Godsdienst volgens de wet: wat is dat nu eigenlijk?

door:
De vrijheid van godsdienst is een grondrecht dat is verankerd in artikel 6 van de Grondwet en artikel 9 van het EVRM. Iemand die een godsdienst belijdt krijgt op grond van deze artikelen grondrechten om het belijden in het openbaar mogelijk te maken. Sommige religies schrijven bijvoorbeeld voor dat een hoofddeksel moet of kan worden gedragen. Soms zijn er complicaties. Bij het aanvragen van een officieel reisdocument, zoals een paspoort of identiteitskaart, moet een pasfoto worden aangeleverd door de aanvrager. De eis van een gezichtsopname staat in artikel 3 lid 2 van de Paspoortwet. In artikel 28 en in een bijlage van de Paspoortuitvoeringsregeling is een fotomatrix opgenomen waarin eisen staan voor pasfoto’s. Hieruit blijkt dat het hoofd in beginsel onbedekt moet zijn. Er zijn uitzonderingen op deze regel. Godsdienstige redenen vormen bijvoorbeeld een dergelijke uitzondering.

In Nijmegen werd de aanvraag van een reisdocument afgewezen omdat de aanvraagster op de foto een vergiet op haar hoofd droeg. Dit was voorgeschreven door de kerk van het Vliegend Spaghettimonster (het pastafarisme). De hoogste bestuursrechter oordeelde op 15 augustus 2018 over de vraag of in deze situatie sprake was van een geloof of levensovertuiging en daarmee de rechtmatigheid van het besluit tot afwijzing van de foto.[1]De aanvraagster stelde dat zij lid is van de kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Op grond hiervan draagt zij een vergiet op haar hoofd en beriep zij zich dus op de uitzonderingsbepaling uit de Paspoortuitvoeringsregeling. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) heeft de foto niet geaccepteerd. Na bezwaar en beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak over de rechtmatigheid van het besluit van het college van B&W.

De Afdeling begint met het stellen dat de vrijheid van godsdienst is te vinden in artikel 6 GW en in artikel 9 EVRM.[2]Voor de eisen van een godsdienst volgt de Afdeling de rechtspraak van het EVRM. Er moet een “zeker niveau van overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang zijn”.[3]Vervolgens wordt het pastafarisme getoetst aan deze voorwaarden.

Nadat de rechter heeft uiteengezet waaruit het pastafarisme bestaat, wordt geoordeeld dat geen sprake is van een religie of levensbeschouwelijke stroming in de zin van artikel 6 GW en 9 EVRM.[4]Dit komt, aldus de rechter, door het feit dat het pastafarisme een hoog satirisch gehalte heeft. De rechter benadrukt wel dat kritiek (in de vorm van satire) op religies altijd mogelijk is (en mogelijk moet zijn), maar dat dit op zichzelf geen godsdienst is.[5]Dit leidt ertoe dat niet is voldaan aan de eis van ernst (“seriousness”). Wat verder meespeelt in het oordeel van de rechter, is dat de onderbouwing van de aanvraagster te algemeen en abstract is. De aanvraagster draagt weliswaar een vergiet op haar hoofd maar de toelichting hierbij is niet overtuigend genoeg, nu niet blijkt dat aan alle voorwaarden voor een godsdienst zijn voldaan.[6]

In het kort kan worden gezegd dat de rechter in deze zaak heeft geoordeeld dat het pastafarisme geen godsdienst of levensbeschouwelijke stroming is volgens de wet en internationaal recht. Hierdoor kunnen volgers van het pastafarisme geen beroep doen op waarborgen die artikel 6 GW en artikel 9 EVRM (en andere wetgeving met betrekking tot godsdienst) met zich meebrengen. In deze uitspraak is bovendien overzichtelijk weergegeven welke criteria worden gebruikt bij het beoordelen of al dan niet sprake is van een godsdienst of levensovertuiging. De rechter volgt hierbij de criteria uit de rechtspraak van het EHRM. 


[1]ABRvS 15-08-2018, ECLI:NL:RVS:2018:2715 (Pastafarisme).

[2]De Pastafarisme-uitspraak, r.o. 8.

[3]Onder verwijzing naar EHRM 25-02-1982, no. 7511/76 (Campbell en Cosans/VK), r.o. 36.

[4]De Pastafarisme-uitspraak, r.o. 9.

[5]De Pastafarisme-uitspraak, r.o. 9.

[6]De Pastafarisme-uitspraak, r.o. 10.


Tags

evrm Vrijheid van godsdienst vliegend spaghettimonster pastafarisme godsdienst

Discussie