Wassenaar hoeft om te bewerkstelligen dat eenieder die hem beledigt of hem verwensingen naar het hoofd slingert, wordt vervolgd. Maar als het hiervoor besproken wetsvoorstel daadwerkelijk in werking treedt, dan blijft in de toekomst gelden dat – althans in de theorie van het Wetboek van Strafrecht, zo is duidelijk – ‘fuck de koning’ roepen een zwaardere straf oplevert dan ‘Fuck Kees Verhoeven’.[12]

 


[1] Redactie, ‘Prinses Juliana (94) in slaap overleden’, Nrc.nl 21 maart 2004.

 

[2] Redactie, ‘Iedere koning of koningin wil zijn verjaardag weer net even anders vieren’, nos.nl 16 maart 2019.

 

[3] Redactie, ‘Eerdere gevallen van majesteitsschennis’, volkskrant.nl 6 mei 2015.

 

[4] Maarten Keulemans, ‘Willem kreeg géén boete voor majesteitsschennis’, volkskrant.nl 2 juni 2016.

 

[5] Danielle Pinedo en Brian van der Pol, ‘Majesteitsschennis is springlevend’, nrc.nl 3 augustus 2012.

 

[6] Redactie, ‘Man jailed for 30 years in Thailand for insulting the monarchy on Facebook’, theguardian.com 7 augustus 2015.

 

[7] Kamerstukken II 2015/16, 34456, nr. 3 (MvT).

 

[8] Kamerstukken I 2017/18, 34456, (Voorstel van wet van het lid Verhoeven tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafrecht BES teneinde enkele bijzondere bepalingen inzake belediging van staatshoofden en andere publieke personen en instellingen te doen vervallen) (Gewijzigd voorstel van wet).

 

[9] https://www.eerstekamer.nl/verslag/20190312/verslag

 

[10] zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RBAMS:2008:BC3781.

 

[11] Kamerstukken II 2016/17, 34456, nr. 4 (Advies Afdeling Advisering Raad van state en reactie initiatiefnemer).

 

[12] Remco Meijer, ‘Is de kreet ‘Fuck de koning’ beledigend? Wellicht bepaalt de koning dat straks zelf’, volkskrant.nl 7 februari 2018.

 

 


Discussie