De geschiedenis van belastingen in vogelvlucht: waar komt die blauwe envelop eigenlijk vandaan?

door:
“Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker.” De slogan van de Belastingdienst kennen we maar al te goed. In lijn met diezelfde gedachte werd eind 2015 met veel enthousiasme vanuit de fiscus de Wet Elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst door de Eerste Kamer goedgekeurd[1]. Deze nieuwe wet heeft als doel om het berichtenverkeer tussen de Belastingdienst en alle belastingplichtigen te digitaliseren – en in de optiek van de Belastingdienst dan ook makkelijker te maken. Nu geldt dat absoluut voor de tech savvy en blockchain-minnende student, echter ontving de Nationale Ombudsman in de maanden volgend op dit besluit ruim 3500 klachten[2] van veelal oudere burgers die moeite hebben met digitalisering en bang zijn niet meer een fatsoenlijke aangifte te kunnen doen. Het is mij een grote eer en genoegen om als oud-Redactiecommissielid jullie in het licht van de Blauwe Week van de Fiat Justitia in een vogelvlucht door de geschiedenis van ons belastingstelsel mee te nemen en inzicht te geven in hoe wij tot het punt van een exit van de alom bekende blauwe envelop van de Belastingdienst zijn gekomen.

De Belastingdienst anno 2018

Voordat ik jullie meeneem door de wondere wereld van het belastingrecht, wil ik eerst even stilstaan bij hoe het fiscale landschap in Nederland er op dit moment uitziet. Ondanks dat de Belastingdienst de afgelopen jaren hard aan de weg getimmerd heeft om het doen van aangiftes makkelijker te maken – onder andere door het invoeren van een heuse Aangifte-app (met succes: afgelopen jaar werden er 420 duizend aangiften via de app ingediend[3]) – haalt de fiscus niet altijd het nieuws om positieve redenen. Zo is de website van de Belastingdienst op ‘drukke’ aangiftedagen nog weleens onbereikbaar vanwege overbelasting (pun intended); hebben te veel medewerkers gebruik gemaakt van een te royale vertrekregeling in het kader van bezuinigingen, waardoor de Belastingdienst nu juist met personeelstekorten kampt en stuurt zij bovendien nog weleens de verkeerde belastingbrieven uit naar burgers (bijvoorbeeld toen zij de AOW-gerechtigde leeftijd verkeerd had berekend). Desalniettemin kwam de Belastingdienst in 2017 voor het zesde jaar op rij in het jaarlijkse onderzoek naar de arbeidsmarkt van fiscalisten (Sdu en Berenschot)[4] als populairste werkgever uit de bus voor 30% van de deelnemers aan het onderzoek. De Belastingdienst bestaat echter pas sinds het begin van de 19e eeuw, terwijl belastingheffing in Nederland teruggaat naar de 8e eeuw. Hoe is ons belastingstelstel door de eeuwen heen vormgegeven?

Grondbelasting en tol

Belastingheffing gaat in Nederland terug tot de Vroege Middeleeuwen (500-1000) waar wij een van de oudste belastingen tegenkomen: de grondbelasting. Grondbezit was in die tijd de makkelijkste manier om iemands financiële positie in te schatten en aan de hand van de hoeveelheid grond of wat het land voortbracht (denk hierbij aan oogsten van gewassen) werd er belasting betaald aan de graven en landsheren. Niet al te veel later kwam een andere vorm van belasting om de hoek kijken: namelijk de tol. Tol werd geheven van handelaren die gebruik wilden maken van rivieren of bruggen.

Accijnzen

In de Late Middeleeuwen (1000-1500) zijn de accijnzen ontstaan. Dorpen veranderden in steden en dit was goed voor de handel – handelaars een kooplui trokken naar de steden. In de steden werden in deze tijd de accijnzen ingevoerd – een verbruiksbelasting die werd geheven op allerlei goederen: zout, suiker, vlees, graan, maar ook op bier en wijn (dit kennen wij tegenwoordig nog steeds). De centrale plaats in dit geheel was de stadswaag waar de waagmeester de hoeveelheid vaststelde, hier vervolgens belasting over berekende en tevens inde. Steden bleven zich ontwikkelen met als gevolg dat je gaandeweg ging zien dat de belastingen niet enkel in de zakken van de lokale heersers verdwenen; de belastingen begonnen steeds meer een algemeen karakter te krijgen en werden deels gebruikt om in het algemene belang van de burger straten te onderhouden en stadsmuren te bouwen.

Spaanse onderdrukking

In het midden van de 16e eeuw werd Nederland hevig onderdrukt door de Spanjaarden. Toen de hertog van Alva zijn Tiende Penning (een soort btw van 10% bij de aankoop of verkoop van roerende zaken) wilde invoeren was de maat vol. Zo zie je maar weer het belang van een eerlijke belastingheffing. De onvrede leidde in dit geval tot het ontstaan van de Tachtigjarige Oorlog onder leiding van Willem van Oranje.

