Interview met Geert-Jan Knoops

door:
Prof. Geert-Jan Knoops, winnaar van de Bronzen Toga in 2002, behoort al jarenlang tot de beste strafpleiters van Nederland. Na het behalen van grote successen in de nationale strafrechtpraktijk (denk aan de Puttense moordzaak), houdt Prof. Knoops zich nu vooral bezig met het internationale strafrecht. Zo heeft hij zaken behandeld bij de tribunalen voor Joegoslavië, Sierra Leone en Rwanda. Prof. Knoops onderscheidt zich van de andere grote strafpleiters door zijn aanhoudende verbondenheid met de academische wereld. Zo is hij tevens werkzaam als hoogleraar Strafrecht aan de Universiteit Utrecht. De redactie vroeg Prof. Knoops naar zijn mening aangaande de meest actuele zaken in het internationale strafrecht, waaronder het proces tegen Saddam Hussein en het Internationaal Strafhof.

Zal naar uw mening het Internationaal Strafhof slagvaardig genoeg zijn gezien het feit dat de VS geen partij is bij het oprichtingsverdrag en haar onderdanen onbestraft blijven? Ondergraaft dit niet het gezag en aanzien van het strafhof?

Naast de VS zijn er natuurlijk een aantal andere grootmachten die niet het Statuut hebben geratificeerd en die dus de slagvaardigheid beperken. Maar wat belangrijker is om te beseffen, is dat de slagvaardigheid in grote mate afhankelijk is van de medewerking van de staten en als staten niet hun medewerking verlenen, is het de vraag wat dan de sancties zijn.

Ook de staten die wel bij het Internationaal Strafhof zijn aangesloten, hebben onder omstandigheden het recht om bepaalde handelingen te weigeren op grond van bijvoorbeeld de staatsveiligheid. Het Internationaal Strafhof als zodanig heeft geen sanctiemechanismen indien een staat niet meewerkt. Men kan wel aan de VN vragen om sancties op te leggen, maar die zijn zeer beperkt. De VN-veiligheidsraad kan slechts in één situatie ingrijpen en dat is als het de veiligheidsraad zelf is geweest die een zaak naar het Internationaal Strafhof heeft verwezen.

De slagvaardigheid zal dus vooral getest worden door de vraag in hoeverre staten bereid zullen zijn hun medewerking te verlenen. Een derde aspect dat meespeelt in deze kwestie betreft hoe je een verdachte fysiek in Den Haag krijgt. Daar heb je ook de medewerking van staten voor nodig. De aanklager bij het Internationaal Strafhof kan een arrestatiebevel uitvaardigen, maar dat bevel moet wel worden uitgevoerd aangezien het Internationaal Strafhof geen eigen politiemacht heeft. Het kan niet zomaar landen binnenvallen en zeggen: “Wij willen deze vermeende bendeleider die op onze lijst staat meenemen naar Den Haag”. Het Internationaal Strafhof is afhankelijk van het land waar een verdachte zit om hem uiteindelijk in Den Haag te krijgen. Dit is de grote testcase die voor het Internationaal Strafhof ligt.

Is een positieve houding van de VS ten opzichte van het Internationaal Strafhof eigenlijk niet onmisbaar? Mede gelet op de enorme macht van de VS om landen onder druk te zetten om verdachten uit te leveren aan het Internationaal Strafhof en de bijdrage die het kan leveren aan het doen van onderzoek.

Het is inderdaad zo dat Amerika een grote politiekemacht heeft om landen ergens toe te bewegen. Datis in het verleden ook bewezen. Nu Amerika niet hetverdrag heeft bekrachtigd, mist het InternationaalStrafhof uiteraard een belangrijke actor in het rechtspolitiekekrachtenveld. Dat is zonder meer een zwakpunt en de vraag is dus ook of het InternationaalStrafhof wel haar pretentie kan waarmaken. De oprichtingvan het Internationaal Strafhof heeft immershoge verwachtingen opgewekt als zijnde een permanenttribunaal waar we jaren op hebben gewacht. Hetzou uiteindelijk ook een soort ‘wereldstrafhof ’ moetenworden en het is de vraag of dit ook echt zal gaanlukken. Het Internationaal Strafhof moet nu echterwel het voordeel van de twijfel krijgen aangezien ernu nog maar preliminaire zaken lopen en er nog geen echte zaak naar voren is gebracht.

Het is absoluut nog te vroeg en we kunnen het allemaal helemaal mis hebben als je van deze sceptischepositie uitgaat. Maar je kunt wel vaststellen dat er een aantal zwakheden zijn in het systeem waarvan het maar de vraag is, of deze de fundamenten van het hof niet te sterk aantasten. Het fundament van het internationaal strafrecht en met name het recht van de tribunalen blijft echter de medewerking van de staten. Zonder die medewerking functioneert er geen tribunaal in deze wereld. Als er iets in dat fundament niet goed geregeld is, tast dat het hele bouwwerk aan. Dat geldt ook voor de positie van de verdediging. Want ook een verdediging kan afhankelijk zijn van de medewerking van staten. Denk maar eens aan het verkrijgen van bewijsmateriaal dat voor een verdachte gunstig kan zijn. Maar nogmaals, we moeten het geduld opbrengen om het Internationaal Strafhof een eerlijke kans te geven.

