Gerard van Schaik, oud-sectiecommandant van arrestatieteam Oost

door:
Piep, piep! Piep, piep! Hij had nog niet eens zijn voorgerecht op, of Gerard van Schaik moest er alweer vandoor. Zijn pieper riep en het was tijd voor een klus: een rondschietende psychopaat moest worden ingerekend of een groep criminelen stond op het punt om toe te slaan. Het is hem vaak overkomen: “Dat was voor mijn gezin niet altijd even leuk. Voor mijzelf was het niet zo erg, want op het moment dat ik in de auto zat, vond ik het weer geweldig!”

Van 1980 tot 1994 was Gerard lid van het arrestatieteam Oost, waarvan zes jaar als sectiecommandant. Zijn beroep was niet zonder gevaar: “Tijdens een achtervolging ging opeens de achterklep open en kregen wij de volle laag automatisch vuur.” Inmiddels bevindt Gerard zich alweer negen jaar in het burgerleven en zijn de soms spannende avonturen niets meer dan een mooie herinnering. Ondanks dat gegeven ging Fiat Justitia bij hem op bezoek en sprak met Gerard over wat hijzelf de mooiste veertien jaar uit zijn werkzame leven noemt.

Wat is de geschiedenis van het Nederlandse arrestatieteam (AT)?

Voor de beweegredenen van de oprichting moeten we terug naar de jaren zeventig. Er vonden toen in Nederland een aantal heftige gebeurtenissen plaats. Voornamelijk de Rote Armee Fraktion zorgde voor veel problemen. Het waren linksextremisten die zich verzetten tegen ‘het systeem’ en het kapitalisme. In Utrecht is op een gegeven moment bij een vuurgevecht een brigadier omgekomen, in Kerkrade gebeurde iets gelijkwaardigs en in Breukelen vond ook een heftige schotenwisseling plaats. De criminaliteit verhardde zich en er kwamen steeds meer vuurwapens aan te pas. Vanuit de politiek rees de vraag of de gewone straatdiender nog wel tegen al dat geweld was opgewassen. Men vond uiteindelijk van niet en besloot tot het oprichten van specialistische eenheden. Er kwamen vier arrestatieteams: West 1, West 2, Zuid en Oost, die respectievelijk waren ondergebracht in de districten Den Haag, Amsterdam, Den Bosch en Apeldoorn. Deze teams werden gecoördineerd door de rijkspolitie (van 1945 tot 1993 bestond de Nederlandse politie uit de gemeentepolitie en de rijkspolitie, red.). Met de invoering van 25 regiokorpsen en een Korps Landelijke Politie Diensten in 1993 zijn er vier interregionale en twee regionale arrestatieteams gekomen. Daarnaast kennen de meeste grote gemeenten hun eigen AT.

Quote1: Aan individualisten heb je ij een AT niets, evenals aan bodybuilders, grote spierballen en macho’s

Hoe kwam u uiteindelijk bij het AT terecht?

Ik werkte op het moment dat de arrestatieteams werden opgericht bij de politie. Toen ik ervan hoorde dacht ik: “Hé, dat is leuk!” Ik houd van fysiek bezig zijn, het is operationeel, veel risico’s nemen, vuurwapengevaarlijke mensen en zware criminelen oppakken, en dat allemaal in een sterk team: “Daar wil ik bij!” Uiteindelijk kwam ik terecht bij arrestatieteam Oost.


20092142img1.jpg

Welke criteria werden in uw tijd gesteld aan een lid van een AT?

Vóór de opleiding vond een heel zware selectie plaats. Daarbij kreeg je allereerst een gesprek met een diensthoofd, waarin het met name ging om de motivatie. Vervolgens moest je langs een psychiater en kreeg je alle bekende tests voorgeschoteld. Als je daar doorheen kwam, onderging je een zware medische keuring om ten slotte fysiek enorm afgebeuld te worden. Die fysieke test ging echt heel ver: iemand zo hard afmatten dat hij over zijn mentale grens heenging. Ze konden dan goed zien hoe iemand onder stress en onzekerheid op een eventuele praktijksituatie reageerde. Slechts één op de vijftig mensen kwam door de selectie en mocht beginnen aan de opleiding.

