Je creëert valkuilen als het rechtssyteem er is om de burger te beschermen tegen de verdachte

door:
Recentelijk heeft prof. mr. dr. Geert-Jan Knoops een herzieningsverzoek ingediend in de Deventer Moordzaak. Dit is niet de eerste herzieningszaak die hij behandelt, ook in de zaak de Zes van Breda staat zijn kantoor drie van de zes veroordeelden bij. wanneer heeft een dergelijk verzoek kans van slagen en wat speelt er allemaal mee op de achtergrond? Fiat Justitia sprak hierover met hem.

Onlangs heeft u in de Deventer Moordzaak een herzieningsverzoek ingediend. Wat zijn de vereisten om een dergelijk verzoek in te dienen?

Onder de oude wet moest je bewijsmiddelen kunnen inbrengen die het ernstig vermoeden zouden kunnen rechtvaardigen dat de rechter ten tijde van de veroordeling, indien hij met die nieuwe feiten bekend zou zijn geweest, was gekomen tot vrijspraak. Dat betekende in de praktijk dat je als veroordeelde het waarschijnlijk moest maken dat een veroordeling onterecht was. Die drempel bestaat nog steeds onder de zogenaamde wet Herziening ten Voordele, die 1 oktober 2012 in werking is getreden. Onder deze nieuwe wet is het zo dat wanneer de veroordeelde de drempel niet kan halen, omdat hij bijvoorbeeld onvoldoende bewijzen in kan brengen dat hij ten onrechte is veroordeeld, hij in bepaalde gevallen bij de procureur-generaal om een zogenaamd voorbereidend onderzoek kan vragen. De drempel voor zo’n voorbereidend onderzoek is dat er aanwijzingen moeten zijn voor een onterechte veroordeling.

Op het moment dat ik weet dat iemand tegen mij liegt, is het niet mogelijk voor mij om herziening te vragen

Om wat voor soort feiten moet het gaan?

Deze feiten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit belangrijke getuigenverklaringen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de Zes van Breda; mijn kantoor staat drie van de zes veroordeelden in deze zaak bij. Deze zaak is op 18 december 2012 door de Hoge raad heropend. Daar bleek dat er in het strafdossier een tweetal getuigenverklaringen ten onrechte niet waren opgenomen. Deze verklaringen waren van twee personen die de nacht van de moord op de eigenaresse van een Chinees restaurant in Breda door het restaurant een aantal uren met elkaar hebben gesproken in een bushokje.

De vraag is natuurlijk wat je ‘s nachts een aantal uur in een bushokje doet, maar goed, kennelijk hadden deze mensen een zeer diepgaand gesprek met elkaar. Deze twee getuigen verklaarden dat zij die nacht niemand hebben gezien, terwijl zij op dertig meter afstand zaten van de ingang van het restaurant. Daarentegen blijkt uit de bekentenissen van de drie vrouwen die zijn veroordeeld (er zijn ook drie mannen veroordeeld, maar zij hebben nooit bekend) dat de verdachten een tijd op elkaar hebben staan wachten bij de ingang van het restaurant. De twee ontbrekende getuigenverklaringen ontkrachten het scenario waar het Gerechtshof in Den Bosch destijds vanuit is gegaan. Het komt er op neer dat de veroordeelde zelf met de nieuwe gegevens moet komen. Het gaat bij herziening dus niet om procedurele fouten. In alle zaken blijkt dat het erg lastig is voor de veroordeelde om dusdanig nieuw bewijs aan te leveren.

Hoe kan het dan dat deze getuigenverklaring niet waren opgenomen, terwijl ze er al wel waren?

De betreffende getuigenverklaringen zaten in het politiedossier, maar de politie heeft ze om wat voor reden dan ook niet gevoegd in het rechtbankdossier. Hoe dat gekomen is, is (nog) niet opgehelderd. we hebben in ieder geval met de advocaat-generaal, bij het indienen van de aanvraag tot herziening, vastgesteld dat het ontlastend materiaal was.

