Class action in Europa

Door: Jan-Hein Prins

Waar de zogenoemde ‘class actions’ in Amerika al decennialang plaatsvinden, tot een niveau waar de rechterlijke macht de frequentie van deze class actions wil minderen,[1] stond deze mogelijkheid in Nederland nog maar in de kinderschoenen. Nu, per 1 januari 2020, lijkt daar definitief verandering in te komen.

Per 1 januari 2020 is het wetsvoorstel van minister Dekker (voor Rechtsbescherming) namelijk in werking getreden. Hierdoor kunnen burgers en bedrijven die massaal schade hebben geleden van een incident of anderszins schadeveroorzakende gebeurtenis voortaan gezamenlijk naar de rechter stappen om hun schade vergoed te krijgen. De betrokken partijen krijgen voortaan in één keer duidelijkheid of zij recht hebben op een schadevergoeding en de hoogte hiervan. Hiermee moet worden voorkomen dat er eindeloos veel individuele rechtszaken komen, met hoge kosten als gevolg.

Door dit wetsvoorstel lijkt minister Dekker te voldoen aan de steeds groter wordende vraag voor een dergelijke mogelijkheid. Hoewel het in Nederland nog niet zo gewoon of noodzakelijk lijkt als in Amerika, zijn er in de afgelopen jaren genoeg gevallen van massaclaims geweest die laten zien dat het proces rondom een massaclaim verder onder de loep moest worden genomen. Voorbeelden uit de afgelopen jaren zijn de vuurwerkramp in Enschede in 2000, de “Volendambrand” in een café in Volendam uit 2001, het diesel schandaal van Volkswagen en acties tegen de Nederlandse Aardolie Maatschappij voor diens rol in de aardbevingen in Groningen.

Ontwikkelingen 1994-2019
Om de impact van de wetswijziging beter te begrijpen is het nuttig om eerst aandacht te besteden aan de huidige werking van een massaclaim. Dit begint in het jaar 1994 met het inwerking treden van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit wetsartikel geeft een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid de mogelijkheid om een rechtsvordering in te stellen die tegelijkertijd haar belangen als de belangen van andere personen behartigt. Dit moet dan wel in de statuten van de stichting of vereniging staan vastgelegd. Dit artikel vormde de geboorte van zogenoemde “claimstichtingen”. De wetgever vreesde waarschijnlijk voor bezwaren, want in het desbetreffende artikel werd in lid 3 de volgende zin opgenomen: “Zij kan niet strekken tot schadevergoeding te voldoen in geld.” Waarin “Zij” betrekking had op de rechtsverordening. In de praktijk ontstond dus de volgende gang van zaken: een incident leidt tot de oprichting van een claimstichting. Deze claimstichting stapt vervolgens naar de rechter. Ze verzoekt de rechter om de schadeveroorzaker aansprakelijk te verklaren voor de schade. Als de rechter de visie van de belangenorganisatie deelt en de schadeveroorzaker verantwoordelijk verklaart voor de geleden schade, kunnen de individuele gedupeerden zich met deze uitspraak in de zak tot de rechter wenden om op die manier een schadevergoeding te kunnen vorderen. Dit bleef de gang van zaken tot 2005, door de introductie van de Wet Collectieve Afwikkeling Massaschade (WCAM), te vinden in de artikelen 7:907-7:910 BW en 1013-118 Rv. Door deze wet werd het mogelijk gemaakt om een overeengekomen schikking tussen de belangenorganisatie(s) en de aangeklaagde partij bindend te laten verklaren voor alle gedupeerden. Enkel zij die van tevoren schriftelijk hebben laten weten niet aan de aanklacht verbonden te willen zijn worden uitgesloten. Het voordeel van de WCAM is dat het sinds dien mogelijk werd om schikkingen sneller af te ronden, doordat het dus in één keer gebeurde in plaats van op meerdere individuele momenten. Deze wet heeft echter een belangrijk nadeel: zij heeft alleen betrekking op schikkingen. Dat houdt in dat deelname een keus van de aangeklaagde partij is, en dat zij ervoor kan kiezen om simpelweg niet mee te werken. Hierdoor zouden de gedupeerden nog steeds individueel naar de rechter moeten stappen. Voor veel mensen is dit te kostbaar, te lastig of hebben zij simpelweg geen idee hoe ze met de situatie om moeten gaan. Om het proces tot rechtstoegang voor deze kwetsbare personen te vereenvoudigen, en om tijd en kosten te besparen, is deze weten vanaf 1 januari 2020 aangepast.

