Demonstraties bij abortusklinieken

Recht op betoging vs. Toegang tot abortus

Door: Kamilla Csavas

Een bezoek aan een abortuskliniek heeft een grote impact op het leven van deze vrouwen. Het bezoek is dus emotioneel al zwaar genoeg. Echter, het bezoek zal nóg ingrijpender worden ervaren op het moment dat er ook nog activisten voor de deur van de kliniek staan die deze vrouwen ervan willen overtuigen dat ze de verkeerde keuze maken. Aan de andere kant is het begrijpelijk dat anti-abortus partijen en anti-abortus stichtingen de kans willen krijgen om de bezoekers te informeren over de opties die naast abortus bestaan, maar dit informeren is niet altijd even makkelijk. Een gebiedsverbod is de oplossing voor de bezoekers die intimiderend gedrag ervaren, maar betogers worden daardoor beperkt in het uitoefenen van hun grondrecht. De abortusklinieken zijn blij met de onlangs genomen maatregelen, maar zij willen nog een stap verder; een landelijk verbod op demonstraties rond de klinieken.[1] Gaat dat niet te ver?

De situatie
Demonstranten spreken vrouwen in Nederland aan door bij de veertien in Nederland bestaande abortusklinieken te bivakkeren, met het doel om hen te overtuigen van abortus af te zien. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen de vrouwen dit als zeer hinderlijk en intimiderend ervaren. De demonstranten willen de vrouwen informeren over de opties die ze hebben naast abortus, maar daarmee wordt wel toegang tot de kliniek, letterlijk en figuurlijk, bemoeilijkt. Om de intimiderende gedragingen in Arnhem te stoppen, heeft burgemeester Marcouch uiteindelijk besloten dat binnen 500 meter van de kliniek niet zonder vergunning gedemonstreerd mag worden.[2] Zoals in artikel 172 eerste lid van de Gemeentewet is neergelegd, is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde. Een van de instrumenten daarvoor, neergelegd in artikel 172a van de Gemeentewet is het opleggen van een gebiedsverbod bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde.

Uitspraak Rechtbank Noord-Holland[3]

In juli heeft pro-life stichting Donum Domini de voorzieningenrechter gevraagd om de beperkende maatregelen in het besluit van de burgemeester van Heemstede op te heffen. In dat besluit heeft de burgemeester bepaald dat de demonstranten 25 meter afstand dienen te houden van de abortuskliniek. Artikel 9 lid 2 van de Grondwet en artikel 5 lid 1 van de Wet openbare manifestaties (hierna: wom) geven de burgemeester ruimte om beperkingen te stellen en om demonstraties te verbieden. Een verbod of beperking kan niet lichtelijk worden opgelegd en moet daarnaast ook noodzakelijk en proportioneel zijn.

De verzoeker heeft betoogd dat de afstandsbeperking de effectiviteit van de demonstratie in gevaar brengt. Op 25 meter afstand kunnen de betogers geen bezoekers meer aanspreken en flyers overhandigen. Het aangaan van een gesprek om alternatieven voor abortus te bieden wordt ook beperkt.

De burgemeester heeft de vrees voor wanordelijkheden onderbouwd door het vermelden van eerdere meldingen van hinderlijk en intimiderend gedrag. Het aanspreken van de bezoekers, voorbijgangers en personeel en een folder in hun handen drukken wordt als intimiderend ervaren.