Hoe zwaar was de opleiding zelf?

Voor een deel liepen we mee met de commando’s in Roosendaal. Die commando’s vonden het natuurlijk heerlijk om een stel van die politieagenten volledig af te knijpen. We moesten dus idiote dingen doen. Zo moesten we altijd in looppas over het terrein, sliepen we buiten in tenten – ook in februari – en werden we ’s nachts regelmatig gewekt. Iedereen moest dan aantreden om over de stormbaan te gaan. Maar naast de fysieke training kregen we ook proceduretrainingen, bijvoorbeeld voor aanhoudingen. En natuurlijk veel schietles. De opleiding was heel zwaar en gelukkig zat ik fysiek goed in elkaar. Natuurlijk zat ik er wel eens flink doorheen, maar dan zat je er met z’n allen doorheen. Ik heb het ervaren als een erg mooie tijd.

Was er binnen uw AT een bepaalde hiërarchie?

Nee, maar voordat er een inval plaatsvindt is er natuurlijk een goed plan gemaakt. Daarbij is de sectiecommandant de baas tijdens de actie: er moet iemand de baas zijn, dat is makkelijk zat. Als we een woning binnengingen, wist iedereen exact waar hij heen moest. We wisten van tevoren al in welk gedeelte van het pand de crimineel zich bevond. En meestal als we zo’n vent aan moesten houden, deden we dat in de vroege ochtend. Dat gebeurt tegenwoordig nog steeds. Maar het belangrijkste is dat we nooit in the blind ergens binnenvielen. Het was bijna een militaire operatie.

En hoe was de sfeer?

Die was geweldig! Kijk, die jongens zijn geen Rambo’s. Het zijn allemaal gezonde kerels met goed verstand. Stevige bazen die niet te gek doen en volledig op elkaar kunnen vertrouwen. Dat teamgevoel is fantastisch! Ik heb er veertien jaar bij gezeten en ik heb veertien grandioze jaren gehad. Het is gewoon één grote kameradengroep.

Die fysieke test ging echt heel ver: iemand zo hard afmatten dat hij over zijn mentale grens heenging

20092142img2.jpg

Als AT-er maakte u vaak lange dagen. Hoe zag een gemiddelde dag eruit?

Als we geen actieaanvraag hadden, bevonden we ons gewoonlijk op een andere locatie dan een politiebureau. Het kon bijvoorbeeld zijn dat we ’s ochtends naar een sportlocatie gingen om te trainen. Als AT-er moet je natuurlijk in goede conditie blijven. Maar het kwam ook voor dat we naar de militaire basis Harskamp op de Veluwe reden, om daar gebruik te maken van de schietfaciliteiten. Het voordeel was dat daar voor publiek niet-toegankelijke wegen lagen, zodat we ook procedures met auto’s konden oefenen. Het was heel goed mogelijk dat tijdens een training de semafoon afging. Dan werd er door ons opgebeld en kregen we bijvoorbeeld te horen: “Jongens, er is een klus in Enschede! Daar moet een kerel worden aangehouden.” We bepaalden vervolgens met hoeveel mensen we eropaf gingen, sprongen in drie of vier auto’s en reden er – afhankelijk van de urgentie van de klus – met hoge snelheid naartoe.

In wat voor auto’s reden jullie?

Dat waren luxewagens, vaak van Mercedes, BMW of Ford. De meesten waren voorzien van een goede injectiemotor en werden onopvallend volgestouwd met een telefoon, een mobilofoon met versluieringapparatuur om afluisteren te voorkomen, een zwaailicht, een sirene en op de hoedenplank een stopbord. Achterin lagen meestal de kogelvrije vesten.

Wat gebeurde er als jullie op de bestemming aankwamen?

Voordat we tot actie overgingen, verzamelden we bij een politiebureau in de buurt. Daar werden we ingelicht door de recherche en door onze sectiecommandant. Er werd verteld waar die kerel van verdacht werd, waar hij zat en op welke manier we hem zouden inrekenen. Na de briefing gingen twee personen op voor verkenning. In de tussentijd bereidden de overige jongens zich voor op de inval.

