Rechtbank Amsterdam: Webcamsurvaillance tijdens tentamens toegestaan

Door: Björn de Haan

Rotterdam, 11 juni 2020 - De voorzieningenrechter van Rechtbank Amsterdam is van oordeel dat online survaillancesoftware ingezet mag worden bij het afnemen van tentamens.

Sinds maart 2020 zijn alle onderwijsinstellingen gesloten en heeft heel Nederland een omslag gemaakt van een fysieke levensstijl naar een digitale. Zo ook de universiteiten en hogescholen: binnen no-time is het fysieke onderwijs omgezet in volledig digitaal onderwijs. Ook alle tentamens worden online afgenomen. Zeer fraudegevoelig, menen meerdere universiteiten. Daarom heeft de Universiteit van Amsterdam (UvA) op 11 mei het besluit genomen een survaillancesoftware te gebruiken in de strijd tegen tentamenfraude. De software wordt ook wel 'proctoring' genoemd en wordt gefaciliteerd door het bedrijf Proctorio. Ook de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft aangegeven vanaf de herkansingen gebruik te maken van proctoring.

De centrale studentenraad van de UvA, de facultaire studentenraad van de faculteit economie en bedrijfskunde van de UvA en een individuele student zijn het niet eens met dit besluit en starten een kortgedingprocedure op. In deze tête-à-tête tussen de universiteit en de studentenraden, die plaats vindt op 4 juni, vorderen de eisers (kort samengevat) een verbod op het gebruik van proctoring surveillance. De studentenraden en de student zijn namelijk van mening dat dit een schending oplevert van de privacyrechten van de studenten. De UvA geeft echter aan dat zij voldoende maatregelen hebben genomen om de privacy van studenten te waarborgen en de risico's klein zijn.

Wat is proctoring eigenlijk?
Proctoring is een software dat wordt geïnstalleerd op een computer, laptop of telefoon en ervoor zorgt dat er digitaal toezicht wordt gehouden tijdens het maken van een tentamen of assessment. Er worden opnames gemaakt van de persoon die het tentamen maakt, de schermen die geopend worden bij het maken van het tentamen en de omgeving waarin de student zich bevind. Verder wordt een foto gemaakt van het gezicht van de student en zijn legitimatiebewijs om zo te controleren of degene die het tentamen maakt wel echt de student is.

Studenten worden niet live gevolgd tijdens het maken van tentamens en er wordt geen gebruik gemaakt van eye tracking of het vastleggen van ademhaling, stresslevel of biometrische gegevens. Wel wordt er gebruik gemaakt van een zogenoemde 'room scan'. De student moet dan zijn kamer en/of bureau waaraan hij werkt laten zien op de webcam. Na afronding van het tentamen kan de surveillant de studentenkaart zien, die de student voor het maken van het tentamen via de webcam heeft moeten laten zien, evenals een score die in percentages aangeeft in hoeverre de student afwijkend gedrag heeft vertoond, zoals veel wegkijken (wat kan duiden op spiekbrieven of appen met medestudenten) of veel omgevingsgeluid (wat kan duiden op gesprekken via de telefoon of met een aanwezige medestudent). Indien het systeem significant afwijkend gedrag registreert, kan de surveillant de vastgelegde video-, geluid- en/of browseropnamen raadplegen. Daarnaast kan een surveillant achteraf een steekproef uitvoeren ten aanzien van de desk scan. Al deze gegevens blijven voor 30 dagen bewaard, zodat de survaillant ook tijdens het nakijken van het tentamen deze gegevens kan opvragen en kan beoordelen. Als sprake is van een vermoeden van fraude worden de gegevens van de betrokken student bewaard totdat eventuele juridische procedures zijn afgerond en maatregelen zijn genomen.

Het oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen grondslag is om een verbod op te leggen. Dit verbod wordt dus niet opgelegd en de software mag gebruikt worden.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er een wettelijke grondslag is voor het verwerken van de persoonsgegevens (en dus het gebruiken van deze survaillancesoftware), namelijk artikel 6 lid 1 onder e van de AVG. De voorzieningenrechter oordeelt dat de UvA gerechtvaardigde gronden heeft om de vergaarde persoonsgegevens te verwerken en dit ook noodzakelijk is. Het is namelijk een feit dat de tentamens niet op de campus afgenomen kunnen worden. Het filmen van studenten acht de voorzieningenrechter "onontkoombaar". "Hoe is anders vast te stellen dat de student geen boeken, aantekeningen of telefoon op of bij zijn bureau heeft liggen, wat bij tentamens op de campus door de surveillant wordt nagegaan?" vraagt de voorzieningenrechter zich retorisch af.

Andere alternatieven, zoals bijvoorbeeld survaillance via Zoom acht de voorzieningenrechter praktisch niet mogelijk:
"Voor een kleine groep zou een surveillant de webcams kunnen bekijken, maar andere schermen die een student heeft geopend kunnen daarmee niet worden gezien, en ook is niet zichtbaar wat de student op zijn of haar bureau heeft liggen. Voor grote (uit de aard) fraudegevoelige tentamens is Zoom dus niet geschikt. Bovendien zou kunnen worden gesteld dat live monitoren van alle studenten meer invasief is dan proctoring door middel van Proctorio, waarbij het grootste deel van de camerabeelden en beeldschermgegevens niet wordt bekeken."

Concluderend
Wat men dan ook mag vinden van proctoring, door de voorzieningenrechter wordt het gebruik van dit systeem rechtmatig geacht. De universiteiten mogen voorlopig het gebruik van deze vorm van survaillance blijven gebruiken. Of in bodemprocedures of in hoger beroep de noodzakelijkheid en (mijns inziens nog belangrijker) subsidiariteit van deze vergaande vorm van gegevensverwerking wordt toegestaan, is nog maar de vraag. Mij dunkt dat universiteiten naar studenten en hun zorgen moet luisteren en onderzoek moeten verrichten naar alternatieve methoden. Vergeet daarbij niet de (facultaire) studentenraden te betrekken bij de besluitvorming.