De Nederlandse interventie in de Syrische burgeroorlog onder loep genomen

door:

Met een recent Tweede Kamerdebat over het debacle van de dodelijke luchtaanval in Irak, wordt een veelomvattend onderwerp aangesneden: de rol van de Nederlandse staat in de Syrische en Iraakse Burgeroorlog. Na de militaire overwinning op 9 december 2017 in de westelijke woestijn, is de Iraakse Burgeroorlog de jure tot een einde gekomen; de facto heerst een stevig gewapende opstand van ISIS-overblijfselen die door de Iraakse troepen wordt bestreden. De Syrische Burgeroorlog raast echter door, mede na de lancering van Operation Spring Peace op 9 oktober 2019 door Turkse strijdkrachten en door milities van de Syrische oppositie. Ook Nederland heeft bijgedragen aan de koers van dit conflict en daarom zal vandaag de Nederlandse interventie in Syrië worden toegelicht. 

 

Inleiding: van zelfverbranding tot aan een burgeroorlog 

Geen enkele wereldburger had verwacht dat de vlam van de Tunesische straatverkoper Bouazazi, gebruikt voor zijn zelfverbranding als protest tegen de regering in Tunesië, zou uitmonden in een brandende Arabische wereld. Onder het mom van de ‘Arabische Lente’ begon in december 2010 een reeks aan massaprotesten, opstanden en revoluties in de bakermat van de beschaving en van de Islam. Ook Syrië onderging deze veranderende gebeurtenis.

 

De Syrische Nationale Raad werd in februari 2011 opgericht als overkoepelende organisatie van alle oppositiegroepen in Syrië. De militaire vleugel van dit collectief werd gevormd onder de naam ‘Vrij Syrisch Leger’ of FSA (Free Syrian Army). Dit leger kwam in actie op het moment dat de protesten werden neergeslagen door de Syrische veiligheidstroepen. 

 

Omdat de Syrische Nationale Raad door Westerse landen werd gesteund, en een beslissende overwinning in het conflict uitbleef, begon het extremistische gedachtegoed langzamerhand zijn intrede te doen in het inmiddels afgebroken Syrië. Salafistische groeperingen zoals Hay’at Tahrir al-Sham (vermoedelijk Al-Qaeda in Syrië), Turkestan Islamitische Partij in Syrië en Kaukasus Emiraten begonnen met het aanvallen van militaire posities van zowel het Vrije Syrische Leger als de Syrische regeringstroepen. De vele commandanten van deze groeperingen kwamen uit het buitenland en hadden gevechtservaring opgedaan door deelname aan gewapende conflicten in onder meer de Iraakse Opstand (2003-2014), de Burgeroorlog in Tadzjikistan (1992-1997), Afghaanse Burgeroorlog (1989-2001), de Oorlogen in Joegoslavië (1991-2001) en de Tsjetsjeense Oorlogen in Rusland (1994-1996 en 1999-2009). 

 

Een groot gevaar voor zowel de Syrische als de internationaal rechtsorde was de opkomst van de Islamitische Staat in Irak en de Levant (Syrië) in 2013. Het ideologische doel van deze jihadistische organisatie is het oprichten van een Islamia Al-khilafa: een islamitisch kalifaat volgens de strikte interpretatie van de Koran. Jihadisten uit alle hoeken van de wereld begaven zich naar de Levant (Syrië) en voormalig Mesopotamië (Irak) om dit extremistisch ideaal te verwezenlijken. Met een bliksem campagne wisten de troepen van ISIS binnen een korte periode een groot gebied van Noord-Syrië en Noord- en Centraal-Irak te beroven.

 

Nederlandse bijdrage aan het conflict 

Nederland wenst sinds de tijd van Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872) de democratische rechtsstaat te symboliseren, als staatsrechtelijke toepassing van de idealen uit de Verlichting van de achttiende eeuw. Na institutionele rapporten over massale mensenrechtenschendingen in Syrië, was het een kwestie van geduld voordat de Nederlandse regering haar banden met de Syrische Republiek ging breken. In maart 2012 organiseerde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, een vergadering met de leden van de Syrische Nationale Raad. Het doel van deze meeting was het bevestigen van de Nederlandse steun voor het standpunt dat president Bashar Al-Assad moest aftreden en dat de Syrische oppositie eenheid dient uit te stralen voor een politieke transitie. 

 

Gelet op de snelle opmars van ISIS in Irak en Syrië en door het verzoek van de Verenigde Staten, sloot Nederland zich in september 2014 aan bij de Combined Joint Task Force. Dit is een internationale gevechtsgroep van 30 landen, geleid door de Amerikanen, als militair antwoord tegen de successen van de terroristische organisatie. Nederland zond voor de missie ‘Inherent Resolve’ een deel van haar Koninklijke Luchtmacht naar de Muwaffaq Salti militaire luchtbasis in Jordanië. Uiteindelijk bevonden zich zes F-16 gevechtsvliegtuigen en circa 400 ondersteunende troepen in Jordanië, de zuidelijke buurland van Syrië en Irak. De militaire operatie van de Koninklijke Luchtmacht  is op 2 januari 2019 beëindigd . 

