Burgerdoden in Irak en de retoriek van Mark Rutte

Op maandag 3 november erkende het kabinet voor het eerst dat Nederland in 2015 direct betrokken is geweest bij een luchtaanval in Irak waar meer dan zeventig burgerdoden zijn gevallen. Het ministerie van Defensie was in 2015 direct op de hoogte van het aantal burgerslachtoffers, maar verzweeg dit in eerste instantie aan de Tweede Kamer. Kamerleden vragen zich af waarom zij niet geïnformeerd zijn en welke ministers er op de hoogte waren van de aanval.[1] Waarom komt Mark Rutte als bekaamd retoricus altijd overal mee weg?

In de nacht van 2 op 3 juni 2015 is er bij een bombardement op een wapenopslagplaats van IS in Hawija (Irak) iets gruwelijks misgegaan: zeventig burgers werden door toedoen van een Nederlandse F-16 gedood en meer dan honderd burgers raakten gewond. De aanval op de explosievenopslagplaats leidde tot een kettingreactie waardoor een omliggende wijk met de grond gelijk werd gemaakt.

Op 9 juni 2015, één week na de aanval, wordt de toenmalige minister van Defensie, Jeanine Hennis Plasschaert (VVD) gebriefd: haar wordt medegedeeld dat er een aannemelijke kans is dat er bij de aanval burgerslachtoffers zijn gevallen. Hennis deelt deze informatie met twee andere ministeries: Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken, waar respectievelijk premier Mark Rutte (VVD) en Bert Koenders (PvdA) leiding hebben.

Twee weken na de aanval gaf Hennis, in een debat over de inzet van F-16’s boven Irak, tegenover de Tweede Kamer aan dat er geen burgerslachtoffers waren gevallen door aanvallen van de Nederlandse luchtmacht.[2]

Op 18 oktober 2019 publiceren NOS en NRC het nieuws dat er bij de aanval doden en gewonden zijn gevallen. Op 1 november laat de huidige minister van Defensie, Ank Bijleveld (CDA), weten dat Hennis de Tweede Kamer in 2015 onjuist heeft geïnformeerd. Kamerleden vragen zich vooral af welke ministers in 2015 van de gevolgen van de aanval op de hoogte waren en waarom zij onjuist zijn geïnformeerd.

Informatieplicht
De onderhavige kwestie is in het licht van het staatsrecht erg interessant. Ministers en staatssecretarissen zijn volgens de grondwet verplicht om de door de parlementsleden verlangde inlichtingen te geven. Alleen als het verstrekken van informatie het belang van de staat kan schenden, kan hier een uitzondering op gemaakt worden.

Het bewust onjuist informeren van de Tweede Kamer wordt gezien als een politieke doodzonde en het heeft vaak het gevolg dat de betreffende minister, al dan niet onder druk van de Kamer, zal moeten aftreden.

Wie wist wat?
Aangezien Hennis in 2015 op de hoogte werd gesteld over de gevolgen van de Nederlandse aanval en zij de ministeries van onder andere Mark Rutte heeft geïnformeerd, lijkt het onwaarschijnlijk dat de premier zelf niet op de hoogte zou zijn geweest van de burgerslachtoffers. Rutte geeft aan dat hij zich niet kan herinneren of hij in 2015 op de hoogte is gesteld van het feit dat er burgerslachtoffers zijn gevallen na de Nederlandse aanval.[3] In haar Kamerbrief van maandagavond 25 november 2019 geeft Bijleveld aan dat Rutte "vermoedelijk" is geïnformeerd. Toenmalig minister Koenders is zeker door Hennis (mondeling) geïnformeerd. Volgens de minister-president zijn ambtenaren van het ministerie van Algemene Zaken mogelijk wel op de hoogte gesteld. Ook toenmalig minister van Justitie, Ard van der Steur (VVD), is op de hoogte gesteld. Dat gebeurde door hun ambtenaren die vertegenwoordigd waren in de interdepartementale stuurgroep Missies en Operaties (SMO), waar Algemene Zaken normaliter ook aanwezig zou zijn. Echter, bij die desbetreffende bijeenkomst waren zij niet aanwezig. Koenders heeft eerder nog hard ontkend. Hij gaf eerder aan zich "er niets van te herinneren" en er "absoluut niet over ingelicht is", zo schrijft NRC in haar artikel van 26 november 2019.

