Liever gevangenisstraf dan tbs

door:
De rechten van de verdachte worden goed in de gaten gehouden. Op grond van art. 6 van het EVRM wordt er flink toezicht gehouden op het Nederlandse recht. De verdachte heeft tegenwoordig bijvoorbeeld al voorafgaand een verhoor recht op rechtsbijstand, maar aan de andere kant moet de verdachte ook niet zoveel bescherming krijgen dat het onderzoek hierdoor wordt belemmerd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een verdachte moet worden onderzocht of hij al dan niet toerekeningsvatbaar is, om eventueel tbs op te leggen, maar weigert aan het onderzoek mee te werken.

Wanneer iemand een misdaad pleegt terwijl hij (volledig) ontoerekeningsvatbaar is, kan het zo zijn dat de dader geen gevangenisstraf krijgt. Als de dader ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard, betekent dit dat het misdrijf de dader niet (volledig) kan worden toegerekend. Als dit het geval is kan de dader de maatregel terbeschikkingstelling krijgen, afgekort tbs. Tbs is een behandelmaatregel, de rechter legt deze maatregel op bij verdachte die zijn veroordeeld voor zware delicten en tijdens het plegen van het delict leed aan een psychiatrische ziekte of stoornis. Iemand die gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar is verklaard, kan tbs opgelegd krijgen in combinatie met gevangenisstraf. Tbs wordt opgelegd om de veroordeelde te helpen aan zijn ziekte en om de maatschappij tegen hem te beschermen. Het is namelijk voor de maatschappij van belang dat deze daders een passende behandeling krijgen.

Voor het opleggen van tbs moet er een onderzoek door het Nederlands Instituut voor Forensisch Psychiatrie en Psychologie (NIFP) worden ingesteld naar de toerekenbaarheid van de verdachte. Dit gebeurd op verzoek van de Officier van Justitie of de rechtbank. Voor klinische observatie kan de verdachte terecht bij het Pieter Baan Centrum. Uit dit onderzoek blijkt of de verdachte ten tijde van het misdrijf al dan niet toerekeningsvatbaar was en of hij tbs kan worden opgelegd.

De verdachte kan weigeren om aan een psychiatrisch onderzoek mee te werken als hij bijvoorbeeld tbs probeert te ontlopen. In het geval dat de verdachte medewerking weigert is het voor het NIFP moeilijk om advies uit te brengen. Echter, soms is het strafdossier, milieuonderzoek en observatie toch genoeg informatie voor een volledig rapport. In sommige gevallen kan de rechter tbs opleggen zonder een volledig rapport. Er moet dan op andere gronden worden beoordeeld of er sprake is van een geestesstoornis. Indien dit niet het geval is kan hij de verdachte geen tbs opleggen.

Het kabinet is bezig om ervoor te zorgen dat de tbs-regel gemakkelijker op te leggen is en de veroordeelden een passende zorg te bieden. Het weigeren mee te werken aan een onderzoek zorgt immers voor veel problematiek. Zo zorgt de Wet procedurele verbeteringen voor de rechtspraktijk ervoor dat de rechter de observatie met 7 weken kan verlengen en is er (meer) tijd voor inzet van nieuwe observatietechnieken. Daarnaast is er op 1 januari 2019 de Wet forensische zorg ingevoerd. Deze wet maakt het mogelijk om bestaande medische gegevens van de verdachte te vorderen wanneer hij weigert mee te werken aan het onderzoek, door middel van het doorbreken van het medisch beroepsgeheim. Een commissie adviseert de Officier van Justitie over de aanwezigheid en bruikbaarheid van deze gegevens. De rechtbank beoordeeld vervolgens of de gegevens mogen worden gebruikt. Deze wet is ingevoerd zodat de rapporteurs toch tot een volledig advies kunnen komen. Zo kan er dus ook vaker tbs op worden gelegd wanneer dat nodig is. 


Discussie