Feardom of speech?

door:
Charlie Hebdo mag zich gelukkig prijzen dat het actief is in een land waar het verbod op godslastering al in 1881 (!) is afgeschaft. Andere Europese landen hebben hier een stuk langer over gedaan. Waar recentelijk 65% van de Ierse bevolking stemde voor een afschaffing van het blasfemieverbod[1], is het verbod op ‘smalende godslastering’ (art. 147 Wetboek van Strafrecht) per 1 maart 2014 ook in Nederland vervallen.[2]

Hoewel het Nederlandse blasfemieverbod tot haar afschaffing in de praktijk slechts een dode letter was, blijken in andere Europese landen blasfemieverboden en -aanklachten én strafrechtelijke veroordelingen wegens blasfemie nog geregeld voor te komen. Oostenrijk is hiervan een lichtend voorbeeld: in 2010 werd een Oostenrijkse man aangeklaagd voor het ‘vernederen van religieuze symbolen.’De reden? De man werd er door zijn Islamitische buren van beticht structureel zijn gazon te maaien en te jodelen wanneer zijn buren begonnen te bidden. De man schikte en betaalde zijn buren zo’n 800 euro.[3]

Een jaar eerder, in 2009, werd een Oostenrijkse vrouw in eerste aanleg veroordeeld wegens overtreding van het Oostenrijkse blasfemieverbod. Tijdens een door de FPÖ georganiseerd seminar met als titel “Basic Information on Islam”(Grundlagen des Islams), stelde mevrouw E.S het volgende over het huwelijk van de profeet Mohammed – omstreeks 600 na Christus een vijftiger - met de zesjarige Aisha:

A 56-year-old and a six-year-old? What do you call that? Give me an example? What do we call it, if it is not paedophilia?

Voor deze retorische vraag is de vrouw zowel in eerste aanleg als in hoger beroep veroordeeld tot een boete van 480 euro, vanwege ‘disparaging religious doctrines.’Dit ‘vernederen’van ‘religieuze doctrines’is in artikel 188 van het Oostenrijkse wetboek van strafrecht strafbaar gesteld. Met een beroep op artikel 10 EVRM (right to freedom of expression) ving de vrouw afgelopen 25 oktober echter ook bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bot. Voltaire draaide zich vermoedelijk nog maar eens om in zijn graf.

Het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Het Hof oordeelt dat met de strafrechtelijke veroordeling van mevrouw E.S. artikel 10 EVRM niet geschonden is.[4]Volgens het Hof moeten gelovigen accepteren dat zij niet ‘exempt from criticism’ zijn en dat zij ‘denial by others of their religious beliefs’moeten tolereren. Echter, zo vervolgt het Hof, staten mogen bepaalde uitingen van burgers wél aanmerken als ‘incompatible with respect for the freedom of religion’(en deze dientengevolge bestraffen) wanneer dergelijke uitingen de ‘limits of critical denial’te buiten gaan en deze kunnen aanzetten tot ‘religious intolerance.’Ook stelt het EHRM dat een zegswijze die ‘nodeloos offensief en profaan’ is ten aanzien van ‘objects of veneration’ zoveel mogelijk dient te worden voorkomen.

Van belang daarbij is dat het Hof overweegt dat nationale autoriteiten een ‘wide margin of appreciation’hebben om de vrijheid van meningsuiting te reguleren in verhouding tot ‘matters liable to offend personal convictions within the sphere of morals or religion.’Deze ‘wide margin of appreciation’komt de Oostenrijkse autoriteiten toe vanwege het feit dat zij, zo stelt het Hof, een betere positie hadden om te evalueren welke uitingen ‘the religious peace in their country’konden verstoren.

Wat betreft artikel 188 van het Oostenrijkse wetboek van strafrecht merkt het Hof op dat dit artikel niet per se álle godslasterlijke gedragingen die kunnen aanzetten tot het kwetsen van ‘religious feelings’verbiedt, maar dat vereist is dat de gedane uitingen ‘justified indignation’ kunnen opwekken. Volgens ‘Straatsburg’ hebben beide Oostenrijkse gerechtelijke instanties voldoende uitgewerkt dat de uitingen van mevrouw E.S. daadwerkelijk ‘gerechtvaardigde verontwaardiging’kónden opwekken. De uitingen waren namelijk niet ‘op objectieve wijze’gemaakt met het doel om bij te dragen aan het publieke debat: het door mevrouw E.S. gestelde kon slechts bedoeld zijn om aan te tonen dat de profeet niet een‘worthy subject of worship’was, aldus het Hof.

