John van den Heuvel, constant op z’n hoede

door:
Hij begeeft zich in de keiharde wereld van drugs, afpersing en liquidaties. Niet dat hij zélf geld afhandig maakt van gefortuneerde zakenlieden of wapens ter hand neemt om mensen ‘om te leggen’. Nee, als misdaadjournalist staat John van den Heuvel aan de informatieve kant van deze duistere wereld en neemt hij liever de pen ter hand om Nederland te overvallen met zijn verhalen over de Amsterdamse onderwereld. Regelmatig spreekt hij met topcriminelen. “Zulke gesprekken moeten er primair toe leiden dat ik informatie van hen krijg.” Hij was de eerste die over de criminele handel en wandel van de inmiddels vermoorde vastgoedmagnaat Willem Endstra schreef. Maar zijn beroep brengt ook een zekere voorzichtigheid met zich mee: “In de loop der jaren heb ik zoveel dingen over zoveel verschillende mensen geschreven, dat de kans bestaat dat er iemand tussen zit die daar boos over is.”

Waar komt uw interesse in de onderwereld vandaan?

Vrijwel direct na de middelbare school ben ik bij de Amsterdamse politie terechtgekomen. Daar heb ik de politieopleiding gevolgd en na het behalen van mijn diploma heb ik een aantal jaren als agent op straat gewerkt. Vervolgens kwam ik bij een undercoverteam terecht, waar ik twee jaar lang undercoverwerk heb gedaan. Zo ben ik veel betrokken geweest bij drugsdeals. Op die manier leerde ik de onderwereld en de mensen kennen. Fascinatie is misschien een te groot woord, maar zo is wel de drijfveer ontstaan om over die wereld te gaan schrijven.

Is er een moment te noemen waarop de onderwereld voor het grote publiek bekend is geworden?

De Heineken-ontvoering was voor veel mensen heel intrigerend. Vóór die tijd hadden we in Amsterdam de Chinese maffia en waren er Italianen die een golf van bankovervallen pleegden. Ook de Joegoslaven waren ons bekend. Maar vanaf de ontvoering van Freddy Heineken werd voor het eerst duidelijk dat ook Nederlandse criminelen niet voor de poes zijn als het gaat om ernstige delicten, zoals het ontvoeren van een captain of industry. Meteen daarna was de affaire rond Klaas Bruinsma (een Nederlandse drugsbaron, van wie gezegd wordt dat hij de eerste maffiabaas van ons land was, red.). Dus vanaf begin jaren negentig gingen steeds meer media het fenomeen misdaad ontdekken als journalistiek onderzoeksobject.

Ik vind dat Peter la S. tot nu toe kaarsrecht overeind is blijven staan

Wordt misdaad door de grote mediaaandacht te veel geromantiseerd?

Ik denk niet dat er te veel over misdaad geschreven wordt. Het is een onderwerp dat heel veel mensen bezighoudt. Vrijwel iedereen heeft op de een of andere manier met criminaliteit te maken gehad: of je bent zelf een keer slachtoffer geweest of je kent mensen in je omgeving die slachtoffer van criminaliteit zijn geworden. Daarnaast zijn er criminele afrekeningen die voor de ogen van het grote publiek plaatsvinden en is er sprake van dreigende gangsteroorlogen. De interesse voor misdaad is daardoor groot en mensen willen er alles van weten. Of misdaad wordt geromantiseerd? Ik denk het niet. In mijn eigen berichtgeving zal ik nooit de indruk wekken dat misdaad romantisch is. Het is een keiharde wereld waarin mensen elkaar belazeren, verraden en overhoop schieten. Vriendschappen bestaan niet. Wellicht is het romantische beeld ontstaan door films als The Godfather, waarin het lijkt alsof er erecodes gelden. Dat was dertig of veertig jaar geleden misschien zo, maar tegenwoordig zeker niet meer.

Dus de misdaad is gewelddadiger geworden?

