De basisbaan

Is het de oplossing tegen langdurige werkloosheid?

Door: Kamilla Csavas

Werken is goed voor mensen.[1] Het is leuk om een loonstrookje te ontvangen, maar werken kent nog meer voordelen. Zo voelen mensen zich waardevoller, ervaren voordelen op sociaal vlak en doen ze minder vaak een beroep op de (geestelijke) gezondheidszorg.[2] Het is niet alleen een goed idee om mensen te stimuleren om aan het werk te gaan, het is zelfs een verplichting van de staat om volledige werkgelegenheid te realiseren.[3] Echter, voor mensen die langdurig een bijstandsuitkering ontvangen, is het erg moeilijk om tot de arbeidsmarkt toe te treden. Het invoeren van zogeheten ‘basisbanen’ kan een oplossing zijn om meer mensen aan het werk te krijgen. De kosten van de uitkeringen kunnen omgezet worden in loon, waardoor het kostenplaatje niet eens slecht uitziet. Dit voorstel klinkt onmiddellijk beter dan het voorstel van een ‘basisloon’, die uitkeringen zou gaan vervangen. Immers, een basisbaan is geen gratis geld. Maar wat houdt een basisbaan eigenlijk in? Voor wie is een basisbaan bedoeld? En is het werkelijk een goed idee? In deze bijdrage zullen verschillende voorstellen worden beoordeeld om deze vragen te beantwoorden.

Werk

Hoe een basisbaan er precies uit moet zien, hangt af van de persoon die de vraag beantwoordt. In 2020 zijn er twee rapporten verschenen over dit onderwerp waarin een aanbeveling wordt gedaan om basisbanen in te voeren of er nader onderzoek naar te doen.[4] Dat laatste is in ieder geval belangrijk, zodat met tot een concreter voorstel kan komen.

Het gaat in elk geval om werkzaamheden die niet de plek van reguliere banen zullen innemen. Mensen die genoodzaakt een uitkering ontvangen, kunnen dan werken voor loon. De aard van de werkzaamheden, de vergoeding die hiertegenover staat, de groep mensen die er gebruik van kan maken en of het op vrijwillige basis is, staat nog ter discussie.

De Commissie Borstlap (hierna: de Commissie) stelt in haar rapport voor dat het invoeren van basisbanen kan helpen bij het ondersteunen van sectoren die kampen met tekorten, zoals de zorg- en onderwijssector.[5] Daarnaast kunnen de werkzaamheden ook dichterbij huis liggen, zoals het onderhouden van een buurthuis.[6] Het gaat dus voornamelijk om banen in de publieke sector. Het Platform de Toekomst van Arbeid (hierna: het Platform) stelt dat banen ook in de commerciële sector gerealiseerd kunnen worden. Dit vergt meer samenwerking tussen gemeenten en bedrijven.[7]

Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (hierna: WRR) en de Commissie is het niet de bedoeling dat deze banen een opstapje vormen voor de reguliere arbeidsmarkt. Er wordt niet gewerkt om door te stromen naar een ‘gewone’ baan. Verder staat in het rapport dat het niet moet gaan om tijdelijke banen.[8] Een andere mening heeft het Platform de Toekomst van Arbeid (hierna: het Platform). Basisbanen moeten volgens het Platform juist wel tijdelijke banen zijn. Een leven lang leren betekent dat een basisbaan een leermoment is, die de doorstroming naar de reguliere markt kan bevorderen. Mensen moeten niet te lang in een basisbaan blijven hangen.[9]

Groep

Mensen die nu een bijstandsuitkering ontvangen, worden wel gestimuleerd om weer aan het werk te gaan. Zo zijn er re-integratieprogramma’s die hierop zijn gericht. Toch zijn er mensen die niet zo makkelijk een baan kunnen bemachtigen. Mensen die een bijstandsuitkering ontvangen en al langere tijd werkloos zijn, staan ver van de arbeidsmarkt. Hoe langer mensen werkloos blijven, hoe moeilijker het wordt om aan een baan te komen. Deze mensen, die na de huidige re-integratietrajecten nog steeds werkloos zijn, worden door de WRR als het doelgroep gezien voor de basisbanen.[10] Het gaat slechts om een beperkte groep mensen.

