Het taakstrafverbod: een (on)nodige aantasting van de straftoemetingsvrijheid van de rechter?

Door: Sophie de Haan

“Er was een dame bij, die kreeg alleen een taakstraf; daar ben ik heel boos over.”[1] Zo luidde de intro van de uitzending van het tv-programma ZEMBLA Moord, Doodstraf, Taakstraf van 14 oktober 2007. In de uitzending werd aandacht besteed aan de ontwikkeling dat plegers van steeds zwaardere delicten slechts een ‘kale taakstraf’ (zonder gevangenisstraf) opgelegd zouden krijgen. Uit de gepresenteerde cijfers van ZEMBLA blijkt dat rechters in 2006 in 54 gevallen voor verkrachting een taakstraf oplegden en in 225 gevallen voor aanranding. Ook kwam naar voren dat een dader van ernstige bedreiging van ambulancebroeders, een dader van poging tot doodslag op haar echtgenoot en een dader van jarenlange ontucht met een minderjarige allen werden bestraft met slechts een taak- of werkstraf. Een maatschappelijke discussie is het gevolg.[2]

De maatschappelijke discussie over kale taakstraffen bij ernstige gewelds- en zedenmisdrijven mondde uit tot een politieke discussie en tot het stellen van Kamervragen. Een Kamermeerderheid vroeg de minister om maatregelen te treffen.[3] Nog dezelfde week maakte minister van Justitie Hirsch Balin (CDA) bekend dat hij zal komen met een wetsvoorstel en vooruitlopend daarop heeft hij het Openbaar Ministerie opgedragen bij zulke ernstige delicten minimaal een gevangenisstraf te eisen. Daarnaast gaf hij opdracht tot de start van een onderzoek naar het straffen door rechters, uitgevoerd door de Raad van de Rechtspraak (hierna: RvR) en het College van procureurs-generaal.[4] Uit het onderzoeksrapport van 2008 bleek echter dat de cijfers van Zembla niet generaliseerbaar zijn: officieren en rechters leggen (in het algemeen) geen taakstraffen op voor ernstige delicten.[5] Alleen in uitzonderingsgevallen volstaan rechters met het opleggen van een kale taakstraf, rekening houdend met de omstandigheden van het geval.[6] Dat de cijfers van ZEMBLA zo hoog uitvallen, wordt verklaard door het feit dat een tongzoen destijds nog gold als verkrachting.[7] Ondanks de uitkomst van het onderzoek en de negatieve adviezen van de RvR en de Nationale Orde van Advocaten (hierna: NOvA), doet in 2012 het zogenoemde taakstrafverbod zijn intrede, neergelegd in art. 22b (hierna: Sr).[8]

De sterke positie van de rechter lijkt niet langer vanzelfsprekend. In toenemende mate komt de politiek met wijzigingen of voorstellen tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, waardoor de wetgever de rechter een bepaalde richting op duwt, met name op het gebied van strenger straffen. De RvR geeft aan dat de kans bestaat dat door het taakstrafverbod “uitspraken komen die geen recht doen aan de ernst van de feiten en de persoon van de dader.”[9] Maar wat houdt deze beperking in de straftoemetingsvrijheid van de rechter (door de intrede van het taakstrafverbod) momenteel in? Hoe gaat de rechterlijke macht om met dit taakstrafverbod en is er daadwerkelijk voldoende rechtvaardiging voor deze aantasting van de straftoemetingsvrijheid van de rechter?

Het taakstrafverbod
Het taakstrafverbod is sinds 2012 van kracht en is geregeld in art. 22b  Sr.[10] Het taakstrafverbod heeft tot gevolg dat voor een aantal gevallen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd (en waar van toepassing de rechter ‘keuze’ heeft uit het opleggen van een boete of een gevangenisstraf).

Op grond het eerste lid van dit artikel is het niet mogelijk om een taakstraf op te leggen voor een misdrijf waarop de wet een gevangenisstraf van 6 jaar of meer stelt en dat een ernstige inbreuk maakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De ernst van de inbreuk is hiervoor bepalend. Zo is het opdringen van een tongzoen wél te bestraffen met een taakstraf, maar niet in geval van een vechtpartij waarbij sprake is van ernstig lichamelijk letsel.[11] Daarnaast is het niet mogelijk om voor bepaalde in het artikel aangegeven zedenmisdrijven een taakstraf op te leggen, zoals voor het bezit van kinderporno (art. 240b Sr.) en verleiding van een minderjarige (art. 248a Sr.).

