Ethiopische bitterballen

door: door:
Een Ethiopisch restaurant vormt het decor voor het volgende onderwerp. We zijn hier aangeschoven voor een onderwerp wat de gemoederen in Ethiopië heeft beziggehouden: een traditioneel Ethiopisch gerecht dat al millennia wordt gemaakt.Prettig is het dat ons onderwerp het eten zelf betreft. Het gerecht bestaat uit een aantal groenten- en vleesmixen die gegeten dienen te worden met een soort pannenkoek gemaakt van de graansoort teff. Op de menukaart is te lezen dat het restaurant teffpannenkoeken wel verkopen, maar voor meerprijs van EUR 5,- en alleen indien voorradig. Wij vragen aan de serveerster of de teffpannenkoeken voorradig zijn. Helaas, er is al een tijdje geen teff meer voorradig in het restaurant. Een mopperende eigenaar van het restaurant klaagt nadat wij om de reden vragen over de stijgende prijzen en schaarsheid van de graansoort in de afgelopen 15 jaar. Nadat hem bekend werd dat dit kwam door een patent gelegd op teff producten door Nederlandse ondernemers brakzijn spreekwoordelijke klomp.

De teffpannenkoek is voor de Ethiopiërs wat rijst voor de Chinezen en de aardappel voor de Hollanders is.Het voordeel van het teffgraan is dat het geen gluten bevat. Een eigenschap, dat zeker met de huidige markt voor glutenvrije producten, niet onaardig is. Begin 21eeuw bekeken Jans Roosjens en Hans Turkensteen, twee Drentse ondernemers, de mogelijkheden van de tarwesoort. Een deal met de Ethiopische regering verschaft ze de mogelijkheid te experimenteren met verschillende soorten teff. Tegen de afspraken in, leggen de twee ondernemers toch twee patenten op de graansoort. De genetische code van het graan is onveranderd gebleven. De ondernemers claimen echter een nieuw soort bereidingswijze te hebben uitgevonden waardoor het teff beter bakt.[1]In 2003 hebben twee patenten gelegd met betrekking tot teff: de verwerking van nagerijpt teffmeel en het meelmengsel omvattende teffmeel. Deze twee octrooien zijn zo breed geformuleerd dat ongeveer elke handeling met teff hieronder valt. Er werd ook een Europees patent aangevraagd, met als resultaat dat het octrooi ook in Duitsland, België, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk en Italië van kracht ging.[2]In 2006 is het patent zelfs uitgebreid naar de Verenigde Staten. Daarmee deed de situatie zich voor dat bij verkoop van het meel van de in Ethiopië geoogste teff, de producenten officieel een vergoeding verschuldigd waren aan de Nederlanders.  De media en regering in Ethiopië waren verbolgen over de gang van zaken en veroordeelde de actie van de twee Nederlanders.[3]Ethiopiërs waren met stomheid geslagen en dreigden een zaak aan te spannen bij het Hof van Arbitrage van de Internationale Kamer van Koophandel in Parijs (ICC).[4]Alhoewel meneen Ethiopisch restaurant moet zoeken om Injera te eten, zou het volgens twee Nederlanders duseen Nederlandse uitvindingmoeten zijn. De twee Nederlanders kwamen voor de rechter en de wetgeving in Europa werd aangepast. Gaat het patenteren van natuurlijke producten ons dan toch te ver? Of moeten we het patenteren van alles wat leeft toestaan? 

Een octrooi

Om een geldig octrooi te krijgen, moet de uitvinding voldoen aan 3 zogenaamde materiële voorwaarden: nieuwigheid, inventiviteit en industriële toepasbaarheid.[5]Voldoet het octrooi niet aan deze voorwaarden, dan kan iemand die er inbreuk op maakt terecht aanvoeren dat het octrooi niet geldig is. De uitvinding mag dus niet bekend zijn, in praktijk of theorie. De uitvinding moet ook een ongebruikelijk, origineel idee zijn dat niet door vakmensen/deskundigen op het vakgebied makkelijk te bedenken is. Als laatst moet de uitvinding technisch zijn en moet de aanvrager ook kunnen bewijzen dat de uitvinding echt werkt.