Dit brengt Rutte in een lastige positie. Hij was of niet door zijn ambtenaren op de hoogte gesteld, of hij was op de hoogte van de situatie, maar heeft de onjuiste informatie die Hennis aan de kamer gaf, niet gecorrigeerd. Minister Bijleveld geeft zelf aan pas in november 2019 op de hoogte te zijn gesteld van de onderhavige kwestie.

Een aantal Kamerleden is kritisch over de uitleg die Rutte en Bijleveld geven. GroenLinks-Kamerlid Diks noemt het ongeloofwaardig dat de minister-president niet zou zijn ingelicht over de 70 burgerdoden. SP-Kamerlid Karabulut zegt "We kunnen concluderen dat er is gelogen, dat er informatie is achtergehouden, dat de leugen voor een deel in stand wordt gehouden en dat de beloofde transparantie er nog altijd niet is."[4] Andre Bosman van de VVD maakt zich grote zorgen over “de politieke antenne op het departement.”[5]

Bijleveld overleefde – na het maken van oprechte excuses – ternauwernood een Kamerdebat, waarbij bijna de voltallige oppositie het vertrouwen in haar opzegde. De Kamerbrief van 25 november, die tot twee keer toe werd uitgesteld, moest het wantrouwen van de Kamer weghalen. Of dit is gelukt, zal in het aankomende Kamerdebat moeten blijken.

Retoriek van Mark Rutte
Interessant om te zien is de wijze waarop de verschillende ministers hun rol in dit hele gebeuren uitleggen. Hennis zei, toen de Tweede Kamer haar in 2015 vroeg of er burgerslachtoffers waren gevallen door Nederlands toedoen: “Daar is, voor zover op dit moment bekend, geen sprake van geweest.” Nu blijkt, uit stukken die minister Bijleveld voordroeg, dat Hennis op de hoogte was en dat zij de kamer dus aan het voorliegen was.

Mark Rutte pakt het politiek gezien slimmer aan. Hij geeft op dezelfde vraag simpelweg het antwoord dat hij zich niet kan herinneren of hij is geïnformeerd over het aantal burgerdoden in Irak. Op deze manier liegt hij niet en is hij dus ook nooit ergens op te pakken.

Rutte paste deze tactiek ook toe in een debat over de afschaffing van de dividendbelasting. Op de vraag of er memo’s waren waaruit bleek hoe het besluitvormingsproces is verlopen, gaf hij geen duidelijk antwoord. “Daar heb ik geen actieve herinnering aan.” luidde zijn antwoord. Als dan later blijkt dat hij wel degelijk op de hoogte was gesteld, kan hij zeggen: “Ja, die herinnering heb ik wel, maar die herinnering was, zoals ik al eerder uitlegde, passief.”

Of deze tactiek opnieuw zal werken of dit zal leiden tot een debacle, zal in het aankomende Kamerdebat, wat later deze week zal plaatsvinden, moeten blijken. Eén ding is zeker: de regering verliest op dit moment veel vertrouwen.


[1] 4 november 2019, “Tweede Kamer wil opheldering over burgerdoden Irak”, NOS (www.nos.nl).

[2] 20 oktober 2019, “Defensie kan niet blijven zwijgen over burgerdoden in Irak”, NRC (www.NRC.nl)

[3] 6 november 2019, “Werd Rutte geïnformeerd over burgerdoden Irak? 'Staat me niets van bij’ “, NOS (www.nos.nl).

[4] 8 november 2019, “Premier Rutte volhardt: geen antwoord op vragen over burgerdoden Irak”, NOS (www.nos.nl).

[5] A. Brouwers, 6 november 2019, “Minister van Defensie Bijleveld behoudt net voldoende steun na ‘oprechte excuses’ over burgerdoden bij bombardement Irak”, Volkskrant (www.volkskrant.nl).


Discussie