Seksueel misbruik in de sportwereld verdwijnt in de doofpot

door:
Een sportvereniging staat bekend als een vertrouwde en veilige omgeving om je hobby uit te oefenen. Helaas is dit niet altijd de realiteit. Het is alom bekend dat de sportwereld een uitgelezen plek is voor seksueel misbruik. Zo nu en dan komt dit onderwerp aan het licht, maar vaak verdwijnt het snel weer de doofpot in. Op 16 november 2016 berichtte de Engelse krant The Guardian bijvoorbeeld over het misbruik van oud-profvoetballer Andy Woodward. Hierna meldden zich massaal andere sporters uit de jaren tachtig die slachtoffer waren geworden van seksueel misbruik. Vandaag de dag is er jammer genoeg nog steeds sprake van seksueel misbruik in de sportwereld. 12% van de sporters heeft als kind een of meerdere ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag meegemaakt. 4% heeft ernstige vormen van seksueel misbruik meegemaakt, hierbij gaat het om aanranding en verkrachting.[1]In de praktijk komen daders van seksueel misbruik meestal weg met hun daden. Hoe kan het dat er zo weinig wordt gedaan aan iets wat zo’n impact kan hebben op iemands leven?

Onderzoek

De overkoepelende sportvereniging NOC/NSF heeft in 2017 besloten een onderzoek in te stellen naar seksueel misbruik in de sportwereld. Er is een onafhankelijke commissie van drie leden ingesteld onder leiding van Klaas de Vries, voorzitter van de commissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport. De taak van de commissie was om een inzicht te geven in de omvang en aard van de problematiek en hoe de aanpak van het probleem zou kunnen worden verbeterd. Het rapport verscheen op dinsdag 12 december 2017.

Kwetsbare groep

Topsporters vormen een kwetsbare groep voor seksuele intimidatie en misbruik. Hierbij gaat het vooral om jonge topsporters. De leeftijd waarop de eerste ervaring met seksuele intimidatie en misbruik plaatsvindt, ligt bij 76% van de gevallen onder de leeftijd van 16 jaar.[2]Deze jonge sporters focussen zich continu op het verbeteren van hun prestaties. Dit kan veel uren per week vragen van de sporters, waardoor zij weinig tijd hebben voor het onderhouden van ‘normale’ sociale contacten. Topsporters sporten vaak ook niet meer in verenigingsverband, maar samen met de trainer buiten de vereniging om. In veel gevallen ziet de topsporter zijn trainer vaker dan zijn ouders. Hierdoor kan een intensieve relatie ontstaan met de trainer en kan het zich in een ongewenste richting ontwikkelen. Dit kan zelfs zover gaan dat er sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het is onderzocht dat van deze seksuele grensoverschrijdingen 44% wordt gepleegd door een of meer medesporters. In 39% van de gevallen waren de plegers bekende in de vereniging en in 21% van de gevallen betrof het de coach en/of trainer. In 22% van de gevallen was de pleger een onbekende, zoals een supporter, een omstander of een voorbijganger. 

De som van deze percentages telt op tot meer dan honderd, omdat het voorkomt dat incidenten meerdere plegers met verschillende rollen in de organisatie kennen.[3]Vaak is de beschuldigde een man (92%) en slechts 5% van de geregistreerde plegers is een vrouw. Bij 3% van de geregistreerde gevallen gaat het om mannelijke en vrouwelijke plegers.[4]

Aangifte bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR)

Als iemand er van overtuigd is dat er ten opzichte van hem of haar sprake is geweest van seksuele intimidatie en misbruik, kan diegene dat melden bij het secretariaat van het ISR. Het bondsbestuur, de directie van de bond en de triagecommissie van de bond kunnen alleen aangifte doen met instemming van de melder. De aangifte kan alleen gedaan worden tegen de dader, als die ten tijde van de overtreding lid was van de sportbond. De tuchtcommissie van het ISR kan de volgende straffen opleggen:

- Een berisping, een verbod om deel te nemen aan activiteiten van de sportbond (maximaal 3 jaar)

- Een verbod om aan leden toegekende rechten uit te oefenen (ook maximaal 3 jaar)

- Een verbod tot het uitoefenen van functies (maximaal 10 jaar)

- Schorsing (maximaal 5 jaar)

- En royement. 

Uitgezonderd van berisping houden de straffen bovendien in dat de namen van de plegers, mits ouder dan 16 jaar, worden opgenomen in het register van tuchtrechtelijk veroordeelden van de NOC/NSF.

Weinig meldingen van slachtoffers

De mogelijkheden om melding te doen van seksuele intimidatie en misbruik zijn ruimschoots aanwezig op verenigingsniveau. Er kan ook melding worden gedaan bij de sportbonden, het Vertrouwenspunt Sport van de NOC/NSF en bij de politie. Deze meldingen bij verenigingen van seksuele intimidatie en misbruik leiden tot nu toe echter vaak niet tot effectieve stappen. Om daadwerkelijk aangifte te kunnen doen van seksueel misbruik heb je medewerking van de slachtoffers of van de verdachte nodig. 11% van de slachtoffers maakt melding bij de sportvereniging en slechts 1% doet aangifte bij de politie.[5]Dit is schrikbarend weinig. Slachtoffers kunnen hiervoor verschillende redenen hebben.

