De Rol van de Rechter

Vrouwe Justitia wankelt om overeind te blijven

Door: Daniel Osorno van Wissen

Een nieuwe stoelendans met de macht binnen ons staatsbestel is op handen. De rol waarin de rechter zich binnen onze huidige rechtsstaat begeeft, wordt steeds meer onder de loep genomen. Zodoende heeft onder meer de Urgenda-zaak[1] – de klimaatzaak – voor een cynische houding gezorgd binnen de overheid. In deze zaak wordt door de rechter een bevel gegeven, waarin de overheid zich moet inspannen om broeikasgassen te reduceren. Dientengevolge neemt de irritatie in de politiek toe over het handelen van de rechter, maar deze toenemende irritatie is vaak onterecht. Wie het verkiezingsprogramma van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) kritisch heeft gelezen, zal opmerken dat daar voorstellen worden gedaan om onder meer de rol van rechter in te perken op zowel nationaal, als op Europees niveau.[2] Zo stelt de VVD onder andere voor dat stichtingen en verenigingen minder gemakkelijk zouden moeten kunnen procederen in kader van het algemeen belang. De aloude discussie over de positie van de rechter binnen de rechtsstaat zorgt dus wederom voor hevige discussies. Cliché vragen, zoals of de rechter niet te veel op de stoel van de wetgevende en uitvoerende macht zit en of de rechter niet te veel vrijheid beschikt, bloeien weer op. Daar tegenover wordt de vraag gesteld of de overheid zich genoeg inspant om efficiënt beleid te maken, zodat burgers beschermd worden. Dat deze vragen weer opbloeien, is dus begrijpelijk. Zeker in een wereld waar er altijd een intens sentiment voor het behouden van macht zal blijven bestaan. In deze bijdrage bespreek ik de rol van de rechter en of het inperken van zijn macht een positief invloed zal hebben binnen ons staatsbestel.

Onafhankelijkheid van de rechter
De kern van onze rechtstaat is gebaseerd op de welbekende theorie van de Franse filosoof Montesquieu. Velen kennen deze als de trias politica, de machtenscheidingsleer of in de originele benaming, De l’esprit des lois; de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. De macht wordt dus verdeeld over deze drie van elkaar gescheiden machten om machtsconcentratie te voorkomen. In de huidige vorm is de machtenscheiding geen statisch begrip. De verhoudingen tussen de machten kunnen verschuiven en zij kunnen elkaar eveneens controleren om bijvoorbeeld te veel overheidsmacht te voorkomen en absolutisme te vermijden. Men noemt dit checks and balances. In deze doctrine kent de rechtsprekende macht een bijzondere positie. De rechter moet absolute onafhankelijkheid en onpartijdigheid genieten. Hierbij dienen beide fundamenten te allen tijde gewaarborgd te worden. Zodoende bepaalt de Grondwet dat alle rechters voor het leven worden benoemd.[3] Deze in de Grondwet verankerde regel biedt de rechter de mogelijkheid om stoïcijns te zijn en zich niet te laten beïnvloeden door de politieke waan van de dag.

Urgenda-zaak
De Urgenda-zaak is een prachtig voorbeeld dat aantoont hoe de checks and balances in de praktijk werken. In deze zaak heeft de rechter een bevel gegeven aan de staat om de uitstoot van broeikasgassen – volgens de reductiedoelstellingen van het internationale klimaatakkoord in Parijs[4] – te reduceren. Dat de overheid en de rechter niet op dezelfde golflengte zitten, blijkt dan ook uit deze zaak. Volgens de overheid neemt de rechter hier te veel plaats op de stoel van de wetgever. Het is niet de taak van de rechter zich te bemoeien met hoe en wat voor beleid de overheid maakt. Het vertonen van zulke bemoeienis past niet binnen het staatsbestel en het machtsevenwicht. Echter, de rechter is bij het maken van haar oordeel – althans volgens de Hoge Raad – binnen de grenzen van het recht gebleven; grenzen die uit onder andere het Europees verdrag van de rechten van de mens (EVRM) voortvloeien. Door te weinig aandacht te besteden aan het maken van beleid om klimaatverandering te voorkomen, zou de overheid de grondrechten van de burgers schenden. Het bevel is dus gegeven omdat de overheid het recht op leven en op privé-, familie- en gezinsleven zou schenden wanneer zij de reductiedoelstellingen niet te behalen – al is klimaatverandering een zaak van lange termijn. Volgens de rechter is het dus aan overheid om ‘het zijne’ te doen, ofwel positieve maatregelen te nemen om de grondrechten van haar burgers te beschermen. Hiermee bemoeit de rechter zich niet met het beleid dat de overheid maakt, omdat de overheid gehouden is zich aan haar eigen beleid te houden. Door een uitspraak zoals die in de Urgenda-zaak voorkomt, wordt de overheid even wakker geschud. Daarmee tikt de rechterlijke macht de uitvoerende macht op de vingers zodat er nog steeds voldoende en efficiënt beleid tevoorschijn komt. De uitvoerende macht is in deze verhouding nog steeds gebonden om zich aan het door haar gemaakte beleid te houden.

