De wetgever aan slag na een nieuwe aanslag op de rechtsstaat

Door: Koen Groeneveld

Amper twee maanden na de moordaanslag op Derk Wiersum, advocaat van kroongetuige Nabil B., is op 6 november 2019 opnieuw een aanslag gepleegd op een advocaat.[1] Dit keer raakte de Enschedese advocaat Phillipe Schol zwaargewond, nadat hij vanuit een rijdende auto werd beschoten in het Duitse Gronau, enkele honderden meters van de Nederlandse grens.[2] Bovenstaande acties betreffen aanslagen op de Nederlandse rechtsstaat, zoals wij in een eerder gepubliceerd artikel schreven, waardoor het kabinet - nu meer dan ooit - gehouden is om in te grijpen. Valt deze ‘war on drugs’ tussen de boven- en onderwereld nog  te winnen en zo ja, hoe zal dit maatschappelijke probleem aangepakt moeten worden?

De georganiseerde ondermijnende criminaliteit is in toenemende mate complex. Deze criminaliteit is sterk geprofessionaliseerd nu er optimaal kan worden geprofiteerd van de open economie in Europa, de gunstige ligging van Nederland en de aanwezigheid van goede logistieke, financiële en digitale infrastructuur.[3] De gevaren voor de Nederlandse samenleving zijn dan ook groot: advocaten, rechters en officieren van justitie zijn niet meer veilig, drugslabs zijn verspreid over het hele land en wordt door criminelen gebruik gemaakt van zware wapens en munitie.[4] Tevens raken jongeren, vooral wonend in probleemwijken, in deze criminaliteit verzeild. Volgens minister van Justitie en Veiligheid, Ferdinand Grapperhaus, dreigt Nederland zelfs een narcostaat te worden als de drugscriminaliteit niet wordt aangepakt.[5] De strafrechtelijke en fiscaalrechtelijke aanpak betreft derhalve een langdurig traject, maar er is een eerste stap genomen. Het kabinet heeft namelijk de eerste contouren gepresenteerd van het offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit, dat werd aangekondigd na de moord op advocaat Derk Wiersum. Er zou op landelijk niveau breed worden ingezet op een combinatie van preventieve en repressieve maatregelen.[6] Dit contourenplan bestaat uit de volgende hoofdpunten, die hieronder kort uiteen zullen worden gezet.

  1. De oprichting van een landelijk, multidisciplinair interventieteam[7]

Dit interventieteam zal zich richten op het verstoren van de ‘bedrijfsprocessen’ van grote criminelen en hun netwerken, waaronder financiële en digitale facilitators, en deze ook oppakt.[8] Dit interventieteam zal opereren op basis van actuele en data-gedreven intelligencebeelden en zal beschikken over state-of-the-art (technologische) middelen en opgeleide specialisten met expertise en vaardigheden op het terrein van intelligence en digitale, internationale en financiële opsporing. Dit team wordt ondergebracht bij de Landelijke Eenheid van de politie en zal daarmee onder het directe gezag en aansturing vallen van gespecialiseerde officieren van justitie van het Landelijk Parket en het Functioneel Parket van het OM. Bij de vorming is er in het bijzonder aandacht besteed aan de verbeterde beschikbaarheid en inzichtelijkheid van ‘harde data’, bijvoorbeeld door verbeterde registratie van bijvoorbeeld inbeslagnemingen van drugs of wapens.

  1. Versterken intelligence[9]

Een belangrijke voorwaarde voor de doel- en probleemgerichte aanpak van de ondermijnende georganiseerde criminaliteit, is een goede informatie-uitwisseling tussen publieke en private partners.   Zo wordt als voorbeeld genoemd dat er proeftuinen zullen worden gestart in de postpakettenbranche om publieke en private informatie over criminaliteitsfenomenen te verzamelen en te analyseren. Daarnaast wordt onderzocht hoe de de zogenaamde ‘poortwachters’, denk bijvoorbeeld aan notarissen en banken, beter in staat kunnen zijn om frauduleuze activiteiten te herkennen om zo hun poortwachtersfunctie beter te kunnen vervullen.

  1. Het intensiveren van bewaken en beveiligen[10]

Na de moord op Derk Wiersum is het zaak dat beroepsgroepen, die in dienst staan van de rechtsorde, hun professie veilig en zonder vrees moeten kunnen uitvoeren. De eerste maatregelen zien dan ook op de uitbreiding van de capaciteit en het doen van investeringen in materieel die nodig zijn om aan de toegenomen vraag naar beveiliging te kunnen voldoen. Bovendien zal de kroongetuigenregeling worden uitgebreid, zal de mogelijkheid van non-convinction based confiscation (met betrekking tot voorwerpen van criminele erfenissen en voorwerpen zonder rechthebbende) worden onderzocht en zal worden gekeken naar het verhogen van tipgelden. De komende maanden zal beoordeeld worden of de hiervoor genoemde uitbreidingen een bijdrage zouden kunnen leveren aan de versterking van de aanpak van de drugscriminaliteit.

