Hoe de wet een kantonrechter in het nauw brengt

door:
Na veel ophef en discussie lijkt er voor Transavia eindelijk een einde te komen aan een lange periode van persberichten, juristen en imagoschade. NH Nieuws meldde afgelopen week dat Casper van W. en de luchtvaartmaatschappij het eens zijn geworden over een beëindiging van het dienstverband, hetgeen Transavia niet voor elkaar wist te krijgen via de rechter. [1]

Van W. en zijn vader kwamen begin 2016 in opspraak toen bleek dat zij samen een straatrace hielden waarbij een 19-jarige vrouw om het leven kwam. Volgens ooggetuigen reden beide rond de 150 kilometer per uur en later kwam uit onderzoek naar voren dat er ook alcohol in het spel zou zijn geweest. Uitkomst van de strafzaak: voor Van W. een taakstraf van 100 uur en voor zijn vader een gevangenisstraf van vier jaar. Transavia zag de bui al hangen na de uitspraak en besloot Van W. te ontslaan omdat zij bang waren voor het imago van het merk en het vertrouwen van reizigers in hun veiligheid, iets wat door laatstgenoemde werd aangevochten. Deze hele gebeurtenis wierp twee vragen op: ten eerste, hoe kan er zo een lage straf zijn voor zo een delict met zulke gevolgen? En ten tweede, waarom kon Van W. met succes tegen zijn ontslag ingaan?

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
Het is vooral de tweede vraag die erg interessant is.  Op sociale media, fora en in opiniebladen was de verontwaardiging duidelijk te merken. Veel mensen begonnen toch te twijfelen over hun vakantievlucht deze zomer met Transavia en konden moeilijk begrijpen waarom iemand die dusdanige onverantwoordelijkheid achter het autostuur wel verantwoordelijk genoeg zou zijn in de cockpit. Transavia stelde de piloot direct op non-actief en probeerde via de rechterlijke route een ontslag te forceren zonder de nodige vergoeding te hoeven betalen.

Voor de rechter deed transavia een beroep op artikel 7:671b BW in combinatie met artikel 7:669 lid 3 BW.[2] Kortgezegd geeft 7:671b BW aan dat de kantonrechter mag ontbinden als er is voldaan aan één van de in 7:669 lid 3 BW genoemde gronden. Transavia wees voornamelijk sub e en h aan van 7:669 lid 3 BW:

“3. Onder een redelijke grond als bedoeld in lid 1 wordt verstaan:

e. verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren;

h. andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.”

De Onderbouwing van Transavia bracht vooral naar voren dat de vliegmaatschappij het standpunt inneemt dat een piloot op het gebied van veiligheid een voorbeeldfunctie heeft en dat het commerciële belang van Transavia enorm betrokken is bij deze zaak omdat niet alleen de piloot, maar ook zijzelf in negatief daglicht kwamen te staan. Het is moeilijk te rijmen dat iemand die niet veilig een auto kan besturen, dit wel bij een vliegtuig zou kunnen. Tevens was intern ook enige opschudding ontstaan. Van W. zou tegen Transavia hebben gelogen over de situatie en meerdere collega’s zouden niet langer meer willen werken met Van W. vanwege het gevoel van onveiligheid.

De kantonrechter leek hier echter niks voor te voelen. De maatschappelijke onrust en verontwaardiging mag volgens de rechter niet mee worden genomen in de toetsing van de gronden uit 7:669 lid 3 BW. Wel moet er worden gekeken naar de nauwe verhouding tussen de strafrechtelijke gedraging en het werk waar de arbeidsovereenkomst op ziet Het bizarre hier is het volgende: de rechter oordeelt dat de piloot extreem gevaarlijk handelde, maar er wordt hier niet gesproken over een misdrijf omdat er simpelweg niet in de strafzaak is aangetoond dat hij medeschuld had in het overlijden van het eerdergenoemde slachtoffer. Hierdoor is er een veroordeling geweest op grond van artikel 5 van de WvW, wat ziet op een overtreding.

Artikel 5 WvW

“Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.”

Een overtreding zou volgens de kantonrecht niet voldoende zijn om een arbeidsovereenkomst te ontbinden, omdat het hek dan van de dam is voor heel veel zaken in Nederland.  Eenmalige overtredingen zouden volgens de rechter, ongeacht hun inhoud, niet voldoende zijn om het functioneren van iemand ter discussie te stellen. Ook de houding van de piloot in de strafzaak en tegenover nabestaanden is geen reden om aan te nemen dat er in het algemeen geen verantwoordelijkheidsgevoel heerst bij hem.

Onschuldpresumptie

Buiten de ontbindingstoets om, boog de rechter zich nog over een ander discussiepunt. Transavia had de piloot namelijk aangenomen vlak na zijn eerste verhoor bij de politie. De rechter is van mening dat, mede omdat Transavia wist wat de inhoud was, er de indruk werd gewekt naar de piloot dat enige veroordeling geen effect zou hebben op de arbeidsrelatie. Hierdoor ontstaat de vraag of de rechter een soort waardering mee moest nemen in het oordeel, omdat Transavia enige vorm van onschuldpresumptie meenam in haar oordeel om de piloot aan te nemen. Het voelt onredelijk aan om Transavia niet een soort van te “belonen” voor het feit dat zij van een positieve uitkomst van de strafzaak zouden uitgaan. We horen immers vaak genoeg dat mensen niet aan de bak komen als ze überhaupt ooit verdacht zijn geweest van een strafrechtelijk feit, zeker als dat de media haalt.

Artikel 6 lid 2 EVRM schetst de onschuldpresumptie vooral in staatrechtelijke verhouding. Nergens is een vorm van codificatie voor een horizontale verhouding van dit rechtsbeginsel. De Code Civil uit Frankrijk heeft hier bijvoorbeeld al wel rekening mee gehouden in artikel 9-1.[3]  Hiermee kan de rechter zelfs maatregelen treffen wanneer men zich op horizontaal niveau niet weet te weerhouden van de onschuldpresumptie.

Hoe nu verder

Het is dus voornamelijk aan de wetgever om eens te kijken of dit geregeld moet gaan worden. Transavia heeft echter al aangegeven dat zij in hoger beroep gaan tegen de uitspraak om zo ontbinding te bewerkstelligen zonder vergoeding. Misschien dat het gerechtshof durft om wat meer de grenzen van het recht op te zoeken of nieuw recht te scheppen. De uitleg van de kantonrechter is achteraf gezien niet gek, puur omdat de wet geen andere mogelijkheid biedt, maar het voelt zeker voor de nabestaanden en Transavia als zeer onrechtvaardig.


[1] http://www.nhnieuws.nl/nieuws/222647/Straatracende-piloot-Casper-van-W-weg-bij-Transavia

[2] ECLI:NL:RBAMS:2018:694

[3] https://www.legifrance.gouv.fr/Media/Traductions/English-en/code_civil_20130701_EN


Discussie

Relevante artikelen