Stel slachtofferspreekrecht open tegen daders, niet verdachten

door:

Na de laatste uitbreiding van het slachtofferspreekrecht in 2016, kennen we in Nederland een onbeperkt spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden. Slechts in uiterst uitzonderlijke gevallen kan de rechter een verzoek tot spreken naast zich neer leggen. De transformatie van het slachtofferspreekrecht volgt de algemene trend om het slachtoffer een meer vooraanstaande rol te geven binnen het proces van de verdachte. De kritieken zijn over het algemeen positief. Echter, het proces tegen de Utrechtse tramschutter toont dat de wet niet in alles heeft voorzien. Hoe zou het met het spreekrecht moeten zitten wanneer de verdachte tekenen van ontoerekeningsvatbaarheid vertoont? Is het spreekrecht nog wel in het belang van het slachtoffer wanneer de veronderstelde dader geen spijt betoogt, ontkent of misschien zelfs wel volledig achter zijn daden staat? 

 

De afgelopen zittingen deed de Utrechtse tramschutter er alles aan om zijn publiek te blijven choqueren. Hij schuwde het niet de middelen die hem ter hand (of misschien beter gezegd mond) stonden te gebruiken om zijn minachting te tonen. De rechters werden bespuugd en kregen obscene handgebaren toegeworpen. De officieren van justitie kregen kus gebaren toegeworpen. Zijn eigen advocaat werd bespuugd. Echter, zijn bejegening van sprekende slachtoffers en nabestaanden was het meest indrukwekkend. Grijnzend hoorde hij de slachtofferverklaringen aan en bij een slachtoffer merkte hij op het jammer te vinden dat hij haar niet kapot had gekregen. De slachtofferverklaringen hebben de schutter voorzien van een podium waarmee hij zijn agenda verder uitvoert: het zaaien van woede, angst en verdriet. Slachtoffers en nabestaanden zijn nog meer slachtoffer gemaakt. Terwijl dit ze juist had moeten helpen in hun verwerkingsproces. 

 

De wens om slachtoffers een steeds meer vooraanstaande rol te geven binnen het strafproces is de afgelopen twee decennia verwezenlijkt. De implementatie van een breed pakket slachtofferrechten zou bijdragen aan het verwerkingsproces van slachtoffers en nabestaanden. Onderdeel van dit pakket is het verruimde spreekrecht. Voorwaarde voor het uitoefenen van het spreekrecht is dat het ten laste gelegde feit gesanctioneerd is met een wettelijke straf van acht jaar of meer. Neergelegd in artikel 51 e Wetboek van Strafvordering, is het recht door de jaren heen geëvolueerd van een aan banden gelegde verklaring, tot een mogelijkheid volledig en onbeperkt je hart te luchten. Een verklaring die alleen mocht zien op de ‘directe gevolgen van het strafbare feit’ voor de spreker, mag nu bestaan uit het uitspreken van een gewenste straf, de feiten en een zinspeling op de schuld. Dat laatste is niet geheel onbelangrijk: slachtoffers en nabestaanden mogen uitspreken welke straf ze gepast achten voor een verdachte, vóór rechters überhaupt hebben vastgesteld of verdachte schuldig is aan de ten laste gelegde feiten. Het zal u niet verbazen dat verschillende strafrechtadvocaten zich afvragen hoe dit zich verhoudt tot de onschuldpresumptie. Desalniettemin, slachtofferverenigingen en slachtofferadvocaten zijn positief. In veel processen had de verklaring een positief effect op het verwerkingsproces van slachtoffers en nabestaanden. 

 

Terug naar het onwaarschijnlijke tafereel wat zich in de rechtbank Utrecht afspeelde. Op pijnlijke wijze werd hier duidelijk dat de slachtoffers en nabestaanden opnieuw slachtoffer werden gemaakt door middel van de gevoerde terreur van de schutter. Het podium en effect dat hij teweegbracht, leek zich te vertalen naar de zelfvoldane grijns op zijn gezicht. Het werd evident dat het onbeperkte spreekrecht zijn werking verliest wanneer verdachte niet nastreeft zo laag mogelijk gesanctioneerd te worden. Uit de reacties die dit zowel online als in de rechtszaal veroorzaakte, moet geconcludeerd worden dat hij in de gelegenheid is gesteld zijn doel te bereiken: angst, woede en verdriet zaaien. Slachtoffers en nabestaanden hebben machteloos moeten toestaan hoe hun emotionele en persoonlijke verklaringen door de verdachte werden aangegrepen zijn verwerpelijke agenda verder uit te voeren. Een verklaring voor zijn waanzinnige gedrag lijkt er te zijn. Namelijk, experts – en daar lijkt de rechtbank mee in te stemmen – hebben vastgesteld dat zijn gedrag zou kunnen voortvloeien uit een lage intelligentie en verschillende stoornissen, welke kunnen leiden tot ontoerekeningsvatbaarheid. 

 

Alhoewel de vooraanstaande positie van slachtoffers en nabestaanden in ons strafprocesrecht iets is wat gekoesterd dient te worden, moet worden afgevraagd waar zij het beste tot haar recht komt. Het is niet alleen vanuit de onschuldpresumptie onverenigbaar slachtofferverklaringen voor de schuldvaststelling toe te staan. Het is ook in het belang van slachtoffers en nabestaanden om een effectief moment aan te wijzen voor uitoefening van het spreekrecht. Namelijk, het is onwenselijk voor een nabestaande om zijn of haar spreekrecht uit te oefenen voor een verdachte die later niet schuldig wordt geacht. Daarbovenop, het is nog meer onwenselijk wanneer een slachtoffer of nabestaande door een verdachte wordt gebruikt en het leed daarmee vergroot. Daarnaast kan worden betoogd dat een verdachte waarbij schuld reeds is vastgesteld door rechters, minder snel zal volhouden te ontkennen. Het spreekrecht komt het best tot zijn recht wanneer vaststaat dat verdachte schuld heeft aan het ten laste gelegde misdrijf. Oftewel: laat rechters eerst schuld vaststellen alvorens zij slachtoffers en nabestaanden de gelegenheid bieden zich uit te spreken. In dit geval hoeven zij de rechters niet meer te overtuigen van de schuld of begane feiten van een dader, maar kunnen zij uitweiden over de impact die het op hun heeft gehad. Tevens kan een rechtbank overwegen het spreekrecht niet open te stellen wanneer dit, wegens de ontoerekeningsvatbaarheid van een dader, evident niet in het belang is van slachtoffers of nabestaanden. 

 

Spreekrecht is een wenselijk en breed gedragen aspect binnen het strafprocesrecht geworden. Het wordt als cruciaal gezien voor het verwerkingsproces van gerechtigden en is door de jaren heen steeds omvangrijker geworden. Sprekers mogen zich nu ook uitlaten over een eventuele schuld en gewenste sanctie. Echter, de huidige plaats van het spreekrecht is niet alleen onverenigbaar met processuele beginselen, het kan ook een averechts of verminderd effect hebben op het verwerkingsproces van nabestaande of slachtoffer. De zaak voor de rechtbank Utrecht is weliswaar exceptioneel, maar toont wel dat het spreekrecht door de verdachte misbruikt kan worden. De vooraanstaande rol van het slachtoffer is het meest vooraanstaand wanneer het slachtoffer zich kan richten tot een dader, in plaats van een verdachte.