Euthanasie

Is het nog wel een uitweg voor het lijden?

Door: Floor de Bruin en Sophie de Haan

“Ik wil niet als een dief in de nacht vertrekken en een leegte achterlaten. Ik wil niet gevonden worden door een onvoorbereide toevallige passant. Ik wil de dood recht in de ogen kijken als ik ga”.[1]

Euthanasie is afgeleid van het Griekse woord euthanatos en betekent de goede dood. Waar de Griekse helden sneuvelden in een eervolle strijd, hadden Romeinse keizers het voorrecht om te sterven in bed. Volgens Stoïsche filosofen was de dood een bevrijding van het domme volk. Voor hen was euthanasie geen uitweg uit het lijden, maar een zelfverkozen, passende bekroning van het leven. De verantwoordelijkheid lag niet – zoals in onze tijd – bij de arts, maar bij de stervende zelf. De keuze van de stervende voor een goede dood bepaalde of al dan niet sprake was van euthanasie. Ten tijde van de Oudheid was het ondenkbaar dat men de macht over leven en dood overliet aan een arts of een medicus.  Deze arts of medicus was slechts een willig werktuig, waarbij diens hulp de dood niet ‘een goede dood’ maakte. De macht over leven en dood bezat de stervende.[2] De goede dood komt in het huidige euthanasiebeleid ook duidelijk naar voren, maar wordt nu nauw beheerst door de zorgvuldigheidseisen omtrent het toepassen van euthanasie. In deze bijdrage wordt toegespitst op het huidige euthanasiebeleid. Welk wettelijk kader wordt gehanteerd voor het toepassen van euthanasie, bij welke aandoeningen is euthanasie mogelijk en met welke problemen kampt het huidige beleid?

Wettelijk kader
In een eerder door Fiat Justitia gepubliceerd artikel over euthanasie, genaamd Euthanasie, de vervolging van een arts, werd het wettelijke kader van euthanasie besproken. In deze bijdrage zal derhalve het wettelijke kader (opnieuw) kort worden geschetst. Voor diepgaande informatie over het wettelijke kader, zie ook het voorgaande genoemde artikel.

Een arts dient te voldoen aan de zorgvuldigheidseisen die zijn neergelegd in art. 2 Wet toetsing Levensbeëindiging (hierna: Wtl). Op grond van art. 293 Sr is een arts die niet voldoet aan deze wettelijke vereisten bij toepassing van euthanasie strafbaar. Echter, op grond van het tweede lid van art. 293 Sr is neergelegd dat een arts niet strafbaar zal zijn, mits aan de wettelijke vereisten is voldaan.

De zorgvuldigheidseisen van art. 2 lid 1 Wtl houden in dat de arts:

  • De overtuiging heeft dat het verzoek van de patiënt om euthanasie vrijwillig en weloverwogen is gedaan. Er mag dus geen sprake zijn van een opwelling of druk van buitenaf;
  • De overtuiging heeft gekregen dat sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt. Hierbij gaat het met name om de beleving van de patiënt zelf;
  • De patiënt zorgvuldig heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten;
  • En de patiënt de overtuiging heeft dat er geen andere, redelijke oplossing is voor de situatie.
  • De levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

Daarnaast is vereist dat ten minste één andere onafhankelijke arts is geraadpleegd. Deze arts heeft de patiënt gezien en heeft schriftelijk zijn oordeel gegeven over de zorgvuldigheidseisen, zoals hierboven weergegeven. In het voorgaand genoemd artikel, worden de algemene overwegingen van de Hoge Raad weergegeven omtrent de schriftelijke verklaring van een patiënt in geval van dementie. Kort samengevat is volgens de Hoge Raad de grondslag voor een niet-strafbare levensbeëindiging het uitdrukkelijke, vrijwillige, weloverwogen en duurzame verzoek van de patiënt.[3]

Tevens moet de arts de overtuiging hebben dat is voldaan aan de zorgvuldigheidseisen, die ‘zoveel als feitelijk mogelijk’ moeten worden uitgelegd en toegepast in de situatie waarin levensbeëindiging plaatsvindt op basis van een actueel verzoek. Of sprake is van ondraaglijk lijden, vergt een zorgvuldige beoordeling van de actuele toestand van de patiënt op basis van alle omstandigheden van het concrete geval. Uitingen van de patiënt, al dan niet verbaal, kunnen hierbij een rol spelen, maar zijn niet doorslaggevend.

