Oud en nieuw: na 200 jaar vernieuwing van het vennootschapsrecht?

Door: Koen Groeneveld

‘Oud en nieuw’: het wetsvoorstel voor personenvennootschappen: veranderingen in zicht?[1]
De personenvennootschap is een ‘laagdrempelige’ rechtsvorm waarbij tegen geringe kosten en niet al te veel formaliteiten een gezamenlijke onderneming kan worden gestart.[2] Er zijn in Nederland circa 231.000 personenvennootschappen, die men kan onderverdelen in maatschappen, VOF’s en CV’s. Deze personenvennootschappen worden vooral gebruikt door de agrarische sector en de dienstverlening, waaronder artsen, advocaten en notarissen.[3] De huidige regeling, die is verspreid over boek 7A BW en het Wetboek van Koophandel, dateert nog uit de 19e eeuw en wijkt af van de huidige tijdsgeest. In de praktijk bestaat derhalve al geruime tijd behoefte aan modernisering van personenvennootschapsrecht.[4]

In september 2016 verscheen het door een werkgroep bestaande uit juristen en fiscalisten samengestelde Rapport ‘Modernisering personenvennootschappen’. Dit rapport heeft geleid tot het conceptwetsvoorstel modernisering personenvennootschappen. Dit voorstel heeft als doel om ondernemerschap te faciliteren, zekerheid te bieden aan het handelsverkeer en bescherming te bieden aan zowel de vennoten/maten als degene die met de onderneming handelen.[5] De voorgestelde regeling zal de huidige wettelijke regeling voor de maatschap, VOF en CV gaan vervangen, mits deze in de nabije toekomst wordt aangenomen.[6]

In dit artikel zal de nadruk liggen op de aansprakelijkheid van de personenvennootschap en haar vennoten jegens crediteuren en eventuele andere derden. Vervolgens zal ik afsluiten met een paragraaf waarin ik de wenselijkheid van het voorstel, naar mijns inziens, zal bespreken.

Aansprakelijkheid in het conceptwetsvoorstel

De vennootschap en haar vennoten
Allereerst is van belang dat het conceptvoorstel geen onderscheid meer maakt tussen de stille maatschap, openbare maatschap en de VOF. In de voorgestelde regeling vindt men dus ook nog maar twee rechtsvormen terug: de vennootschap (art. 7:800 Voorontwerp) en de commanditaire vennootschap (art. 7:820 Voorontwerp). Uit de omschrijving van de overeenkomst van vennootschap uit art. 7:800 lid 1 Voorontwerp volgt dat deze rechtsvorm voor beroeps- en bedrijfsactiviteiten kan worden gebruikt. Deze omschrijving schept de basis alle type vennootschappen die onder de voorgestelde regeling vallen.[7] De maatschap, de VOF en de commanditaire vennootschap kwalificeren als vennootschap in de zin van art. 7:800 lid 1 Voorontwerp.

Art. 7:809 Voorontwerp bevat een nieuwe regeling met betrekking tot de aansprakelijkheid van de vennootschap en vennoten jegens derden c.q. crediteuren. Ingevolge art. 7:809 lid 1 Voorontwerp zijn de vennoten naast de vennootschap hoofdelijk verbonden voor verbintenissen van de vennootschap jegens derden, voor zover de wederpartij aannemelijk maakt dat de vennootschap niet aan de verbintenis zal voldoen. Ook de voorgestelde regeling geldt voor zowel verbintenissen uit rechtshandeling, de wet, en verbintenissen uit onrechtmatige daad.[8] De aansprakelijkheid voor gelijke delen, zoals die in het huidige recht is neergelegd, zou hiermee komen te vervallen.

Het tweede lid van bovenstaand artikel bevat een vernieuwing ten opzichte van de aansprakelijkheid van de vennoten voor een door de vennootschap aangenomen opdracht: in beginsel is alleen de vennoot aan wie de uitvoering van opdracht uitdrukkelijk is toevertrouwd (naast de vennootschap) aansprakelijk jegens derden ter zake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.

Art. 7:809 lid 3 Voorontwerp wijzigt het huidige recht ten aanzien van toetredende vennoten.[9] Op grond van deze een vennoot slechts aansprakelijk voor verbintenissen van de vennootschap jegens derden die na zijn toetreding zijn ontstaan.

Lid 4 beperkt de aansprakelijkheid van de uittredende vennoot: een rechtsvordering tegen een uitgetreden vennoot tot nakoming van, ten tijde van zijn uittreden bestaande verbintenissen van de vennootschap, verjaart in ieder geval door verloop van vijf jaren na inschrijving van zijn uittreden in het handelsregister.[10]

Commanditaire vennootschap
Voor wat betreft de positie van de commanditaire vennoot bepaalt art. 7:821 lid 1 Voorontwerp dat de commanditaire vennoot, in overeenkomst met het huidige recht, slechts aansprakelijk is voor het bedrag van de overeengekomen inbreng. Lid 2 van dit artikel bepaalt, in afwijking van huidige wettelijke regeling, dat de commanditaire vennoot de vennootschap wél mag vertegenwoordigen, mits hem daartoe een volmacht is verleend. Uit lid 3 volgt dat indien het handelen krachtens volmacht de commanditaire vennoot een belangrijke oorzaak is voor het faillissement van de vennootschap, de commanditaire vennoot hoofdelijk aansprakelijk is voor het faillissementstekort.