Het Platform neemt daarentegen een veel ruimere doelgroep. Banen waarvoor de vergoeding lager is dan het minimumloon, zijn volgens het voorstel verdwenen. De mensen die kunnen werken, maar van wie de waarde onder het minimumloon valt, hebben beperkte mogelijkheden. Door basisbanen in te voeren kunnen mensen onder het minimumloon wel werken.[11] Na een jaar werkloos te zijn geweest, kunnen mensen zich onder voorwaarde melden bij de gemeente voor een basisbaan.[12] Er is dus geen eis dat men eerst andere re-integratiemiddelen moet benutten, voordat er overgestapt kan worden naar een basisbaan. Het loon zal uiteindelijk evenveel bedragen als de bijstandsuitkering.

In het rapport van de WRR worden geen voorstellen gedaan omtrent het loon, maar in het rapport van de Commissie wordt het minimumloon als uitgangspunt genomen.[13] Dit stimuleert mensen niet om door te stromen naar de arbeidsmarkt, zoals de lagere lonen in het Platform-voorstel dat wel doen. Echter, doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt is niet het doel van de WRR of de Commissie. Het betreft immers mensen die niet op de reguliere markt kunnen toetreden en daarom moet een basisbaan verbonden zijn aan een redelijke vergoeding.

Verplicht?

Als het voorstel van het Platform wordt gevolgd, zal er een sanctie komen op het niet aanvaarden van een basisbaan. ‘Wie mee kan doen, doet mee’. Het Platform introduceert een recht op werk, maar ook een plicht op werk.[14] Mag dat wel? Universitair docent arbeidsrecht en law in society aan de Vrije Universiteit, A. Eleveld, heeft de grondrechten sterk betrokken bij haar voorstel voor een gedifferentieerde basisbaan.

Het recht op arbeid is neergelegd in artikel 19 van de Grondwet (hierna: Gw). Daarnaast is het recht op arbeid ook te vinden in een aantal internationale verdragen, zoals: art. 23 lid 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM), art. 1 van het Europees Sociaal Handvest (ESH), art. 6 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (IVESCR).[15]

Het recht op arbeid bestaat uit verschillende elementen. Ten eerste hebben de staten de verantwoordelijkheid om volledige werkgelegenheid te realiseren. Er rust een verplichting op staten om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat meer mensen met een uitkering een plek op de arbeidsmarkt krijgen. Ten tweede ziet het recht op het creëren van gelijke kansen op de arbeidsmarkt. Ten derde ziet het recht niet alleen maar op het bestaan van werk, maar ook op de kwaliteit van werk en de vergoeding die er tegenover staat. Het moet gaan om fatsoenlijk werk – onder adequate omstandigheden –,dat een salaris oplevert waarvan men in staat is om in hun bestaan te voorzien . Het recht op arbeid betekent ook dat men vrij moet zijn in het kiezen van arbeid.[16]

Daarnaast speelt ook het gelijkeloonbeginsel een rol. Dit beginsel is neergelegd in art. 7 (a) sub i IVESCR en het betekent dat bij arbeid van gelijke waarde, gelijk loon betaald moet worden. Een lager loon dan het minimumloon is alleen tijdelijk, in uitzonderlijke situaties mogelijk.[17]  

Het verplichte karakter van een basisbaan gaat tegen de vrije arbeidskeuze in, die het recht op arbeid impliceert. Is de vrijwillige basisbaan dan de oplossing? Dat lijkt niet helemaal reëel. Van wie een bijstandsuitkering ontvangt, wordt verwacht dat hij algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt. Wordt dit niet gedaan, dan moet de gemeente de maandelijkse uitkering eenmalig inhouden. Bij de huidige bijstandsuitkering is er een zekere verplichting. Een verplichting om een basisbaan te accepteren past dus zelfs beter binnen de huidige regelgeving, dan een vrijwillige baan.[18]

Praktijk

In onder andere Amsterdam en Groningen wordt al geëxperimenteerd met basisbanen.[19] In Groningen wordt een takenpakket samengesteld waardoor een baan ontstaat van 32 uur. Het gaat om klussen in de openbare ruimte, scholen en wijkgebouwen die anders blijven liggen. De financiering is niet alleen vanuit de gemeente, ook de bedrijven en instellingen waar de taken worden uitgevoerd betalen mee.[20]