Uit het wettelijk stelsel volgt dat naleving van de zorgvuldigheidseisen eerst wordt beoordeeld door de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie. Indien een geval aan de strafrechter wordt voorgelegd, kan hij uitleg geven aan de wettelijke regeling, maar is de rechter terughoudend met betrekking tot de beoordeling van het medisch handelen van de arts. De beoordeling van het medisch handelen is derhalve in beginsel een zaak van de tuchtrechter, in plaats van de strafrechter.

Wanneer is euthanasie wel/niet mogelijk?
Zoals hiervoor weergegeven, is euthanasie slechts mogelijk bij mensen wiens lijden te wijten is aan een medische oorzaak. Denk hierbij aan een psychiatrische aandoening, dementie of meer dan één ernstige aandoening.[4] Bij het euthanasieverzoek wegens lijden aan een psychiatrische aandoening gelden de zes zorgvuldigheidseisen uit de euthanasiewet ook. Voordat het verzoek kan worden toegewezen, moet de arts derhalve beoordelen of de patiënt wilsbekwaam is. Begrijpt de patiënt de informatie, de situatie en de gevolgen van zijn keuzes? Speciaal voor de euthanasieverzoeken van patiënten die lijden aan een psychiatrische aandoening, is er door artsen en psychiaters een richtlijn gemaakt. Deze richtlijn vormt een kader voor artsen. Iemand met dementie kan ook een euthanasieverzoek indienen. Aangezien de patiënt door het ziektebeeld van dementie in een verder gevorderd stadium niet meer (voldoende) wilsbekwaam is om een euthanasieverzoek te doen, zijn er drie stadia te onderscheiden. In het eerste stadium van dementie kan het euthanasieverzoek zelfstandig worden gedaan. In het tweede stadium van dementie kan het zo zijn dat iemand niet meer (voldoende) wilsbekwaam is om het verzoek te doen. Als de patiënt een schriftelijk euthanasieverzoek heeft gedaan toen hij nog wilsbekwaam was, kan dat in de plaats komen van een mondeling verzoek. In het derde stadium van dementie kan de verzoeker soms zelf geen keuzes meer maken.[5]

Nu uiteen is gezet in welke gevallen euthanasie mogelijk is, rijst de vraag in welke gevallen euthanasie niet mogelijk is. Dit is het geval wanneer mensen ‘geen zin’ meer hebben in het leven, maar fysiek of psychisch nog wel gezond zijn of niet aan de zorgvuldigheidsvereisten voldoen. Indien men het leven voltooid vindt, waarbij geen medische onderbouwing is gegeven, is het toepassen van euthanasie niet mogelijk.

Problemen met betrekking tot euthanasie

Wachten op euthanasie in de psychiatrie
Psychiaters branden zich liever niet aan een euthanasieverzoek. De patiënten die zij zien, zijn relatief jong. Het is daarnaast volgens psychiaters moeilijk om te beoordelen of de wens om te sterven een symptoom van de ziekte is in plaats van een weloverwogen keuze. Voordat euthanasie kan worden toegepast, zijn zoals genoemd strenge regels gesteld. Het gevolg hiervan is dat patiënten vaak lang moeten wachten voordat het euthanasieverzoek wordt behandeld. In veel gevallen wordt het verzoek niet toegewezen. Zo werd in 2019 37 procent van de hulpaanvragen afgewezen, omdat er niet werd voldaan aan de zorgvuldigheidseisen.[6]

Uitspraak van de Hoge Raad; geen duidelijke maatstaf.
De uitspraak van de Hoge Raad op 21 april 2020[7] waarin werd geoordeeld dat een arts juist had gehandeld om de wilsverklaring van een 74-jarige dementerende patiënte als leidend te zien, was een belangrijke uitspraak ten aanzien van het handelen van artsen. De patiënte had in een wilsverklaring aangegeven euthanasie te willen, indien zij in een verpleeghuis terecht zou komen. Tegen de tijd dat ze in een verpleeghuis was geplaatst, was de vrouw wilsonbekwaam geworden. In de koffie-euthanasie uitspraak was de patiënte zwaar dement, waarbij haar verbale verklaringen niet overeen kwamen met de schriftelijke verklaring die de patiënte had gegeven op het moment dat ze nog wel wilsbekwaam was.  Twee artsen hebben de situatie van de patiënte beoordeeld, waarna ze tot het oordeel kwamen dat het euthanasieverzoek kon worden ingewilligd. De patiënte gaf aan dat ze nog wilde leven, maar dit kwam niet overeen met de situatie op dat moment en haar voorafgaande wilsverklaring. Daarnaast was haar omgeving van mening dat gehoor moest worden gegeven aan het euthanasieverzoek. Met de uitspraak van de Hoge Raad is een kader ontstaan voor de beoordeling van een euthanasieverzoek.   In deze bijdrage komt alleen de maatstaf die de Hoge Raad heeft gegeven aan de orde.

