Ideeën van politieke partijen over het onderwijs

Hoe denken de partijen over zaken zoals het leenstelsel of lerarentekort?

Door: Naomi Peters

Afgelopen week heeft de burger kunnen stemmen voor de Tweede Kamer verkiezingen. Daarbij was het onderwijs  een belangrijk onderdeel. Om meer duidelijkheid te geven over de standpunten die partijen hebben omtrent het onderwijs, is op 1 maart een onderwijsdebat gehouden. Dit debat vond plaats in het Amsterdamse cultuurcentrum De Balie.[1] Tijdens het debat gingen partijen in op onder meer het onderwerp van het schooladvies. De visies van partijen verschillen hierover. De Partij van de Arbeid (hierna: PvdA) is voorstander van het schooladvies in de tweede klas van de middelbare school; Kirsten van den Hul (PvdA), noemt dat ‘een brede brugklas’. Daarentegen vindt René Peters van het Christendemocratisch àppel (hierna: CDA) dat geen goed idee, omdat het huidige schooladvies goed werkt. Verandering is derhalve zonde van de tijd en energie die erin gestoken moet worden en kost onnodig veel geld.

Verder ging het tijdens het onderwijsdebat ook over de salarissen van leraren op de middelbare school in vergelijking tot de salarissen van leraren op de basisschool, omdat leraren op de middelbare school 7 tot 19% meer verdienen.[2] Rudmer Heerema van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (hierna: VVD) is van mening dat er niet gekeken moet worden naar de soort school waarop les gegeven wordt, maar of het een lastige doelgroep is.[3] Bij een lastigere doelgroep hoort een hoger salaris, of dat nou op de basisschool of middelbare school is.

Tijdens het onderwijsdebat zijn veel thema’s besproken, maar hoe denken de partijen over het leenstel, het lerarentekort en het passend onderwijs?

Het leenstelsel

In 2015 is het leenstelsel is ingegaan voor alle studenten die in dat jaar of later zijn gestart in het hoger onderwijs. Studenten kunnen een rentedragende lening afsluiten als studiefinanciering, wat betekent dat ze mogen lenen tegen een lage rente. De rente is vastgesteld voor een periode van vijf jaar. Voor deze periode geldt nu een rente van 0%, maar na het aflopen van deze periode is het goed mogelijk dat de rente daarna weer wat stijgt.[4] Voordat het leenstelsel was ingevoerd, kende Nederland de zogenoemde basisbeurs. Deze beurs was een maandelijkse bijdrage voor studenten. Als de studie binnen tien jaar werd afgerond, werd deze lening omgezet in een gift.

Inmiddels zijn de meningen over het leenstelsel verdeeld. Er zijn heel wat partijen van mening dat de basisbeurs weer moet worden ingevoerd. Hoe deze eruit moet gaan zien, is volgens elke partij anders. De PvdA ziet graag de basisbeurs opnieuw ingevoerd worden, maar dan wel in combinatie met een progressiever belastingstelsel.[5] Daarnaast pleit het CDA voor een hele nieuwe basisbeurs om ervoor te zorgen dat de drempel om een opleiding te gaan volgen lager is.[6] Verder heeft Democraten 66 (hierna: D66) voornemens om een nieuwe studiebeurs in te voeren, waarbij studenten belastingkorting krijgen. Als studenten niet voldoende verdienen, krijgen zij de belastingkorting uitbetaald. Voor de meeste studenten betekent dat een beurs van 300 euro per maand. Dit zorgt voor verlaging van de werkdruk van studenten.[7] De VVD is, in tegenstelling tot de andere partijen, geen voorstander van de basisbeurs en pleit voor het behouden van het leenstelsel. Volgens de VVD blijven studenten op deze manier gemotiveerd om hun studie af te ronden.[8] Het voordeel van het behouden van het leenstelsel is dat er meer geld vrijkomt voor het hoger onderwijs. Dit geld kan weer gebruikt worden voor investeringen in het onderwijs, volgens de VVD.[9]

Het lerarentekort

Het lerarentekort is een probleem dat al een aantal jaar speelt. De verwachting is dat het lerarentekort in het primair onderwijs blijft groeien. Dit probleem wordt versterkt doordat steeds meer leraren met pensioen gaan. Echter, er is niet voor elk vak een lerarentekort. In het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs wordt voor vakken als Duits, wiskunde en informatica een tekort verwacht.[10]

