Leidt de alsmaar emanciperende rol van slachtoffers in het strafproces daadwerkelijk tot verbetering?

door:
De afgelopen decennia heeft de overheid veel gedaan om de positie van het slachtoffer binnen het strafproces te verbeteren. Voorbeelden daarvan zijn de zelfstandige rol die slachtoffers in het strafproces (kunnen) vervullen, het spreekrecht van zowel slachtoffers als hun nabestaanden, ouders en vrienden en wellicht in de toekomst een uitbreiding van het spreekrecht met de mogelijkheid om een strafwens uit te spreken (adviesrecht). Ook op financieel vlak heeft de overheid de positie van het slachtoffer getracht te verbeteren, met bijvoorbeeld de invoering van de voorschotregeling en het voorstel van Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie om een zogeheten slachtoffertaks in te voeren, waarbij daders een vast bedrag moeten inleggen in een fonds voor slachtofferhulp. Maar leiden al deze maatregelen wel tot het gewenste resultaat?

Onlangs is er een WODC-onderzoek naar de ervaringen van slachtoffers van strafbare feiten met het verhalen van hun schade verschenen, uitgevoerd door Van Dongen, Hebly en Lindenbergh. Uit dit onderzoek blijkt dat ondanks de door de overheid ondernomen actie op dit terrein, slachtoffers nog steeds veel problemen ervaren bij het verhalen van hun schade. De vijf belangrijkste knelpunten die door slachtoffers worden benoemd betreffen de gebrekkige betrokkenheid en informatievoorziening door het OM, de traagheid van de rechtsgang en het verhaal, het ontbreken van verhaalsmogelijkheden, de emotionele belasting van het proces en het gebrek aan inzicht in en overzicht van de procedures.

Dit rapport sluit naadloos aan op een in 2012 gepubliceerd WODC-onderzoek over het civiel schadeverhaal door slachtoffers van strafbare feiten, uitgevoerd door Schrama en Geurts. De overheid onderneemt veel actie om het strafproces waar slachtoffers zich als partij kunnen voegen voor hen aantrekkelijker te maken, maar slachtoffers die op het civiele proces zijn aangewezen om hun schade te verhalen, bijvoorbeeld omdat het OM besluit om niet te vervolgen, kunnen niet meegenieten van deze verbeteringen. Uit dit laatste WODC-rapport blijkt dat voor slachtoffers een aantal knelpunten bestaat op grond waarvan zij kunnen afzien om een civiele procedure tegen de dader te beginnen. Voorbeelden daarvan zijn de hoge kosten en de lange duur van de procedure en problemen met de bewijslevering. Om nog maar niet te spreken van de emotionele belasting die het civiele proces met zich meebrengt.

Het lijkt er dus op dat, ondanks de op dit terrein ondernomen actie, er nog steeds verbeterpunten bestaan. Daarnaast zou naar mijn mening meer aandacht besteed moeten worden aan de steeds groter wordende verschillen tussen het straf- en het civiele proces als mogelijkheid om schade te verhalen.


Tags

WODC verbeteringen schadeverhaal civiel proces verbeterpunten rol slachtoffer in het strafproces

Discussie