Heffing over zichtbare rijkdom

Nederland floreerde ten tijde van de Gouden Eeuw en door de handel op de VOC-schepen groeide Nederland uit tot handelsland van wereldformaat. Dit maakte de bevolking ook een stuk rijker, waardoor een haardstedenbelasting werd ingevoerd. Simpel gezegd betaalde je meer belasting als jouw huis een schoorsteen (of haardstede) had, dit werd namelijk gezien als teken van rijkdom. Dit is niet de enige vorm van luxebelasting die wij in de loop der jaren hebben gekend, zo werd ook geheven over het aantal dienstboden, paarden, vensters of deuren. Ook hierbij werd verondersteld dat hoe meer je er hiervan had, hoe rijker je was en dat je dus meer belasting diende te betalen.

Met de Franse slag?

Pas in de Franse Tijd (eind 19e, begin 20e eeuw) werd door Franse invloeden een nationaal belastingstelstel ingevoerd. Tot die tijd werden belastingen decentraal geregeld. Derhalve spreken wij vanaf dit moment dan ook van Rijksbelastingen, waarbij in het hele land dezelfde tarieven (en belastbare feiten) golden. Dit is ook het moment dat de Belastingdienst opgericht werd en wij voor het eerst kennis maakten met de blauwe envelop. De reden waarom deze blauw is, blijft een mysterie – de meest gangbare theorie is dat dit simpelweg te maken heeft met herkenbaarheid voor de ontvanger. De rijksinkomsten bedroegen in 1850 zeventig miljoen gulden[5] (in groot contrast met de huidige rijksinkomsten van 285 miljard euro[6]). Pas veel later zijn ook de belastingen op vermogen, de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting ingevoerd.

De digitale brievenbus

We maken even een grote sprong in de tijd naar hoe het nu geregeld is. Heden ten dage stuurt de Belastingdienst jaarlijks nog 150 miljoen blauwe enveloppen naar belastingplichtigen. Om hiervan een beeld te krijgen: dit is een vrachtwagen vol met blauwe enveloppen. Per dag. Door dit te digitaliseren scheelt dit uiteraard enorme hoeveelheden papier en arbeid in de gehele keten. Het wetsvoorstel zoals genoemd in de inleidende alinea is dan ook de aanleiding geweest om in de komende jaren alle papieren communicatie tussen fiscus en burger te vervangen door communicatie middels en online Berichtenbox van de overheid. Hierbij wordt bij elk nieuw bericht een mailtje naar de desbetreffende belastingplichtige gestuurd, zodat hij of zij weet dat er een nieuw bericht klaar staat.

Kleine kink in de kabel

Dit klinkt voor menig generatie-Y-en-Z’er als de ideale oplossing: altijd en overal jouw belastingzaken kunnen regelen. Nu ziet hier dan ook direct de crux: de minder technologisch onderlegden van onze samenleving zien al meteen de bui hangen. Zij worden immers afhankelijk van een ander om een correcte aangifte te doen en worde gedwongen, als gevolg van deze wijzigingen, anderen hun vertrouwelijke gegevens toe te vertrouwen. Er bestaat in Nederland immers nog een groep van 50.000 huishoudens die geen aansluiting op het internet hebben die hierdoor direct in de problemen zouden komen. Digitalisering zou in dit geval een extra drempel tussen de burger en de overheid opwerpen. Als gevolg van veel commentaar van onder andere de vakbonden is er door de Tweede Kamer in de zomer 2016 besloten dat de blauwe envelop tóch blijft. Weliswaar spreken we hier van een opt-out: in beginsel zal iedere belastingplichtige zijn communicatie digitaal ontvangen, tenzij ervoor gekozen wordt deze per post te blijven ontvangen. De vraag is echter hoe lang deze opt-out zal blijven bestaan, naarmate de huishoudens die geen toegang tot het internet hebben zullen verdwijnen.

Een einde van een tijdperk

Zoals prof.dr. (Sigrid) S.J.C. Hemels al stelde in het eerste college Inleiding Fiscaal Recht van het eerste bachelorjaar, waarin ze Benjamin Franklink citeert: “Nothing is certain except for death and taxes.”. Nu de Berichtenbox van de overheid zijn opmars maakt, zal ook – weliswaar op termijn – de bekende blauwe envelop van de Belastingdienst tot verdriet van velen uit het straatbeeld verdwijnen. Maar om op een positieve noot te eindigen: het uitfaseren van de blauwe belastingbrieven voorkomt echter wel de situaties waarbij, zoals bij de Gelderse Thea, 36 blauwe enveloppen foutief op de mat vielen nadat ze een simpele vraag had gesteld.[7] "Elk nadeel heb z'n voordeel".


[1] http://wetten.overheid.nl/BWBR0037120/2015-11-01

[2]https://www.nationaleombudsman.nl/system/files/onderzoek/Rapport%202016030%20Verdwijnen%20blauwe%20envelop.pdf

[3] https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/05/01/belastingdienst-tevreden-over-aangifteperiode

[4] http://www.ndfr.nl/product/sites/default/files/bestanden/20171219%20WIF-2017_0.pdf

[5] https://www.bdmuseum.nl/digitale-reis-door-de-geschiedenis-van-belastingen-in-nederland/

[6] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/begrotingen/2017/09/19/miljoenennota-2018

[7] https://nos.nl/artikel/2211661-thea-stelt-een-vraag-aan-de-fiscus-en-krijgt-36-blauwe-enveloppen-op-de-mat.html


Tags

Belastingdienst Blauw Belasting envelop

Discussie

Relevante artikelen