Er is sinds eind jaren negentig een verharding opgetreden. Toen is een aantal ruzies ontstaan tussen Nederlandse groepen criminelen, die totaal escaleerden. Vroeger werden voor de simpele geweldsklusjes Joegoslaven overgevlogen die – na voltooiing van hun klus – nog dezelfde avond op het vliegtuig terug zaten. Dat is niet meer. Het zijn gewoon Nederlandse criminelen die het oplossen. Die draaien daar hun hand niet meer voor om.

In 2002 verscheen van uw hand een interview met John Mieremet, de Nederlandse topcrimineel die in 2005 in Thailand geliquideerd werd. In dat interview omschreef hij Willem Endstra als ‘de bankier van de onderwereld’ met Willem Holleeder als zijn ‘bewaker’. Een zeer uitzonderlijke zet. Hoe kwam dat interview tot stand?

In het voorjaar van 2002 raakte Mieremet zwaargewond na een aanslag op zijn leven. Hij werd een aantal maanden verpleegd in verschillende ziekenhuizen en belde mij daarna in augustus op met de vraag of ik naar België (hij woonde in Neerpelt, red.) kon komen: hij wilde praten. Ik ben naar Mieremet gereden en heb zijn verhaal aangehoord. Hij vertelde onder meer over de 22 miljoen euro die hij had witgewassen bij Endstra en over de rol die Holleeder speelde bij een geldoverdracht tussen hem en de Joegoslavische topcrimineel Joca Jocic. Holleeder zou daarbij enkele miljoenen van Mieremet achterover hebben gedrukt. Ook vertelde hij er bijna zeker van te zijn dat de aanslag op zijn leven uit de hoek van vastgoedhandelaar Willem Endstra en diens rechterhand Willem Holleeder kwam. Het was een heftige periode. Het interview is, denk ik, de opmaat geweest voor het onderzoek naar de dood van Endstra en Mieremet en de uiteindelijke arrestatie van Holleeder in 2006. Het bracht een soort sneeuwbaleffect teweeg.

Wat waren de beweegredenen van Mieremet om uit de school te klappen?

Hij voelde zich enorm bedreigd en ging eigenlijk uit van twee dingen: ten eerste was er door zijn voormalige vrienden een aanslag op zijn leven gepleegd, omdat hij zijn (bij Endstra belegde) geld terug wilde. Ten tweede ging hij ervan uit dat ze hem alsnog zouden vermoorden en dus koos hij voor de vlucht vooruit: “Als ik mijn geld niet krijg, dan zij ook niet!” Op de korte termijn heeft het geholpen, want een deel van zijn geld is terugbetaald. Maar uiteindelijk is Mieremet in Thailand opgezocht en op 2 november 2005 geliquideerd.

Vanaf de ontvoering van Freddy Heineken werd voor het eerst duidelijk dat ook Nederlandse criminelen niet voor de poes zijn als het gaat om ernstige delicten

U kende John Mieremet redelijk goed. Hoe hard was de klap toen u hoorde dat hij vermoord was?

Ik heb vaak met hem gesproken en ik ben zelfs bij hem thuis geweest. Niet omdat ik op zijn feestjes kwam, maar puur omdat Mieremet daar vanwege bedreigingen niet meer weg durfde; hij wilde niet meer in restaurants afspreken om te praten. Tijdens die huisbezoeken kwam ik natuurlijk ook met zijn vrouw en kinderen in contact. Ik vond het heel bizar toen ik hoorde van zijn dood. Niet dat ik in tranen aan de telefoon zat, maar ik kon me het verdriet bij zijn familie en verdere nabestaanden heel goed voorstellen. Ik ben daarom ook naar België afgereisd om mijn persoonlijke condoleances over te dragen.

Vlak voor zijn dood heeft u Mieremet nog aan de telefoon gehad.

