No Surrender wordt verboden en ontbonden

door:
Veel verschillende clubleden van de bekende motorclub No Surrender maakten zich aanhoudend schuldig aan verschillende ernstige delicten. Binnen deze club werden delicten aangemoedigd en ondersteund. Het Openbaar Ministerie vindt alleen strafrechtelijke vervolging niet genoeg en dient een verzoekschrift in bij de rechtbank om deze club te verbieden.

De club is opgericht in 2013. Tijdens de oprichting heeft de club bewust criminelen aangetrokken en deze aangesteld als bestuursleden die een voorbeeldfunctie hebben. De club bestaat uit verschillende chapters die door het hele land verspreid zit. Er zijn vele strafrechtelijke onderzoeken tegen zowel bestuursleden als leden van No Surrender waardoor het Openbaar Ministerie het nodig acht dat deze motorclub verboden moet worden. Verschillende clubleden maken zich aanhoudend schuldig aan verschillende delicten, die door de club worden aangemoedigd en ondersteund. Zware misdaden werden vanuit de club goedgekeurd en gaven de leden status. De cultuur van deze club is dat ze zichzelf buiten de wet plaatsen. De leden beschermen de belangen van de club met onvoorwaardelijke loyaliteit. Ze negeren overheidsgezag en hebben hun eigen regels, als deze worden overtreden staan daar zware straffen tegenover. Alle leden hebben ook een zwijgplicht tegenover van buitenstaanders, ook deze wordt met bedreigingen en geweld gehandhaafd. De club wordt doelbewust ingezet om angst in te boezemen. Het werd de leden ook verplicht om een deel van hun criminele inkomsten, zoals afpersing en drugshandel, af te dragen aan de club. Daarnaast werden sommige leden uitgestoten van de club waarbij boetes werden opgelegd van duizenden euro’s en ook werden zij gedwongen hun motor in te leveren. De leden dienen ook zonder tegenspraak te doen wat wordt opgedragen, dit uit zich dan ook regelmatig in geweldsituaties. Deze geweldsituaties uitten zich ook regelmatig tegen andere motorbendes, dat leidde tot schietpartijen.

Alleen strafrechtelijke aanpak is voor deze club niet voldoende. Volgens het Openbaar Ministerie is een verbod noodzakelijk doordat deze club gewelddadig is, anderen in gevaar brengt en vanwege de intimiderende en gewelddadige wijze waarop de club zich laat zien in de samenleving en zich afsluit voor controle door autoriteiten. De groep kan zich niet beroepen op het grondrecht om zich te verenigen, aangezien er systematisch, ernstig inbreuk wordt gemaakt op rechten van anderen. Door een verbod via een civiele procedure kan de “juridische bodem” onder de club worden weggeslagen. Het Openbaar Ministerie is namelijk van mening dat de club niet vreedzaam kan bestaan. De ware aard van deze club is dan ook zo ernstig dat een verbod noodzakelijk is door de ernst van de misdrijven en de in de toekomst te verwachten geweld[1].

De rechtbank is van oordeel dat No Surrender in strijd is met de openbare orde en moet worden verboden en ontbonden. Een groot aantal leden is namelijk structureel betrokken bij ernstige misdrijven waarbij derden het slachtoffer zijn. Er wordt geĆÆntimideerd, afgeperst, gevochten, geschoten en er is ook sprake van verboden wapenbezit en handel. Daarnaast is gebleken dat het bestuur een belangrijke rol heeft gespeeld bij het plegen en faciliteren van misdrijven. De leden worden door het bestuur aangezet tot het plegen van strafbare feiten, dit wordt onder meer in stand gehouden door zwijgplicht en jailhouse procedure, wat inhoudt dat de leden die in voorarrest/detentie zitten (financieel) worden ondersteund vanuit de club. Het geweld is dermate ernstig en structureel van karakter dat de samenleving daardoor in gevaar komt. Daarom moet ter verdediging van de rechten en vrijheden van anderen de club verboden worden. Doordat er sprake is van een strikte hiĆ«rarchie kan de club, bestaande uit verschillende chapters, worden gezien als eenheid waardoor het verbod ook de chapters treft[2]


[1]Openbaar Ministerie, Verbod van No Surrender moet einde maken aan cultuur van geweld en wetteloosheid, 22 maart 2019

[2]  Rb. Noord-Nederland 7 juni 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:2445


Discussie