De toekomst van de rechtspraak ziet digitaal?

Door: Vidja Soekhai

De technologische ontwikkelingen vliegen in een rap tempo de pan uit. Je bent vast bekend met de vele e-readers, e-bikes, e-learnings, e-sigaret, etc. Maar heb je wel eens gehoord over het zogenaamde e-court? Een betrekkelijk nieuw fenomeen, wat de laatste tijd vooral de IT-juristen nieuwsgierig om de hoek doen kijken.[1] Niet heel gek, want het digitaal procederen wordt hiermee mogelijk gemaakt. Een veelbelovende ontwikkeling voor consumenten, want het hele idee is om niet alleen de kosten laag en betaalbaar te houden, maar ook om een snelle en efficiënte procedure te bieden. Daarnaast wordt verzet geboden tegen ongerechtvaardigde verrijking en onrechtvaardige wetgeving; een belofte die Stichting E-court zelf maakt.[2] Zulke lovende woorden verdienen een award, zou je zeggen…

Toevallig heeft de stichting in 2011 een Innovating Justice Award in ontvangst mogen nemen en dat ging zeker niet zonder slag of stoot, want E-court heeft de afgelopen tijd in het negatieve daglicht gestaan. Niet geheel verbazingwekkend is dat onze originele rechtspraak, zoals we die kennen, daar ook zijn rol in heeft gehad. Hoe groot is de afstand tussen de digitale rechtspraak in verhouding tot de authentieke rechtspraak zoals we die kennen?

Stichting E-court De stichting is opgericht in 2009 en heeft als doel een onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak te bevorderen. Het gaat om private rechtspraak dat geschiedt op grond van arbitrage (artikel 1020 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) of bindend advies (artikel 7:900 e.v. Burgerlijk Wetboek). E-court benoemt scheidsgerechten die beslissingen nemen in rechtsgeschillen. Daarnaast wordt er een administrateur benoemd door E-court die arbitrages (i.e. een alternatief voor een procedure bij de rechter) en bindend adviesprocedures organiseert.2 

(Geen) supporters?
Net na de oprichting kwam er veel kritiek van allerlei kanten. Gelukkig was niet iedereen zo pessimistisch ingesteld. De Raad voor de Rechtspraak was namelijk blij om te zien dat dit initiatief mooi aansluit op hun basisplan voor digitalisering van de rechtspraak. Dit basisplan komt in plaats van het programma Kwaliteit en Innovatierechtspraak (KEI), zodat de digitalisering in kleine stapjes kan worden gerealiseerd. De Rijksoverheid vindt dat de rechtspraak van tegenwoordig te ingewikkeld, te kostbaar en te traag is. De rechtspraak is toe aan vernieuwing; procedures moeten eenvoudiger, sneller en digitaal verlopen.[3] E-court probeert dit in  de praktijk te verwezenlijken.

Deze optimisme bleek van korte duur, want al gauw werd er veel kritiek geleverd op de E-court. De Raad van de Rechtspraak vindt namelijk dat de nieuwkomer op het gebied van geschilbeslechting zich ten onrechte presenteren als rechtbank.4 Volgens hen is het misplaatst dat E-court de schijn ophoudt voor zijn consumenten. Doordat de consument in feite niet te maken heeft met een ‘echte’ rechtbank, en E-court door het gebruik van de term ‘rechtbank’ dat wel zo laat lijken, kan de consument in verwarring raken met de werkelijke status van de uitspraken en de positie van de geschilbeslechters. Dit is namelijk anders dan we die kennen in de ‘echte’ rechtbank. 

Daarnaast blundert de E-court nog eens flink. In 2012 blijkt dat ruim 2000 adviezen uitgesproken door de stichting, in praktijk weinig waard zijn. De uitspraken moesten weer opnieuw beoordeeld worden door een kantonrechter. Iets wat tijd had moet schelen, heeft in plaats daarvan nog meer tijd gekost. Hoewel de zaken online afgehandeld worden en er geen rechtbank aan te pas komt, is de rechter niet akkoord gegaan met de uitspraken die gedaan zijn door de stichting. De reden hiervan is dat beide betrokken partijen van tevoren moesten instemmen met de digitale manier van rechtsafhandeling. Bij de

bedrijven die de E-court hebben ingeschakeld, ontbrak het instemmen in de algemene voorwaarden. Dit heeft er onder meer naar geleid dat E-court op het moment geen zaken meer behandeld van bedrijven die de online rechtspraak nog niet in hun algemene voorwaarden hebben opgenomen.[4]

Water bij de wijn
Zonder meer kunnen we zeggen dat e-court een zeker mate van vooruitstrevendheid najaagt. Het zou geen kwaad kunnen om ook in dat licht mee te denken. Hoe zit het namelijk met ons huidige rechtssysteem? Is dat niet onder hand wat verouderd? We moeten werken naar de toekomst. Om te beginnen met al het papier wat nu verbruikt wordt. onderzocht moet worden in hoeverre dat belastend is voor het milieu en of het ook anders kan (bijvoorbeeld door te digitaliseren). Daarnaast is het van belang om te kijken op welke kosten bespaard kan worden, zodat ook het recht laagdrempelig blijft voor de burger. Het is volkomen begrijpelijk dat zo’n nieuwkomer op het gebied van het recht eens stevig aan de tand gevoeld wordt, maar alleen maar kritiek belooft ook niet veel goeds. 

Oneerlijke concurrentie
In een persbericht van november 2016 is te lezen dat e-court de rechterlijke macht voor de rechter sleept.[5] E-court heeft het gevoel als concurrent te worden uitgeschakeld door de massa en klaagt de Staat aan wegens een onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek). De onrechtmatige daad openbaart zich volgens de stichting op drie manieren. Ten eerste, reputationele aanvallen (i.e. onjuiste, negatieve uitspraken, ontoelaatbare vergelijkende reclame en het geven van een valse voorstelling van zaken over E-court in de media). De tweede manier betreft de stillegging van e-court: in februari 2018 hebben alle voorzieningenrechters in Nederland opdracht gekregen exequaturs (verzoeken aan rechtbanken om de beslissing in een arbitraire uitspraak ten uitvoer te leggen) te weigeren op last van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton & Toezicht (LOVCK&T), in reactie op de zelfgecreëerde valse voorstelling van de gang van zaken in de media. Als laatste zou er ook sprake zijn van oneerlijke concurrentie. Al enige tijd zou de rechterlijke macht geprobeerd te hebben de ideeën van e-court te stelen om hetzelfde na te kunnen bouwen vanuit de overheid. In mei 2019 is door Rechtbank Midden-Nederland besloten dat E-court getuigen hieromtrent mag horen.[6] Sindsdien zijn er geen gepubliceerde stukken beschikbaar die de uitkomst van deze zaak kunnen bevestigen.

Het is te merken dat er wat onenigheid heerst tussen de digitale wereld en de rechterlijke macht zoals we die kennen. Maar hoe moet het nu verder? Een belangrijke waarborg blijft de burger. Misschien helpt het als de rechterlijke macht en E-court samen om de tafel gaan zitten om te bespreken hoe zij samen het rechtssysteem in goede banen kunnen leiden in het belang van de burger. De afstand tussen de digitale ‘rechtspraak’ van E-court in verhouding tot de authentieke rechtspraak zoals we die nu kennen, is nog redelijk groot. Hopelijk kan er een manier gevonden worden deze afstand te verkleinen en zo het rechtssysteem te optimaliseren.