Naast de categorie gewelds- en zedenmisdrijven, wordt op grond van het tweede lid van art. 22b Sr., het opleggen van een taakstraf bij een recidivist ook beperkt. Het taakstrafverbod geldt, indien aan de veroordeelde in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit al een taakstraf is opgelegd wegens een soortgelijk misdrijf en de taakstraf is verricht, of op grond van art. 22g Sr. vervangende hechtenis is bevolen. Het derde lid bevat een uitzondering op het taakstrafverbod: indien naast de taakstraf ook een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd, geldt het taakstrafverbod niet en kan toch een taakstraf worden opgelegd. De wet bepaalt daarbij echter niets over de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De gedachte achter het taakstrafverbod in geval van recidive komt voort uit de opvatting dat de al opgelegde taakstraf onvoldoende effect heeft gezorgd en dus niet tot daadwerkelijke  gedragsverandering zal leiden. Een zwaardere straf zorgt wellicht dan wél effect.[12] Een taakstraf wordt als weinig effectief ervaren, zo blijkt uit de cijfers van ZEMBLA.[13] Naast het feit dat daders hun fouten moeten ‘voelen’ en daarvan moeten leren, doet een kale taakstraf ook tekort aan het rechtvaardigheidsgevoel van het slachtoffer. Gewelds- en zedenmisdrijven zijn ernstige zaken die grote invloed hebben op de maatschappij. Slechts een taakstraf zou de ernst van het misdrijf en het rechtvaardigheidsgevoel van het slachtoffer tekort doen. Rechters geven echter aan dat het opleggen van een zwaardere straf, zoals een gevangenisstraf, in sommige gevallen ‘meer kwaad doet dan goed’ en daarom een taakstraf passender zal zijn.[14]

Ontwikkeling van het taakstrafverbod: Uitbreiding?
Ondanks de verschillende geluiden op het professionele en maatschappelijke toneel, lijkt een uitbreiding van het taakstrafverbod op handen. In 2019 werd namelijk het wetsvoorstel gedaan om het huidige taakstrafverbod voor gewelds- en zedenmisdrijven uit te breiden naar elke vorm van geweld tegen personen in de uitoefening van een publieke taak in het kader van de handhaving van de orde of veiligheid.[15] Aanleiding hiervoor is het toenemende geweld tegen politie en hulpverleners. In het advies van de RvR van 4 december 2019 wordt echter met klem geadviseerd om af te zien van het wetsvoorstel, waarbij de RvR aangeeft dat er geen reden of noodzaak is tot uitbreiding van het artikel en dat de wet bovendien voldoende mogelijkheid biedt om geweld tegen personen die belast zijn met een publieke taak op een adequate manier te vervolgen en te bestraffen. Volgens de RvR zal de rechter door de uitbreiding van het taakstrafverbod worden belemmerd in zijn mogelijkheden om in de concrete zaak een passende straf op te leggen, waarbij rekening kan worden gehouden met alle omstandigheden van het geval.[16]

Reacties binnen de praktijk
Binnen de rechtspraktijk is fel gereageerd op het taakstrafverbod.  De RvR noemt art. 22b Sr “een ernstige aantasting van de straftoemetingsvrijheid zonder empirische noodzaak, waardoor de rechter in sommige gevallen géén passende straf kan opleggen.”[17]

Ook rechter Elianne Rens (wellicht bekend als gewraakte rechter in de Wilders-zaak) reageert negatief op het verbod tijdens een interview met het Algemeen Dagblad.[18] “Er zijn veel gevallen waarin een celstraf als vergelding terecht is, maar er is ook een aantal gevallen waarin dat schuurt. Daarvoor is juist de taakstraf bedoeld, ook wanneer het gaat om lichtere zeden- en geweldszaken.” Ook moet de impact van een gevangenisstraf niet worden onderschat. Daders worden namelijk gebrandmerkt als de persoon die iets verkeerd heeft gedaan en komen daar niet makkelijk van af. Zo heeft een aantal verdachten in de Valkenburgse zedenzaak zelfmoord gepleegd wegens de enorme negatieve (media-)aandacht.[19] Altijd een gevangenisstraf opleggen kan dus grote gevolgen hebben en het maatwerk dat van de rechter wordt verwacht, belemmeren.

