De levenslange gevangenisstraf en artikel 3 EVRM, hoe zit dat nu?

door:
In Nederland is het zonder twijfel de meest besproken sanctie: De levenslange gevangenisstraf. Momenteel zitten ongeveer 40 mensen deze straf uit. Iedereen heeft hier wel een mening over, maar er heerst nog veel onduidelijkheid over de tenuitvoerlegging van deze straf. Is levenslang wel echt levenslang? Wanneer wordt deze straf opgelegd? En hoe past het levenslang opsluiten van mensen binnen artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Een misdrijf waarvoor levenslang kan worden opgelegd is bijvoorbeeld gelegen in artikel 289 Wetboek van Strafrecht, namelijk moord:

Artikel 289
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Levenslang is in Nederland echt levenslang en niet maximaal 30 jaar zoals vaak wordt aangenomen. Levenslang is daarmee de zwaarste straf die de Nederlandse strafrechter kan opleggen, in Nederland bestaat immers geen doodstraf. De doodstraf wordt, over het algemeen, door West-Europa gezien als inhumaan en onwenselijk. De vraagt rijst echter steeds vaker of de levenslange gevangenisstraf niet ook aan deze categorie toebehoort.
Over het algemeen is het niet zozeer de duur van de levenslange gevangenisstraf die in opspraak is, maar de beperkte mogelijkheid tot het indienen van een verzoek tot casuele herbeoordeling van de gepastheid van de straf. Voor 2017 was vervroegde vrijlating indien er een levenslange gevangenisstraf was opgelegd, alleen mogelijk indien er gratie werd verleend door de koning. Dit gebeurde in 2009 voor het laatst, gratie werd verleend aan een ernstig zieke man die vrijwel meteen na zijn vrijlating overleed. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft vanaf 2013 enkele malen geoordeeld dat het opsluiten van een persoon zonder enig uitzicht op herbeoordeling van zijn zaak, en dus zonder enig uitzicht op vrijlating, in strijd is met het verbod op onmenselijke bestraffing, gelegen in artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Artikel 3 van het EVRM luidt als volgt:

Article 3. - Prohibition of torture
No one shall be subjected to torture or to inhuman or degrading treatment or punishment.

Een recent voorbeeld in de Nederlandse rechtspraak is de uitspraak van de Hoge Raad van 19 december 2017  In deze kwestie boog de Hoge Raad zich over de vraag of de levenslange gevangenisstraf zoals die in Nederland wordt gehanteerd in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Op het moment van het doen van de uitspraak golden er in Nederland sterk veranderde regels ten opzichte van de jaren ervoor. Indien een persoon 25 jaar heeft vastgezeten, volgt er automatisch een beoordeling door het Adviescollege Levenslanggestraften. Dit college bestaat onder andere uit juristen en gedragsdeskundigen en oordeelt of een levenslanggestrafte geschikt zou zijn voor eventuele terugkeer naar de samenleving. Bij deze beoordeling worden onder andere het recidiverisico en de impact die een terugkeer naar de samenleving zou hebben op de slachtoffers of nabestaanden meegewogen. De Hoge Raad oordeelde dat de huidige regelgeving omtrent de levenslange gevangenisstraf niet in strijd is met artikel 3 EVRM, omdat onder andere de huidige regelgeving de gestraften voldoende perspectief op vrijlating biedt. Het opleggen van de levenslange gevangenisstraf blijft dus mogelijk.

Voorbeelden van andere Europese landen: In Duitsland wordt iedere tot levenslang veroordeelde na 15 jaar detentie beoordeeld of het gewenst en mogelijk is om over te gaan tot vervroegde invrijheidsstelling. Deze beoordeling vindt plaats door een onafhankelijke kamer van drie rechters. Dit systeem wordt door deskundigen gezien als een voorbeeld voor de rest van de wereld, omdat het een balans zou zijn tussen mensenrechten en maatschappelijke veiligheid. In Estland zijn ze wat strenger, daar is voorwaardelijke vrijheidsstelling alleen mogelijk na een detentie van 30 jaar en gratie dient verleend te worden door de president. Dit is echter nog nooit gebeurd. In Finland daarentegen wordt er doorgaans na 12 tot 14 jaar gevangenschap gratie verleend. In Noorwegen kennen ze geen levenslange gevangenisstraf, daar is de maximale straf die kan worden opgelegd 21 jaar. Wel kan na deze 21 jaar de detentie telkens weer met 5 jaar worden verlengd, indien er nog steeds een gevaar bestaat voor de samenleving.

Kort samengevat is volgens de Hoge Raad de levenslange gevangenisstraf, zoals die nu in Nederland wordt opgelegd, niet in strijd met artikel 3 EVRM. De belangrijkste reden hiervoor is de mogelijkheid tot herziening van de zaak na 25 jaar waardoor de levenslang gevangenen geen uitzichtloze situatie hebben. In de meeste landen in Europa wordt een soortgelijk systeem gehanteerd, waarbij het Duitse systeem door deskundigen als het meest wenselijk wordt gezien. Echter blijft de levenslange gevangenisstraf een veel bediscussieerd onderwerp en dus is het afwachten op de volgende zaak.


Discussie

Relevante artikelen