In de Deventer Moordzaak zijn er nu zelfs vijf nieuwe feiten aan het licht gekomen. Dit klopt. Een van die feiten betreft het gebruik van een bepaalde telefoonmast. Als ik vanuit Rotterdam bel is de kans groot dat ik een mast in Rotterdam zal aanstralen. In bijzondere gevallen kan het echter zo zijn dat het gesprek via een mast in Schiedam gaat. Dat weet je niet op dat moment, daar moet je de data achteraf voor op vragen. In de Deventer Moordzaak waren de data al vernietigd. De deskundigen hebben gesteld dat toen de heer Louwes naar het slachtoffer belde er geen sprake was van een abnormale atmosferische omstandigheid. Zij hebben daar echter het verkeerde weerbericht voor gebruikt. Zij hebben namelijk het weerbericht gebruikt van de dag van de reconstructie van de politie, drie maanden later. Nu blijkt dat er de avond van de moord wel degelijk een bijzondere atmosferische omstandigheid was, aldus een Amerikaans weerstation. Hierdoor is het mogelijk dat er een mast is overgeslagen. Ook blijkt dat de deskundigen hebben gezegd dat er in die regio wel een paar honderd masten stonden. Dit blijkt helemaal niet zo te zijn, er hebben er maar een paar gestaan in die tijd. Dit is ook een voorbeeld van een nieuw gegeven. De deskundigen die wij hebben ingeschakeld hebben vastgesteld dat het wel degelijk mogelijk is dat de heer Louwes, de verdachte, zoals hij altijd heeft volgehouden, vanaf de snelweg bij ‘t Harde gebeld heeft en zijn signaal inderdaad de mast in Deventer heeft aangestraald.

Een toegewezen herzieningsverzooek is een sterke aanwijzing dat het Hof vervolgens over zal gaan tot vrijspraak, maar dat is geen automatisme

20132532img1.jpg

De Volkskrant kopte onlangs: ‘Als de Deventer Moordzaak wordt herzien, heeft Knoops praktisch al gewonnen’. Wat vindt u van deze stelling?

Dat is niet helemaal juist. Allereerst is de Deventer Moordzaak al een keer eerder herzien, alleen is het Hof destijds alsnog tot een veroordeling gekomen, op grond van een geheel andere bewijslast. Dus ook na een heropening kan het theoretisch zo zijn dat het Hof alsnog tot een veroordeling komt. Een ander voorbeeld is de zaak Ina Post, die werd heropend door de Hoge raad. De zaak ging naar het Hof Den Bosch en daar heeft de advocaat-generaal weer een veroordeling gevraagd. Het Hof sprak haar vrij, maar het is geen automatisme dat er bij een herziening vrijspraak zal volgen. Het is natuurlijk wel een heel sterke aanwijzing, dat als de Hoge raad een herzieningsverzoek toewijst, een vrijspraak tot de mogelijkheden behoort. Het is echter geen wet van Meden en Perzen.

Heeft uw cliënt Ernest Louwes in de Deventer Moordzaak, nooit gedacht: “Het is klaar, ik leg me er bij neer?”

Met name zijn eigen omgeving heeft daar veel vragen over. Je ziet ook in andere revisiezaken dat de meesten hun straf al hebben uitgezeten en vaak al een nieuw leven zijn begonnen. Dit is bijvoorbeeld ook het geval bij de veroordeelde vrouwen uit de Zes van Breda. Die worden weer opnieuw geconfronteerd met de zaak en met het herbeleven van wat er allemaal is gebeurd. Dat zijn hele vervelende ervaringen. Toch, en dat zie je ook bij de heer Louwes, is het feit dat deze mensen voor de rest van hun leven als moordenaar gezien worden voor hen doorslaggevend om door te gaan met procederen. Dat is ontzettend zwaar. Het gaat niet om schadevergoeding, maar om eerherstel. In de Hilversummer Showbizzmoord, die teruggaat tot 1981, is er ook een herzieningsverzoek ingediend bij de Hoge raad. Destijds was het één van de meest geruchtmakende zaken en er hebben vierhonderd rechercheurs aan die zaak gewerkt. De veroordeelde man heeft nu een heel nieuw leven en de vraag aan hem is dan ook: “waarom doe je dit nog?” Zijn antwoord hierop is: “Ik verlaat deze wereld niet als moordenaar omdat ik het mijn kinderen niet kan aandoen. Mijn kinderen moet op school gevraagd kunnen worden: “wie is jouw vaderwat doet jouw vader?” En dan moeten ze zeggen: “Mijn vader is veroordeeld voor een moord die hij niet gepleegd heeft.”

