Het leenstelsel anno 2020

Wat zien we terug van de gevolgen van het leenstelsel?

Door: Felice Busropan

In 2015 werd de geliefde basisbeurs afgeschaft door de overheid. Het idee was simpel: studenten moesten nu geld gaan lenen in plaats van geld krijgen. Dit zou voor een eerlijkere verdeling van de financiering van studiekosten door de overheid zorgen, en zou daarnaast de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Tegenstanders voerden aan dat door dit nieuwe leenstelsel studenten met torenhoge schulden kwamen te zitten, die weer leiden tot andere nadelige gevolgen. Ondertussen is het 5 jaar na de invoering van het nieuwe leenstelsel en kan er al het één en ander worden geëvalueerd. Was dit nieuwe leenstelsel echt zo slecht als werd gedacht? Of heeft het juist goed uitgepakt?

De twee leenstelsels

Allereerst: hoe zag het oude leenstelsel er uit? Het oude leenstelsel bestond uit 5 onderdelen: de basisbeurs, de aanvullende beurs, het studentenreisproduct, de lening en het collegegeldkrediet. Studenten die voor 1 september 2015 begonnen met studeren hadden recht op de basisbeurs. Deze beurs kreeg iedere student. Thuiswonende studenten ontvingen €102,77 en uitwonende studenten ontvingen €286,15 per maand. Naast de basisbeurs hadden sommige studenten ook recht op de aanvullende beurs. Aan de hand van de draagkracht van ouders werd deze beurs bepaald. Deze bedroeg maximaal voor thuiswonende studenten €247,14 en voor uitwonende studenten €286,55 per maand. De aanvullende beurs, de basisbeurs en het studentenreisproduct samen vormden de prestatiebeurs. Deze prestatiebeurs hoefden studenten niet terug te betalen, mits zij binnen 10 jaar een diploma haalden. Naast de prestatiebeurs konden studenten ook nog geld lenen, indien zij alsnog niet rond konden komen. De totale studieschuld bedroeg toen, in 2015, nog 12,7 miljard euro.[1]

In het nieuwe leenstelsel konden studenten geen aanspraak meer maken op de basisbeurs. Het leenstelsel bestond nu uit vier onderdelen, namelijk: de aanvullende beurs, het studentenreisproduct, de lening en het collegegeldkrediet. De aanvullende beurs bleef, maar deze bedraagt nu maximaal €378,22 per maand. Het doet er in het huidige leenstelsel niet meer toe of de student thuis woont of op zichzelf. Studenten moeten nu meer lenen en krijgen logischerwijs meer schulden. Echter, lenen werd wel “aantrekkelijker” gemaakt door de rente laag te houden. De totale studieschuld betrof vorig jaar, in 2019, 19,3 miljard euro, een enorm verschil met 2015. [2]

De gevolgen in 2020

Ondanks de lage rente was men niet tevreden. Zo werd aangevoerd door tegenstanders dat het nieuwe leenstelsel studenten kon afschrikken om te gaan studeren. Daarnaast zou het de onderwijsongelijkheid tussen arm en rijk vergroten, doordat bijvoorbeeld de ‘arme student’ meer moest lenen dan de ‘rijke student’. Ook zou het de doorstroom beperken van MBO naar HBO, en van HBO naar de universiteit. Als laatst zou het lenen ook voor veel studenten resulteren in een toename van stress, wat misschien zelfs leidt tot een burnout. [3]

Dit jaar kwam het Centraal Planbureau (CPB) uit met een onderzoek wat betreft het huidige leenstelsel en de effecten daarvan. Twee belangrijke feiten kunnen worden afgeleid uit dit onderzoek. Ten eerste: studenten zijn door het huidige leenstelsel niet af geschrokken om te gaan studeren. Het aantal havo- en vwo-leerlingen dat na 3 jaar na afronding van hun middelbare school naar het hoger onderwijs gaat, is gelijk gebleven. Ten tweede bleek dat studenten uit alle inkomensgroepen meer zijn gaan lenen. Sterker nog, studenten uit alle inkomensgroepen zijn meer gaan lenen dan dat zij zijn kwijtgeraakt door het wegvallen van de basisbeurs. Naarmate het inkomen van de ouders lager werd, bleken studenten meer te lenen dan zij verloren door de basisbeurs. [4] Daarnaast bleek uit onderzoek van de Volkskrant dat de soort studie die een student kiest ook bepalend kan zijn voor de hoogte van de lening. Hoe meer carrièrekansen een student bleek te hebben, hoe hoger de lening werd.[5]

Ondanks dat dit als goed nieuws klinkt, moet er een belangrijke kanttekening worden gemaakt bij het onderzoek van het CPB. Het onderzoek geeft namelijk geen compleet beeld van de effecten van het huidige leenstelsel. Zo gaat het onderzoek niet in op de doorstroom van MBO naar HBO, van HBO naar de universiteit en op de toenemende stress bij studenten door lenen. [6] Op dit laatste aspect is het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) ingegaan, door middel van een enquête onder 563 hbo- en wo-studenten. Deze enquête had betrekking op de emotionele druk die het huidige leenstelsel op studenten legt. ISO concludeerde dat het huidige leenstel wel degelijk een emotionele druk op studenten legde. Studenten willen zo snel mogelijk hun studie afronden, wat veel stress met zich mee brengt. Tenslotte, hoe langer zij doen over studeren, hoe meer kosten ze maken. Daarnaast brengt het extra lenen met zich mee dat er onder studenten een bepaalde leenangst ontstaat. Studenten zijn bang dat de schulden later niet terug kunnen betalen of dat ze geen aanspraak kunnen maken op een hypotheek. Hierdoor nemen zij het zekere voor het onzekere en besluiten zij niet te lenen. [7]