Conclusie

Uit onderzoek komt duidelijk naar voren dat er een behoefte is naar iets als een basisbaan. Het moet een optie zijn voor mensen die het echt nodig hebben, voor wie geen plek is op de reguliere arbeidsmarkt. Echter, wat dat precies inhoudt, wordt niet goed uitgelegd. Desondanks dient dat wel meegenomen te worden bij een beoordeling. Het Platform zit op het juiste spoor, wat betreft het verdwijnen van de banen onder het minimumloon. Die banen zijn er niet, maar er zijn misschien nog wel mensen die geschikt zijn voor dat soort arbeid. Zoals het rapport van de WRR suggereert, gaat het om mensen die een basisbaan –en de bijkomende begeleiding – langdurig nodig zullen hebben.[21] Daarom moet het idee van tijdelijke banen verworpen worden.

Ook wordt in het rapport van de Commissie benadrukt hoe belangrijk maatwerk is.[22] Mensen moeten een basisbaan krijgen wat bij hen past. Als dat bereikt kan worden, zal het verplichte karakter niet negatief ervaren worden. Mensen die werkzaam kunnen zijn en langdurige trajecten hebben doorgelopen, kunnen toch aan het werk en van de bijbehorende voordelen genieten. Het voorstel van A. Eleveld die vier type basisbanen voor zich ziet, zorgt ervoor dat elk persoon tot zijn recht komt in een basisbaan. Met tijdelijke en permanente opties, worden de andere voorstellen gecombineerd.[23]

Ondanks dat er nog veel discussie bestaat over de invulling van een basisbaan, lijken de experimenten goed te verlopen. Deze moeten uiteraard voortgezet worden en hopelijk zullen meer gemeenten zich aansluiten. Een evaluatie van de experimenten zal ons veel leren. Hoewel maatwerk veel verschillen tussen gemeenten met zich zal meebrengen, zou het helpen om de basisbaan hoger op de politieke agenda te krijgen. De aspecten van de basisbaan dienen concreter uitgewerkt te worden. Zeker met het oog op de rechtsbescherming als er een sanctie staat op het weigeren van arbeid.

Zoals het rapport van de WRR zijn punt afsluit, de basisbaan is slechts het sluitstuk van het arbeidsmarktbeleid. Om het probleem aan te pakken moet er nog veel meer gebeuren.[24] 

 

 

 

[1] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’, 2020 p. 43-44.

[2] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’, 2020 p. 43-48.

[3] Eleveld, TvAC 2020/4, p. 147.

[4] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’,  2020; Commissie Regulering van Werk ‘In wat voor land willen wij werken?’, 2020.

[5] Commissie Regulering van Werk ‘In wat voor land willen wij werken?’, 2020 p. 83.

[6] ‘Geen uitkering maar een basisbaan. ‘Ik geniet er elke dag van’, nos.nl.

[7] Platform de Toekomst van Arbeid ‘Investeren in mensen’, 2020 p. 31-32.

[8] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’, 2020 p. 183.

[9] Platform de Toekomst van Arbeid 2020 p. 32.

[10] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’, 2020 p. 183.

[11] Platform de Toekomst van Arbeid ‘Investeren in mensen’, 2020 p. 31.

[12] Platform de Toekomst van Arbeid ‘Investeren in mensen’, 2020 p. 29.

[13] Commissie Regulering van Werk ‘In wat voor land willen wij werken?’, p. 83.

[14] Platform de Toekomst van Arbeid ‘Investeren in mensen’, 2020 p. 31.

[15] Eleveld, TvAC 2020/4, p. 147.

[16] Eleveld, TvAC 2020/4, p. 150.

[17] Eleveld, TvAC 2020/4, p. 148-149.

[18] Eleveld, TvAC 2020/4, p. 151.

[19] ‘Geen basisinkomen, maar basisbaan: 'Goed voor zekerheid en eigenwaarde'’, nos.nl.

[20] ‘De basisbaan is echt anders dan de melkertbaan van vroeger’, zorgwelzijn.nl.

[21] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’, 2020 p. 183.

[22] Commissie Regulering van Werk ‘In wat voor land willen wij werken?’, p. 83.

[23] Eleveld, TvAC 2020/4, p. 154-155.

[24] WRR ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht’,  2020 p. 183;  Eleveld, TvAC 2020/4, p. 150.

Lees meer over

artikel