De onterechte gijzeling van een journalist: verschoningsrecht of belemmering van de rechtsgang?

door:

Vorige week was er grote ophef in Nederland. Een Nederlandse journalist was op bevel van de rechter-commissaris in gijzeling genomen. De NOS-verslaggever Robert Bas weigerde vragen te beantwoorden in de lopende strafzaak over de vergismoord op GGZ-directeur Rob Zweekhorst. De rechter-commissaris hoopte een getuigenis af te kunnen dwingen door de journalist te gijzelen. De journalist beriep zich op zijn journalistieke verschoningsrecht dat voor journalisten van belang is om hun bronnen en zichzelf te beschermen. Ondanks de onlangs ingevoerde nieuwe wet tot bronbescherming voor journalisten, was de journalist toch in gijzeling genomen. Dit werd gezien als een schending van de persvrijheid. Afgelopen vrijdag heeft de meervoudige raadkamer van de rechtbank besloten de journalist weer te ontslaan uit de gijzeling. Deze gebeurtenissen roepen enkele vragen op: hoe heeft de rechter-commissaris tot gijzeling over kunnen gaan en hoe zit het journalistieke verschoningsrecht precies in elkaar?

Proces tot de beslissing van de rechter-commissaris
Robert Bas werd als getuige opgeroepen inzake de ‘vergismoord’ van 1 januari 2014 in Berkel en Rodenrijs, waarbij niet het beoogde doelwit, maar GGZ-directeur Rob Zweekhorst is geliquideerd. Een drietal telefoongesprekken tussen journalist en de bron zijn door justitie afgetapt. Een rechter honoreerde op 22 februari 2019 het verzoek om Robert Bas te horen als getuige. Tijdens die zitting weigerde de journalist ‘om principiĆ«le en juridische redenen’ vragen te beantwoorden: hij wil zijn bronnen en zichzelf niet in gevaar brengen. Robert beroept zich daarbij op zijn journalistieke verschoningsrecht waaruit voortvloeit dat journalisten als getuigen in een strafzaak niet verplicht zijn vragen te beantwoorden over de identiteit van een bron. Normaal gesproken is een getuige verplicht te antwoorden, maar het maatschappelijk belang dat personen zich zonder vrees voor vervolging met informatie tot journalisten moeten kunnen wenden, weegt in het algemeen zwaarder.

Desalniettemin is de rechter-commissaris tot gijzeling van de journalist overgegaan. Gijzeling is een dwangmiddel om getuigen mee te laten werken aan een onderzoek  met als doel informatie bekend te maken. Voor journalisten is dit een doodzonde. Bronnen doen alleen hun verhaal bij een journalist onder de voorwaarde dat zij anoniem blijven. Deze geheimhouding is essentieel voor klokkenluiders om hun verhaal te doen. Zo zegt advocaat Otto Volgenant dat vanuit het belang van een vrije democratie, waarbij je verslag kan doen van dingen die misgaan, je de  pers moet beschermen tegen de drang van de overheid om te willen weten wie wat gezegd heeft.[1] Justitie moet dus heel zwaarwegende redenen hebben om dit middel in te zetten.Koen Voskuil, een voormalig gegijzelde journalist, zegt dat de rechter in andere woorden aan Robert vraagt of hij zijn beroep wil opgeven. Als journalist kan je namelijk alleen serieus je werk doen als je je bronnen de garantie kunt geven dat zij anoniem blijven. Zodra je over slag gaat, gaat niemand je meer geloven.[2] Het recht op bronbescherming is voor een journalist cruciaal om zijn functie als waakhond van de democratie te kunnen uitvoeren, aldus Marcel Gelauff hoofdredacteur NOS Nieuws.[3]

Op 1 oktober 2018 is de wet Bronbescherming in Strafzaken ingetreden. In deze wet is het journalistieke verschoningsrecht toegevoegd onder art. 218a Sv[4]:

“1. Getuigen die als journalist of publicist in het kader van nieuwsgaring, beschikken over gegevens van personen die deze gegevens ter openbaarmaking hebben verstrekt, kunnen zich verschonen van het beantwoorden van vragen over de herkomst van die gegevens.

2. De rechter-commissaris kan het beroep van de getuige, bedoeld in het eerste lid, afwijzen indien hij oordeelt dat bij het onbeantwoord blijven van vragen aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade zou worden toegebracht.”

Journalisten hebben op de dag van vandaag een wettelijk beschermd verschoningsrecht in het Nederlands recht. Dit verschoningsrecht is wel beperkter dan die van andere beroepsgroepen zoals die van advocaten en artsen. Dit verschoningsrecht is niet absoluut en geeft de journalist niet het recht zich te verschonen tegen alle vragen. Journalisten kunnen zich slechts verschonen ten aanzien van vragen die zich richten op het bekend worden van de bron van de informatie. Dan nog kan de rechter-commissaris het beroep afwijzen indien aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang grote schade dreigt te worden toegebracht.[5] Bij deze belangenafweging moet veel gewicht worden toegekend aan het fundamentele belang van de vrijheid van nieuwsgaring zoals benadrukt in leidende rechtspraak van het EHRM.[6]

Persrechter Jacco Boek legt uit dat het in deze zaak om een bijzonder geval ging. In deze zaak wist iedereen al wie de bron was, wat maakte dat er geen sprake was van rechtstreekse bronbescherming. De rechter vroeg niet wie iemand was, maar wat de journalist bedoelde met een bepaalde opmerking die gemaakt werd in een van de afgetapte gesprekken.[7] Hierdoor was de rechter-commissaris van oordeel dat de weigering tot het beantwoorden van deze vraag  niet onder het verschoningsrecht van de journalist viel. 