Onder veel studenten heerst de angst dat ze later geen of een minder hoge hypotheek kunnen krijgen. Een studieschuld zorgt in het algemeen voor een lagere hypotheek, ongeacht de student in het oude of nieuwe leenstelsel zit. Ondanks de grotere studieschuld, is gebleken dat in het nieuwe leenstelsel studenten een betere hypotheek kunnen krijgen dan in het oude leenstelsel. De termijn voor terugbetaling is namelijk voor het nieuwe leenstelsel 35 jaar, voor het oude leenstelsel 15 jaar. Hierdoor zou iemand uit het nieuwe leenstelsel een kleiner bedrag terug betalen per maand dan iemand uit het oude leenstelsel. Het nieuwe leenstelsel vormt dus geen grotere belemmering voor een student zijn hypotheek dan het oude leenstelsel. [8] [9]

Verbetering van onderwijs

Maar, waarom werd ooit de basisbeurs afgeschaft? Zoals in de inleiding al werd aangegeven, moest het nieuwe leenstelsel voor een eerlijkere verdeling zorgen van de financiering van de overheid. Niet langer kreeg de zoon van de arts evenveel geld als de zoon van de slager. Door de afschaffing van de basisbeurs kwam er ongeveer 2,3 miljard euro vrij. Echter, dit leidt tot de volgende vraag:waar ging dit geld dan heen? Dit zou volgens de wetgever geïnvesteerd worden in zichtbaar beter onderwijs. Deze investeringen konden oplopen tot 1 miljard euro. Vijf jaar later kunnen we deze investeringen ook evalueren. NOS op 3 deed hier eerder dit jaar al onderzoek naar. Er bleek lang geen 1 miljard geïnvesteerd te worden in het onderwijs. Sterker nog, in 2018 werd er maar 184 miljoen euro geïnvesteerd, en in 2019 maar 192 miljoen euro. [10]

Na 2018 volgden er strengere regels voor de investeringen. Hierdoor moesten hogescholen en universiteiten hun plannen voor de investeringen laten checken bij het NVAO. Uit deze plannen bleek dat het grootste deel van de hogescholen en universiteiten in online onderwijs, en daarna mentale problemen bij studenten en betere feedback investeert. [11] Maar, kunnen we dan anno 2020 dus ook spreken van een zichtbare verbetering van het onderwijs? De beloofde 1 miljard is na 5 jaar nog lang niet geïnvesteerd en voor een echte zichtbare verbetering zullen we dus nog even geduld moeten hebben.

Reactie van de politiek

Echter, raakt dit geduld ondertussen in Den Haag langzamerhand op. Veel politieke partijen zijn de afgelopen jaren al naar voren gekomen. Zij zouden niet langer tevreden zijn met hoe het leenstelsel zich de afgelopen jaren heeft uitgepakt. Bijna alle partijen hebben al laten weten een compensatie voor studenten te willen. [12] Zo wordt er gedacht de basisbeurs terug te brengen. Daarnaast is een hogere aanvullende beurs ook een optie. Ook kan er een hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel plaatsvinden. Door dit stelsel te hervormen, zou er geld overblijven, dat vervolgens geïnvesteerd kan worden in de studenten. Als laatst zou er ‘studietaks’ kunnen komen. Het terugbetalen van de studieschuld zou dan via de belasting betalen gaan. Wat precies met het huidige leenstelsel gaat gebeuren, moet nog maar blijken. De mooie plannen kunnen namelijk ook mooie verkiezingspraat zijn. [13] Hoe dan ook, de plannen voor het leenstelsel zijn zeker iets waar rekening mee moet worden gehouden bij de aanstaande verkiezingen in maart.

 

[1] ‘Oud stelsel hbo en universiteit’ DUO www.duo.nl

[2] ‘Studiefinanciering’ DUO www.duo.nl/particulier/studiefinanciering

[3] D. van Bekkum ‘Dat leenstelsel is zo slecht nog niet, toch?’ Volkskrant 12 mei 2020 volkskrant.nl

[4] ‘Effect Wet studievoorschot op toegankelijkheid en leengedrag’, Centraal Plan Bureau (CPB) 12 mei 2020 cpb.nl

[5] N. de Jager, S. Frijters ‘De rechtenstudent leent veel meer bij DUO dan de student Duits’ Volkskrant 11 november 2020 volkskrant.nl

[6] D. van Bekkum ‘Dat leenstelsel is zo slecht nog niet, toch?’ Volkskrant 12 mei 2020 volkskrant.nl

[7] ‘Lenende studenten hebben stress door studieschuld’ NOS 28 januari 2020 nos.nl

[8] ‘Studieschuld hypotheek’ Consumentenbond www.consumentenbond.nl

[9] S. Trompert ‘Iets meer hypotheek bij studieschuld, maar verwacht er niet te veel van’ RTL Nieuws 6 juli 2020 rtlnieuws.nl

[10] ‘Het leenstelsel ontleed: waar is het geld van afschaffing basisbeurs gebleven?’ NOS 13 september 2020 nos.nl

[11] A. Pruis, ‘Leenstelselgeld naar extra docenten, maar ook naar duurzame broodjes’ NOS 24 september 2020 nos.nl

[12] ‘Meeste partijen willen compensatie voor leenstelsel-studenten’ NOS 13 oktober 2020 nos.nl

[13] I. Schoenmacker, ‘Dit zijn vier alternatieven voor het leenstelsel van studenten’, Trouw 13 oktober 2020 trouw.nl

 

Lees meer over

artikel
leenstelsel