In veel gevallen waarin een kale taakstraf passend zou zijn, moet nu grondig worden gemotiveerd waarom wordt afgeweken. Ook het feit dat een taakstraf niet meer mogelijk is bij recidive (binnen 5 jaar), zorgt voor de nodige belemmering in de strafoplegging. Dat deze opvatting wordt gedeeld, blijkt in een door mij bijgewoonde zitting bij de politierechter in de Rechtbank Rotterdam, afgelopen 2 december 2019. Door het taakstrafverbod werd de dief van een deodorantfles van 5 euro, die nét valt binnen de 5 jaar-grens, gestraft met een boete van 150 euro. Na de zitting geeft de officier van justitie aan dat het nog maar de vraag is of zo’n boete wordt betaald. Daarnaast wordt zo’n boete vaak niet als ‘echte straf’ ervaren, in vergelijking met een taak- of werkstraf. Een taakstraf had hem passender geleken.

De (negatieve) gevolgen van het taakstrafverbod doen zich dus met name voor bij minder ernstige zaken (zoals diefstal van een deodorantfles), waarbij de verdachte niet in voorarrest heeft gezeten. Ondanks het feit dat een taakstraf in deze gevallen het meest passend is, moet worden uitgeweken naar een gevangenisstraf of een boete. In de praktijk blijkt dat vaak wordt gekozen voor de lichtere variant, namelijk de boete.[20] Jan Moors, rechter bij de Rechtbank Amsterdam en woordvoerder, geeft in een interview aan dat de straftoemetingsvrijheid van de rechter minder wordt aangetast in geval van ernstige misdrijven. Rechters zullen over het algemeen (conform de opvatting van de wetgever) een gevangenisstraf opleggen voor ernstige delicten, omdat dit passender is dan een taakstraf.[21] Is toch een taakstrafverbod wenselijk, dan wordt de ruimte in de wet maximaal benut, waarbij de rechter een combinatie van taakstraf en een korte celstraf oplegt.

‘Omzeiling’ van het taakstrafverbod
In de praktijk blijkt art. 22b lid 3 Sr. de oplossing voor het ‘omzeilen’ van het taakstrafverbod. Zoals kort hiervoor aangegeven, bepaalt het derde lid dat een taakstraf wél opgelegd kan worden in combinatie met een gevangenisstraf, waarbij de duur van gevangenisstraf niet nader is bepaald. Dit heeft tot gevolg dat – in gevallen waarin de rechter een taakstraf passender vindt – een (flinke) taakstraf wordt opgelegd in combinatie met één dag gevangenisstraf. De vraag of sprake is van daadwerkelijke ‘omzeiling’ of gewoonweg het benutten van de mazen in de wet, wordt verschillend beantwoord; ook binnen de politiek.[22]Voorstanders van het taakstrafverbod zien het als spel van de ongehoorzame rechter, tegenstanders van het taakstrafverbod geven aan dat de rechter gewoon volgt wat (niet) in de wet staat.

In 2017 deed het Algemeen Dagblad onderzoek naar het opleggen van een taakstraf in combinatie met een gevangenisstraf. Uit de opgevraagde cijfers blijkt dat deze bedoelde combinatie 622 keer is opgelegd in 2016. In het jaar daarvoor was dit nog slechts 83 keer het geval.[23] Daarnaast geeft hoogleraar Sanctierecht aan de Radboud Universiteit aan dat de één dag gevangenisstraf in de praktijk vaak niet eens wordt uitgezeten. Een deel van de verdachten heeft deze dag in voorarrest namelijk al uitgezeten en voor de andere gevallen geldt dat één dag gevangenisstraf gewoonweg te duur is.[24] Ook in het jaar daarop blijft het taakstraf in het middelpunt van de aandacht. In januari 2018 geeft minister Sander Dekker te kennen dat hij zal beginnen met een onderzoek waarin wordt gekeken of de omzeilingstactiek nog met regelmaat wordt toegepast bij ernstige zeden- en geweldsmisdrijven.[25]

Het taakstrafverbod kan dus op grond van het derde lid van art. 22b Sr worden omzeild, maar is dit toegestaan? Binnen de maatschappij en de politiek de meningen verdeeld.[26] De beslissing is aan de Hoge Raad, in de Valkenburgse zedenzaak.