Hoewel elke partij het erover eens is dat het lerarentekort problematisch is en opgelost moet worden, zijn de standpunten van de partijen omtrent het oplossen hiervan verschillend. GroenLinks legt de nadruk op het verlagen van de werkdruk op de basisscholen.[11] Verder pleit de PVV voor meer carrièreperspectief voor leraren, waarbij het dus meer om de kwaliteit van de leraren gaat.[12] Ook de ChristenUnie is voor het aanpakken van de werkdruk en het vergroten van loopbaanperspectieven. Daarnaast is de ChristenUnie voorstander van het idee om één collectieve arbeidsovereenkomst in te voeren voor de basisscholen en voortgezette onderwijsinstellingen, zodat de loonkloof gedicht wordt. De VVD heeft het voornemen om leraren het recht van bijscholing te geven, wat zorgt voor meer kennis en vaardigheden. Leraren verdienen meer waardering. Dit kan worden bewerkstelligd door bijvoorbeeld hogere salarissen. Echter, de toelating voor de lerarenopleiding moet streng blijven, zodat de kwaliteit gewaarborgd blijft.[13]

Passend onderwijs

Partijen hebben ook standpunten ingenomen over passend onderwijs. Passend onderwijs  houdt in dat alle leerlingen een plek krijgen binnen een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Door passend onderwijs kunnen leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in het reguliere onderwijs blijven en zorgt er dus voor dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben niet naar een andere school hoeven.[14] Daarnaast heeft de school een zorgplicht gekregen voor de leerlingen die vastgesteld is in de wet. Hierdoor wordt voorkomen dat kinderen langdurig thuis komen te zitten zonder onderwijs.[15]

Niet alle partijen nemen een standpunt in over passend onderwijs. D66 heeft hierbij wel een standpunt ingenomen en pleit voor het vastleggen van het recht op toegang tot het onderwijs in de wet. Dit recht is wel al opgenomen in het kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties, maar niet in de Nederlandse wetgeving.[16]

Daarnaast heeft Forum voor Democratie (hierna: FvD) als doel om het bijzondere onderwijs te behouden, maar poogt wel de kwaliteit strenger te waarborgen. Om dit te kunnen waarmaken, willen zij het passend onderwijs begrenzen en meer investeren in bijzonder onderwijs.[17]

Conclusie

Uit het voorgaande blijkt dat de meeste partijen van het leenstelsel af willen, waarbij de basisbeurs weer – in een nieuw jasje – van kracht wordt.  Daarnaast zijn politieke partijen het eens over de noodzaak van het aanpakken van het lerarentekort. Echter, over passend onderwijs zijn de meningen verdeeld. Waar, de ene partij, zoals FvD, het passend onderwijs wil begrenzen, wil de andere partij, zoals D66, het behouden. Hoe het onderwijs in Nederland wordt vormgegeven, blijft dus totdat de volgende regering met nieuw beleid komt, spannend.

 

[1] Hoger onderwijs persbureau, ‘Verkiezingsdebat over het onderwijs: lesgeven is geen hobby’, Cursor 17-02-2021 (cursor.tue.nl).

[2] A. Meinema, ‘Waarom verdien je op de basisschool minder dan op de middelbare school?, NOS, 30-08-2017 (nos.nl).

[3] ‘Verslag van het onderwijsdebat’, oudersenonderwijs, 1-03-2021 (oudersenonderwijs.nl).

[4] ‘Het leenstelsel’, Landelijke studentenvakbond (lsvb.nl).

[5] ‘Dit willen de politieke partijen met het onderwijs’, NU 9-02-2021 (nu.nl).

[6] ‘Basisbeurs’, CDA (cda.nl).

[7] ‘Studiefinanciering’, D66 (d66.nl)

[8] R. Kloek, ‘Waarom de VVD vasthoudt aan het leenstelsel en wat dat voor studenten betekent’, Trajectum 9-11-2020 (trajectum.hu.nl).

[9] ‘Studievoorschot’, VVD (vvd.nl).

[10] ‘Leraren in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs’, rijksoverheid (rijksoverheid.nl).

[11] ‘Leerkrachten’, GroenLinks (groenlinks.nl).

[12] ‘Vrijheid door onderwijs’, PVV (pvv.nl).

[13] ‘Leraren’, VVD (vvd.nl)

[14] ‘Passend onderwijs’ balans (balansdigitaal.nl).

[15] ‘Passend onderwijs’, rijksoverheid (rijksoverheid.nl)

[16] ‘Onderwijs en zorg’, D66 (d66.nl).

[17] ‘Onderwijs’, FVD (fvd.nl).