Kan Saddam Hussein een eerlijk proces krijgengelet op de Amerikaanse betrokkenheid, de publieke veroordeling, de selectie van de rechters en de angst voor aanslagen op getuigen, advocaten en onervaren rechters?

Dat kun je inderdaad betwijfelen. Ik heb een aantal kritische kanttekeningen bij het proces van Saddam Hussein. Op de eerste plaats heb ik in mijn oratie, toen ik in november 2003 aantrad in Utrecht, gezegd dat dit tribunaal alleen kan functioneren als je kiest voor een zogenaamd gemengd tribunaal. Dat is een tribunaal op basis van internationale en nationale rechters, wat wij ook terugzien in Sierra Leone. Daarbij pas je dan ook nationaal en internationaal recht toe.

Men heeft er uiteindelijk voor gekozen om er een puur nationale aangelegenheid van te maken. Op zich is dat begrijpelijk, maar je ziet nu al de enorme fundamentele problemen waar het Irak-tribunaal tegenaan loopt. Rechters die vervangen moeten worden omdat ze ofwel zelf emotioneel betrokken zijn bij bepaalde gebeurtenissen ofwel behoren tot de groepering die opgejaagd werd door Saddam Hussein. De rechterlijke onafhankelijkheid wordt daardoor in twijfel getrokken. De tweede rechter die daar nu zit wordt eigenlijk ook al verzocht om te vertrekken. Dit zal ook ook bij een derde, een vierde en ook een vijfde rechter gebeuren.

Een tweede aspect is dat de verdediging heel weinig tijd heeft gehad om zich voor te bereiden en het dossier vrij laat in bezit heeft gekregen. Interessant is bijvoorbeeld dat bij het Cambodjatribunaal, dat dit jaar van start gaat, wel is gekozen voor het gemengde model. Waarom? In Cambodja, waar circa twee miljoen mensen zijn omgebracht tijdens het Rode Khmer-regime, heeft iedereen wel te maken gehad met iemand die is omgekomen. Dus ook de rechters. Daarom heeft men gekozen voor het gemengde tribunaal en ik vind het zeer opmerkelijk dat er in Irak niet voor is gekozen.

Denkt u dat het proces tegen Saddam Hussein goed getimed is gezien alle maatschappelijk onrust en onzekerheid in Irak? Is er überhaupt wel een goed moment om een tribunaal in te stellen?

Dat is een hele principiële vraag. Want bij het Cambodja-tribunaal gebeurt het 25 jaar na dato en in Sierra Leone gebeurt het direct na het conflict. Persoonlijk geef ik daar de voorkeur aan. Bij het Joegoslavië-tribunaal gebeurde het eigenlijk hangende het conflict, wat mij ook minder wenselijk lijkt.

Bij de tijdsbepaling voor het instellen van het Iraktribunaal speelde ook mee dat de Amerikanen daarin een legitimatie zagen voor hun interventie in Irak. Dit doen ze door te zeggen: “Als Saddam Hussein ook nog eens wordt veroordeeld wegens oorlogsmisdrijven, dan legitimeert dat achteraf alsnog ons optreden in Irak.” Dat is volgens mij een politiek argument dat meespeelt om het proces zo snel mogelijk van de grond te krijgen, terwijl eigenlijk de tijd daar nog niet rijp voor was. De situatie was namelijk verre van stabiel.

Er zijn allerlei factoren die er nu voor zorgen dat het hoogst onzeker is of het proces tot een goed einde zal worden gebracht. Denk daarbij aan de advocaten die werden vermoord, de Amerikanen die niet gewenst zijn en de rechters die op een bepaalde wijze emotioneel betrokken waren bij de verweten misdrijven op Irakees grondgebied.

Saddam Hussein wordt onder andere beschuldigd van het plegen van genocide. Om genocide te bewijzen is vereist dat je erin slaagt aan te tonen dat de verdachte de intentie had om een etnische/religieuze bevolkingsgroep uit te roeien. Hoe kan men zo een intentie bewijzen?

Dat is het grootste probleem van dit delict. In wezen kan dit alleen bewezen worden door een eigen bekentenis van de verdachte, omdat die speciale intentie iets is dat zich primair afspeelt in het hoofd van de verdachte. Je kunt tien getuigen hebben die stellen dat dit zijn intentie was op grond van uitspraken die de verdachte heeft gedaan, maar dat is op zich nog niet voldoende. Aan die bewijsrechtelijke drempel wordt in de praktijk wel getornd. Een rechter mag dit namelijk afleiden uit indirect bewijs zoals brieven, opmerkingen die men heeft gedaan in het kader van een bijeenkomst of zelfs uit het niet ingrijpen terwijl grote groepen mensen worden vermoord.