Inderdaad, 24 uur daarvoor! Het vreemde is dat bij zijn advocaat Evert Hingst (die meerdere malen gearresteerd werd op verdenking van witwaspraktijken en onder andere werd gelinkt aan topcriminelen als Sam Klepper, John Mieremet en Willem Holleeder, red.) kort daarvoor hetzelfde gebeurde. Ik zou met Hingst op dinsdag een interview voor mijn programma Bureau van den Heuvel hebben, maar de avond ervoor werd hij geliquideerd. Vanwege die liquidatie vroeg ik Mieremet telefonisch om commentaar. Een dag later was ook hij dood! Ik zat dus vlak voor mijn eerste uitzending en mijn eerste twee gasten waren al uitgeschakeld. Dat gaf wel wat logistieke problemen.

Hoe gaat u om met de situatie waarbij u aan de ene kant het vertrouwen van een crimineel probeert te winnen, maar aan de andere kant totaal niet goedkeurt wat zij doen?

Kijk, ik ben geen dominee. De insteek van een gesprek is nooit om zo’n crimineel op een ander pad te brengen of om hem aan het verstand te brengen dat hij zijn leven moet beteren. Zulke gesprekken moeten er primair toe leiden dat ik informatie van hen krijg. Criminelen weten maar al te goed dat publiciteit vaak het begin van het einde is. Dat moment proberen ze dus zo lang mogelijk uit te stellen. Maar als je als crimineel een bepaald niveau bereikt, wordt er over je geschreven. Voor criminelen is dat vaak het moment om contact te zoeken met de media, omdat ze de behoefte krijgen om hun verhaal te vertellen. Ik maak altijd duidelijk dat ik geen inlichtingendienst ben. De informatie moet altijd leiden tot publicatie in de krant of tot een televisie-uitzending.

Het is een keiharde wereld waarin mensen elkaar belazeren, verraden en overhoop schieten

Maar zorgt het feit dat criminelen daarvan op de hoogte zijn niet voor onbetrouwbare informatie?

Zelfs als je met politie, justitie of een advocaat spreekt, krijg je maar de halve waarheid. Zo heeft ook een crimineel zijn belang. Dat betekent dat een journalist nooit blind kan varen op wat een officier van justitie, een rechercheur, een advocaat of een crimineel zegt. Er zal altijd meer onderzoek verricht moeten worden. Toen Mieremet mij belde, kon ik zijn verhaal niet klakkeloos opschrijven. Ik heb daar zorgvuldig onderzoek naar gedaan. Ik heb de betrokken partijen gehoord of in elk geval de gelegenheid gegeven om hun visie te vertellen. Aan de hand daarvan heb ik het artikel geschreven.

U bent zelf meerdere keren bedreigd. In het programma Bureau van den Heuvel zei u zelfs zeer waarschijnlijk aan een poging tot liquidatie ontsnapt te zijn. Hoe weet u dat u bedreigd wordt?

Dat gaat meestal op de ‘standaardmanier’: de politie belt op met de vraag of ze met me kunnen praten. Als ze me dan duidelijk maken dat het haast heeft, weet ik wel hoe laat het is. In een gesprek met de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) krijg je dan te horen dat je beter een periode heel voorzichtig kunt zijn.

En wat doet u dan?

In het verleden zijn we nog wel eens op advies van de politie een tijdje naar het buitenland geweest. Dat had te maken met het feit dat de politie tijd nodig had om bepaalde zaken goed in kaart te brengen en mensen te arresteren. Ze vonden het beter als ik gedurende die tijd niet in Nederland was. Ik kon er overigens ook voor kiezen om met heel strenge beveiliging in Nederland te blijven. Maar het is voor een journalist moeilijk werken met bodyguards om zich heen.

Waait zo’n dreiging over?

Er is altijd wel een zekere dreiging. In de loop der jaren heb ik zoveel dingen over zoveel verschillende mensen geschreven, dat de kans bestaat dat er iemand tussen zit die daar boos over is. Ik moet altijd voorzichtig zijn, ook met het maken van afspraken.