  1. Het tegengaan van de normalisering van drugsgebruik[11]

Het kabinet verzet zich voorts tegen de aanname dat drugsgebruik steeds normaler wordt gevonden en wil een maatschappelijke discussie op gang brengen over deze normalisering.[12] Zo wordt er op 14 november 219 via www.nu.nl een Nationaal Drugsdebat gehouden, waarbij iedereen onderling en met diverse deskundigen kan discussiëren over de wietproef, het legaliseren van harddrugs en bovenal de toenemende drugscriminaliteit.[13] De negatieve effecten van drugs staan buiten kijf. Grapperhaus doelt bovendien op het feit dat drugsgebruik de illegale industrie in stand houdt.

  1. Het starten van een programma preventie[14]

Het effectief tegengaan van ondermijnende georganiseerde criminaliteit vraagt naast de bovengenoemde repressiemaatregelen ook om preventief beleid.[15] Om bijvoorbeeld te voorkomen dat kwetsbare personen worden verleid om af te glijden naar het criminele circuit, wordt gewerkt aan het vergroten van het toekomstperspectief van bewoners van sociaal zwakkere wijken.[16] Dit kan, volgens de kamerbrief, bijvoorbeeld geschieden door het verstevigen van sociale structuren. Zo zouden de kansen op een zinvol bestaan en bijdrage aan de samenleving en het weerbaarder maken van professionals in het sociale, onderwijs- en veiligheidsdomein. Zo zal er vooral gekeken worden naar leerervaringen uit eerdere programma’s. Deze aanpak zal vervolgens moeten worden doorgezet in een optimaal samenspel van preventie en repressie. Drie sporen staan hierbij centraal: dadergericht, slachtoffergericht en situationeel.

Bovengenoemde investeringen komen bovenop het al eerder gepubliceerde ‘anti-ondermijningsfonds’ van €100 miljoen en het meerjarenplan van €291 miljoen om de politie te versterken. Er zal komend voorjaar een nieuw verder uitgewerkt plan door de minister worden gepresenteerd.[17] Het offensief kan ook op de nodige kritiek rekenen. Zo stelt Plasman inzijn column dat de ‘war on drugs’ alleen maar geïntensiveerd zal worden, ondanks dat er met het offensief naar alle waarschijnlijkheid meer drugs onderschept worden en er zullen meer criminelen worden opgepakt. Volgens Plasman zorgt dit er echter niet voor dat de vraag naar drugs en de honger naar geld hiermee zal afnemen. De prijzen zullen nog meer stijgen, waardoor de financiële belangen alleen maar groter worden.[18]

Het is pijnlijk te noemen dat de moord op advocaat Derk Wiersum pas aanleiding heeft gegeven tot écht ingrijpen van het kabinet. De drugscrisis speelt al veel langer een rol in Nederland. Het is te hopen dat er daadwerkelijk kan worden opgetreden tegen deze vormen van drugscriminaliteit. Ik hoop dat er hierbij vooral naar het voorkomen van drugscriminaliteit in de vorm van preventie zal worden gekeken en in mindere mate naar de beveiliging en het herstellen achteraf. Dit diepgewortelde probleem zal mijns inziens de kern moeten worden aangepakt: het is belangrijk om (potentiële) probleemgevallen in te laten zien dat misdaad niet loont. Het ‘verheerlijken’ van drugscriminaliteit zal moeten worden aangepakt. Dit neemt niet weg dat de bestaande groep drugscriminelen moet worden aangepakt, waarbij het offensief hopelijk een goed startpunt is. Wellicht is het dan nog mogelijk om het tij te keren en deze ‘oorlog’ te kunnen winnen. Er is in ieder geval haast geboden.

 


[1] Boudewijn Geels, ‘Topadvocaat: We zíjn al gezwicht voor het geweld’, FD 9 november 2019.

[2] Red., ‘Enschedese Advocaat buiten levensgevaar na beschieting’, FD 6 november 2019.

[3] Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-2.

[4] Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-2.

[5] Red., Ferdinand Grapperhaus over vernietigend rapport over Amsterdam: “Een narcostaat dreigt als we niets doen”, TPO 28 augustus 2019.

[6] Red., ‘Offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit, NJB 2019/2260, p. 2776.

[7] Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-2.

[8] Rec., ‘Offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit, NJB 2019/2260, p. 2776.

[9] Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-2.

[10] Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-8.

[11] Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-8.

[12] Red., ‘Offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit, NJB 2019/2260, p. 2776.

[14] Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-8.

[15] Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 29 911 nr. 254, p. 1-8.

[16] ‘Offensief tegen georganiseerde ondermijnende criminaliteit, NJB 2019/2260, p. 2776.

[17] Red., ’Grapperhaus: €110 mln voor extra maatregelen tegen drugscriminaliteit’, FD, 4 november 2019.

[18] Peter Plasman, ‘De glans van het vak is vermoord’, NRC, 22 september 2019.


Discussie