De omstreden anonimiteit van spermadonoren

door:
Er zijn anno 2018 vele manieren om kinderen te krijgen. Ongewenst kinderloos zijn kan dus in veel gevallen worden voorkomen. Zo bestaat er IVF, zijn er draagmoeders en zijn er mensen die hun geslachtscellen doneren. De laatste tijd is dit onderwerp weer vaak in het nieuws. Zo wil de ChristenUnie een gratis DNA-test voor donorkinderen invoeren.[1] Ook rijst de vraag of donorkinderen naar de rechter kunnen om de identiteit van hun spermadonor te achterhalen. Dit was het geval bij een rechtszaak tegen het ziekenhuis Rijnstate in Arnhem en MC Kinderwens in Leiderdorp.[2] Bij dit proces komen veel juridische en ethische vraagstukken kijken. Wie geniet er rechtsbescherming? Hoe zit het met de anonimiteit van de donor?

In Nederland zijn er aan het ter beschikking stellen van geslachtscellen strengere eisen verbonden dan aan het ter beschikking stellen van ander lichaamsweefsel. Dit komt omdat geslachtscellen een bijzondere eigenschap hebben: er kunnen daadwerkelijk mensen uit voortkomen. Het ter beschikking stellen van bijvoorbeeld sperma mag alleen wanneer je meerderjarig en wilsbekwame bent. De zeggenschap over deze cellen komt toe aan degene van wie ze afkomstig zijn, dus aan de donor.[3] Dit alles wordt opgenomen in een schriftelijke overeenkomst. Ook moet de terbeschikkingstelling om niet gebeuren. Er mag dus behalve een onkostenvergoeding geen andere vergoeding tegenover staan. Daarnaast is het maximum aantal kinderen per donor gesteld op vijfentwintig.

Het kind dat met behulp van kunstmatige bevruchting is ontstaan, heeft er recht op om te weten wie zijn genetische ouders zijn. In de praktijk leidt dit vooral tot de vraag of persoonsidentificerende gegevens van de spermadonor aan het kind mogen worden verstrekt. Voor de inwerkingtreding van de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (WDKB) was anonimiteit een mogelijkheid voor de spermadonor: hij mocht kiezen. Dit werd gebaseerd op de geheimhoudingsplicht van de hulpverlener en het recht op privacy, neergelegd in het EVRM.[4] Sinds 2004 is dat verboden.[5] De donor moet een schriftelijke verklaring ondertekenen waarin hij instemt tot verlening van zijn gegevens. Leidende jurisprudentie hierbij zijn de Valkenhorst zaken.[6] Haaks op de belangen van de donor stond namelijk het belang van het kind om te weten van wie het afstamt. In de Valkenhorst zaak werd het recht op kennisname van afstammingsgegevens erkend. Dit recht is niet absoluut, want het moet worden afgewogen tegen de belangen van bijvoorbeeld de ouders, maar vaak prevaleert het wel. Hier ging het echter niet om donorinseminatie, maar om inzage in de medische dossiers van de moeder. Er konden dus nog geen rechten aan ontleend worden voor kinderen van donorvaders.

Sinds 2004 is dit veranderd. De wet donorgegevens kunstmatige bevruchting trad in werking. De wetgever heeft ervoor gekozen om het belang van het kind, om te weten van wie het afstamt, in beginsel zwaarder te laten wegen dan het recht op geheimhouding van de donor. Volgens deze wet moeten bij donatie de medische gegevens, persoonlijke maar niet identificeerbare gegevens en persoon identificerende gegevens worden opgeslagen in een centraal opslagpunt. Hierover waakt de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Deze gegevens worden dertig jaar bewaard. Ieder kind van 16 jaar of ouder dat weet of vermoedt door middel van donorbevruchting verwerkt te zijn, kan de stichting om deze gegevens verzoeken. Dit kan alleen door het kind zelf gebeuren, niet door de ouders of door kinderen van het donorkind. De stichting heeft een inspanningsverplichting om de donor te vinden. Een ontmoeting is echter niet afdwingbaar, evenals een omgangsregeling. In eerste instantie wordt er goedkeuring voor het verlenen van gegevens aan de donor gevraagd door de stichting, maar zonder toestemming worden de donorgegevens ook verstrekt. Dit gebeurt alleen niet wanneer er sprake is van zwaarwegende belangen van de donor die meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden. De donor kan bezwaar maken en in beroep gaan.[7] Van zwaarwegende belangen kan in een aantal gevallen sprake zijn. Een spermadonor die op zeer jonge leeftijd heeft gedoneerd en toen nog geen gezin had, kan zich erop beroepen dat zijn huidige gezin geen weet heeft van de situatie. Het kan in zo’n geval onrechtvaardig zijn om de gegevens te verstrekken. Eveneens is dit denkbaar in situaties waarin de donor in de gevangenis zit of in een  psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen.

Ondanks deze wet staat of valt de praktijk natuurlijk met openheid van ouders. Er is geen wettelijke verplichting voor de ouders tot voorlichting van het kind over de wijze waarop het is verwekt. Vanaf 2004 mogen spermadonoren dus niet meer anoniem zijn, aangezien kinderen recht hebben op de kennis van hun achtergrond. Voor de donorkinderen van voor 2004 geldt echter een afwijkende regel. De spermadonor mocht voor de invoering van de wet in 2004, zijn keuze voor de laatste keer wijzigen. Hij gaf dus definitief goedkeuring of een weigering. Na 2004 was dit niet meer mogelijk. Dit leidt dus tot een oneerlijke situatie. Donorkinderen uit bijvoorbeeld de jaren negentig hebben nu geen afdwingbaar recht op het weten van hun afkomst, terwijl een donorkind verwerkt in 2005 dat wel heeft. De donorkinderen van de rechtszaak genoemd in de inleiding hebben wettelijk gezien dan ook geen afdwingbaar recht om toch de identiteit van hun vader te kunnen achterhalen. Het ziekenhuis mag deze gegevens ook niet verstrekken: zij zijn gebonden aan de wet.


[1] A. Van Put, ‘ChristenUnie wil gratis dna-test voor donorkinderen’NOS17 oktober 2018, nos.nl.

[2] ‘Donorkinderen naar rechter om identiteit spermadonors te achterhalen’NOS6 oktober 2018, nos.nl.

[3] Art. 5 lid 1 Embryowet.

[4] Art. 8 jo. 10 EVRM.

[5] M. Veen, ‘Spermaklinieken jarenlang in de fout met gegevens donoren’, Nieuwsuur10 februari 2018, nos.nl

[6] HR 15 april 1994, TvGR 1994/45.

[7] Art. 3 WDKB.

 


Discussie

Relevante artikelen