Volgens de Hoge Raad moet de situatie in ieder geval door twee artsen worden beoordeeld. In geval van een euthanasieverzoek moet per geval worden beoordeeld. In geval van voortschrijdende dementie, vloeit uit de wettelijke eisen voort dat in het schriftelijke verzoek specifiek moet worden gevraagd om levensbeëindiging wanneer de patiënt door de dementie zijn wil niet meer kan uiten. Indien geen sprake is van fysiek lijden, moet daarnaast uit het verzoek van de patiënt naar voren komen dat hij zijn (verwachte) lijden aan voortgeschreden dementie als ondraaglijk aanmerkt. De Hoge Raad geeft de artsen de ruimte tot interpretatie van het schriftelijke verzoek: het verzoek moet niet alleen aan de hand van de bewoordingen worden uitgelegd, maar ook op basis van andere omstandigheden waaruit de bedoelingen van de patiënt kunnen worden uitgelegd.

Ook als duidelijk is dat het verzoek is bedoeld voor de situatie van voortgeschreden dementie en die situatie inmiddels is bereikt, kunnen contra-indicaties worden gegeven. Indien de patiënt namelijk voorafgaand aan die periode uitingen of gedragingen heeft gedaan die moeten worden opgevat als een intrekking van de schriftelijke verklaring, is het niet meer mogelijk gehoor te geven aan het schriftelijke gevolg.[8] Of het wenselijk is dat de Hoge Raad een strikt kader geeft, is nog maar de vraag. Dit hangt namelijk af van de beoordelingsvrijheid van de artsen.
 

Euthanasie en Corona
De vraag die rijst, is of de huidige pandemie ook invloed heeft op de euthanasiepraktijk. Hierover zijn nog geen cijfers beschikbaar, maar het ligt in de lijn der verwachting dat ook euthanasieverzoeken op de kast zijn blijven liggen.  De mogelijke gevolgen worden later pas duidelijk. 

Conclusie
Euthanatos, ofwel waar euthanasie vroeger minder was gebonden aan strikte regelgeving, is dat in deze tijd steeds meer het geval. Desondanks komen niet alleen oudere in aanmerking voor euthanasie, maar ook jongeren. Echter, dit geschiedt enkel onder voorbehoud van zeer strikte regelgeving, met als gevolg dat een euthanasieverzoek pas wordt ingewilligd na het voldoen aan alle in dit artikel besproken vereisten. Een duidelijk kader is echter niet aanwezig. Nu de Hoge Raad een maatstaf heeft gegeven, wordt duidelijk dat in ieder geval meerdere artsen de patiënt dienen te beoordelen. Echter, duidelijke regels kunnen niet worden gegeven. Dit ligt ook aan de aard van het probleem, omdat elke situatie weer anders is. De lange wachttijden en wellicht de huidige pandemie hebben grote invloed op het euthanasiebeleid. Waar men vroeger zelf kon kiezen om heen te gaan, wordt dit nu beheerst door regels, wachttijden en terughoudende artsen. Tot slot valt er ook aan te merken dat de lange wachttijden en wellicht de huidige pandemie grote invloed hebben (en zullen hebben) op het euthanasiebeleid. Of het anders zou kunnen en of dit ook wenselijk is, is iets wat de tijd de maatschappij zal leren.

 


[1] Twitter.com, Euthanasie, gebruikersnaam: Torkson, 11 december 2020.

[2]A. van Hooff, ‘Euthanasie in de oudheid: ik rot weg in genot’, Historisch Nieuwsblad 2003.

[3] S. de Haan, ‘Euthanasie: de vervolging van een arts’, Fiat Justitia.

[4] ‘Euthanasie en de wet: sterven met de hulp van een arts’, Rijksoverheid.nl.

[5] ‘Euthanasiewens van patiënten met dementie’, Rijksoverheid.nl

[6] ‘Feiten en cijfers: patiëntenzorg 2019’, Expertisecentrum euthanasie, voorjaar 2020.

[7] Hoge Raad, 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:712.

[8] S. de Haan, ‘Euthanasie: de vervolging van een arts’, Fiat Justitia