Pressiemiddel of mensenrecht

door:
Demonstraties spelen een belangrijke rol in de politieke geschiedenis van de Europese Unie. Door verschillende demonstraties zijn door de eeuwen heen al veel dingen bereik. In de Middeleeuwen kwamen de boeren al in opstand tegen de grondbezitters, omdat ze vaak een groot deel van hun oogst moesten afstaan. Maar ook de laatste jaren spelen demonstraties een grote rol in bijvoorbeeld cao-conflicten, bezuinigingen, maar ook zorg en religieuze kwesties.

Een demonstratie is eigenlijk twee of meer burgers die bij elkaar komen om ergens tegen te protesteren. Demonstraties zijn actiemiddelen om aandacht te vragen voor een bepaald onderwerp, dat bijvoorbeeld niet of onvoldoende in onder de aandacht is gebracht. Demonstreren is een belangrijk recht voor een democratisch rechtsstaat zoals Nederland, demonstreren is een fundamenteel mensenrecht en is daarom opgenomen in de Grondwet van 1848. Dit recht vloeit echter ook voort uit artikel 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheid (EVRM). Demonstreren kan worden gezien als pressiemiddel om bijvoorbeeld de wetgevende macht aan te sporen zijn standpunt te wijzigen of heroverwegen. Doordat het recht om te demonstreren in de Grondwet staat, is de overheid verplicht een actieve rol te spelen in de bescherming van dit grondrecht. 

Sinds 1988 is de Wet Openbare Manifestaties van toepassing. Doordat het recht om te demonstreren een grondrecht is, is gekozen voor een kennisgevingsstelsel. Dus demonstreren is mogelijk op grond van een kennisgeving aan de burgemeester. De burgemeester kan op grond van artikel 2 Wet Openbare Manifestaties (WOM), beperkingen stellen en veiligheidsmaatregelen treffen om de demonstratie ordelijk en vreedzaam te laten verlopen. De burgemeester zou zelfs de demonstratie kunnen verbieden, maar dit is in het uiterste geval pas mogelijk. Daarnaast mag de burgemeester een demonstratie niet wegens inhoud verbieden.[1]Op grond van artikel 5 lid 2 WOM mag de burgemeester een demonstratie verbieden indien de demonstratie niet (tijdig) ter kennis is gesteld, de vereiste gegevens niet (tijdig) zijn verstrekt of ter bescherming van de gezondheid of ter voorkoming van wanordelijkheden. Maar deze beperking dient goed te worden onderbouwd door de burgemeester.

Helaas staat de laatste jaren het demonstratierecht onder druk. Het lukt gemeenten en politie namelijk niet altijd om het demonstratierecht te waarborgen. Het komt met regelmaat voor dat demonstraties worden beperkt of helemaal niet plaats mogen vinden. Er wordt door de overheid veel rekening gehouden met de burgers die niet demonstreren, maar minder met de demonstranten; vooral bij controversiĆ«le demonstranten, omdat zij vaak heftige reacties oproepen van omstanders of tegendemonstranten. Daardoor ontstaat ook meer risico op ongeregeldheden. Uiteindelijk is het in eerste instantie de burgemeester degene die deze belangen moet afwegen. De ombudsman heeft een onderzoek ingesteld en concludeert dat de overheid naar risicomijdend gedrag neigt, want in de praktijk wordt er vaak nog gekeken naar wat de boodschap is van de demonstratie en dan gaan vaak de belangen van openbare orde en veiligheid zwaarder wegen.[2]De Ombudsman geeft dan ook aan dat het grondrecht om te demonstreren geen onderdeel van deze belangenafweging zou mogen zijn. De essentie van het grondrecht moet immers voorop staan, hoe impopulair ook. 


[1]Rb Amsterdam 8 december 2016,ECLI:NL:RBAMS:2016:8060

[2]E. Govers, Demonstreren, een schurend grondrecht?, 2018/015, p. 9


Discussie