Hoe was de sfeer zo vlak voor een actie?

Er heerste natuurlijk een zekere spanning, maar wel een gezonde spanning. Iedereen was gefocust en hield elkaar scherp: “Kom op jongens, er moet weer een wedstrijd gespeeld worden. We gaan er tegenaan!” Alle spullen werden gecheckt en gedubbelcheckt: de kleding, de kogelwerende vesten, de wapens en de auto’s moesten honderd procent in orde zijn. Die voorbereiding was uitermate belangrijk. We mochten niets aan het toeval overlaten en moesten blind op onze spullen kunnen vertrouwen. Net als op elkaar trouwens. Als iemand zich niet aan de procedures hield, kreeg hij onvoorstel baar op zijn sodemieter. Je spreekt van tevoren met elkaar een plan af: één man blijft achter, één persoon ramt de deur in, twee personen rennen naar boven, twee mannen gaan de kamer in en twee gaan richting de achterkant. Als iemand zich daar niet aan houdt, loopt de machine gewoon niet en kan het volledig verkeerd gaan.

Het belangrijkste is dat we nooit in the blind ergens binnenvielen. Het was bijna een militaire operatie

Wat voor kleding droegen jullie?

We hadden twee soorten uitrustingen. De eerste uitrusting was een soort donkerblauwe vechtoverall met een blauwe baret, waardoor we duidelijk herkenbaar als politieagenten op pad gingen. Er zou namelijk een juridisch steekspel kunnen ontstaan als wij zonder uitrusting in een vuurgevecht belandden. De ‘tegenpartij’ zou immers kunnen zeggen dat hij ons niet herkende als politie. Dat is ook de reden dat er tijdens een inval altijd “politie, politie!” wordt geroepen: niets wordt aan het toeval over gelaten. Maar het kwam ook wel eens voor dat we in allerijl bij een actie moesten aanhaken en zodoende nog in onze burger kleding rondliepen. Zo gingen we een keer als een gek naar de Belgische grens, omdat er een drugstransport kwam aanrijden die onmiddellijk van de weg af moest. We hadden geen tijd om ons om te kleden en we moesten dus in onze spijkerbroek en T-shirt – uiteraard met kogelvrij vest – de klus klaren.

Klopt het beeld dat er alleen macho’s in een AT zitten?

Het zijn jongens die fysiek goed in elkaar zitten en in staat zijn om een vent op de grond te werken. Maar bovenal zijn het allemaal teamplayers! Aan individualisten heb je bij een AT niets, evenals aan bodybuilders, grote spierballen en macho’s. We reden natuurlijk in snelle auto’s en het merendeel waren jonge gasten. Dan is de wil groot om te zeggen: “Jongens, raampje open en armpjes eruit.” Maar niets van dat alles! We waren erg op onze taak gefocust en scheuren met die auto’s gebeurde alleen als het nodig was.

De onzekerheid dat u op elk moment kon worden weggeroepen, moet niet altijd even gemakkelijk zijn geweest?

Het is regelmatig voorgekomen dat ik met mijn vrouw en kinderen uit ete was en net na het voorgerecht werd opgepiept. Dat zijn met name voor het gezin vervelende momenten! Uiteindelijk wennen ze daar wel aan, maar dat onzekere blijft een bepalende factor. Voor mijzelf was het niet zo erg, want op het moment dat ik in de auto zat, vond ik het weer geweldig. Als leidinggevende werd ik als eerste gebeld en kreeg ik van de meldkamer van de politie te horen dat er weer een klus was. Vervolgens belde ik mijn mannen bij elkaar. Binnen zes minuten zat ik in de auto. Daar hoefde ik verder niet lang over na te denken of moeilijk over te doen.

20092142img3.jpg

Waren er speciale reglementen voor het gebruik van vuurwapens?