Het Europees Octrooibureau (EOB) beslist of een octrooi naar aanleiding van een aanvraag van de uitvinder wordt afgegeven. Wanneer een Europees octrooi wordt aangevraagd bij het EOB, kan de aanvrager na verlening kiezen in welke landen die deelnemen aan het Europees Octrooiverdrag hij bescherming voor zijn uitvinding wenst. Er is dus niet sprake van één octrooi dat automatisch in alle lidstaten geldig is, maar een bundel van nationale octrooien. Op deze nationale octrooien is vervolgens het nationale octrooirecht van toepassing.

Octrooi op natuurlijke producten

De Rijksoctrooiwet bepaalt in artikel 2a specifiek dat onder uitvindingen mede wordt verstaan de uitvinding die betrekking heeft op een voortbrengsel dat uit biologisch materiaal bestaat, bevat of betrekking heeft op een werkwijze waarmee dit materiaal wordt verkregen, bewerkt of gebruikt. Het op een natuurlijke manier kruisen of selecteren van planten of dieren is niet vatbaar voor octrooi.[6]Het EOB heeft – naar aanleiding van een aanwijzing van de Europese Commissie – op 29 juni 2017 besloten geen octrooien meer te verlenen op ‘klassiek veredelde planten’, dus platen die op een natuurlijke wijze met elkaar gekruist zijn.[7]Op 5 december 2018 is echter door de Technische Kamer van Beroep van het EOB besloten dat dit niet verenigbaar is met het Europees Octrooiverdrag en dus nietig is. Deze beslissing leidt tot veel commotie en uiteindelijk tot Kamervragen in de Nederlandse politiek. Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) geeft aan dat de Nederlandse politiek weigert dit soort octrooien te erkennen.[8]Kan er nou wel of geen octrooi aangevraagd worden op planten en dieren die ‘uitgevonden’ zijn door middel van natuurlijke kruising of selectie?

Wanneer een Europees octrooi (ook) in Nederland wordt gevalideerd, is de Rijksoctrooiwet 1995 hierop van toepassing. Volgens artikel 3 lid 1 sub d van de Rijksoctrooiwet 1995 zijn de voortbrengselen van werkwijzen van wezenlijk biologische aard zoals kruisingen en selecties, niet octrooieerbaar. Deze interpretatie van de Biotechrichtlijn door de Nederlandse wetgever stemt overeen met de interpretatieve verklaring van de Biotechrichtlijn door de Europese Commissie. Zou er voor een dergelijke ‘uitvinding’ toch een octrooi worden verleend in Nederland, moet de belanghebbende zelf naar de Nederlandse rechter stappen om de nietigheid daarvan in te roepen.

Toch is dat niet het hele verhaal. Juist voor kleinere bedrijven werpen octrooien een drempel op. Zij hebben geen gespecialiseerde juristen en missen de financiële armslag om octrooien aan te vechten. Bovendien hebben de meeste octrooien betrekking op een beperkt aantal voedingsgewassen, zoals tomaat, paprika, sla- en koolgewassen. In zo’n gewas heb je al snel met een tiental octrooien te maken. Omdat het vaak om belangrijke eigenschappen gaat, wil een veredelaar voor elk van deze octrooien een licentieovereenkomst afsluiten. Dat vergt veel geld én welwillende octrooihouders. Het is de vraag of ze altijd bereid zijn om die licenties aan iedereen te geven. Dat kan de ontwikkeling van nieuwe rassen op langere termijn afremmen. 