Als advocaat zoek je naar argumenten die dat weerspreken. Je zoekt bijvoorbeeld naar getuigen die stellen dat een verdachte helemaal niet die intentie had en dat ook heeft gezegd tegen die getuigen. Het gaat er bij dit delict om om al die kleine factoren in kaart te brengen. Je zult al die kleine schakeltjes moeten ontzenuwen. Het klinkt een beetje tegenstrijdig; bij genocide zou je eigenlijk de allerhoogste eisen moeten kunnen stellen aan het bewijs, maar toch zie je dat de rechters wel genoegen nemen met dit zogenaamde circumstancial evidence. Dit is uiteraard zo omdat er in landen als bijvoorbeeld Rwanda weinig documenten zijn en de aanklagers dus aankomen met getuigen om hun aanklachten te onderbouwen. Het zou anders uiterst moeilijk zijn om aan bewijs te komen bij dit soort delicten.

Hoeveel kracht heeft het ‘tu quoque’ ( jij ook) argument, dat de verdediging van Saddam Hussein heeft aangegeven te zullen gebruiken? Saddam Hussein kan namelijk beweren dat hij weliswaar de misdaden heeft gepleegd maar het westen hem daartoe de middelen heeft verschaft en zijn vijanden heeft aangewezen.

Dat verweer wordt internationaal strafrechtelijk niet gehonoreerd. Bij het Joegoslavie-tribunaal is er in een aantal gevallen een min of meer gelijk verweer gevoerd inzake vergelding. Dat is afgewezen door het tribunaal met het argument dat dit geen steun vindt in het internationale recht. Het ‘tu quoquo’ argument mag geen vrijbrief zijn voor het plegen van oorlogsmisdrijven. Het kan bij Saddam Hussein wellicht wel meespelen bij de strafoplegging. Als hij kan aantonen dat hij is gesteund door een aantal grootmachten in de strijd tegen een aantal andere groeperingen – terwijl diezelfde internationale gemeenschap hem nu wel ter verantwoording brengt – dan kun je daar als verdediging wel een punt van maken. Maar dit is geen vrijbrief voor algehele strafrechtelijke immuniteit.

Internationaal is men het er over het algemeen over eens dat de invasie van Irak onrechtmatig was. Welke betekenis in het proces heeft de constatering dat de oorlog in Irak die de berechting van Saddam Hussein mogelijk maakte, zelf in strijd was met het internationale recht?

Naar mijn mening heeft die constatering weinig betekenis. Je moet niet vergeten dat het Irak-proces plaatsvindt op grond van nationaal recht. Je kunt wel zeggen dat het tribunaal tot stand is gekomen op grond van een besluit van een interim-regering, die weer is gevestigd door de Amerikaans-Britse coalitie die daar onrechtmatig aanwezig was. In die keten zou dat kunnen leiden tot het ongeldig verklaren van het Irak-tribunaal. Dit verweer is al meerdere keren elders gevoerd, maar er is in de jurisprudentie duidelijkheid dat dit niet leidt tot een onrechtmatigverklaring van een tribunaal. Het zal weinig kans van slagen hebben.

Hoe oordeelt u over de rechtspositie van verdachten in rechtzaken als in Rwanda en Sierra Leone of in tribunalen in het algemeen?

Het is zo dat de verdediging door het tekort aan geldmiddelen niet goed eigen onderzoek kan doen of onderzoekers kan aanstellen. Denk bijvoorbeeld aan het op gelijke voet met de aanklager horen van deskundigen. Dit kost geld en daar waar de aanklager dit wel kan betalen, zal de verdediging dat vaak niet kunnen. Wij ervaren in de praktijk dat de budgetaire restricties die er bestaan, leiden tot beperkingen van de verdediging. Je komt niet volledig tot je recht als je niet alle deskundigen kunt horen. Je zult daarom soms op grond van budgetaire overwegingen afwegingen moeten maken. Dat doet de vraag rijzen in hoeverre het beginsel van gelijkheid der wapens wel echt bestaat. Uit de rechtspraak blijkt dat dit beginsel zich over het algemeen niet uitstrekt tot financiën. Het geldt alleen voor gelijke toegang tot bewijsmateriaal en dergelijke.

Wat zou het Irak- tribunaal naar uw mening kunnen leren van fouten bij het Joegoslavië tribunaal en het tribunaal in Sierra Leone?

In feite valt er moeilijk iets te leren, omdat het tribunaal een andere grondslag heeft. Het is een onderdeel van een nationaal rechtssysteem. Er zijn wel regels maar dat is ook echt alles. In die zin is het moeilijk om een vergelijking te maken. Daarbij komt dat het Irak-tribunaal is gebaseerd op het zogenaamde civil-law model, zoals we dat in Nederland kennen. De rechter houdt heel strak de regie op de zitting en ondervraagt zelf de getuigen. Bij het Joegoslavië-tribunaal is de rechter lijdelijk en strijden beide partijen op gelijke voet met elkaar. De rechters hebben geen dossier en wachten op wat er naar voren wordt gebracht ter zitting. Het Irak-tribunaal functioneert heel anders dan die andere tribunalen.

Uit: Fiat Justitia, 2006, jaargang 18, nummer 4.


Tags

VN irak internationaal strafhof veiligheidsraad ICC Geert-jan Knoops saddam hussein tribunaal

Discussie