Bestaat er in de Nederlandse onderwereld zoiets als een godfather?

Er zijn veel verschillende groepen en daarin hebben sommige mensen een behoorlijke invloed. Holleeder was zo iemand. Hij had veel power, maar om hem nu als een echte godfather te omschrijven is wat anders. Hij heeft een bepaalde uitstraling en hij wist een bepaalde angst binnen het criminele circuit teweeg te brengen. Toen hij bijvoorbeeld lucht kreeg van een op handen zijnde moordaanslag door de Hells Angels – Willem Endstra zou de toenmalig president van de Amsterdamse Hells Angels daarvoor benaderd hebben – stapte hij in zijn eentje naar Angelplace (het clubhuis, red.) en riep alle mannen bij elkaar om te eisen dat de onderste steen boven kwam. Dan heb je wel aardig wat lef.

Een journalist is altijd op zoek naar een primeur. Had u geen wrokgevoelens toen het boek De Endstra-tapes, een integrale weergave van de beruchte achterbankgesprekken, van de hand van collega-journalisten Bart Middelburg en Paul Vugts verscheen?

Nee, het waren gewoon de uitgewerkte gesprekken die Endstra met de recherche voerde. Daar was niets journalistieks aan. Er was ook geen enkel nader onderzoek verricht. Het is gewoon het dossier – dat ik overigens ook in de kast had liggen – met een mooie kaft eromheen en dat is op de markt gebracht. Het is puur vanuit een commercieel oogpunt gedaan en dat moeten zij verder zelf weten. Ik kan me voorstellen dat de erven van Endstra het als een vorm van lijkenpikkerij ervaren. Wanneer een journalist bepaalde zaken onthult, nadat hij daar uitvoerig journalistiek onderzoek naar gedaan heeft, is dat te rechtvaardigen. Zo vind ik Stille Willem (een boek over het leven van Willem Endstra, red.) van Harry Lensink wel een goed boek.

De bekende rechtspsychologen Crombag en Wagenaar schreven een vernietigend rapport over de bewijswaarde van de Endstra-tapes. In uw Telegraaf-column van 24 meijongstleden noemde u dit rapport broddelwerk. Waarom vindt u dat?

Er valt veel te zeggen over de Endstratapes, maar waar ik met name bezwaar tegen maak is dat er in het rapport gesuggereerd wordt dat er een officieel verhoor van Willem Endstra heeft plaatsgevonden. Maar dat is nooit gebeurd! Daarvoor moet je goed de status van een CIE-gesprek begrijpen. Op het moment dat iemand als Endstra naar de inlichtingendienst van de politie stapt om vertrouwelijk en off the record met ze te spreken – niet in het kader van een aangifte of een aanzet tot een officieel getuigenverhoor – moet hij ervan uit kunnen gaan dat de politie absoluut geen nader onderzoek naar zijn verhaal doet. Het kan levensgevaarlijk zijn wanneer de politie achter zijn rug om in het milieu gaat verifiëren of zijn verhaal klopt! Als Endstra niet was doodgeschoten, hadden die tapes tot in lengte van dagen in een kluis gelegen. Dat kan heel onbevredigend zijn, maar dat is nu eenmaal de status van dat soort gesprekken.

U meent dat de deskundigen Crombag en Wagenaar voor het karretje van de verdediging zijn gespannen. Twijfelt u aan de onafhankelijkheid van hun rapport?

Absoluut! Juist van dergelijke hoog aangeschreven deskundigen mag je verwachten dat zij kunnen nuanceren. Zij behoren te weten dat de gesprekken onder een bepaalde status zijn gevoerd en deze gesprekken nooit langs een meetlat van officiële politieverhoren mogen worden gelegd, iets wat in het rapport wel gebeurd is. De achterbankgesprekken waren wellicht een aanzet naar een officieel verhoor. De rechercheurs hebben geprobeerd om Endstra op geraffineerde wijze uit de tent te lokken en informatie van hem los te krijgen. Maar dat was dus geen officieel verhoor. Dus in die zin vind ik dat Crombag en Wagenaar zich voor het karretje van de verdediging hebben laten spannen.