Bij onterecht veroordeelden is het vooral de gedachte dat zij voor de rest van hun leven als moordenaar zullen worden aangezien, wat hen tot een herzieningsverzoek doet overgaan.

U behandelt veel zaken waarin een herzieningsverzoek wordt ingediend. Uw kantoor heeft zich ook aangesloten bij het ‘Innocence Network’. Kunt u daar meer over vertellen?

Het Innocence Network is een netwerk bestaande uit organisaties die zich bezighouden met het onderzoeken van mogelijk onterechte veroordelingen. Het netwerk is in de jaren 90 tot stand gekomen in de V.S., mede onder invloed van de (technologische) vooruitgang op het gebied van DNA-onderzoek. Mijn kantoor had daar al veel contact mee omdat we veel herzieningszaken doen. De reden dat mijn kantoor veel van dat soort zaken behandelt, is dat wij vinden dat wij voor de onterecht veroordeelde mensen in het strafrecht iets moeten doen. Het zijn vaak mensen die nergens meer heen kunnen. Wij verdienen ook helemaal niets aan dit soort zaken. Sterker nog, we leggen er geld op toe, behalve dat we dan voor een aantal zaken een toevoeging krijgen. Dan betaalt de overheid een deel van de kosten. Het is echter een onontgonnen terrein waar we eigenlijk pas de laatste tien jaar in Nederland mee te maken hebben gekregen. Het is ook een categorie veroordeelden die nog steeds door de samenleving niet wordt geaccepteerd.

20132532img2.jpg

Iemand als Ina Post of Herman Dubois wordt nog steeds op zijn of haar veroordeling aangekeken, terwijl zij zijn vrijgesproken. Gelooft u altijd in de onschuldvan uw cliënt?

Het is niet vereist, maar anders dan in gewone strafzaken moet je er wel van overtuigd zijn dat iemand onterecht is veroordeeld. Op het moment dat ik weet dat iemand tegen mij liegt, is het niet mogelijk om herziening te vragen. Het gaat niet om procedurele fouten, maar om werkelijke onschuld. Wij kunnen alleen maar een dergelijke zaak bepleiten bij de Hoge raad, als het waar is wat er wordt gezegd en wij er ook van overtuigd zijn. Bij gewone strafzaken speelt dat een minder grote rol, want dan ga je uit van een strafdossier. Als advocaat hoef je dan vaak helemaal niet te weten wat er werkelijk is gebeurd, want het is in feite een fictieve werkelijkheid die in de rechtszaal wordt gecreëerd.

Hoe groot is de rol van de media in het aan het licht brengen van gerechtelijke dwalingen?

Die is de laatste jaren natuurlijk groter geworden. Ik denk ook dat de media in een aantal gevallen als katalysator werkt om gerechtelijke dwalingen te signaleren. Voorbeelden hiervan zijn veroordeelden die zelf brieven schrijven naar de media.

Wat is de grootste oorzaak van een gerechtelijke dwaling? Is er in veel gevallen bijvoorbeeld sprake van tunnelvisie?

Het is mentaliteitskwestie. Vanuit rechtsfilosofisch perspectief heb ik recentelijk geanalyseerd wat de reden is dat we in Nederland gerechtelijke dwalingen hebben (zie de Groene Amsterdammer van 25 april 2013). Het houdt echter ook verband met hoe je de rechtsstaat ziet. Is je uitgangspunt slachtofferbescherming of verdachtenbescherming? In onze samenleving ligt het accent op slachtofferbescherming en de rechten van de verdachte worden langzamerhand afgekalfd. Dat creëert het gevaar op tunnelvisie, op het niet goed uitzoeken van alternatieve scenario’s. Daar begint denk ik de valkuil.

