Het recht op de eilanden: gelijk, maar toch anders

door:

Tijdens de studie rechtsgeleerdheid leren wij voornamelijk het Nederlands recht van Europees Nederland. Echter, het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit meer dan slechts het Europees Nederlands deel. Hoe zit het met de landen en gebieden overzee. Hebben zij dezelfde wetgeving als wat wij leren tijdens onze studie?

Het Koninkrijk der Nederlanden

Voordat ik inga over hoe het zit met de wetgeving in het Koninkrijk der Nederlanden zal ik  kort op een rij zetten hoe de verdeling in het Koninkrijk ook alweer precies in elkaar zit. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier landen.[1] Verreweg het grootste land is Nederland, dat verdeeld is in enerzijds Europees Nederland en anderzijds Caribisch Nederland. Caribisch Nederland wordt gevormd door de drie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (samen genaamd: de BES-eilanden). De drie andere landen van het Koninkrijk zijn: Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (het statuut) maakt onderscheid tussen koninkrijksaangelegenheden en ‘eigen aangelegenheden’ (ook wel landsaangelegenheden). De koninkrijksaangelegenheden zijn limitatief in het Statuut vermeld.[2] De rest – en daaronder valt de wetgeving op burgerrechtelijk terrein, dus onder meer die in het Burgerlijk Wetboek – is een ‘eigen aangelegenheid’. Art. 41 lid 1 statuut bepaalt: ‘Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten behartigen zelfstandig hun eigen aangelegenheden.

Vijf regionale rechtsstelsels in het Koninkrijk

De BES-eilanden zijn deel van het land Nederland, maar het Europees-Nederlandse BW geldt er niet. In het koninkrijk gelden dientengevolge vijf burgerljike wetboeken: het BW van Europees Nederland (BW-NL), het BW-BES, het BW van Aruba (BW-AUA), dat van Curaçao (BW-CUR) en dat van Sint Maarten (BW-SXM).[3]

Concordantie van wetgeving

In artikel 39 van het Statuut  staat het concordantiebeginsel van wetgeving omschreven. Artikel 39 lid 1 Statuut luidt als volgt: “Het burgerlijk en handelsrecht, de burgerlijke rechtsvordering, het strafrecht, de strafvordering, het auteursrecht, de industriële eigendom, het notarisambt, zomede bepalingen omtrent maten en gewichten worden in Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze geregeld.” Dit artikel is een instructienorm aan de wetgevers van de verschillende landen. Dit beginsel van concordantie van wetgeving lijkt thans te betekenen – met het oog op zoveel mogelijke rechtseenheid binnen het Koninkrijk – dat het burgerlijk recht in de vijf rechtsgebieden behoort overeen te stemmen, tenzij voor afwijking een goede reden is.[4]

Concordantie van rechtspraak

Naast de concordantie van wetgeving bestaat hier aanvullend de concordantie van rechtspraak op.[5] Naast artikel 39 lid 1 ligt in artikel 23 lid 1 Statuut jo. artikel 1 Rijkswet de rechtsmacht Hoge Raad hiervoor ten grondslag.[6]

Hierbij is het van belang onderscheid te maken tussen toepassing van het beginsel concordantie van rechtspraak op woordelijk gelijkluidende wetgeving en op woordelijk verschillende wetgeving.[7] Bij woordelijk gelijkluidende wetgeving kan de invulling van de gelijke norm toch verschillen. Vooral wanneer het open normen betreft, wordt ruimte gelaten om rekening te houden met afwijkende plaatselijke omstandigheden.[8] Enkele  voorbeelden ter illustratie:

  1. Overzee is er meer ruimte wat betreft de tijdigheid van overheidsbeslissingen. Ook wel het ‘poko poko-beginsel’ (poko poko betekent langzaam aan). In de praktijk betekent dit beginsel dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een minder strikte invulling krijgen;
  2. Dat er minder goede wegen zijn dan in Nederland beïnvloed de invulling van de risicoaansprakelijkheid van de wegbeheerder;[9]
  3. Voor werkgeversaansprakelijkheid voor een gladde vloer maakt het uit dat het in Aruba zelden regent.[10]
  4. Er zijn andere opvattingen over gezagsverhoudingen en de grote afhankelijkheid van toerisme maken dat eerder een dringende reden voor ontslag op staande voet wordt aangenomen. “Het Hof stelt voorop dat dat de Arubaanse  samenleving en de Arubaanse opvattingen, onder meer over gezagsverhoudingen, verschillen van de Nederlandse en dat daarom de Nederlandse invulling van de wettelijke maatstaven niet zonder meer toepasselijk is. Hier komt bij dat de Arubaanse hotels extra aandacht geven aan behoorlijk optreden van hun personeel in het algemeen en zware sancties stellen op onbehoorlijk gedrag, hetgeen aan dit personeel ook bekend is. Het toerisme is nu eenmaal cruciaal voor de economie van Aruba. Het is van algemeen belang dat de goede naam van Aruba (‘One Happy Island’) bij de toerist niet wordt aangetast.”[11]

Is de wetgeving ongelijk, dan moet men in de rechtspraak er het beste van maken, met een voorkeur voor een concorderende uitleg.[12]

Conclusie

De wetten binnen het Koninkrijk zijn dus niet hetzelfde als de wetten die wij leren tijdens onze studie. In het koninkrijk zitten maar liefst 5 rechtsstelsels. Om zoveel mogelijk rechtseenheid te creëren binnen het Koninkrijk, wordt gezocht in de richting van concordantie. Echter, soms zijn er goede redenen om het concordantiebeginsel niet toepasselijk te achten en bepaalde rechtsvragen in te vullen naar de mentaliteit en gewoontes van het betreffende land.


[1] Art. 1 Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

[2] Zie bijvoorbeeld art. 3 en art. 43 lid 2 Statuut.

[3] De Boer, Het nieuw BW overzee (Mon. BW nr. A31) 2019.

[4] L.J.J. Rogier, RMthemis 2016/3 p. 124 e.v.

[5] HR 23 november 2001, NJ 2002/25 (Marielle Investment v ING).

[6] HR 14 februari 1997, NJ 1999/409, (Zunoca v Land Aruba).

[7] De Boer, Het nieuw BW overzee (Mon. BW nr. A31) 2019.

[8] De Boer, Het nieuw BW overzee (Mon. BW nr. A31) 2019.

[9] GEA Curaçao 28 augustus 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:243.

[10] HR 2 maart 2007, NJ 2007/143 ( Perez v Casa Grande).

[11]Gem. Hof 4 juni 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:100.

[12] De Boer, Het nieuw BW overzee (Mon. BW nr. A31) 2019.