Valkenburgse zedenzaak
De vraag of de omzeilingsactie een miskenning vormt van hetgeen in art. 22b Sr is vastgelegd en dus in strijd is met het artikel, is door de Hoge Raad beantwoord in de Valkenburgse zedenzaak, waarbij het ging om jeugdprostitutie (art. 248b Sr).[27] Eind december 2016 veroordeelde het gerechtshof Den Bosch 23 klanten van een minderjarig meisje dat werkte als prostituee tot één dag cel en een taakstraf wegens jeugdprostitutie. Jeugdprostitutie is een misdrijf waarvoor het taakstrafverbod geldt, maar wordt ‘omzeild’ door art. 22b lid 3 Sr. Het Openbaar Ministerie ging in zes zaken in cassatie en stelde dat het opleggen van een taakstraf zonder substantiële gevangenisstraf in strijd is met de strekking en de bedoeling van het taakstrafverbod.[28] De Hoge Raad stelt het Openbaar Ministerie in het ongelijk. Volgens de Hoge Raad is het een onjuiste opvatting dat art. 22b lid 3 Sr de oplegging van een taakstraf slechts toelaat indien óók een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ‘substantiële duur’ wordt opgelegd. De wet vereist ten slotte  ‘ten minste’ één dag en daarnaast kan uit de wetsgeschiedenis niet anders worden geoordeeld.[29]  

Gerechtvaardigd of symboolpolitiek en een onnodige inperking van de vrijheid van de rechter?
De vooruitstrevendheid van de politiek om straffen verder te reguleren, lijkt haar doel voorbij te schieten. Bij ernstige delicten blijkt uit onderzoek dat rechters over het algemeen conform de opvatting van de wetgever straffen. Waar het gaat om minder ernstige zaken, wordt nu in veel gevallen gekozen voor een lichtere variant dan de taakstraf, namelijk voor een boete. Indien een taakstraf toch passend wordt geacht, wordt art. 22b lid 3 Sr gebruikt om dit alsnog te bereiken. De gedachte om harder en effectiever aan te pakken, lijkt dus nu helemaal niet te worden bereikt.[30]

De rechter heeft zicht op de praktijk, meer dan de politiek. Wellicht is het daarom belangrijk om het vertrouwen in de rechtspraak te houden, in plaats van mee te gaan in de ontwikkeling van verdere regulering van de rechtspraak door de politiek. Het is natuurlijk belangrijk om kritiek vanuit de maatschappij serieus te nemen, maar wanneer uit onderzoek blijkt dat op een juiste manier wordt bestraft en negatieve adviezen uit de wind worden geslagen, is het de vraag of de invoering (en uitbreiding) van dit taakstrafverbod een juiste keuze is geweest. Het feit dat het derde lid van art. 22b Sr wordt gebruikt om het verbod ‘buiten werking te stellen’ lijkt juist tot méér rechtsonzekerheid, willekeur en onvrede te leiden. Waarom wordt het vertrouwen dat we in de rechter hebben gegeven voor het nemen van passende maatregelen niet gewaarborgd en de rechter bemoeilijkt om wél passende straffen op te leggen? Wellicht is, in plaats van een verdere uitbreiding van het taakstrafverbod, een afschaffing van art. 22b Sr wellicht een verstandige beslissing.


[1] ZEMBLA, Moord, Doodstraf, Taakstraf, 14 oktober 2007. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/moord-doodstraf-taakstraf

[2] ZEMBLA, Onderzoek naar draagvlak taakstraffen, 28 februari 2009. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/onderzoek-naar-draagvlak-taakstraffen

[3] ZEMBLA, Wet over taakstraffen overbodig, 20 februari 2009. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/wet-over-taakstraffen-overbodig

[4] P. America, Taakstrafverbod is eenvoudig te omzeilen, Advocatenblad, 27 februari 2013. https://www.advocatenblad.nl/2013/02/27/taakstrafverbod-is-eenvoudig-te-omzeilen/

[5] A. Klijn e.a., ‘Moord, doodslag, taakstraf? Een Zembla-uitzending nader bekeken’, Raad voor de Rechtspraak Research Memoranda, 2008, jaargang 4, nr. 1, p.3-5.

[6] A. Klijn e.a., ‘Moord, doodslag, taakstraf? Een Zembla-uitzending nader bekeken’, Raad voor de Rechtspraak Research Memoranda, 2008, jaargang 4, nr. 1.

