Het misdrijf dat het internationale strafrecht net niet haalde

door:
Genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden worden wereldwijd gezien als de meest ernstige misdrijven die er bestaan. Het Internationaal Strafhof in Den Haag is dan ook het toneel voor voormalig dictators, generaals en rebellenleiders. Maar zijn er geen andere misdrijven te bedenken die internationaal strafbaar zouden moeten zijn?

De Verenigde Naties hadden na hun oprichting al snel het idee om internationale regels op te stellen die het mogelijk maakte om ernstige misdrijven te bestraffen. Na veel decennia van onderhandelingen zijn uiteindelijk genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in 1998 opgenomen in het Statuut van Rome zijnde misdrijven tegen de vrede – en in 2010 is het misdrijf ‘daden van agressie’ daaraan toegevoegd. In 2002 werd het Internationaal Strafhof in het leven geroepen om de misdrijven tegen de vrede te kunnen bestraffen.

Bijzonder genoeg was er in de conceptwet van het Statuut nog een extra misdrijf opgenomen die de uiteindelijke wet niet heeft gehaald: misdrijven tegen het milieu. In de conceptwet viel het misdrijf onder het overkoepelende misdrijf: misdrijven tegen de menselijkheid. De initiator van deze toevoeging was de toenmalige premier van Zweden Olof Palme, die zijn initiatief kracht bijzette door een betoog te houden op de Stockholm conferentie van 1972. De toespraak was dan ook de aanleiding om een commissie in te stellen die de conceptwet zou opstellen.

Lang zag het ernaar uit dat misdrijven tegen het milieu een onderdeel zou worden van het internationale strafrecht. Agent Orange, het ontbladeringsmiddel dat tussen 1961 en 1971 door de Verenigde Staten tijdens de Vietnamoorlog werden gebruikt, had in Vietnam zulke grote milieuschade veroorzaakt dat vrijwel alle lidstaten van de VN het er over eens waren dat misdrijven tegen het milieu internationaal strafbaar gesteld zouden moeten worden. Toch werd het onderdeel in 1996, anderhalf jaar voor de ondertekening van het uiteindelijke Statuut van Rome, geschrapt uit de conceptwet. Tot op de dag van vandaag is er weinig bekend over de exacte redenen van de schrapping.

Toch zijn er enkele bijzondere opvattingen over de schrapping. Zo beweert Polly Higgins, een voormalig bedrijfsjurist die het haar levenswerk maakt om ecocide (een andere term voor misdaden tegen het milieu) alsnog op te nemen in het Statuut van Rome, dat zij documenten gevonden heeft uit het archief van de VN. Deze documenten zouden erop wijzen dat Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk een lobby achter de schermen zouden zijn gestart om de schrapping te bewerkstelligen. De voorgestelde ecocide-wet zou voor grote bedrijven een doorn in het oog zijn geweest. Begrijpelijk als je bedenkt dat de enorme olieramp uit 2010 op het boorplatform van BP strafbaar zou zijn geweest als de ecocide-wet er wel zou zijn geweest.

Ook opmerkelijk is de moord op Olof Palme, gepleegd in 1986. De moord op de initiator van het wetsvoorstel is nooit opgelost ondanks het feit dat er in totaal al 130 bekentenissen zijn gedaan. Al deze bekentenissen hebben nooit tot een veroordeling geleid vanwege gebrek aan bewijs. Nog dagelijks schijnen er 2 of 3 tips binnen te komen over de moord. Het is dan ook uiterst onwaarschijnlijk dat het inmiddels 225 meter lange dossier ooit opgelost zal worden. Afijn, genoeg voer voor complotdenkers.

Het is maar de vraag of het opnemen van een ecocide-wet in het Statuut van Rome daadwerkelijk veel oplost. Het Internationaal Strafhof heeft namelijk een zeer beperkte mate van rechtsmacht. Artikel 98 van het Statuut van Rome bepaalt namelijk dat er nadrukkelijke toestemming moet zijn van landen alvorens het Internationaal Strafhof deze rechtsmacht verkrijgt. Ook bestaat de mogelijkheid voor landen om de reeds verleende rechtsmacht in te trekken. Illustratief voor de beperkte rechtsmacht van het Internationaal Strafhof is dan ook het feit dat grote landen als de Verenigde Staten, Rusland, en China het Internationale Strafhof niet erkennen. Dat geldt ook voor vrijwel het gehele Midden-Oosten en vrijwel geheel AziĆ«. Rusland trok haar steun aan het Internationaal Strafhof pas in 2016 in. Het Internationaal Strafhof heeft tot noch toe louter Afrikaanse misdadigers kunnen veroordelen. In Afrika heeft dat weer tot gevolg dat er in verschillende landen aan gedacht wordt het Internationaal Strafhof als rechtsprekend orgaan te verlaten. Dit alles komt niet ten goede aan de toekomst van het internationale strafrecht.

De implicaties van een ecocide-wet zouden wellicht ook problematisch kunnen zijn. Zolang elk huishouden afhankelijk is van fossiele brandstoffen zoals gas en olie, zullen deze brandstoffen moeten worden gewonnen. Het winnen van fossiele brandstoffen komt per definitie niet ten goede aan het milieu. Het zou dan ook erg economisch ontwrichtend zijn als de mogelijkheid zou bestaan om elk winningsbedrijf strafbaar te kunnen stellen. Aan de andere kant is het natuurlijk de vraag of we door massaal fossiele brandstoffen te blijven winnen niet alternatieve technologische vooruitgangen op dit gebied vertragen. De elektromotor werd al in de 19e eeuw uitgevonden en de eerste auto’s hadden in die tijd dan ook een elektromotor. De brandstofmotor won het van de elektromotor aan het begin van de 20ste eeuw omdat hiermee sneller en langer gereden kon worden. De elektrischeauto is vandaag de dag bezig met een come-back maar zal toch pas als gelijkwaardige vervanger van de brandstofauto kunnen dienen op het moment dat de batterijduur en de oplaadtijd substantieel verbeteren.

Dat milieuschade en bijbehorende klimaatverandering op de lange termijn schadelijk is voor de mens, is wel duidelijk. Hoewel de technologie grotendeels toereikend is, schijnen we het nog altijd lastig te vinden om de juiste middelen te vinden waarmee we het probleem op grote schaal op kunnen lossen. Brandstof om over na te denken dus.


Discussie

Relevante artikelen