Wenselijkheid van de voorgestelde regeling

De vennootschap en haar vennoten
Mijns inziens is het wegnemen van het huidige verschil in externe aansprakelijkheid tussen de maatschap en de VOF, door middel van het samenvoegen van deze twee vennootschapstypen, gunstig.[11] Doordat bij elke vennootschap aansprakelijkheid voor het geheel het uitgangspunt wordt, verliezen ‘maten’ hun bevoorrechte positie ten opzichte van de vennoten.[12] Daarnaast was het onderscheid voor een derde tussen een maatschap en een VOF niet altijd even helder, waardoor ook dit probleem wordt opgelost.

De aansprakelijkheidsbeperking ten aanzien van een door de vennootschap aangenomen opdracht, biedt naar mijn mening de gewenste bescherming aan de vennoten die niet betrokken zijn bij de uitvoering van een opdracht. Het is in mijn ogen onredelijk dat een vennoot, die niet betrokken is bij een aangenomen opdracht, daarvoor wel aansprakelijk kan worden gesteld.

Verder ben ik een voorstander van de regel dat toetredende vennoten niet aansprakelijk kunnen zijn voor ten tijde van toetreding bestaande vennootschapsschulden.[13] Het voelt enigszins onnatuurlijk om een toetredende vennoot, naar huidig recht, aansprakelijk te kunnen stellen en de crediteur een extra verhaalsmogelijkheid te bieden. Daarnaast is het in de praktijk vrijwel onmogelijk om alle eventueel bestaande vorderingen als nieuwe vennoot te achterhalen, denk bijvoorbeeld aan een in het verleden gepleegde onrechtmatige daad door een andere vennoot.

Commanditaire vennootschap (CV)
De bevoegdheden van de commanditaire vennoot zijn met het wetsvoorstel aanzienlijk uitgebreid. Door de commanditaire vennoot toe te staan de vennootschap te besturen en vertegenwoordigen,[14] wordt mijns inziens afbreuk gedaan aan het karakter van de commanditaire vennootschap, waarbij er een onderscheid tussen de beherende en stille vennoten bestaat. Dit onderscheid kan door middel van een eenvoudige volmacht worden weggenomen en ik heb mijn bedenkingen of dit wenselijk is.

Tot slot
Concluderend kan er gesteld worden dat het externe aansprakelijkheidsregime van de maatschap en de VOF de roep om modernisering goed heeft beantwoord. Het nieuwe wetsvoorstel biedt, op een paar kleine punten na, dan ook zeker uitkomst voor het (rechtspersonen)recht.


[1] M.F.E. de Waard-Preller, S.S.M. Rutten, Derde wetsvoorstel voor personenvennootschappen: modernisering nu echt in zicht?, MVO 2019/5, p. 171.

[2] Ambtelijk voorontwerp, Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de modernisering van de regeling omtrent personenvennootschappen (Wet modernisering personenvennootschappen): Memorie van Toelichting; https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/02/21/memorie-van-toelichting-wet-modernisering-personenvennootschappen (hierna Concept-Mvt) , p. 1.

[3] Ambtelijk voorontwerp, Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de modernisering van de regeling omtrent personenvennootschappen (Wet modernisering personenvennootschappen): Memorie van Toelichting; https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/02/21/memorie-van-toelichting-wet-modernisering-personenvennootschappen (hierna Concept-Mvt) , p. 1.

[4] Chr. M. Stokkermans, Eenvoudig vennootschapsrecht, MvO 2019, afl. 3-4, par. 1.

[5] Ambtelijk voorontwerp, Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de modernisering van de regeling omtrent personenvennootschappen (Wet modernisering personenvennootschappen): Memorie van Toelichting; https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/02/21/memorie-van-toelichting-wet-modernisering-personenvennootschappen (hierna Concept-Mvt) , p. 1.

[6] Minister voor Rechtsbescherming, Conceptwetsvoorstel modernisering personenvennootschappen in consultatie, V-N 2019/13.17.

[7] Ambtelijk voorontwerp, Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de modernisering van de regeling omtrent personenvennootschappen (Wet modernisering personenvennootschappen): Memorie van Toelichting; https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/02/21/memorie-van-toelichting-wet-modernisering-personenvennootschappen (hierna Concept-Mvt) , p. 18.

[8] Concept-Mvt, p.42.

[9] Concept-Mvt, p. 46.

[10] I.S. Wuisman, Het voorontwerp modernisering personenvennootschappen en aansprakelijkheid, OR 2019/111, par. 2.1.1.3.

[11] Chr. M. Stokkermans, Eenvoudig vennootschapsrecht, MvO 2019, afl. 3-4, par. 6.

[12] Chr. M. Stokkermans, Eenvoudig vennootschapsrecht, MvO 2019, afl. 3-4, par. 6.

[13] Chr. M. Stokkermans, Eenvoudig vennootschapsrecht, MvO 2019, afl. 3-4, par. 6.

[14] J.E. van Nuland, De aansprakelijkheid van de moderne commanditaire vennoot, MvO 2016, afl. 10-11, par 1.


Discussie