De wijzigingen
Voortaal zal de rechter in één procedure vaststellen of de hypothetische schadeveroorzaker aansprakelijk is voor de schade die is geleden door de leden van de belangenorganisatie. Als de veroorzaker aansprakelijk kan worden gesteld zal de rechter een schadevergoeding vaststellen. Mochten meerdere belangenorganisaties zich melden, zal de rechter de organisatie kiezen die naar zijn oog het meest geschikt is. De eisen voor belangenorganisaties met betrekking tot financiën en besturing worden ook aangescherpt. De uitkomst van de procedure is bindend voor allen die deelnamen behalve de gedupeerden die aan het begin hebben laten weten niks met de procedure te maken willen hebben.

Deze wetswijziging maakt het voor gedupeerden dus makkelijker om in collectief verband een schadevergoeding te eisen. Hierdoor verdwijnt de noodzaak voor vele individuele rechtszaken en wordt de rechtstoegang voor sommigen verhoogt.

Vooruitloop op Europa
Waar Nederlandse overheid haar wetgeving rondom massaclaims op nationaal niveau herziet, lijkt de Europese Commissie (EC) op internationaal niveau een vergelijkbare doelstelling tot herziening te hebben. De wetswijziging in Nederland lijkt dan ook vooruit te lopen op een richtlijn-voorstel van de EC over het afhandelen van massaclaims.[2] Op dit moment verschilt de wetgeving van massaclaims namelijk van land tot land, als deze niet algeheel ontbreekt.[3] Dit zorgt voor moeizame samenwerking bij grensoverschrijdende incidenten. De kosten zijn vaak hoger en de processen langduriger dan noodzakelijk zou moeten zijn. Op Europees niveau heeft de EC in een in 2018 gepubliceerde assessment beargumenteerd dat de huidige richtlijn verouderd is. Wanneer producenten in strijd handelen met EU-regulaties en duizenden of miljoenen mensen over de hele Europese Unie benadelen met bijvoorbeeld misleidende advertenties of oneerlijke voorwaardes, kan daar niet efficiënt genoeg tegen op worden getreden. Om zulke incidenten efficiënter op te kunnen lossen wil het EC door de hele Europese Unie een systeem introduceren dat vergelijkbaar is met het systeem dat nu in Nederland in werking is getreden. Dit houdt in dat aan strikte voorwaarden gebonden lichamen in staat worden gesteld om producenten aansprakelijk te stellen voor een schadevergoeding, vervanging of andere vorm van vergoeding die het meest geschikt is. Mochten deze lichamen uit verschillende lidstaten komen, moeten zij de mogelijkheid hebben om zich -indien wenselijk- gezamenlijk op te treden voor één rechtsinstantie die op basis van nationaal en unie recht geschikt is.

Als de richtlijn wordt doorgevoerd, kunnen benadeelden zich dus makkelijker (grensoverschrijdend) verenigen. Indien schuld bewezen kan worden mogen de rechtbanken voortaan ook direct een schadevergoeding opleggen. Verder kan een schuldveroordeling in een lidstaat worden gebruikt als (weerlegbaar) bewijs in dezelfde casus in een andere lidstaat.[4] De EC verwacht verder dat het aantal massaclaims zal toenemen door de toename in toegankelijkheid van het rechtsmiddel, maar dat de kosten per claim zullen afnemen door een soepeler procesverloop en afname van het aantal incidenten.[5]


[2] Europese Commissie, DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on representative actions for the protection of the collective interests of consumers, and repealing Directive 2009/22/EC

[3] M. Thaidigsmann, EU plans to allow class action suits – under certain terms, European Company Lawyer Association via:  https://inhouse-legal.eu/corporate-ma/collective-redress/

[4] M. Thaidigsmann, EU plans to allow class action suits – under certain terms, European Company Lawyer Association via:  https://inhouse-legal.eu/corporate-ma/collective-redress/

[5] Europese Commissie, DIRECTIVE OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on representative actions for the protection of the collective interests of consumers, and repealing Directive 2009/22/EC P.12