Ongeval in de sportschool, wat nu?

door:
Sporten is zoals we allemaal weten erg gezond, steeds meer Nederlanders beginnen daarom ook met fitnessen. Waar in 2001 nog 12 procent van de Nederlanders wekelijks naar de fitness ging, was dat in 2016 maar liefst toegenomen tot 21 procent. In totaal doen ongeveer 3 miljoen Nederlanders met een leeftijd tussen de 12 en 79 jaar iedere week aan fitness.[1]Toch is dit zeker niet geheel zonder risico’s. Jaarlijks raken er mensen dusdanig gewond tijdens het sporten in de sportschool dat zij in het ziekenhuis moeten worden opgenomen.

Een ziekenhuisbezoekje of een aantal sessies bij de fysiotherapeut kunnen financieel behoorlijk oplopen wanneer er geen goede verzekering tegenover staat. Daarom is het erg belangrijk om te weten wie er voor de schade aansprakelijk kan worden gesteld.  

Oorzaak ongeluk

Om de vraag ‘wie is aansprakelijk voor het ongeval in de fitnesschool’ te beantwoorden, dient er eerst te worden gekeken naar de oorzaak van het ongeluk. Er zijn veel verschillende redenen waardoor men kan verongelukken in de sportschool. Per geval moet er dan ook worden gekeken wie daarvoor aansprakelijk is geweest. Sommige sportscholen laten hun leden tekenen voor de risico’s die zich kunnen voordoen tijdens het fitnessen, de leden moeten daarmee zelf opdraaien voor de kosten wanneer deze zich voordoen. 

Ton Hartlief, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Maastricht stelde dat de kans dat een sportinstructeur aansprakelijk gesteld wordt, of de sportschool als werkgever, niet heel groot is. Dit is natuurlijk een ander verhaal wanneer onverantwoorde risico’s zijn genomen. 

Edgar Du Perron, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, bevestigde dit door het concept nog verder uit te leggen. Alles hangt zoals gewoonlijk af van de omstandigheden van het geval, maar er zijn toch een aantal heldere hoofdregels opgesteld. Zo is de sportschool aansprakelijk voor de fouten van zijn medewerkers, de medewerker is enkel draagplichtig wanneer deze handelt bij opzet en bewuste roekeloosheid. Wanneer er gebreken zijn in de apparatuur valt dit onder de risicoaansprakelijkheid van de sportschool, of de producent van het apparaat. De grondslag hiervoor is te vinden in artikel 6:173 BW[2][3]

Gebrek aan het pand

Wanneer een ongeval ontstaat door een gebrek aan het pand, kan de bedrijfsmatig huurder of eigenaar daarvoor aangesproken worden. Onvoldoende veiligheid kan ook worden gezien als gebrek, dit is bijvoorbeeld wanneer een trapleuning ontbreekt en niemand zich kan vasthouden. De gedachte hierachter is dat leden van een fitnesscentrum ervan uit moeten kunnen gaan dat de faciliteiten die hen worden aangeboden een mate van veiligheid bevatten. Doordat leden voor het gebruik van de voorzieningen betalen, rust er op de eigenaar van het fitnesscentrum een zorgplicht. Een voorbeeld van wanneer dit fout was gegaan is te vinden in een uitspraak tegen de sportschool Fit For Free, hier kwam een vrouw ten val doordat een hoogteverschil tussen de loopbanden en de vloer niet goed was aangegeven. Artikel 6:174 BW bepaald dat de bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daarvoor gevaar voor personen of zaken oplevert, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk is.[4]Hierbij is het van belang om te bekijken hoe groot de kans op verwezenlijking van het gevaar is en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn. Deze maatstaven zijn ook wel bekend als de ‘kelderluikcriteria’. 

Zorgvuldigheid

De zorgvuldigheidsplicht van de eigenaar kan op veel verschillende manieren worden bewerkstelligd. Het gaat voornamelijk om maatregelen die worden genomen om ongelukken te voorkomen. Zo moet de eigenaar er op letten dat materialen niet rondslingeren in verband met valrisico en dat ze veilig zijn in gebruik. Wanneer materialen niet meer aan de veiligheidstandaarden voldoen moeten deze worden vervangen. Slijtage aan materialen is daarentegen geen gebrek aan het product.

Werkgever aansprakelijk

Wanneer een sportinstructeur een zodanige fout maakt waardoor leden gewond raken of schade lijden, is deze schade aan de ondernemer toe te rekenen. Werkgevers zijn aansprakelijk voor de fouten die medewerkers begaan (art. 7:758 BW). Bij ondergeschikten, zoals zelfstandig werkende personal trainers ligt het er voornamelijk aan wat er schriftelijk is afgesproken. 

Conclusie 

Het is dus belangrijk om het ontstaan van het ongeval te onderzoeken. In beginsel ligt de verantwoordelijkheid en het risico dus bij jezelf, mits de sportschool zich goed aan de regels houdt. 


[1]NOS. (2019, 9 januari). Aantal Nederlanders dat gaat fitnessen sterk gegroeid. Geraadpleegd op 2 april 2019, van https://nos.nl/artikel/2266701-aantal-nederlanders-dat-gaat-fitnessen-sterk-gegroeid.html

[2]BodyLIFE. (z.d.). Hoe zit het met de aansprakelijkheid bij een ongeval in uw sportcentrum? Bodylife magazine2014(7), 36–37. Geraadpleegd van http://blocks.mvmm.nl/images/pdf/4537.pdf

[3]Böhm, I. (2015, 20 januari). Lekker veel sporten, maar wel op eigen verantwoordelijkheid! Geraadpleegd op 2 april 2019, van https://radar.avrotros.nl/columns/item/lekker-veel-sporten-maar-wel-op-eigen-verantwoordelijkheid/+/

[4]Rechtbank Amsterdam. (2019 ,17 januari) C/13/655260. Geraadpleegd op 2 april 2019, van https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak?ecli=ECLI:NL:RBAMS:2019:271


Discussie