 

Naast de militaire bijdrage, steunden het kabinet de Syrische oppositie met ‘non-lethal’ materieel zoals walkie-talkies en uniformen. Een bedrag van € 70 miljoen is gespendeerd aan circa 22 verschillende rebelgroepen. Via een nieuwsrapport van Nieuwsuur is 2018 is helder geworden dat een deel van de door Nederland gesteunde rebelgroepen door het Openbaar Ministerie als ‘terroristische groepering’ is gekwalificeerd. 

 

Oplossing: ‘herstel de banden met de Syrische Arabische Republiek’

Nederland moet zijn morele bezwaren laten varen en gaan praten met de Syrische dictator Assad,” aldus Kamerlid Martijn van Helvert namens de CDA tegenover het kabinet. De betreffende volksvertegenwoordiger wijkt hiermee af van het buitenlands beleid omtrent het steunen van de Syrische oppositie om zo het aftreden van Bashar Al-Assad te bewerkstelligen. Door het aanhalen van de diplomatieke banden, die in 2012 zijn verbroken, kan Nederland met Syrië zoeken naar oplossingen voor onder meer de jihadisten met een Nederlands paspoort. Deze uitspraak zorgde voor enige controverses. De minister van Buitenlandse zaken, Stef Blok, verklaart dat er ‘geen toekomst is voor Syrië als Assad aanblijft als president’. Ondanks de controversiële aard van de uitspraak, zou dit advies onderzocht moeten worden. 

 

De Syrische Burgeroorlog gaat aankomend jaar haar negende leeftijd tegemoet; een permanente oplossing is echter nog niet in zicht. De Provincie Idlib (Noordwest Syrië) is een bastion geworden van terroristische groeperingen. In Noord-Syrië woedt er een hevige strijd tussen de Koerdisch-gedomineerde Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) en Turkse troepen (gesteund door milities van de Syrische oppositie). De Verenigde Staten heeft haar regimenten teruggetrokken uit Syrië en overgeplaatst naar Irak. Tenslotte bevindt zich in al-Hol 70.000 IS-gevangen, vooral vrouwen en kinderen, waarvan een aanzienlijk deel een terugkeer wenst naar het Europese vasteland. 

 

Het conflict heeft vanuit politiek perspectief iets essentieels duidelijk gemaakt: Bashar al-Assad zal klaarblijkelijk het presidentschap behouden. Na een verzoek tot interventie van Syrië aan Rusland, ontving president Vladimir Poetin in september 2015 van het Russische parlement de toestemming om de Luchtmacht van de Russische federatie in te zetten in het Syrisch luchtruim. Gesteund door elite-eenheden van het Syrisch Leger, Irak, Iran en de Libanese Hezbollah, startte de Russische interventie. Het resultaat van deze grootschalige campagne is in ieder geval dat de soevereiniteit van de Syrische Republiek voor ruim 60% is bewaard. Ook voert de Syrische regering gesprekken met de SDF voor een politieke oplossing. De presidentiële delegatie uit Rusland maakte vandaag de dag kenbaar tegenover Bashar al-Assad dat het heroveren van het verloren territorium prioriteit is.

 

Artikel 90 van de Grondwet schrijft voor dat de regering ‘de ontwikkeling van de internationale rechtsorde’. Vanuit internationaal publiekrecht zou men kunnen beargumenteren dat het bijdragen aan een Syrisch vredesakkoord ook onder artikel 90 valt. Nederland, als staat waar het Internationaal Gerechtshof resideert, kan bijdragen aan een langetermijnoplossing. Bovendien heroverwegen EU-lidstaten hun (beëindigde) bilaterale relatie met Syrië. Zo schuwen Oostenrijk, Polen, Hongarije en Italië niet voor een samenwerking met de regering van Bashar al-Assad, onder meer met betrekking tot de terugkeer van Syrische vluchtelingen.

 

 J. van der Salm, ‘Burgerdoden in Irak en de retoriek van Mark Rutte’, Fiat Justitia 26 november 2019.

 Redactie, ‘De Herrijzenis van IS’, De Standaard 30 november 2019.

 I.J. Brugmans, Thorbecke, Haarlem: De Erven F. Bohn 1958.

 Redactie, ‘Rosenthal. Moedig Syrische militairen aan over te lopen naar de oppositie’, Het Parool 1 april 2012.

 G. Dahhan & M. Holdert, ‘Staatsgeheimen over Nederlandse steun aan Syrische rebellen zijn per ongeluk onthuld, Trouw 21 november 2018.

 N. Rigter, ‘CDA. Ga met Assad praten’, De Telegraaf 13 september 2019.

 A. van Es, ‘In de cel bij 5.000 IS-strijders, ‘Weet jij wat met er met de vrouwen is gebeurd?’, De Volkskrant 22 november 2019.

 Redactie, ‘Putin delegation confirms to Assad the need to retake all of Syria, Al Masdar News 3 december 2019.

 T. Danckaers, ‘Het is nog te vroeg en te gevaarlijk om terug te keren naar Syrië’, Mondiaal News  15 maart 2019.


Discussie