De reglementen vloeiden voort uit onze ambtsinstructie, die gelijk was aan die van de politie op straat. Een voorbeeld hiervan is wanneer je een persoon uit een auto wilde halen. Je mocht het wapen pas trekken als je het portier van de auto had geopend. Het kon namelijk gebeuren dat door een onverwachte spiercontractie in je vinger de trekker zou worden overgehaald. In vergelijking met de politie hadden wij ook nog automatische wapens van het merk Heckler & Koch. De inzet daarvan was eveneens gereglementeerd. Ten slotte kon het weleens voorkomen dat we een speciaal wapen moesten gebruiken, omdat een gewoon wapen onze veiligheid niet kon waarborgen. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan een agressieve pitbullterriër die simpelweg niet te stoppen is met een politiekogel: daarmee schiet je dwars door zo’n hond heen, maar die loopt gewoon door. Voor dergelijke situaties moest je een soort hagelachtig geweer gebruiken, wat natuurlijk wel voor een bende zorgt. Het gebruik van zulke speciale wapens is apart gereglementeerd. Daarvoor moesten we toestemming van de hoofdofficier van justitie krijgen.

Voor dergelijke situaties moest je een soort hagelachtig geweer gebruiken, wat natuurlijk voor een bende zorgt

Zijn er ook situaties geweest waar u meerdere wapens op zak had?

Ja, het kwam wel eens voor dat je met meerdere wapens op zak liep. Dit was bijvoorbeeld het geval bij de gijzeling van de Apeldoornse kolonel Van der Kieft in 1989. Van der Kieft was door een Duitse crimineel uit zijn huis gehaald en moest onder bedreiging van een wapen in zijn eigen auto naar een tankstation bij Arnhem rijden. Bij dit benzinestation had de Duitser de politie gebeld en eiste een miljoen gulden losgeld en drugs. We hadden toestemming de gijzelnemer uit te schakelen, omdat hij constant met zijn revolver op het hoofd van de kolonel richtte. Maar tijdens de bevrijdingsactie is niet die Duitser neergeschoten, maar is Van der Kieft jammerlijk overleden door een politiekogel: de scherpschutter richtte op de gijzelnemer, maar door een samenloop van omstandigheden trof de kogel de verkeerde persoon.

Heeft u nog meer situaties meegemaakt waarbij het volledig misging?

Nee, gelukkig is dat de enige situatie geweest waarbij de verkeerde persoon is omgekomen. Ik was als eerste bij de auto en was in de veronderstelling dat ik de gegijzelde veilig kon stellen. Maar in tegenstelling tot wat ik verwachtte, bleek opeens dat de gegijzelde was omgekomen en dat de dader nog in de auto zat, met zijn wapen in de hand! Dan moet je razendsnel reageren. We hebben hem met een paar mensen uit de auto getrokken en onder controle gebracht. Dat vond ik heel heftig.

Op 10 november 2004 was er een grootschalige inval in een woning in het Laakkwartier in Den Haag. Politie-eenheden kregen daarbij een handgranaat toegeworpen. Bent u zelf ook wel eens geconfronteerd met een wapen dat u absoluut niet verwachtte?

In principe werden we in de meeste gevallen met vuistwapens geconfronteerd. Situaties zoals bij het Laakkwartier probeerden wij te voorkomen door bij een aanhouding het verrassingselement te behouden door bijvoorbeeld in de vroege ochtend in te vallen. Als we de achtervolging moesten inzetten, was er van een verrassing geen sprake meer. Dan waren we eigenlijk al verloren: er ontstaan op dat moment gigantische risico’s. Daarom reden we in onopvallende auto’s en waren we getraind om zo snel mogelijk een auto tot stilstand te brengen en over te gaan tot aanhouding.

Valt er een algemeen profiel te schetsen van de personen die jullie moesten aanhouden?

Er waren twee soorten acties. Bij de eerste ging het in principe om personen binnen de georganiseerde misdaad. Er waren aanwijzingen dat er sprake was van een groep mensen die zich bezighield met criminele praktijken. Soms liep er al een gerechtelijk vooronderzoek naar zo’n groep. Dan werd er bijvoorbeeld een observatieteam opgezet. Het is immers belangrijk dat je erachter komt wie aan het hoofd van de criminele groepering staat. Daarvoor heb je informatie nodig. Op het moment dat er voldoende informatie was om over te gaan tot aanhouding, kregen wij een seintje. Maar het kwam ook voor dat er door een noodsituatie al tijdens de observaties moest worden ingegrepen, ook al zou het onderzoek schade oplopen. Maar meestal waren het vooraf geregisseerde acties. Dan gingen we bijvoorbeeld ’s nachts vier woningen tegelijk binnen. Daarnaast – en dat is de tweede actie – zijn er ook situaties die uit de lucht komen vallen: er was iemand die in een woonwijk in het rond had geschoten en bleef dreigen dat hij mensen zou vermoorden. Ook dan grepen wij in.