Het neerzetten van ‘objects of religious worship’ op een dusdanig provocatieve wijze die de ‘gevoelens van gelovigen pijn kan doen’(sic), kan daarom zowel volgens de Oostenrijkse nationale gerechten als volgens het Hof worden beschouwd als een ‘kwaadaardige schending van de wederzijdse tolerantie.’  

Bovendien kunnen volgens het Hof de uitingen van mevrouw E.S. worden gekwalificeerd als generaliserende waardeoordelen zonder voldoende feitelijke basis: de appellante had de profeet Mohammed op subjectieve wijze neergezet met pedofilie als zijn algemene seksuele voorkeur. Daarbij had ze gefaald om de haar publiek op neutrale wijze over de ‘historical background’bij haar stellingen te informeren. Door de niet-neutrale bewoordingen leverden de uitingen geen ‘objectieve bijdrage’aan het ‘publieke debat omtrent kindhuwelijken.’

Het Hof concludeert dat het, na de ‘wider context’ van de uitspraken van mevrouw E.S. te hebben beoordeeld, op voorzichtige wijze haar recht van vrije meningsuiting met de ‘rights of others to have their religious feelings protected, and to have religious peace preserved in Austrian society’, in balans heeft gebracht.

Kritiek

Niet geheel verrassend heeft deze uitspraak de afgelopen week tot kritische reacties geleid. Niet alleen voorvechters van de vrijheid van meningsuiting kwamen in opstand, ook EVRM-specialisten hebben de onderhavige uitspraak als ‘discutabel’bestempeld. [5]

Hoewel deze kritiek misschien terecht is, moet niet de indruk worden gewekt dat het Hof met deze uitspraak de strafbaarstelling van blasfemie expliciet toestaat. Dit blijkt uit het feit dat het Hof duidelijk maakt dat gelovigen níet te allen tijde gevrijwaard kunnen blijven van kritiek op of ontkenning van hun religie. Dat neemt niet weg dat het Hof met deze uitspraak laat blijken dat het lidstaten speelruimte biedt om eigenhandig de ‘religieuze vrede’binnen de eigen landsgrenzen in te schatten, waardoor bepaalde lidstaten min of meer met toestemming van het Hof religiekritiek kunnen bestraffen, om daarmee eigenlijk de overgevoeligheid van prikkelbare gelovigen te beschermen.[6]

Deze ‘bijwerking’ wordt daarnaast ook veroorzaakt door de ruime ‘margin of appreciation’die lidstaten toekomt ten aanzien van de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting en de vraag in hoeverre deze beperkt kan worden. Lidstaten kunnen hiermee immers het religieuze debat beknotten door het effect van controversiële religieuze opvattingen als gevaarlijker te beoordelen dan deze in werkelijkheid zijn.[7]

Doordat het Hof het Oostenrijkse Supreme Court volgt in de opvatting dat de uitingen slechts waren bedoeld om de profeet zwart te maken en om aan te tonen dat hij geen ‘worthy object of worship’is, lijkt het in diskrediet brengen van de profeet niet te worden beschermd door de vrijheid van meningsuiting. Men lijkt slechts nog over de profeet te mogen spreken met respect en goede intenties.[8]

Ook de argumenten waarmee het Hof de - toegegeven - wat kortzichtige en subjectieve stelling van mevrouw E.S. afkeurt, is aan kritiek onderhevig. Het Hof verweet de appellante dat zij niet op ‘objectieve wijze’over de profeet met pedofilie als zijn ‘algemene seksuele voorkeur’ sprak en dat zij de ‘historical background’waarin de profeet leefde niet in haar stellingen had betrokken. Met andere woorden: de appellante had (bijvoorbeeld) niet voorbij mogen gaan aan het feit dat het huwelijk van de profeet met Aisha ook na haar 18everjaardag in stand bleef. Het moet gezegd dat het betoog van mevrouw E.S. niet erg sterk was: ze heeft immers onvoldoende hard gemaakt dat de profeet psychisch daadwerkelijk een seksuele voorkeur voor jonge kinderen had.[9]Bovendien waren – gelet op de historische context -  kindhuwelijken in de late oudheid veel meer gemeengoed dan anno 2018. Maar door deze factoren te betrekken bij de vraag of er sprake is van een schending van de vrijheid van meningsuiting, impliceert het Hof in feite wel dat, in welke context dan ook, het enkel uitdrukken van incorrecte of ongenuanceerde opvattingen over een religie een bij nationaal recht strafbare overtreding kán vormen.[10]