Angst voor de dader

Het slachtoffer kan door de pleger geïntimideerd raken waardoor diegene het incident niet aan anderen durft te vertellen. Het kan bijvoorbeeld komen doordat de sporter vreest voor zijn of haar sportcarrière en daarom het misbruik laat voortduren. De dader speelt dan vaak een sleutelrol binnen de vereniging en is dan onvervangbaar. De dader heeft vaak het imago van een “populair” lid binnen de vereniging. Bovendien komt het voor dat de dader het slachtoffer op het hart drukt om het seksuele contact tussen hen geheim te houden. Als het seksuele misbruik naar buiten komt, zou dat ophef veroorzaken en voor het slachtoffer of hen beiden verkeerd aflopen.

Schaamte en schuldgevoel

Het kan ook zo zijn dat het slachtoffer zich zo schaamt, dat hij of zij dit niet wil vertellen aan anderen. Hierbij is het slachtoffer bang voor negatieve reacties uit zijn of haar omgeving. Ook komt het voor dat het slachtoffer bang is voor victim blaming, waarbij het slachtoffer zelf de schuld krijgt van het misbruik. Daarbij komt nog dat als slachtoffers nooit iets hebben gezegd over het misbruik, de kans kleiner wordt dat ze dit op een later tijdstip wel zullen doen. Ze hebben een schuldgevoel, omdat ze bang zijn dat er in de tussentijd nieuwe slachtoffers zijn gemaakt en ze dit niet hebben voorkomen.

Onmacht en gebrek aan weerbaarheid

Als kinderen beginnen met een sport vinden ze dit vaak spannend. Bij het sporten trekken ze op met volwassen medespelers, trainers, coaches en begeleiders. Hierbij kunnen de jonge sporters met gedrag geconfronteerd worden waarop zij niet of onvoldoende zijn voorbereid. De sportvereniging of ouders gaan bewust of onbewust voorbij aan het risico dat er ook sprake kan zijn van onaangename praktijken. Sommige kinderen kunnen hier geen weerstand tegen bieden.

Emotionele relatie met de dader

De dader van het seksueel misbruik heeft vaak gedurende langere tijd extra aandacht aan de sporter gegeven en zo krijgen de jeugdige sporters bewondering voor de dader. De sporter kan op den duur zelfs verliefde gevoelens ontwikkelen. Het fenomeen groomingis dat de dader dit soort gevoelens probeert op te wekken en dit gedurende langere tijd stimuleert, om op een gegeven moment seksueel misbruik van de sporter te maken.

Onwetendheid over de wijze van melden

Voor de slachtoffers is het niet altijd bekend waar zij hun verhaal kwijt kunnen. Sportbonden en sportverenigingen gaan er ten onrechte van uit dat sporters dit weten. De sporters moeten dit weten voordat zij in deze nare situatie terecht kunnen komen.

De gevolgen

Het misbruik kan bij de slachtoffers zorgen voor een negatieve en onherstelbare impact op de lichamelijke en geestelijke gesteldheid. Het gevolg van het niet-melden van het seksueel misbruik is dat het slachtoffer in zijn eentje de ervaring moet verwerken. Hierbij komt nog dat de dader ongehinderd met zijn gedrag kan doorgaan. Zijn misdrijven worden niet bestraft en hij komt nog ongehinderd aan een verklaring omtrent gedrag (VOG).

Hoe te voorkomen?

Op 5 januari van dit jaar kwam misbruik in de sportwereld weer in het nieuws . Een Rotterdamse atletiektrainer heeft sinds 1983 bij diverse verenigingen jonge sporters seksueel misbruikt of geïntimideerd. De man heeft het misbruik in deze zomer toegegeven tijdens een verhoor bij het ISR. Hij is vervolgens geroyeerd door de Atletiekunie. Hier bleef het echter bij, omdat slachtoffers van deze man geen aangifte hadden gedaan. Het is hoog tijd dat het voorkomen wordt dat deze praktijken ongestoord blijven plaatsvinden.

Het is hiervoor allereerst belangrijk dat er meer aandacht komt voor preventie. Daarbij ligt de focus op het weren van potentiële plegers door het verplicht stellen van een VOG, het opvragen van referenties en het raadplegen van het registratiesysteem. Net zo belangrijk is dat het aantal vertrouwenspersonen in verenigingen moeten worden uitgebreid en vooral dat de stap naar de vertrouwenspersonen gemakkelijk moet zijn. Sportbonden kunnen een vertrouwenspersoon aanstellen om het thema seksueel grensoverschrijdend gedrag bij sportverenigingen op de agenda te zetten. Ook kunnen sportverenigingen zelf een vertrouwenspersoon aanstellen. Bovendien moet de aandacht onder de gemeenten worden vergroot. Het is een taak voor de overheid om seksueel misbruik op te sporen, te vervolgen en te berechten. Zij moeten ook preventieve maatregelen nemen en de algemene bewustwording bevorderen. Kortom, als er meer aandacht komt voor het onderwerp, kan wellicht worden voorkomen dat jonge sporters voor hun leven lang getekend worden door deze onacceptabele praktijken.

 


[1]Jan Ponsen en Floris Prenger, Eenvandaag: Alarmerend rapport misbruik in de sport, 12-12-2017. 

[2]Klaas de Vries, Clémence Ross- van Dorp en Egbert Myjer, Rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, pag. 141, 2017.

[3]Klaas de Vries, Clémence Ross- van Dorp en Egbert Myjer, Rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, pag. 23, 2017.

[4]Klaas de Vries, Clémence Ross- van Dorp en Egbert Myjer, Rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, pag. 45, 2017.

[5]Klaas de Vries, Clémence Ross- van Dorp en Egbert Myjer, Rapport van de Onderzoekscommissie seksuele intimidatie en misbruik in de sport, pag. 27, 2017.


Tags

seksueel misbruik sport

Discussie