Complottheorieën

Hoever reikt de vrijheid van meningsuiting?

Door: Daniel Osorno Van Wissen

Tijdens de coronacrisis is het vertrouwen in de overheid bij de meeste burgers groter geworden.[1] Echter, bij een bepaalde bevolkingsgroep – complotdenkers – is het al bestaande diepe wantrouwen verder versterkt. Volgens deze sceptici is het coronavirus dan ook een complot. Door de ingevoerde overheidsmaatregelen zitten deze geagiteerde en sceptische burgers veel thuis achter een schermpje. Daarmee hebben zij veel tijd om in de grote online netwerken ‘onderzoek’ te verrichten of om ‘informatie’ te verspreiden. Mooi, denken de grote machten van de sociale media. Hun businessmodel is dan ook alleen gericht om individuen zo lang mogelijk achter een schermpje te houden. Dat algoritmes informatie selecteren die het meest ‘relevant’ voor de gebruiker wordt geacht, is geen onbekende zaak. [2] Een dergelijk algoritme zal dan ook een complottheorie verder verspreiden op het moment dat iemand zijn of haar aandacht hierop richt. Zodoende is het internet de perfecte voedingsbodem om het complotvirus te verspreiden. Hoewel eenieder in Nederland vrij is om te zeggen wat zij of hij denkt, wordt deze vrijheid enigszins beperkt door onze Grondwet. De vraag volgt of (misleidende) complottheorieën dan ook niet door de overheid – binnen onze democratische samenleving – van het internet kunnen worden geabstraheerd? En kan een dergelijk grondrecht worden beperkt als het tussen burgers onderling botst? In deze bijdrage wordt het volgende nader besproken: de vrijheid van meningsuiting naar aanleiding van een recente ontwikkeling; de nationale ophef omtrent het verwijderen van het YouTube-account van rapper Lange Frans.

Complottheorieën

Dat het complotvirus heden ten dage in de maatschappij leeft, is een onaangenaam feit. Het is dan ook een zaak waar de huidige generatie zich zorgen over zou moeten maken. Dit virus kan namelijk de gezondheid van het publieke debat diep schaden. Iedereen die deel uitmaakt van een democratische samenleving is nog altijd kwetsbaar voor bijgeloof en irrationeel denken.[3] Het verspreiden van onbetrouwbare informatie, zoals complottheorieën, kan zorgen voor onnodige dreigementen, gewelddadige situaties en misschien ook wel (onbillijke) manifestaties. Maar wat is nou eigenlijk een complottheorie? Een complottheorie is een verklaring die beroep doet op het opzettelijk bedrog en manipulatie van een (maatschappelijke) gebeurtenis.[4] De individuen die daarin geloven, worden complotdenkers genoemd. Zij geloven in theorieën zoals dat de elite en politici een satanisch pedofielennetwerk onderhouden en dat deze het bloed van kinderen drinken.

Ook in Nederland bestaat een netwerk van complotdenkers. Rapper Lange Frans, die door presentator Arjen Lubach ‘complotdenker’ werd genoemd tijdens een uitzending van de show ‘Zondag met Lubach’, gelooft in zulke theorieën. De rapper had een YouTube-account waarin hij met verschillende Nederlandse complotdenkers verschillende complottheorieën besprak. Gedurende bepaalde fragmenten werden er (onacceptabele) uitspraken gedaan over bijvoorbeeld het beramen van een aanslag op Mark Rutte.[5] Voorts werd de overheid verweten dat zij door middel van de coronavaccinaties opzettelijk chips – waarmee mensen zouden worden bespioneerd – in mensen zou willen implanteren.  

Inmiddels is het account van de rapper verdwenen. Aangezien YouTube (in Nederland) de afgelopen tijd op het gebied van onder andere haat, intimidatie en misinformatie, een strenger beleid probeert aan te nemen, bleek het verwijderen van het account van Lange Frans noodzakelijk  YouTube beroept zich op het feit dat zij niet zomaar een account van het platform verwijderen. Hiervoor dient iemand de ‘communityrichtlijnen’ drie keer te schenden.[6] Na verschillende waarschuwingen bleef de rapper deze richtlijnen schenden, waardoor sancties moesten worden opgelegd, aldus het private bedrijf.

