Meet the professor: Een interview met Ruben Houweling

Door: Jasper van der Salm

 

Professor Houweling is sinds 2011 als hoogleraar verbonden aan de Erasmus School of Law, waar hij het vak arbeidsrecht doceert. Onder studenten is hij geliefd en staat hij bekend om de vrolijke en enthousiaste wijze waarop hij zijn vak overbrengt. Naast het hoogleraarschap vervult professor Houweling diverse nevenfuncties. Zo is hij raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Haag en verbonden als legal counsel bij een advocatenkantoor. Wie is de persoon achter de professor? Je leest het in dit interview!

Om te beginnen: hoe was u eigenlijk zelf als student?
Ik ben in Rotterdam gaan studeren. Dat was een pragmatisch keuze. Al mijn vrienden gingen naar Utrecht om te studeren en ik dacht: dan ga ik lekker naar Rotterdam.

In mijn studententijd speelde ik een bandje. Dat deden we vrij serieus en het was eigenlijk ontzettend leuk. Ik speelde gitaar en we wilden de wereld veroveren. We hebben vrij serieus gespeeld en ik was hier de eerste jaren van mijn studie veel tijd aan kwijt. Mijn studie stond die jaren eigenlijk op de tweede plek.

In mijn tweede jaar begon het vonkje eigenlijk pas over te slaan, toen ik het vak arbeidsrecht kreeg van professor Loonstra. Ik werd toen uitgenodigd om deel te nemen aan een masterclass arbeidsrecht. Op dit moment is eigenlijk voor het eerst de liefde voor de wetenschap ontstaan. Ik weet nog dat ik dacht: de universiteit is een ontzettend mooie omgeving en ik zou daar wel wat mee willen doen.

Was u actief bij een vereniging?
Ik ben trouw lid geweest van de JFR, maar zo passief als het maar kan. Ik was heel erg met die band bezig. We hebben overal gespeeld met het Goffertpark in Nijmegen als hoogtepunt. Ik zou nu echter iedereen aanbevelen om vanaf het begin actief te zijn in die academische community. Bij mij is dat pas wat later ontstaan.

U was in 2011 bij uw benoeming de jongste hoogleraar van de Erasmus Universiteit. Wanneer wist u dat de wetenschap echt iets voor u was?
Ik was 24 toen ik afstudeerde en nog vrij naïef. Ik kreeg een aanbod om voor professor Loonstra te gaan werken. Dit hield tevens in dat ik zou moeten promoveren. Ik was op dat moment bezig met een scriptie over voorwaardelijke invrijheidsstelling. Ik vond dit dusdanig interessant dat ik op dit onderwerp promoveerde.

Het was natuurlijk nooit het plan om op mijn dertigste hoogleraar te worden. Het is gedrevenheid en hard werken, maar nooit met het doel om per se hoogleraar te worden. Ik wil het beste wat ik kan laten zien. Mijn voorganger, professor Loonstra, is echt een inspiratiebron voor mij. Ik vind dat ik mijn stoel als hoogleraar niet te lang vast moet houden, alleen maar omdat die stoel zo lekker zit. Op een gegeven moment wil ik plaatsmaken, zodat iemand anders de ruimte krijgt om te groeien.

Zoals u aangaf, bent u dus strafrechtelijk gepromoveerd. Wat was er dan doorslaggevend om uiteindelijk toch te kiezen voor het arbeidsrecht?
Ik denk dat zowel het strafrecht als het arbeidsrecht, maar ook het huur- en consumentenrecht de overeenkomst hebben dat zij uitgaan van het rechttrekken van machtsongelijkheid. Met het recht proberen we die machtsongelijkheid te corrigeren. We beschermen werknemers en verdachten tegen de machtsmonopolie van werkgevers en de overheid. Die correctie kan echter aan twee kanten doorslaan. Enerzijds worden werknemers dus onvoldoende beschermd tegen het machtsoverwicht van de werkgevers. Anderzijds kunnen regels te streng worden toegepast, waardoor werkgevers geen ondernemingsvrijheid hebben.

Het is op zich goed dat er machtsverschillen zijn: zonder luchtdruk is er immers geen wind. Die machtsdruk moet echter geen extreme zijn. Dat fascineert me. Het is anno 2020 wel heel gaaf om hoogleraar arbeidsrecht te zijn, gezien de grote bewegingen die nu gaande zijn.

Wat zou u doen als u geen hoogleraar was?
Ik vind het super gaaf om een onderdeel te zijn van de energie die op een campus leeft. Ik zie mezelf niet zo gauw vertrekken van de universiteit. Het zou kunnen dat ik op een gegeven moment mijn aanstelling terugbreng naar enkele dagen per week. Zo krijgt een ander de kans om te groeien. In een ideale wereld zou ik het fijn vinden om een bijdrage te leveren aan de arbeidsmarkt. Dit zou kunnen via de SER of via een samenwerking met de Gemeente Rotterdam.

Maar… wie weet werk ik over een paar jaar wel bij MOJO om festivals te organiseren. Wie zal het zeggen?

U geeft onderwijs en u verricht onderzoek. Waar haalt u de meeste energie uit?
Ik mag eigenlijk drie dingen doen: onderwijs geven, onderzoek verrichten én ik mag het veld in. Dat laatste is een beetje een combinatie van onderzoek en onderwijzen. Ik geef bijvoorbeeld elke dinsdag een cursus aan advocaten over een positiefrechtelijk onderwerp, maar ik spar ook met de minister van sociale zaken of de directeur van het UWV. Dan bespreken waar het naartoe gaat met de arbeidsmarkt.

De veelzijdigheid van mijn functie is waar ik mijn energie vandaan haal. Ik geef college aan de bachelorstudenten en ik houd me bezig met de inrichting van de master arbeidsrecht. In het weekend schrijf ik mijn boeken en verricht ik onderzoek: ik hou van deze ontdekkingstocht. Uit alle verschillende aspecten haal ik evenveel energie.

Heeft u ooit overwogen om de advocatuur in te gaan?
Ik heb ooit een week in de advocatuur gewerkt. Dat was, door een samenloop van omstandigheden, niet zo’n goede match. Ik dacht eigenlijk vooral: wat ben ik hier aan het doen? Het kantoor was er eigenlijk niet echt op voorbereid dat ik zou komen. Ik had me helemaal ingelezen in het arbeidsrecht, maar mijn eerste werkzaamheden gingen over openbare aanbestedingen van nutsvoorzienieningen.

Voor studenten zou ik meegeven: pas op dat je niet te snel de handdoek in de ring gooit. Als ik het een tweede kans had gegeven, was ik nu waarschijnlijk advocaat geweest. Ga nooit op één ervaring af. Ik kom nu vaak bij hele leuke, gave kantoren.

Bedankt voor dit interview! Is er iets dat u aan de studenten mee zou willen geven?
Doe vooral waar je heel veel energie van krijgt: daar ligt waarschijnlijk je kracht. Als je daarin die honderdtien procent inspanning voor levert, komt dat hoe dan ook terug. Laat je niet gek maken door wat mensen om je heen vinden dat je moet doen. Kijk zelf waar je energie uithaalt. Dan komt geluk je tegemoet.

En nog belangrijker: geniet ook een beetje van de tijd die je nog hebt. Wees niet alleen bezig met de toekomst. Dan mis je namelijk het nu.