Duurzaamheidsweek: Groene stroom

Door: Sietske Prosman

Wist je dat wanneer je groene stroom afneemt, je dezelfde stroom uit de muur krijgt als je buren die grijze stroom afnemen? Er is namelijk maar één stroomnet waar alle stroom doorheen gaat. Elektriciteit die van bijvoorbeeld een windmolen komt, gaat niet via een aparte kabel naar degene met een windcontract. Maar is groene stroom dan een fabeltje of is het nep?     

Kort gezegd: nee, groene stroom is niet nep. Elke kilowattuur is namelijk traceerbaar en dat komt door het Garanties van Oorsprong-systeem. Als de fysieke stroomproductie van bijvoorbeeld een Noorse waterkrachtcentrale eenmaal op het elektriciteitsnet zit, is deze niet meer traceerbaar. Maar de digitale Garanties van Oorsprong (“GvO”) nog wel. Om te begrijpen hoe dat precies werkt, moet je snappen hoe de handel van GvO’s in zijn werk gaat. Een certificeringsorganisatie geeft voor elke eenheid duurzaam opgewekte stroom een certificaat uit, een GvO. Bij de productie van hernieuwbare elektriciteit krijgt je dus een GvO. Bijna alle Europese landen zijn aangesloten bij het GvO-systeem. De GvO dient ervoor om te bewijzen dat de geleverde energie daadwerkelijk duurzaam is opgewekt. De eigenaar van een windmolen krijgt net zoveel GvO’s als die windmolen aan elektriciteit produceert. Een GvO staat voor 1 megawattuur (MWh). Dus als een windmolen 5500 MWh aan stroom produceert, levert dat 5500 GvO’s op. 

Voor handelaren zijn dit hele aantrekkelijke certificaten. Het is ook mogelijk om ze door heel Europa vrij aan elkaar te verkopen. Het tekort aan groene stroom in Nederland wordt opgevangen door een GvO die uit het buitenland komt. Dit is natuurlijk een beetje gek, want hoe kun je een fysiek tekort aan groene elektriciteit opvangen met alleen een certificaat? Nou, dat gaat als volgt in zijn werk. Een Nederlandse energieleverancier koopt stroom en GvO’s. De stroom die hij koopt is grijze stroom en is afkomstig van Nederlandse fossiele centrales. De stroom die de leveranciers kopen is vaak de goedkoopste stroom op de markt. Ook koopt deze leverancier een GvO vanuit bijvoorbeeld Noorwegen (waar een overvloed is aan GvO’s). Bij elke megawattuur aan stroom die als groene stroom wordt verkocht aan klanten, wordt een GvO ‘afgeboekt’. Uitgaande van het gemiddelde gaat het per jaar om 3 GvO’s per huishouden.

De Autoriteit Consument en Markt houdt toezicht op het GvO-systeem, op deze manier kan groene elektriciteit niet dubbel verkocht worden. Op GvO’s staat precies waar en wanneer de centrale een megawatt aan stroom heeft geproduceerd. Een GvO kan worden verhandeld door energiemaatschappijen of allerlei ander soort bedrijven, mits ze staan ingeschreven als handelaren.

Er kan dus gezegd worden dat de meeste groene stroom in Nederland uit het buitenland komt. Maar wat er dan vaak vergeten wordt te zeggen is dat de stroom ook in het buitenland blijft. Als we bijvoorbeeld kijken naar Noorwegen zien we dat Noorwegen een overschot heeft aan groene stroom en dus ook aan de GvO’s. De Noorse fjorden draaien al sinds lange tijd op waterkrachtcentrales. Dit produceert ontzettend veel duurzame energie. Deze energie wordt op het hoogspanningsnet gezet en gebruikt door de Noorse consumenten. In Noorwegen zelf is echter vrij weinig vraag naar groene stroom en daarom worden de GvO’s ook heel goedkoop verhandeld. 

Nederlandse handelaren kopen deze GvO’s massaal in en strepen het per huishouden af voor de hoeveelheid groene stroom die zij verkopen (maar de groene stroom blijft dus wel in Noorwegen). Een ander land waar veel gehandeld wordt in GvO’s is Italië. Italië levert voornamelijk veel GvO’s op basis van windstroom. 

Het idee achter dit systeem zit als volgt, als landen worden beloond voor groene stroom door middel van certificaten die zij kunnen verkopen voor geld, kunnen die landen dat geld steken om nog meer groene stroom te produceren. Maar het probleem is wel dat de fysiek groene stroom, ondanks de GvO’s, in bijvoorbeeld Italië en Noorwegen blijft. GvO’s zorgen er ook voor dat je weet waar groene stroom is opgewekt en de prijs van GvO’s kan ervoor zorgen dat een economische prikkel ontstaat om groene stroom op te wekken (je kan er natuurlijk geld mee verdienen). Maar bij veel ‘groene’ landen mist deze prikkel vaak. Deze landen, zoals hierboven beschreven bij Noorwegen ook het geval is, wekken al heel lang groene stroom op en hebben wellicht de klimaatdoelstellingen al gehaald. De GvO’s zijn voor dat soort landen minder belangrijk en daarom gaan ze zo goedkoop over de toonbank.

Omdat Nederlandse stroomleveranciers nu heel goedkoop aan buitenlandse GvO’s kunnen komen hoeven zij helemaal niet hun best te doen om meer groene stroom te produceren, Je kunt wel zeggen dat Nederland nu slechts aan het afboeken is. Nederland zal pas meer groene stroom moeten gaan produceren als er een tekort komt aan GvO’s. Maar heeft het dan nog wel zin om groene stroom te kopen? Ja, dit heeft zeker nog zin! Maar let alsjeblieft wel op de herkomst van de stroom. Want dan pas, maak je echt een verschil!