Verbod op Censuur

Direct nadat YouTube het account uit de lucht haalde, sprak Lange Frans van censuur. Dat in dit geval over censuur wordt gesproken, is mijns inziens een misverstand. Dit illustreert aardig goed hoezeer de sociale media worden ervaren als publieke instellingen. Juridisch gezien kan alleen de overheid, als publieke instelling, censuur plegen. Een private organisatie kan dus juridisch gezien nooit ofte nimmer censuur plegen. Censuur is het vooraf verbieden dat bepaalde meningen worden geuit of bepaalde informatie naar buiten komt. Met censuur wordt dus dan verondersteld dat de overheid de vrijheid van meningsuiting van een individu – in dit geval dat van Lange Frans – probeert te beperken. Echter, binnen onze democratische rechtsstaat is de ruimte voor censuur nihil. Kritiek op de regering en overheidsinstanties is nodig om transparantie te behouden en corruptie in te perken. Zodoende beschermt artikel 7 van de Grondwet de vrijheid van meningsuiting. Op grond van dit artikel heeft niemand vooraf toestemming van de overheid nodig om zich ergens over uit te laten. Door de overheid kan de toegang tot het internet en tot platforms, zoals YouTube, ook niet zomaar worden geblokkeerd.[7] Dit zou immers een inbreuk zijn op de vrijheid van meningsuiting.[8] Zelfs wanneer uitingen als kwetsend, schokkend of verontrustend worden ervaren, is dit volgens de de Grondwet niet zomaar toegestaan. De vrijheid van meningsuiting is zo essentieel dat het niet alleen door onze Grondwet wordt beschermd, maar ook door een internationaal regime waar sterkere bepalingen worden gehanteerd.[9] Hieruit kunnen we concluderen dat de overheid hoe dan ook gebonden is aan de grondrechten.[10]

Beperkingssystematiek

De grondrechten van burgers kunnen alleen in zeer specifieke situaties door de overheid worden beperkt. Dit wordt de verticale werking – verhouding tussen overheid en burger – van grondrechten genoemd. Wanneer er een beperking plaatsvindt, moet de rechter toetsen of deze beperking is toegestaan. Op het moment dat de beperking niet wordt toegestaan, is er sprake van schending van een grondrecht; het grondrecht heeft dan een sterke (dwingende) werking. Binnen het Nederlandse rechtssysteem kan voornamelijk het Wetboek van Strafrecht grenzen stellen aan de inhoud van de vrijheid van meningsuiting. Denk aan beledigende uitingen waarmee geweld kan ontstaan of haat kan worden gezaaid. Tevens is het opruien tot geweld strafbaar; denk aan de eerdere uitspraken over het beramen van een aanslag op Rutte. Voorts bestaat binnen het Europese rechtssysteem een beperkingssystematiek die boven ons nationale regime van toepassing is. De beperkingen moeten in ieder geval bij wet zijn voorzien, er moet sprake zijn van specifieke doelcriteria en het moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.[11] Problematisch in dit geval is dat YouTube niet tot een overheidsinstantie, noch tot een democratisch model behoort. Het gaat om een private organisatie die haar eigen beleid omtrent haar gemeenschap zelf creëert en in principe is geen enkele private organisatie verplicht bijdragen van individuen te verspreiden. Dit brengt ons tot de vraag over hoever de vrijheid van meningsuiting in deze gevallen reikt? Is het mogelijk dat een dergelijk fundamenteel grondrecht door monopolistische ondernemingen wordt beperkt?

Private werking vrijheid van meningsuiting

In de situaties waarin de overheid niet (direct) is betrokken, worden grondrechten anders getoetst. Hier spreekt men dan van de horizontale werking – verhouding tussen burgers onderling – van grondrechten. In een dergelijk geval kunnen grondrechten zwak of sterk doorwerken. Bij een zwakke vorm maakt de rechter een belangenafweging. Echter, een grondrecht kan in bepaalde situaties steeds sterker en dwingender worden, waardoor het uiteindelijk net zo werkt als in een verticale werking-situatie.

Een contractuele verhouding kan worden aangemerkt als een zwakke vorm. Hierdoor zullen de grondrechten dan ook niet snel sterk doorwerken.[12] Om te voorkomen dat een grondrecht contractueel wordt beperkt, zullen zij als gevolg van een mogelijke botsing, vol worden getrokken bij de belangenafweging – de horizontale zwakke werking.[13] In het geval van de vrijheid van meningsuiting zou een dusdanige beperking vanzelfsprekend ontoelaatbaar zijn.

Kan YouTube dan zomaar de vrijheid van meningsuiting, waar de rapper Lange Frans zich op beroept door te spreken van censuur, beperken? Om hier een antwoord op te geven, zullen we eerst terug moeten blikken naar hoe de verhouding tussen deze partijen is ontstaan. Gedurende de aanmeldingsprocedure van YouTube, kreeg Frans een aantal voorwaarden – ofwel de gebruikersovereenkomst – onder zijn neus geschoven. Op het moment dat hij hiermee akkoord ging, mocht hij gebruik maken van de door het platform aangeboden diensten. Wanneer hij deze voorwaarden niet naleefde, zou YouTube hem toegang tot haar platform mogen weigeren. Het door YouTube gebruikt beleid waarmee zij voorwaarden stelt aan het gebruik van haar platform, impliceert dat zij het willekeurig censureren van uitingen probeert te voorkomen. Hoewel niet alle content betrekking had tot misinformatie, omdat de rapper ook muziek content verspreidde, is het account in beginsel terecht verwijderd vanwege het  meermaals niet naleven van de regels. Maar zou de rapper in deze situatie zich niet kunnen beroepen op de horizontale werking van de vrijheid van meningsuiting? We kunnen immers veronderstellen dat bijvoorbeeld zijn muziek geen schade aanrichtte.