Teff-rechtszaak

Terug naar de teff patenten, alle handelingen met het teffmeel zijn beperkt door de octrooien. Dit ondervond ook een bakker uit Nederland tijdens de olympische spelen. Ze gebruiken een nieuwe formule waarbij ze teffmeel verwerken om brood te bakken voor de atleten. Er wordt een rechtszaak tegen ze aangespannen door de twee ondernemers uit Drenthe. De bakkers worden ervan beschuldigd dat de octrooirechten hebben geschonden. Het geschil loopt op tot de rechtbank in Den Haag(Rechtbank Den Haag is de enige ontvankelijke rechtbank wat betreft octrooigeschillen[9]). De rechter besluit in het voordeel van de bakkers, de octrooien worden nietig verklaard. De motivatie van de rechtbank is gebaseerd op het niet inventief zijn van het octrooi. De vorderingen van de twee ondernemers wordt daarmee ook afgewezen. Het enige wat door de rechter in stand is gehouden zijn de proceskosten.[10]De voormalig octrooihouders besluiten niet in hoger beroep te gaan. De bakkers zijn nog niet uitgeprocedeerd: ze willen het Europese octrooi ook laten vernietigen. Hiermee zou de weg open zijn om de teff-broden ook te verkopen bij onze buurlanden. 

De uitspraak van de rechtbank lijkt het einde in te luiden voor octrooien op natuurlijke producten. Alhoewel het EOB nog verdeeld is, is de politiek eensgezind. Het liefst vandaag nog zijn de patenten op natuurlijke producten verleden tijd. Met de uitspraak van de rechtbank geeft de rechter een striktere invulling aan de inventiviteit. Een invulling waar meer mensen zich in zullen vinden. Het komt innovatie en ontwikkeling ten goede als het gebruik van alle natuurlijke producten voor iedereen beschikbaar wordt, in plaats van alleen de mensen die net iets eerder bij het octrooibureau waren. Kleinere ondernemingen worden niet beperkt door een oneerlijke concurrentiestrijd die ze nooit kunnen winnen. Het is nooit de bedoeling van de wetgeving geweest om de mogelijkheid te verschaffen voor individuen om natuurlijke producten te patenteren. Het is wel gebeurd, met een patent op teff als voorbeeld. Met de uitdaging om iedereen op aarde te blijven voeden, is het van belang dat iedereen ook de mogelijkheid krijgt om eten te maken van natuurlijke voedingsstoffen zonder een bedrijf dat met juristen een schadevergoeding eist. Gelukkig lijkt het tij gekeerd, patenten worden ongeldig verklaard en vorderingen afgewezen. De mens gaat zich langzaam beschouwen als onderdeel van de natuur in plaats van eigenaar ervan. Dan kunnen wij ons verheugen op injera gemaakt van teff waar alleen de natuur eigenaar van is. En dan stiekem hopen dat de bitterbal gewoon een Nederlandse delicatesse blijft. 


[1]Zie Nederlands Octrooiregister (RVO), publicatienummer 1023977 verwerking van nagerijpt teff-meel en 1023978 titel Meelmengsel omvattende teff-meel.

[2]Jonathan Witteman ‘Hoe een Drenth patent kreeg op een duizend jaar oud Ethiopisch superfood’  www.volkskrant.nl

[3]All Africa ‘Ethiopia: Dutch company using scientific jargon to avoid teff patent right controversy’ 19 juli 2018 (www.allafrica.com)

[4]Bakkerswereld 16 augustus 2018 ‘Nederlands patent op teff inzet voor internationale arbitrage’ www.bakkerswereld.nl

[5]Artikel 2 lid 1 Rijksoctrooiwet.

[6]Artikel 3 lid 1 onder d Rijksoctrooiwet.

[7]EPO 29 juni 2017, www.epo.org/(zoek op ‘plant and animal’).

[8]Aanhangsel Handelingen II2018/19, 1341.

[9]Artikel 80 Rijksoctrooiwet.

[10]ECLI:NL:RBDHA:2018:13960 


Discussie