De voorzieningenrechter herhaalt de regel dat de staat een positieve verplichting heeft om de grondrechten van de verzoeker te waarborgen, maar komt tot de conclusie dat er geen schending is van artikel 9 van de Grondwet. Bij een betoging moeten de betogers in staat zijn om hun gedachten en gevoelens over maatschappelijke en politieke kwesties op de openbare weg kenbaar te maken aan anderen, maar dat is hier niet aan de orde. Het aanspreken van individuen rondom de kliniek om hun persoonlijke situatie te bespreken, behoort, naar oordeel van de rechter, niet tot het betogingsrecht en geniet dan ook niet de bescherming van artikel 9 van de Grondwet. Het gemeenschappelijk aanspreken van de bezoekers als onderdeel van een demonstratie is verder een wanordelijkheid die een beperking rechtvaardigt. Het hindert bezoekers onevenredig in hun vrijheid om ongestoord gebruik te maken van hun rechten uit de Wet afbreking zwangerschap. De gemeenschappelijk beleefde gedachten en wensen op politiek of maatschappelijk gebied van de verzoeker kunnen voldoende duidelijk worden uitgedrukt op 25 meter afstand van de abortuskliniek. Daarnaast staat het de bezoekers vrij om een gesprek aan te gaan met de betogers.

Landelijk verbod
Het recht op betoging is een belangrijk grondrecht, dat ook minderheden de ruimte biedt om hun stem te laten horen. Er rust dan ook een positieve verplichting op de staat om het gebruik van dat recht te ondersteunen. De situatie wordt wel moeilijker wanneer het recht op betoging botst met de rechten van andere burgers, maar kennelijk is dat niet het geval wanneer anti-abortusactivisten hun doel willen bereiken door het persoonlijk aanspreken van bezoekers van een kliniek. Er is namelijk geen sprake van betoging in de zin van artikel 9 van de Grondwet, dus bestaat er derhalve geen verplichting. Dit biedt ruimte voor lokale overheden om maatregelen te treffen. Toch bestaat er veel onzekerheid. Een algeheel verbod kan de oplossing zijn om hinderlijke en intimiderend gedrag te stoppen, maar tegelijkertijd worden bij mogelijk vreedzame demonstraties de grondrechten beperkt.

Manifestaties kunnen onder andere verboden worden bij vrees voor wanordelijkheden volgens art. 5 lid 1 Wom. Het individueel aanspreken van bezoekers met als doel om ze te weerhouden van het bezoeken van de kliniek, valt onder wanordelijkheden. Echter, het moet goed worden onderbouwd dat er een vrees voor wanordelijkheden bestaat. Sommige gemeenten zijn begonnen met het monitoren van de situatie rond de plaatselijke abortusklinieken om een beter beeld te krijgen van hoe de demonstraties daadwerkelijk verlopen.[4]

Is de 500 meter wel proportioneel? In de besproken casus moesten de demonstranten 25 meter uit de buurt van de kliniek blijven. Dat stelt ze wel in de gelegenheid om gezien te worden door de bezoekers, die geïnteresseerd zouden zijn. De betoging kon plaatsvinden op een drukke straat, waar de uitingen door veel mensen gehoord konden worden. Het is makkelijk voor te stellen dat 500 meter van de kliniek de bezoekers niet in contact komen met de manifestatie. Zelfs als de demonstranten niet de bezoekers individueel willen aanspreken, zijn zij nog steeds de doelgroep van de demonstratie.

Conclusie

Onveranderd blijft dat het recht op betoging een zeer belangrijk grondrecht is, maar de manier waarop de anti-abortusgroepen hun mening uiten, kan een beperking rechtvaardigen. De bezoekers van een abortuskliniek moeten ongestoord gebruik kunnen maken van hun recht. Desondanks zou naar mijn mening een permanente bufferzone van 500 meter een te grote inbreuk vormen. Welke maatregelen niet onevenredig zijn, hangt nauw samen met de omstandigheden in de concrete gevallen. Een beoordeling per gemeente heeft een grotere kans van slagen en zou een betere oplossing bieden waarmee beide partijen tevreden kunnen zijn.

 


[1]‘Abortusklinieken willen verbod op demonstraties voor de deur’ nos.nl 16 september 2020.

[2]‘Burgemeester Marcouch pakt  intimidatie vrouwen abortuskliniek aan’, nos.nl 15 september 2020.

[3]Rb. Noord-Holland 21 juli 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:5579.

[4]Nog geen bufferzone bij abortuskliniek Zwolle’, rtvfocuszwolle.nl 10 maart 2020.