Politiek
De rol van de rechter inperken op Nationaal en Europees niveau – zoals de VVD voorstelt in haar verkiezingscampagne – zorgt voor een verzwakking van de democratische rechtsstaat, stelt Cristina Eckes, hoogleraar Europees Recht aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens Eckes zijn dergelijke voorstellen gevaarlijk, omdat ze van een zeer beperkte opvatting van de democratische rechtsstaat getuigen.[5] Zodoende zou de overheid haar macht kunnen vergroten, waardoor het recht op leven van de burgers kan verslijten. Het beeld van een Nederlandse autocratie – waar dus de overheid de absolute macht heeft –, past in zekere zin niet binnen onze democratische rechtsstaat. Niet alleen de VVD is kritisch tegenover de rechtsprekende macht, ook populistische partijen hebben hier een steenharde opvatting over. Zo voert Forum voor Democratie (FVD) aan dat onze rechtsstaat is geëvolueerd tot een dikastocratie – een systeem waar de rechter de absolute macht heeft.[6] Naar aanleiding van deze kritische houding heeft de Tweede Kamer het afgelopen jaar aan verschillende deskundigen opdracht gegeven om een stuk te schrijven over het huidige evenwicht tussen de machten binnen de Nederlandse democratie. Hieruit bleek dat er geen grond bestond om aan te nemen dat de rechtsprekende macht de democratie zou gaan overnemen.[7]

De overheid voelt zich bedreigd. Dat de overheid zich bedreigd voelt, is op basis van het vorenstaande dus overbodig. Politiek en recht hangen simpelweg soms sterk samen en dat zouden deze machten van elkaar moeten accepteren.[8] Deze sterke samenhang wordt geweerd door de checks en balances, maar de invloed over en weer is simpelweg onvermijdelijk. De beroemde Franse verlichtingsfilosoof Voltaire zei ooit het volgende: “Jamais la nature humaine n'est si avilie que quand l'ignorance superstitieuse est armée du pouvoir.”, ofwel: nooit verlaagt de menselijke natuur zich zozeer, dan wanneer de bijgelovige onwetendheid met de macht gewapend is. De vermeende bedreigingen waar de overheid zich over uitspreekt, zijn mijns inziens nauw verbonden met een aloud intens sentiment voor het behouden van macht, waardoor de overheid als zij oneens is met een controversieel oordeel op haar achterste benen gaat staan.

De rol van de burger
Dat een dergelijk geschil – zoals de Urgenda-zaak – voor de rechter komt, betekent dat de burgers geleidelijk op jacht gaan naar nieuwe instrumenten om meer invloed op de overheid uit te kunnen oefenen.[9] Een voorbeeld hiervan zijn algemeen-belang-acties.[10] Een actievere rol vanuit de burger om maatschappelijke juridische kwesties bespreekbaar te maken, past ook binnen de democratische doctrine zoals we die heden ten dage kennen. De rechter is dan ook verplicht een uitspraak te doen wanneer hem een vraag wordt voorgelegd.
Met haar voorstel suggereert de VVD dat zij onze huidige democratie willen versterken, maar daarmee brengen zij juist de legitimiteit van de democratie in gevaar. Het is dus onverstandig als de VVD met het inperken van de rol van de rechter, ook stichtingen en verenigingen – en dus de burger –, probeert te beperken in de mogelijkheid tot gebruik van instrumentaria, zoals algemeen-belang-acties. Het afschaffen van algemeen-belang-acties gaat gepaard met het verzwakken van de rechtsstaat.[11]