Het is niet zozeer de rechter, maar vaak het beginstadium. Hoe wordt het proces-verbaal in elkaar gezet? Kijk maar naar de Zes van Breda. Als dat stuk gewoon in het rechtbankdossier had gezeten was de rechter misschien tot een geheel andere afweging gekomen.

Is het zo dat de er de laatste jaren meer gerechtelijke dwalingen zijn geweest, of is het meer in het nieuws gekomen ten opzichte van een aantal jaren geleden?

Optisch gezien lijkt het alsof er meer gerechtelijke dwalingen zijn, maar dat is natuurlijk een vertekend beeld. Gerechtelijke dwalingen zijn er natuurlijk altijd geweest, maar we hebben ze nooit aan kunnen tonen. Afgelopen tien jaar zijn er vijf grote dwalingen aan het licht gekomen, maar dat is zeker niet het einde. Alleen kunnen we ze nu sneller detecteren door middel van betere technieken.

De verworvenheid van vrijspraak is een recht

Pleit u voor een verandering van ons rechtssysteem?

Ja, het heeft alles te maken met of het rechtssysteem er is om de burger te beschermen tegen de overheid of dat het rechtssysteem er is om de burger te beschermen tegen de verdachte. In het laatste geval zul je meer valkuilen creëren dan in het eerste geval. Mijn visie is dat het rechtssysteem er is om de burger te beschermen tegen de overheidsmacht. Dat is niet het huidige politieke klimaat, maar als je die grondslag hanteert dan verminder je de kans op gerechtelijke dwalingen. Dit risico zul je echter nooit kunnen uitsluiten.

Hoe denkt u over herziening ten nadele?

Daar ben ik absoluut geen voorstander van. Ik vind het een grote valkuil. Stel dat je vijftien jaar geleden onherroepelijk bent vrijgesproken voor moord en je hebt je agenda en dagboeken vernietigd. Vijftien jaar later word je op grond van een nieuwe forensische aanwijzing opnieuw verdachte. Je stelt dat je toen helemaal niet op die bepaalde locatie was. Maar je hebt al je spullen vernietigd. Hoe toon je dat dan aan?

Dus de terugwerkende kracht van de herziening ten nadele die nu door de minister is geaccepteerd, is volgens mij een heel onjuist standpunt en volgens mij ook in strijd met Europees recht. De verworvenheid van een vrijspraak is een recht en je moet op een gegeven moment de burger niet langer aan onzekerheid blootstellen. Dat is mijn principiële standpunt. Ik vind dat dus anders dan bij de herziening ten voordele. Een burger moet altijd de kans krijgen om een onterechte veroordeling aan te vechten, maar een burger die is vrijgesproken moet op enig moment erop kunnen vertrouwen dat het is afgelopen als het Openbaar Ministerie drie kansen heeft gehad.

Gerardus Godefridus Johannes Alexander (Geert-Jan) Knoops (1960) is internationaal strafrechtadvocaat. Knoops volgde onder meer een officiersopleiding bij het Korps Mariniers. Nadat hij militairen bijstond die voor de krijgsraad moesten verschijnen, koos hij voor een studie rechtsgeleerdheid. Hij studeerde af in strafrecht en internationaal recht. Aanvankelijk was hij verbonden aan het advocatenkantoor van Max Moszkowicz Sr. In 1994 startte hij een eigen praktijk. Knoops promoveerde in 1998 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift psychische overmacht en rechtsvinding. Sinds 1 februari 2003 is hij hoogleraar (internationaal) strafrecht op de Universiteit Utrecht. Knoops treedt vaak op in internationale zaken, die zich afspelen bij het EHRM, the International Criminal Tribunal for Rwanda (IctR), the International Criminal Tribunal of the Former Yugoslavia (IctY) en bij the Special Court for Sierra Leone (ScSL).

Uit: Fiat Justitia, 2013, jaargang 25, nummer 3.