Het conflict tussen nationale rechtbanken en het Hof van de Europese Unie

Wie heeft meer macht?

Door: Bo Driesen

Op 12 oktober heeft de Poolse regering een uitspraak van het Constitutioneel Hof, de hoogste rechterlijke instantie in Polen, bekrachtigd. Deze instantie had afgelopen zomer besloten dat het Poolse recht voorgaat op wetgeving van de Europese Unie (hierna: EU).[1] Het conservatief-nationalistische land heeft al meerdere keren controversiƫle punten gemaakt die recht tegenover de principes van de EU staan. Zo heeft Polen een tuchtkamer in willen voeren voor rechters. Deze tuchtkamer kon rechters bestraffen, maar de leden van deze tuchtkamer waren gekozen door de regeringspartij. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) heeft toen besloten dat dit niet onafhankelijk is en daardoor de principes van de EU schendt.[2] Hierdoor rijst de vraag hoe ver de macht van het Hof strekt en welke stappen kunnen worden gezet wanneer een nationale instantie de principes van de rechtsstaat volgens de EU schendt?

Bevoegdheden van het Hof
In Nederland is de hoogste rechterlijke instantie de Hoge Raad. Zij controleert als het ware de uitspraken van lagere rechters. Zij kijkt niet naar de feiten van de zaak maar naar de argumentatie van de eerdere uitspraken en geeft toelichting of vult deze aan.[3] Het Hof controleert vervolgens of nationale instellingen, dus ook de rechterlijke instellingen, zich aan de verdragen van de EU hebben gehouden.[4] Zo is het Hof bevoegd uitspraken te doen over de juiste interpretatie van EU-wetgeving.[5] De Nederlandse Hoge Raad kan dus nog gecorrigeerd worden door het Hof.

Hiernaast heeft het Hof binnen de EU ook een aantal bevoegdheden. Zo controleert zij de andere EU-instellingen zoals de Europese Commissie, de Raad en de Europese Centrale Bank. Het Hof toetst onder andere of de handelingen van deze instanties wettig zijn, of de instelling wel bevoegd was deze handeling uit te voeren en of zij geen misbruik heeft gemaakt van deze bevoegdheid. Dit kan zij doen wanneer een persoon (iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon) een beroep instelt tegen een van deze handelingen.[6] Wanneer dit beroep slaagt, wordt de handeling door het Hof ongeldig verklaard.[7] Zo kan het Hof EU-wetgeving ongeldig verklaren.

Als laatste kan het Hof andere instanties binnen de EU verplichten maatregelen te treffen over verschillende onderwerpen. Wanneer een EU-instelling geen maatregelen treft wanneer de verdragen van de EU dit eigenlijk wel vragen, kan het Hof op verzoek van een andere EU-instelling of EU-lidstaat maatregelen afdwingen. Zij kan dus een instelling dwingen om een besluit te nemen over een bepaald onderwerp.[8]

Het Hof heeft dus een aantal belangrijke bevoegdheden binnen de EU, zoals het afdwingen van maatregelen en het ongeldig verklaren van wetgeving en handelingen. Op nationaal niveau kan het Hof gezien worden als een stok achter de deur. Zij kan namelijk nationale instanties op de vingers tikken wanneer deze zich niet aan de verdragen hebben gehouden of wanneer zij EU-wetgeving onjuist interpreteren.

Schending principes rechtsstaat
Een belangrijk principe van de EU is de voorrang van EU-recht op nationale wetgeving. Dit principe heeft de Poolse regering door bekrachtiging van de uitspraak van 12 oktober ondermijnd. Het Hof kan volgens art. 260 lid 2 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op verzoek van de Europese Commissie een boete of dwangsom opleggen wanneer een lidstaat de arresten van het Hof niet naleeft. Dat zou betekenen dat Polen een boete of dwangsom opgelegd kan krijgen op het moment dat het Hof bevestigt dat zij EU-regels heeft overtreden.

Verder zijn sinds januari 2021 de regels omtrent subsidies aangepast. Zo kunnen lidstaten met een onvoldoende functionerende rechtsstaat gekort worden op subsidies die zij ontvangen van de EU. Bij een onvoldoende functionerende rechtsstaat kan bijvoorbeeld gedacht worden aan partijdige rechters, weinig gezag en moeilijke toegang tot de rechter. Deze nieuwe wetgeving zou kunnen leiden tot het inperken van subsidies voor Polen, omdat zij al meerdere keren op de vingers is getikt wegens het schenden van de principes van de rechtsstaat.[9]

Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat het Hof veel macht heeft, zowel binnen als buiten het bestuur van de EU. Zij kan nationale- en EU-instellingen op de vingers tikken wanneer zij zich niet aan de principes van de EU houden of wanneer zij nalaten handelingen te verrichten die verwacht worden volgens de verdragen van de EU. Hiervoor kan zij zelfs boetes of dwangsommen opleggen. Verder kan zij volgens nieuwe wetgeving ook subsidies korten wanneer lidstaten een zwakke rechtsstaat handhaven. Dit laatste wordt aangevochten door Polen en Hongarije, omdat de EU dit mechanisme wil gebruiken tegen de recente uitspraak van het Constitutionele Hof van Polen. Naast Polen stelt ook Hongarije dat dit niet mogelijk is omdat het begrip rechtsstaat niet goed gedefinieerd is en deze bevoegdheid niet is vastgelegd. Deze discussie is voorgelegd aan het Hof, die in de komende maanden hier een belangrijke beslissing over moet nemen.[10]

 

[1] ‘Polen bekrachtigt uitspraak over voorrang Pools recht boven EU-wetgeving’, nos.nl 12 oktober 2021.

[2] ‘Europees Hof: Poolse tuchtkamer moet per direct werk stilleggen’, nos.nl 8 april 2020.

[3] Art. 79 Wet op de rechterlijke organisatie.

[4] Art. 260 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU).

[5] Art. 267 VWEU.

[6] Art. 263 VWEU.

[7] Art. 264 VWEU.

[8] Art. 265 VWEU.

[9] ‘Poolse uitspraak over Europees recht van kracht: EU dreigt met stevige reactie’, nu.nl 12 oktober 2021.

[10] ‘Europese rechters buigen zich over nieuwe straf: mag je korten bij problemen met rechtsstaat?’, nos.nl 12 oktober 2021.