In naam der wetenschap...'experimenteren' op mensen

door:
Het blijft een discussie of het ethisch verantwoord is om middelen, zoals medicijnen en cosmetica, op dieren te testen. Dierproeven worden dan ook vaak door velen verafschuwd. “Waarom op dieren testen? In de gevangenis zitten genoeg moordenaars of pedofielen om op te testen.” Hetgeen je leest is geen grap, dergelijke opmerkingen zijn op Facebook terug te vinden in discussies over dierproeven. Waar een groot aantal dieren (528.159 in 2015) lijdt door proeven met cosmetica en medicijnen, werkt de rechtenstudent als buitengriffier, werkstudent of als straatwerver voor een goed doel. Uiteraard zijn er nog altijd de studenten die op Ome Duo vertrouwen. Het is leuk om ervaring op te doen en je cv te vullen, maar wat als het mogelijk is om je avondjes uit te kunnen financieren met een bijbaan als proefpersoon? Dieren blij, jij blij.

Het idee om je op te geven als mogelijk proefpersoon is vast weleens in je opgekomen: het CHDR staat tenslotte elk jaar op de Eurekaweek markt om nieuwe proefpersonen te werven. Het klinkt aanlokkelijk: de vergoeding voor onderzoeken varieert van 50 tot 2000 euro. Hoe hoger het bedrag, hoe meer er van je gevraagd wordt. Denk hierbij aan het soort medicijn, maar ook de lengte van het onderzoek. Een dergelijk onderzoek wordt, naast controle door ethische commissies, ook gereguleerd door de wet. Hoe ziet het juridisch kader rondom medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen eruit?

De Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) is op 1 december 1999 in werking getreden. Het voornaamste doel van deze wet is om bescherming te bieden aan proefpersonen die deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek. De wet is gericht op gezonde proefpersonen en patiënten, en gaat van het principe ‘nee-tenzij’ uit wanneer het wilsonbekwame of andere afhankelijke personen betreft (art. 4-6 WMO). Proefpersonen die meewerken aan medisch-wetenschappelijk onderzoek worden onderworpen aan bepaalde handelingen of krijgen gedragsregels opgelegd: er wordt inbreuk gemaakt op de integriteit van de personen (art. 1 lid 2 WMO). Het onderzoek kan bestaan uit enkel observaties, maar ook uit experimenteel onderzoek waarbij een interventie wordt gepleegd met als doel een bepaalde conditie te wijzigen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen onderzoeken die ten goede komen van deelnemers, en onderzoeken waarbij dat niet het geval is en geen voordeel opleveren. Nee, het gaat dus niet om onderzoek à la dokter Mengele.

Aan medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen wordt door de WMO strenge eisen gesteld. Het onderzoeksprotocol dient positief beoordeeld te worden door de centrale commissie voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Het wordt positief beoordeeld wanneer onder andere aannemelijk is gemaakt dat het onderzoek tot nieuwe inzichten leidt, er geen ander subsidiair middel is om tot deze inzichten te komen en het belang van het onderzoeksresultaat in redelijke verhouding staat tot de bezwaren en risico’s voor de proefpersonen. Daarnaast dient een erkende toetsingscommissie positief te hebben beoordeeld om het onderzoek met proefpersonen te laten plaatsvinden (art. 2 & 3 WMO).

Aanvullende eisen zijn de eisen van schriftelijke toestemming en informatievoorziening. Een proefpersoon die wil deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek dient daarvoor schriftelijk toestemming te verlenen (art. 8 WMO). De proefpersoon dient ten slotte afdoende en schriftelijk geïnformeerd te zijn alvorens een weloverwogen beslissing te kunnen nemen over deelnemen of niet. Voor deze weloverwogen beslissing dient de proefpersoon voldoende bedenktijd te krijgen (art. 9 WMO). Het betreft dus een gevalletje ‘willens en wetens’.

De wet en de commissies reguleren het medisch-onderzoek zodanig dat de risico’s zoveel mogelijk beperkt worden, maar wat als het alsnog fout gaat? De schade wordt gedekt door een verzekering die bij aanvang van het onderzoek is afgesloten voor de proefpersoon. Op de verplichting van de verzekeraar tot vergoeding van de schade is boek 6, titel 1, afdeling 10 van toepassing, zolang de aard van de verplichting zich daartegen niet verzet. Degene die aansprakelijk is, is degene die het wetenschappelijk onderzoek uitvoert maar ook degene die het verricht. Indien de verrichtingen plaatsvinden in een facilitaire instelling, is deze instelling medeaansprakelijk, ook indien de instelling het onderzoek niet verricht of uitvoert. Deze aansprakelijkheid is niet te beperken of uit te sluiten (art. 7 WMO).[1]

Het feit dat veel geld verdiend kan worden met het deelnemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek, betekent niet dat je je halsoverkop moet gaan aanmelden als proefpersoon. Het worden van een proefpersoon vereist, naar mijn mening, enigszins onderzoek en een weldoordachte keuze.


Discussie

Relevante artikelen