In onze democratische rechtsstaat behoort iedereen gebonden te zijn aan de grenzen van het recht. We moeten niet hebben dat de rechter danst naar de pijpen van de overheid, aldus Mr. G.J.M. Corstens, oud-president van de Hoge Raad. Verder stelt John Keane, hoogleraar Politiek aan de universiteit van Sydney, dat rechterlijke bemoeienis bij zaken waar politiek en recht moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, juist voor versterking van ons democratisch bestel zorgen. In zijn boek The Life and Death of Democracy introduceert hij de term Monitory democracy (Waakhond-democratie). In een waakhond-democratie nemen de burgers er geen genoegen meer mee om in de zoveel jaar te stemmen op een volksvertegenwoordiger. Zij willen hun invloed meer laten gelden om ongelijkheid te bestrijden of tegenwicht te bieden in een soms ondoorzichtige maatschappij, waarin de overheid zich niet goed genoeg inspant voor alle burgers. Dit gedachtegoed past ook bij de visie van Montesquieu, die een evenwicht probeert te vinden tussen de rechten van de burger en het effectief handelen van de overheid.[12]

Conclusie 

Dat de rol van rechter die door de veranderende verhoudingen tussen de staatsmachten in de schijnwerpers komt, is een goede zaak. De Nederlandse gemeenschap heeft er eenvoudigweg baat bij dat de rollen van de verschillende agenten van ons staatsbestel ter discussie worden gesteld. De huidige rol van de rechter moet worden gekoesterd, omdat het voor het machtsevenwicht zorgt. Het inperken van zijn rol zal op geen enkele manier een positief invloed hebben binnen ons staatsbestel, sterker nog het inperken zal negatief uitpakken. De rechtsstaat zal dan worden verzwakt, waardoor de rechten van de burgers minder snel zullen worden beschermd.

Laat ook duidelijk zijn dat de overheid haar macht zal blijven houden, maar het is door checks and balances dat de democratische rechtsstaat een gezond systeem blijft. Het is daarom zonde als partijen, zoals de VVD, niet inzien hoe belangrijk het is om een onafhankelijk en onpartijdige rechter te hebben, die zich over meer dan enkel regels kan uitspreken. Wie volgend jaar VVD stemt, zou niet moeten bagatelliseren hoe belangrijk dit is. Helaas is het zo dat veel mensen verkiezingsprogramma’s niet (kritisch) lezen. Hierdoor kan de gevaarlijke situatie ontstaan dat de VVD met haar voorstellen straks de rol van de rechter kan inperken, terwijl haar kiezers hier niet (voldoende) van op de hoogte zijn geweest. Dat wat Nederland ons nu als staat biedt, moeten we koesteren. Het is dan ook betreurenswaardig als Nederland straks verandert in een land waar politici de absolute macht grijpen, waardoor van een democratische rechtsstaat geen sprake meer van kan zijn. Erger nog, wanneer de burgers niet bewust zijn van het feit dat zij hieraan hebben bijgedragen.


[1] HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006, AB 2020/24, m.nt. G.A. van der Veen & Ch.W. Backes.

[2] VVD, ‘Verkiezingsprogramma 2021-2025 (concept)’, p. 95.

[3] Artikel 117 Gw.

[4] VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft daar ingestemd met een nieuw VN-klimaatakkoord. Doel van het akkoord: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.

[5] C. Eckes, ‘Verkiezingsprogramma VVD verzwakt de Nederlandse rechtsstaat’, NRC 11 november 2020 (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/11/verkiezingsprogram-vvd-verzwakt-de-nederlandse-rechtsstaat-a4019615).

[6]  B.M. Vranken, ‘Wie beschermt de rechtspraak’, NJB 2020/491, afl. 8, p. 536-543.

[7] B.M. Oomen, ‘Dikastocratie?’, Position paper hoorzitting/rondetafelgesprek 9 maart 2020.

[8] H.T.M. Kloosterhuis, C.E. Smith, ‘De rechters zijn slechts spreekbuis van de wet’, AA 2020/10, p. 976.

[9] R. de Bock, ‘De rechter als waakhond’, AA 2020/10, p. 900.

[10]  Art. 3:305a BW.

[11] C. Eckes, ‘Verkiezingsprogramma VVD verzwakt de Nederlandse rechtsstaat’, NRC 11 november 2020 (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/11/verkiezingsprogram-vvd-verzwakt-de-nederlandse-rechtsstaat-a4019615).

[12] R. de Bock, ‘De rechter als waakhond’, AA 2020/10, p. 900.