Ik zou met Hingst op dinsdag een interview voor mijn programma Bureau van den Heuvel hebben, maar de avond ervoor werd hij geliquideerd

In het hoger beroep tegen Willem Holleeder, die op 3 juli jongstleden negen jaar cel kreeg opgelegd, bent u als getuige gehoord. Waarom was dat?

Een van de aanleidingen voor de verdenkingen tegen Willem Holleeder zijn de uitspraken van Mieremet over het afpersen van zakenlieden geweest. Kennelijk meende het OM dat mijn verklaringen zouden kunnen bijdragen aan de overtuiging van de rechters. Als je het verhaal van Mieremet alleen op papier leest, kan dat een andere indruk wekken dan dat je spreekt met de persoon die de gesprekken met Mieremet gevoerd heeft. Het verhoor was redelijk zakelijk. Er werd gevisualiseerd wat er tijdens die gesprekken precies is gebeurd: Wat voor indruk maakte Mieremet? Welke indruk had ik er zelf van? Zulke vragen kwamen aan de orde. Dat de meeste getuigen in deze zaak al dood zijn (Willem Endstra,Kees Houtman en Thomas van der Bijl werden al voor het begin van het proces geliquideerd; Bram Zeegers overleed kort nadat hij zijn verklaring voor de rechtbank had afgelegd, red.), speelde wel even door mijn hoofd. Maar het kan geen beletsel zijn om in dat getuigenbankje plaats te nemen. Al is het wel bizar; hij zat maar anderhalve meter van mij vandaan. Het was wel even spannend.

Hoe is uw relatie met Holleeder?

We zijn on speaking terms. De gesprekken die we met elkaar gevoerd hebben, gingen op een redelijke manier. Maar het is niet zo dat we een warme en innige band hebben.

Er zijn in de rechtszaal geen dreigende blikken gewisseld?

Nee, hij gaf me nog een hand toen ik binnenkwam. Dus geen gebaren bij zijn keel of zoiets, haha.

Tijdens zijn proces heeft Holleeder John Mieremet aangewezen als de werkelijke afperser van Endstra. Holleeder zou dus slachtoffer zijn geweest. Wat vindt u van dit verhaal?

Het is het enige voor de hand liggende verhaal dat Holleeder kon vertellen om een ander beeld te schetsen van zijn situatie. Ik vind dat ook heel slim. Ik heb ook veel respect voor zijn advocaten, Stijn Franken en Chrisje Zuur, die de verdediging op een heel goede en waardige manier voerden.

Beter dan Jan-Hein Kuijpers in eerste aanleg?

Kuijpers heeft het op een heel andere manier gedaan. Zijn persoonlijkheid is ook totaal anders. Kuijpers is veel meer een straatvechter en heeft getracht in de media het beeld dat van zijn cliënt bestaat op alle mogelijke manieren onderuit te halen. Maar terugkijkend denk ik dat Franken en Zuur de verdediging op een meer zakelijke manier hebben gevoerd en zich meer hebben gefocust op het juridische gevecht in de rechtszaal.

In het huidige liquidatieproces wordt enorm gesteggeld over de betrouwbaarheid van kroongetuige Peter la S. Hoe betrouwbaar is hij?