Het enige motief van deze uitspraak lijkt daarom, in de woorden van Grégor Puppinck – directeur van het ECLJ[11]– ‘angst voor Moslims’te zijn. Althans, het Hof laat de Oostenrijkse autoriteiten toe een dergelijke inschatting te maken. Het Hof geeft dit in feite toe met haar conclusie dat de strafrechtelijke veroordeling wegens blasfemie gerechtvaardigd is en geen schending van de vrijheid van meningsuiting inhoudt, omdat de veroordeling ten doel heeft om de ‘wederzijdse tolerantie’ en ‘religieuze vrede’in Oostenrijk te bewaren.[12]Er valt daarom iets te zeggen voor de opvatting van schrijver Kenan Malik dat het EHRM in deze uitspraak de bescherming van rechten en van gevoelens door elkaar haalt.[13]

Of het wenselijk is dat de bescherming van ‘religieuze gevoelens’ ten behoeve van het hogere doel van ‘vivre-ensemble’ in bepaalde lidstaten op basis van de context aldaar kan prevaleren boven de vrijheid van meningsuiting, dient eenieder voor zichzelf te bepalen. Al met al is het wel een feit dat het EHRM met deze uitspraak zich weinig lijkt aan te trekken van de seculiere golf die recentelijk in meerdere Europese landen (Ierland, Nederland, Denemarken) - in de geest van Voltaire - een einde heeft gemaakt aan de strafbaarstelling van blasfemie.


[1]Guus Ritzen, ‘Ierland stemt voor verwijdering godslastering uit grondwet’, NRC.nl 27 oktober 2018.

[2]Redactie, ‘Het verbod op godslastering uit 1932 is opgeheven’, Volkskrant.nl 3 december 2013. 

[3]Alex Hall, ‘Austrian man convicted for yodelling while Muslim neighbours prayed’, Telegraph.co.uk 16 december 2010. 

[4]EHRM 25 oktober 2018, 38450/12, E.S. v. Austria. 

[5]Ann van den Broek, ‘Europees Hof aanvaardt: in Oostenrijk mag je Mohammed geen pedofiel noemen’, demorgen.be 25 oktober 2018.

zie ook:

Arnaud Bevilacqua, ‘Pourquoi la CEDH confirme une condamnation pour « dénigrement de doctrines religieuses »’, la-croix.com 26 oktober 2018. 

[6]Hadrien Mathoux, ‘Nouveau coup d'épée de la CEDH à l'encontre de la libre critique des religions’, marianne.net 26 oktober 2018. 

[7]ERASMUS, ‘Blasphemy bans are struck out in Ireland and reinforced in Austria’, economist.com 29 oktober 2018. 

[8]Grégor Puppinck, ‘Délit de blasphème : «La CEDH n'est pas Charlie !»’, lefigaro.fr 26 oktober 2018. 

[9]Daniela Wakonigg, ‘Von Pädophilen und Kinderfickern’, hpd.de 27 oktober 2018. 

[10]ERASMUS, ‘Blasphemy bans are struck out in Ireland and reinforced in Austria’, economist.com 29 oktober 2018. 

[11]Het ECLJ is een NGO die zich ten doel stelt zich in te zetten voor de promotie en bescherming van mensenrechten in Europa en wereldwijd. De ECLJ heeft een speciale consultatieve status bij de Economische en Sociale Raad (ECOSOC) van de VN:https://eclj.org/?lng=en

[12]Grégor Puppinck, ‘Délit de blasphème : «La CEDH n'est pas Charlie !»’, lefigaro.fr 26 oktober 2018. 

[13]Kenan Malik, ‘None of us should enjoy the right to have our beliefs shielded from abuse’, theguardian.com 28 oktober 2018. 


Tags

vrijheid van meningsuiting ehrm godslastering blasfemieverboden

Discussie

Relevante artikelen