Strafrecht advocaat Marielle van Essen zegt dat de rechtbank hier veel te simplistisch over denkt. Er wordt veel te weinig gekeken naar het gevaar wat ontstaat zodra Robert gaat praten. Het gaat in deze zaak niet “slechts” over het toelichten van een opmerking. Op het moment dat je uitlegt waarom er iets gevraagd is of waarom de vraag niet beantwoord zal worden, geef je als het ware al antwoord.[8]

Beslissing meervoudige raadkamer Rechtbank
Op 25 oktober 2019 heeft de meervoudige raadkamer van de rechtbank de journalist uit de gijzeling ontslagen. De rechtbank oordeelde dat aan de journalist als getuige een verschoningsrecht toekomt.[9]

De rechtbank legt deze bepaling uit met inachtneming van rechtspraak van het EHRM over het journalistieke verschoningsrecht in relatie tot artikel 10 EVRM. Het verschoningsrecht is niet absoluut, maar beperkt tot bronbescherming in het belang van de vrije nieuwsgaring. Het gaat daarbij niet alleen om de naam van de bron, maar ook om informatie over de feitelijke omstandigheden waaronder de journalist informatie van een bron heeft verkregen en de niet gepubliceerde inhoud van de door de bron aan journalist geleverde informatie. Dat in deze zaak relatief veel bekend is over de wijze waarop de journalist informatie heeft verkregen van de bron, doet daar niet aan af. Het verschoningsrecht geldt blijkens rechtspraak van het EHRM (in beginsel) ook voor bronnen die niet of niet langer anoniem zijn. Het omvat – voor zover hier van belang- ook en in het bijzonder het recht van de journalist om geen tekst en uitleg te hoeven geven over een door hem met een bron gevoerd gesprek.[10]

De vragen die de getuige in dit geval gesteld worden, vallen volgens de rechtbank (anders dan de rechter-commissaris van oordeel was) allemaal onder het verschoningsrecht van de journalist. Doorbreking van het verschoningsrecht is volgens de wet in uiterste gevallen mogelijk, maar de rechtbank vindt dat hier niet aan de orde, omdat het fundamentele belang van bronbescherming in dit geval zwaarder weegt dan andere belangen zoals het ondervragingsrecht van de verdediging. Een te beperkte uitleg van wat onder bronbescherming valt heeft, zoals het EHRM herhaalde malen benadrukt heeft, een afschrikwekkende werking op het delen van informatie door bronnen die anoniem willen blijken en is aldus een gevaar voor de vrije nieuwsgaring.[11]

Conclusie
Dat de rechter-commissaris tot gijzeling over was gegaan, is niet per se onlogisch: het journalistieke verschoningsrecht uit het Nederlands recht laat een beperking hierin toe. Echter moet de bepaling, zoals de meervoudige kamer van de rechtbank heeft geoordeeld, in ruime zin en volgens de jurisprudentie van het EHRM worden beoordeeld. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kent een veel ruimer begrip toe aan bronbescherming.[12] Het verschoningsrecht geldt niet alleen voor vragen met betrekking tot de openbaarmaking van de bron, maar ook voor de feitelijke omstandigheden waaronder de journalist informatie van een bron heeft verkregen. Daarbij is het in het belang van de vrije nieuwsgaring dat het journalistieke verschoningsrecht niet te beperkt wordt uitgelegd. Bronbescherming is een fundamenteel zwaarwegend belang die niet snel opzij gezet kan worden voor andere belangen. Het is van belang dat mensen het gevoel hebben dat zij hun verhaal in vertrouwen bij journalisten kunnen doen. Dit is van belang zodat de journalist als waakhond van de democratie kan blijven optreden.

 

[1] NOS, Gijzeling van journalist leidde nog nooit tot onthulling van de bron, 24 oktober 2019.

[2] NOS, Gijzeling van journalist leidde nog nooit tot onthulling van de bron, 24 oktober 2019.

[3] Edwin van der AA, Rechtbank neemt morgen besluit over gegijzelde NOS-journalist, kamer wil opheldering, AD.nl 24 oktober 2019.

[4] Artikel 218a Wetboek van Strafvordering.

[5] P.P.J. van der Meij, Tekst & Commentaar Strafvordering, Journalist als getuige bij: Wetboek van Strafvordering, Artikel 218 a, Kluwer 1 juli 2019.

[6] Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8376.

[7] ‘Persrechter Jacco Boek geeft uitleg over gijzeling Vlaardingse NOS-journalist’, Rijnmond YouTube 24 oktober 2019.

[8] ‘Marielle van Essen vreest voor gegijzelde journalist’ (video), RTL Rijnmond 24 oktober 2019.

[9] Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8376.

[10] Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8376.

[11] Rechtbank Rotterdam 25 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8376.

[12] W. Thijssen en J. Tourkov, Journalisten demonstreren bij de rechtbank tegen de gijzeling van NOS-verslaggever Robert Bas, volkskrant.nl 25 oktober 2019.


Discussie