[7] R. Boere, Rechter Elianne Rens gruwt van taakstrafverbod, Algemeen Dagblad, 19 januari 2017. https://www.ad.nl/binnenland/rechter-elianne-van-rens-gruwt-van-taakstrafverbod~ad73533f/

[8] Kamerstukken II 2009/10, 32 169, nr. 3, p.6.

[9] T. Den Hartog, Den Haag verdeeld over omzeilen taakstrafverbod, Algemeen Dagblad, 19 januari 2017, https://www.ad.nl/binnenland/den-haag-verdeeld-over-omzeilen-taakstrafverbod~afe64e9f/.

[10] Ministerie van Justitie en Veiligheid, Staatsblad 2012, jaargang 1, p.1

[11] P. America, Taakstrafverbod is eenvoudig te omzeilen, Advocatenblad, 27 februari 2013. https://www.advocatenblad.nl/2013/02/27/taakstrafverbod-is-eenvoudig-te-omzeilen/

[12] ZEMBLA, Moord, Doodstraf, Taakstraf, 14 oktober 2007. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/moord-doodstraf-taakstraf

[13] ZEMBLA, Onderzoek naar draagvlak taakstraffen, 28 februari 2009. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/onderzoek-naar-draagvlak-taakstraffen.

[14] Redactie, Taakstraf bij zwaar delict ook nuttig, Nederlands Dagblad, 16 oktober 2017. https://www.nd.nl/nieuws/varia/712821/-taakstraf-bij-zwaar-delict-ook-nuttig-

[15] Redactie, Voortaan altijd celstraf voor geweld tegen hulpverlener, NU.nl, 14 oktober 2019. https://www.nu.nl/politiek/6003876/voortaan-altijd-celstraf-voor-geweld-tegen-hulpverlener.html

[17] 2019/47 Advies wetsvoorstel uitbreiding taakstrafverbod, p.2. Raad voor de Rechtspraak, 4 december 2019.

[18] R. Boere, Rechter Elianne Rens gruwt van taakstrafverbod, Algemeen Dagblad, 19 januari 2017. https://www.ad.nl/binnenland/rechter-elianne-van-rens-gruwt-van-taakstrafverbod~ad73533f/.

[19] L. Klompenhouwer, Zedenzaak Valkenburg: maatregelen na zelfmoord, NRC, 17 maart 2015. https://www.nrc.nl/nieuws/2015/03/17/tweede-verdachte-pleegt-zelfmoord-in-loverboy-zaak-valkenburg-a1417811

[20] P. America, Taakstrafverbod is eenvoudig te omzeilen, Advocatenblad, 27 februari 2013. https://www.advocatenblad.nl/2013/02/27/taakstrafverbod-is-eenvoudig-te-omzeilen/

[21] P. America, Taakstrafverbod is eenvoudig te omzeilen, Advocatenblad, 27 februari 2013. https://www.advocatenblad.nl/2013/02/27/taakstrafverbod-is-eenvoudig-te-omzeilen/

[22] ZEMBLA, Eerste Kamer verdeeld over uitsluiten taakstraf bij ernstige misdrijven, 10 november 2011. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/eerste-kamer-verdeeld-over-uitsluiten-taakstraf-bij-ernstige-misdrijven

[23] R. Boere, Verbod op taakstraf steeds vaker omzeild, Algemeen Dagblad, 19 januari 2017. https://www.ad.nl/nieuws/verbod-op-taakstraf-steeds-vaker-omzeild~ad32cb7e/

[24] Rechter omzeilt taakstrafverbod, NOS NIEUWS, 19 januari 2017. https://nos.nl/artikel/2153710-rechter-omzeilt-taakstrafverbod.html.

[25] T. den Hartog, Minister neemt taakstraffen onder de loep, Parool, 23 januari 2018. https://www.parool.nl/nieuws/minister-neemt-taakstraffen-onder-de-loep~bdbed1211/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

[26] P. de Graaff, Hoe schuldig waren de hoerenlopers in Valkenburgse Zedenzaak?, Volkskrant, 28 december 2016. https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-schuldig-waren-hoerenlopers-in-valkenburgse-zedenzaak~b35f7afb/

[29] Hoge Raad, 20 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:202.

[30] ZEMBLA, Eerste Kamer verdeeld over uitsluiten taakstraf bij ernstige misdrijven, 10 november 2011. https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/eerste-kamer-verdeeld-over-uitsluiten-taakstraf-bij-ernstige-misdrijven


Discussie