Ik vind het knap van de advocaten van de verdachten dat zij een beeld van La S. hebben weten te schetsen, waardoor inmiddels half Nederland denkt dat hij een onbetrouwbare en leugenachtige fantast is. De mensen die de verklaringen van Peter la S. Hebben gelezen weten dat hij heel dicht bij het vuur heeft gezeten. Hij heeft op een aantal cruciale punten laten zien dat hij over daderwetenschap beschikt: dat kun je niet wegpoetsen. Er zijn wat dingen die hij zich minder goed kan herinneren, zoals de liquidatie van Kees Houtman (de vastgoedondernemer met criminele connecties die op 2 november 2005 geliquideerd werd, red.) Dit kan te maken hebben met externe factoren: de man was onder invloed van drugs en verkeerde in een zeer stressvolle situatie. Er wordt geschoten. Kun jij je dan nog op de meter nauwkeurig herinneren op welke positie je hebt gestaan?

Het is moeilijk om dat allemaal terug te halen en om dan als advocaat met een meetlint te gaan staan om alles tot op de centimeter terug te willen brengen, tja. Er is veel te zeggen over de moraliteit van La S. Een kroongetuige is natuurlijk niet het meest sympathieke opsporingsmiddel. Het hangt toch allemaal nauw samen met verraad en elkaar verlinken. Maar ik ben bij een aantal procesdagen aanwezig geweest en ik vind dat Peter la S. tot nu toe kaarsrecht overeind is blijven staan!

Dat de meeste getuigen in deze zaak al dood zijn, speelde wel even door mijn hoofd.
Maar het kan geen beletsel zijn om in dat getuigenbankje plaats te nemen.

In uw Telegraaf-column van 28 juni jongstleden schrijft u dat het terecht is dat de Hoge Raad korte metten heeft gemaakt met het plan van justitie om de Hells Angels te verbieden. Onlangs heeft u echter het boek De Gevallen Engel uitgebracht waarin duidelijk naar voren komt dat de Hells Angels criminele activiteiten ondernemen. Waarom moet justitie naar uw mening geen poging meer ondernemen om deze ‘motorclub’ te verbieden?

Je kunt je afvragen of het verbieden van een club als de Hells Angels veel zin heeft. Justitie moet het uiteindelijke doel voor ogen houden en dat doel bereikt ze niet door deze organisatie louter als verboden te bestempelen. Denk je dan echt dat die mensen als een magere Hein tevoorschijn komen en gaan motorrijden? Op die manier verliest justitie helemaal het zicht op deze organisatie. Daar ben ik geen voorstander van. Aan de andere kant zou het van de gekke zijn als justitie de handdoek in de ring gooit en zegt dat de Hells Angels onaantastbaar zijn. Hoewel ik niet heel optimistisch ben over de mogelijkheid dat justitie nog iets tegen hen kan ondernemen, moet ze haar pogingen daartoe zeker niet staken.

Tot slot... Kunnen we binnenkort nog een grote scoop van uw hand verwachten?

Dan zal ik jullie als een van de eersten bellen, haha! Ik ben voortdurend bezig om zaken te onderzoeken en te achterhalen, maar het domste wat ik kan doen is een primeur van te voren aankondigen. Het feit dat het nu ogenschijnlijk rustig in de onderwereld is, wil niet zeggen dat er niets aan de hand is. Achter de schermen speelt nog een hoop. Maar ik heb afgeleerd om te speculeren over bepaalde zaken, want dat kan behoorlijk gevaarlijk zijn.

John van den heuvel (26 december 1962) is één van Nederlands bekendste misdaadjournalisten. Voordat hij in 1990 als journalist aan de slag ging, werkte hij bij de Amsterdamse politie. Tevens was hij twee jaar undercoveragent. Van den Heuvel heeft meerdere boeken geschreven, waaronder De Jacht op Desi Bouterse en Tijdperk Willem Holleeder. In 2007 presenteerde hij het TROS-televisieprogramma Bureau van den Heuvel. Tegenwoordig is hij te zien in RTL Boulevard en in het programma Das Je Goed Recht op SBS6.

Uit: Fiat Justitia, 2005, jaargang 21, nummer 4.


Tags

onderwereld holleeder misdaad journalisme maffia liquidatieproces John van en Heuvel mieremet endstra

Discussie