Het ging dus om een contractueel verband, waardoor  grondrechten in beginsel zwak doorwerken. Bij een mogelijke botsing worden grondrechten volgetrokken bij de belangenafweging. Of YouTube daadwerkelijk de vrijheid van meningsuiting in dit geval heeft beperkt, zal door de rechter moeten worden afgewogen.[14] Frans staat dan ook de deur open om een zaak tegen het bedrijf aan te spannen. Als het zo ver komt, zal de rechter dan oordelen of een van de door Lange Frans bewerkstelligd uitingen of verspreidingen achteraf gezien strafbaar of onrechtmatig waren en/of de vrijheid van meningsuiting daadwerkelijk (horizontaal) was geschonden.

Proportionaliteit

Dat het internet in de huidige samenleving ruimte biedt om allerlei uitingen op razend tempo te verspreiden, is een voorspelbare zaak. Om uitingen van haat, intimidatie en misinformatie – zoals complottheorieën – te beperken, is het aanscherpen van regels dus van groot belang. Opdat de gezondheid van het publieke debat niet wordt geschaad, zullen platforms zoals YouTube een steentje moeten bijdragen om het internet van (complot)virussen te verlossen. Het is essentieel dat de overheid een actievere rol aanneemt om dergelijke monopolistische ondernemingen aan te sturen bij het opstellen van regels in het kader van de bescherming van grondrechten. Echter, om disproportionele aantasting van de vrijheid van meningsuiting te beletten, zullen deze regels een zodanige vorm moeten krijgen dat er alleen gerichte beperkingen worden opgelegd. Private organisaties zullen dan – zonder willekeurig te censureren – informatie moeten filteren die buiten de grenzen van de wet valt. Hiermee wordt voorkomen dat er niet meer uitingen worden geblokkeerd en verwijderd dan juridisch noodzakelijk is. Daarmee zou Lange Frans nog een onderdeel kunnen uitmaken van de YouTube gemeenschap en zouden alleen zijn misinformerende of haatzaaiende uitingen van het net worden gehaald.

 

 

 

 

[1] RIVM, 28 oktober 2020, ‘Beleving corona crisis’, RIVM (www.rivm.nl/gedragsonderzoek/beleving-coronavirus).

[2] T. Gillespie & P. Boczkowski, ‘The Relevance of Algorithms’, 2013, p. 167-169.

[3] J. Braeckman & M. Boudry, ‘De ongelovige Thomas heeft een punt: Een handleiding voor kritisch denken’, Antwerpen: Houtekiet 2011, p. 23.

[4] Lee Basham, “Malevolent Global Conspiracy,” in: Conspiracy Theories: The Philosophical Debate, ed. David Coady, Aldershot: Ashgate 2006, 93-106.

[5] L. Frans & J. Ossebaard, ‘Lange Frans de podcast #5 Janet Ossebaard’, [1:02:00] (https://www.langefrans.nl/podcast/).

[6] YouTube, 28 oktober 2020, ‘Communityrichtlijnen’, YouTube (https://www.youtube.com/howyoutubeworks/policies/community-guidelines/#community-guidelines)

[7] VN-Mensenrechtenraad, resolutie 32/13 van 27 juni 2016, VN-doc. A/HRC/32/L.20.

[8] College voor de rechten van de mens, ‘Zolang we het maar eens zijn: Nederlanders over de vrijheid van meningsuiting en demonstratievrijheid’, Utrecht 2018, p. 13-16.

[9] Art. 10 EVRM, art. 19 IVBP en art. 11 EU-Handvest van de Grondrechten.

[10] HR 26-04-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2051 (Rasti Rostelli).

[11] EHRM 26 april 1979, NJ 1980/146 (Sunday Times).

[12] B.P. Vermeulen, Commentaar op artikel 7 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2020 (www.Nederlandrechtsstaat.nl). p. 19-20.

[13] B.P. Vermeulen, ‘Wetenschappelijk commentaar op art. 7 Vrijheid van meningsuiting’, p. 19-20 (https://www.nederlandrechtsstaat.nl/module/nlrs/script/printPdf_v2.asp?id=BF7920EDD67C649A5B6D8A984ED85DBEFA3DA3209B028864).

[14] VN-Speciaal rapporteur inzake de vrijheid van meningsuiting, David Kaye, rapport van 6 april 2018,

VN-Doc. A/HRC/38/35, § 17.