Bij wie haal jij je schade?

Door: Sietske Prosman

In dit artikel nemen we een kijkje in de keuken van het aansprakelijkheidsrecht. De kerstvakantie komt er alweer bijna aan en een aantal van jullie zullen ongetwijfeld op wintersportvakantie gaan. De skikoffer staat op het dak van de auto, het appartement is geboekt en het aftellen kan beginnen. Maar heb je er wel eens over nagedacht wat er gebeurt als je een auto-ongeluk krijgt met een buitenlandse personenauto? Deze situatie kan zich voordoen als je bijvoorbeeld net voor de Duitse grens (dus nog op Nederlands grondgebied) een ongeluk krijgt met een Duitse personenauto. Je wilt als slachtoffer natuurlijk wel ergens je schade verhalen. Maar de grote vraag is: bij wie? Spreek je dan het Nederlands Bureau Motorrijtuigverzekeraars (hierna: “NBM”) aan of de Duitse verzekeraar?

In de geschetste casus staat artikel 2 lid 6 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (hierna: “WAM”) centraal. Het gaat om de vraag wie er gedagvaard moet worden in een zaak waarin een buitenlandse personenauto in Nederland een ongeluk veroorzaakt waardoor er een Nederlandse automobilist gewond raakt. Met een buitenlandse personenauto wordt bedoeld een personenauto met een buitenlands kenteken. Om tot een conclusie te komen op deze vraag moet onder meer gekeken worden naar artikel 2 lid 1 en 6 WAM, de website van Het Nederlands Bureau Motorrijtuigverzekeraars en het boek ‘De WAM in werking’.

In een uitspraak van de Rechtbank Limburg op 24 juni 2015 blijkt dat het is niet mogelijk om zowel het NBM en de vertegenwoordiger van de buitenlandse verzekeraar te dagvaarden. In dit geval ging het om een Nederlandse benadeelde die zowel het NBM als de vertegenwoordiger van de buitenlandse verzekeraar dagvaardde. De rechtbank staat dit niet toe. Er moet dus een keuze worden gemaakt tussen het NBM en de Duitse verzekeraar.

Als er schade wordt geleden aan een motorrijtuig in Nederland is het NBM het enige aanspreekpunt voor de gelede schade. Dit is te vinden in artikel 2 lid 1 WAM die (zakelijk samengevat) bepaalt dat de bezitter van een motorrijtuig en degene op wiens naam dit in het kentekenregister is ingeschreven, verplicht zijn voor het motorrijtuig een verzekering te sluiten en in stand te houden welke aan de wet voldoet, indien daarmee op een weg wordt gereden.

Maar als er sprake is van gelede schade in Nederland door een motorrijtuig, afkomstig uit een andere lidstaat van de Europese Unie (hierna: “EU”), verschaft lid 6 van artikel 2 WAM wel de mogelijkheid voor het NBM om deze schade te delegeren aan de vertegenwoordiger van die lidstaat in Nederland.

In onderdeel 9.2 de ‘groene kaart’ – het groenekaartstelsel van het boek ‘De WAM in werking’ – vind je terug over het regelend en het betalend bureau. Schade die door een buitenlands motorrijtuig wordt aangericht in Nederland wordt geregeld door het bureau van het land waar het ongeval plaats vindt. Dit wordt ook wel het regelend bureau genoemd.  Het bureau van het land waar het motorrijtuig vandaan komt vergoedt daarentegen dan weer de schade. Dit wordt ook wel betalend bureau genoemd. In de bovenstaande geschetste casus is het NBM het regelend bureau en de vertegenwoordiger van de Duitse verzekeraar het betalend bureau. Hieruit valt te concluderen dat het regelend bureau de aanspreekbare partij is.

Onderaan de streep zal je dus in deze casus NBM moet dagvaarden en niet de Duitse verzekeraar. Als het regelende bureau heeft het NBM wel de mogelijkheid om de schadeclaim weer te delegeren aan de vertegenwoordiger van de Duitse verzekeraar in Nederland.


Discussie