Space Law en de Amerikaanse pioniersgeest

door:
Amerikaanse bedrijven, met klinkende namen als Deep Planetory Resources en Deep Space Industries, maken zich op voor een race naar de ruimte. Toen Obama nog president was, is er een wet aangenomen waarmee de VS vergunningen kan geven aan bedrijven ter ontginning van hemellichamen. Het is de vraag of dit niet strijdig is met het internationale ruimterecht.

De doelstelling van de bedrijven is om ervoor te zorgen dat de toekomstige economie in de ruimte ook hulpbronnen uit de ruimte gebruikt. Het internationale ruimterecht biedt geen antwoord op de vraag of wij dit wenselijk vinden of niet. Verschillende bedrijven en landen zagen zodoende de kans schoon om alvast een voorsprong te nemen in deze race naar de ruimte. Het ruimterecht is ervoor bedoeld om ervoor te zorgen dat de rijkdommen uit de ruimte ook aan de minder ontwikkelde landen toe zou komen en niet alleen aan de landen die zich dat konden veroorloven.

Het internationele ruimterecht wordt met een knipoog naar het Byzantijnse wetboek ook wel corpus jurus spatialis genoemd, de belangrijkste verdragen zijn: het ruimteverdrag en het maanverdrag.

Het ruimteverdrag is van kracht sinds 1967. De bepalingen van het ruimteverdrag bevatten beginselen over hoe er tussen landen in de ruimte met elkaar omgegaan moet worden. Één van deze beginselen is het toe-eigeningsverbod. Dit verbod luidt als volgt:

De kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, is niet vatbaar voor toeëigening door Staten door middel van soevereiniteitsaanspraken, gebruik of bezetting, of op enige andere wijze.

Deze bepaling lijkt te verbieden dat er eigendomsaanspraken kunnen worden gemaakt op hulpbronnen. Expliciet wordt dat alleen niet gesteld. De VS hebben zich dan ook precies op dat standpunt gesteld, dit volgt uit sectie 403 CSLCA, welke als volgt luidt:

It is the sense of Congress that by the enactment of this Act, the United States does not thereby assert sovereignty or sovereign or exclusive rights or jurisdiction over, or the ownership of, any celestial body.

Hiermee wordt het ruimteverdrag door het Congres op een beperkte manier opgevat. Het ‘international institute of space law’ heeft zich op het standpunt gesteld dat dit een interpretatie kan zijn van het verdrag, maar het aan de andere verdragsluitende staten is of dit de goede interpretatie is. Het hangt dus van de andere landen af of het ruimteverdrag voldoende bescherming biedt tegen de Amerikaanse pioniersgeest.

Het maanverdrag is van kracht sinds 1984 en kan die bescherming mogelijk wel bieden. Probleem bij dit verdrag is alleen dat er maar 17 landen partij zijn, waaronder Nederland en België maar niet de VS. In dit verdrag zijn de commerciële activiteiten, waaronder ontginning, wel geregeld. In artikel 11 wordt bepaald dat de maan en haar natuurlijke rijkdommen het gemeenschappelijke erfgoed van de mensheid zijn. Het artikel verbiedt eigendom van deze natuurlijke hulpbronnen ook expliciet aan natuurlijke personen of rechtspersonen. Het maanverdrag kan de bescherming bieden die het ruimteverdrag niet kan geven. De VS zijn echter geen partij bij het maanverdrag.

Voorlopig ligt de techniek om hemellichamen te ontginnen nog niet binnen handbereik. Dit betekent niet dat de noodzaak tot internationale afspraken er niet is. Het corpus juris spatialis biedt nog geen uitsluitsel “But the race to the space already began”.


Discussie

Relevante artikelen