Is er een actie die u tot de dag van vandaag is bijgebleven?

Eén van de meeste indrukwekkende acties vond plaats in Enschede. Een tweetal Duitse criminelen waren de grens overgekomen en hadden een bus gekaapt. Daar werd ons team op afgestuurd. We stonden oog in oog met die gasten, maar door gevaarzetting voor onschuldige burgers, moesten we ons terugtrekken en konden we niets doen. Uiteindelijk zijn ze met twee gegijzelden in een vluchtauto naar Duitsland vertrokken. Daar zijn de gijzelnemers tenslotte na een vuurgevecht met de politie aangehouden.

We hadden toestemming om de gijzelnemer uit te schakelen, omdat hij constant met zijn revolver op het hoofd van de kolonel richtte

Welk aspect van het leven als AT-er is voor u het mooiste geweest?

Wat mij in het algemeen heel erg is bijgebleven, is de kameraadschap. Er waren heel heftige momenten van inspanning, maar toch waren het de meest ontspannen jaren die ik bij de politie heb doorgebracht. Wij vormden een compleet eigen eenheid, we sportten samen en we oefenden op de schietbaan. Soms waren we aan het wielrennen en ging de ‘pieper’ weer. Dan was het snel de fietsen aan de kant gooien en de auto’s in. Met een aantal oud-collega’s heb ik nog buitengewoon goed contact. Heel veel van hen zitten tegenwoordig in het bedrijfsleven. Ze doen heel speciale dingen en dat zegt genoeg over hun mentaliteit. Het zijn kerels die meer willen dan alleen de platte pet dragen.

Wat bent u na uw periode als AT-lid gaan doen?

Op een gegeven moment ging ik fysiek wat achteruit, de nachten gingen tellen en ik vroeg me af hoelang ik dit werk nog wilde blijven doen. Ik heb toen, na een periode van dertien jaar en tien maanden werkzaam te zijn geweest bij AT Oost, gesolliciteerd voor hoofd criminele inlichtingen dienst van een Interregionaal Rechercheteam (IRT). Ik had geen daadwerkelijke ervaring op het gebied van inlichtingendiensten, maar als je goed in elkaar zit en je gebruikt je boerenverstand dan kun je heel veel. Daarbij had ik natuurlijk wel ervaring als leidinggevende van een AT. Uiteindelijk werd ik aangenomen en stond mij een grote uitdaging te wachten: de IRT’s waren in Nederland net opgericht. Ik ging mij met mijn groep richten op criminaliteit uit Oost-Europa, wat toen nog vrij nieuw was. Ik heb daar vijf leuke jaren gehad en ik ben daarna het bedrijfsleven ingegaan. Op een gegeven moment werd er gebeld of ik manager op het gebied van beveiliging van vermogende particulieren wilde worden. Dat heb ik gedaan.

Hoe bevalt het ‘normale’ burgerleven?

Financieel moet je dit niet vergelijken met mijn tijd bij de politie. In het burgerleven liggen de salarissen op een ander niveau. Maar de vraag is of je het daarom zou moeten doen. Wat ik nog weleens mis is de kameraadschap en het teamwork, zoals we dat bij het arrestatieteam hadden. Ik heb in die veertien jaar ontzettend veel lol gehad! Dat dollen met elkaar was ook echt nodig om ontspanning te krijgen na keiharde acties op het scherp van de snede. Die jaren bij het arrestatieteam is absoluut een van de mooiste periodes uit mijn werkzame leven geweest. Het past bij een bepaalde fase en ik besef terdege dat dit nooit meer terugkomt.

Uit: Fiat Justitia, 2009, jaargang 21, nummer 4.


Tags

politie gijzeling arrestatie misdaad gerard van schaik arrestatieteam

Discussie