Het vergeetrecht

door:
De meesten kennen het wel, die ene foto die je liever niet op Facebook of Instagram wil maar er toch staat. Op dat soort momenten zou het fijn zijn als de mensheid collectief besluit die foto te vergeten. Zoekmachines zijn sinds een paar jaar in sommige gevallen verplicht daaraan mee te werken, maar niet alle informatie mag vergeten worden.

De term vergeetrecht is enigszins misleidend. Dit betekent namelijk niet dat misstappen van het internet verwijderd kunnen worden. De ‘vervelende’ informatie blijft op het internet aanwezig. Waar het vergeetrecht wel toe leidt is dat de informatie uit de zoekresultaten van zoekmachines wordt verwijderd. 

Het recht om vergeten te worden is geïntroduceerd in de uitspraak Google-spain. In deze uitspraak wordt het raamwerk neergezet op basis waarvan besloten wordt of men het recht heeft om vergeten te worden. Volgens het Hof van de Europese Unie begint de beoordeling van het vergeetrecht met een belangenafweging tussen het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, het belang dat de partij die de gegevens verwerkt heeft op die persoonsgegevens, en het belang van de internetgebruiker. Economische redenen zijn niet voldoende zwaarwegend om te kunnen oordelen dat de inmenging in de persoonlijke levenssfeer gerechtvaardigd is. In dezelfde paragraaf oordeelt de ECJ dat de belangen van de betrokkene in de regel prevaleren boven dat van de de internetgebruiker en de exploitant van de zoekmachine, behoudens gevallen van bijzondere aard. 

Sinds deze uitspraak is er een googleformulier online gekomen waarmee je Google kan vragen de gegevens te verwijderen maar dit lijkt makkelijker dan het is. Er zijn ondertussen 32.000 verzoeken ingediend. De meeste verzoeken die gehonoreerd worden betreffen kleinigheden zoals facebookposts en twitteraccounts. Er wordt moeilijker gedaan over journalistieke producties. Het is alleen de vraag of dat een probleem is. Wanneer een journalist informatie online zet, dan heeft hij daar een recht op, en dit is ook nodig om de democratie goed te laten functioneren. 

Wanneer je het niet eens bent met het besluit van Google is de enige optie nog om de belangenafweging te laten uitvoeren door een rechter. De Nederlandse rechter lijkt vooralsnog te worstelen met het Google-vergeet-mij-recht. Lagere rechters lijken veel moeite te hebben met het criterium dat hen is aangereikt in de uitspraak Google-Spain. Soms gaan lagere rechters er zelfs anders mee om. De Hoge Raad heeft onlangs een 

arrest gewezen waarin hij toch weer gebruikt maakt van het Google-Spain criterium. Dus de belangen van de betrokkene dienen te prevaleren boven dat van de internetgebruiker en exploitant. 

Vanaf 25 mei 2018 zal er een algemene verordening voor verwerking van de persoonsgegevens en het vrije dataverkeer gelden in de gehele Europese Unie. Daarmee wordt al het nationale recht ter verwerking van de gegevens gelijk getrokken op één niveau. De doelstelling van de verordening is dat iedereen controle zou moeten hebben over zijn gegevens en dat de rechten van betrokkene worden uitgewerkt. Ter uitwerking van deze rechten van de betrokkene is het vergeetrecht in artikel 17 algemene verordening gegevensbescherming geregeld. In dit artikel wordt de belangenafweging uit de uitspraak Google-spain herhaalt . De privacy belangen van de betrokkene dienen te prevaleren tenzij, bijvoorbeeld, de vrijheid van meningsuiting in het geding is.

Het vergeetrecht lijkt voor de particulier redelijk te functioneren, voor zover het betrekking heeft op kleinigheden. Wanneer het om journalistieke producties gaat, ligt dit anders. De nieuwe AVG zal daar geen verandering in brengen. Dit alles moet overigens niet als een aanmoediging worden gezien om ongegeneerd partyfoto’s op internet te zetten. Het geheugen van zoekmachines kan dan misschien gewist worden, dat van de mensheid vooralsnog niet.


Discussie

Relevante artikelen