Studiefinanciering: Lening in disguise

door:
Het einde van het schooljaar is in zicht. Voor sommige betekent dit zomervakantie en volgend jaar weer een groep of klas omhoog. Voor anderen betekent het helaas dat ze blijven zitten en het jaar moeten overdoen. Er is ook een categorie studenten die hun scriptie of bachelorwerkstuk heeft ingeleverd en hun studie dus heeft afgerond. Tijd om te werken, door te studeren, rond te reizen, stage te lopen, of er gewoon van te genieten dat je voorlopig klaar bent. Een gedeelte van deze ex-studenten heeft echter geld geleend van DUO tijdens de zware studietijd. Deze lening moet helaas worden terugbetaald. Wat komt er allemaal kijken bij deze terugbetalingsregeling, en is het altijd zo geweest? Wellicht zijn er verbeteringen ten behoeve van toekomstige studenten.

Studiefinanciering volgens het oude stelsel
De studiefinanciering in het oude systeem bestaat uit 5 onderdelen:
- de basisbeurs;
- de aanvullende beurs;
- het studentenreisproduct;
- een lening;
- het collegegeldkrediet.

De basisbeurs en het studentenreisproduct (hierna: studenten-ov) krijg je standaard wanneer je studiefinanciering aanvraagt. Hierbij is de hoogte van de basisbeurs afhankelijk van je woonsituatie. Ben je uitwonend, dan krijg je meer dan iemand die thuis woont. De termijn is 7 jaar studiefinanciering voor een 4-jarige hbo-of universitaire studie. De eerste 4 jaar bestaat uit de basisbeurs en de laatste 3 uit een lening. Studenten-ov krijgt iedereen 5 jaar. Deze termijnen kunnen verschillen wanneer je bijvoorbeeld vroegtijdig stopt of afstudeert, of als je al een studie hebt afgerond. 

Als je alles goed doet en binnen 10 jaar je diploma haalt, dan worden de basisbeurs, het studenten-ov en de aanvullende beurs een gift. Ten slotte geldt nog dat je onder het oude stelsel voor hbo en universiteit niet te veel mag bijverdienen met werk.

Het aflossen in het oude stelsel begint twee jaar na beëindiging van je studiefinanciering. Je dient ten minste 12 procent van je extra inkomen boven het minimumloon te betalen om je studieschuld af te lossen. Als je niets verdient of niet meer dan het minimumloon verdient, hoef je gedurende die periode niets te betalen. De termijn is 15 jaar. Na die termijn wordt je schuld kwijtgescholden. Ten slotte heb je 5 jaren waarin je een pauze kunt inlassen en het aflossen van je studieschuld tot een halt komt.

Studiefinanciering volgens het huidige stelsel
Dan nu een kijkje naar het nieuwe/huidige stelsel. De studiefinanciering in het nieuwe stelsel bestaat uit 4 onderdelen:
- een aanvullende beurs;
- een lening;
- een studentenreisproduct;
- het collegegeldkrediet.

De termijnen zijn hetzelfde gebleven, namelijk 7 jaar lenen en collegegeldkrediet. De termijn voor de aanvullende beurs bedraagt 4 jaar, en je hebt 5 jaar recht op studenten-ov. Het studentenreisproduct en de aanvullende beurs worden gerekend als een prestatiebeurs. Ze worden dus een gift als je binnen 10 jaar een diploma haalt. 
Het aflossen in het nieuwe stelsel begint ook twee jaar na beëindiging  van je studiefinanciering (aanloopfase). Per maand dien je minimaal 4 procent van je extra inkomen boven het minimumloon te betalen om je studieschuld af te lossen. Als je niets verdient of niet meer dan het minimumloon verdient hoef je gedurende die tijd niet te betalen. Je hebt in totaal 35 jaar om af te lossen. Als je na die 35 jaar nog niet klaar bent met aflossen, dan wordt de rest kwijtgescholden. Ook hier heb je 5 jaren waarin je een pauze kunt instellen voor wat betreft het aflossen.

Verschillen
Wat is er nu eigenlijk veranderd? Ten eerste is de basisbeurs er dus niet meer. Deze is vervangen door een lening. Opvallend hierbij is dat er niet gekeken wordt naar je woonsituatie. Iedereen kan dus evenveel lenen of je nu thuis woont of niet. 

Een tweede punt is dat de aflosregeling is veranderd. In het oude stelsel had je 15 jaar de tijd om je studieschuld af te lossen, en in het nieuwe stelsel is dit 35 jaar. Er zijn dus een flink aantal jaren aan vastgeplakt. Een lager maandbedrag tegenover een langere aflosperiode (al zou je ervoor kunnen kiezen om maandelijks meer te betalen). 

In het oude stelsel moest je rekening houden met hoeveel geld je bijverdient. In het nieuwe stelsel is er echter geen grens en mag je onbeperkt bijverdienen.

Een ander verschil in het aflossen is dat je nu maandelijks minimaal 4 procent van je inkomen boven het minimumloon moet aflossen. In het oude stelsel was dit 15 procent. Zie voor een duidelijk overzicht de tabel hieronder:



Het onderwijssysteem
het nieuwe stelsel ging in op 1 september 2015. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beloofde dat met de bezuinigingen een miljard euro zou vrijkomen. Een gedeelte hiervan zou in het onderwijs worden geïnvesteerd. Uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer bleek dat deze investering wel meeviel.

Verdere kritiek kwam toen dreigde dat de studielening geregistreerd zou worden bij stichting BKR in tegenstelling tot de toenmalige beloftes. Dit zorgt voor problemen bij het krijgen van andere leningen en kredietverstrekkingen, zoals een hypotheek.

Ook was vorige maand een debat omtrent het wetsvoorstel voor de verhoging van de rente die op studieleningen geldt. Door de renteverhoging zou de studieschuld van nieuwe studenten met 5000 euro toenemen. Het voorstel is momenteel afgewezen, maar of dit in de toekomst ook zo blijft is nog maar de vraag.

Een klein lichtpuntje in dit alles is dat nieuwe studenten aan hogescholen en universiteiten vanaf collegejaar 2018-2019 de helft minder collegegeld betalen. In plaats van 2060 euro betalen ze dus 1030 euro. Dit geldt dan weer alleen voor het eerste studiejaar.

Het studiefinancieringssysteem kan overduidelijk verbeterd worden. Zo betaal je in Denemarken en Zweden niet eens collegegeld en is het in Schotland gratis om les te volgen aan openbare universiteiten. Ook in Duitsland betaal je geen collegeld, wel is er een semesterbijdrage die tussen de 200 en 400 euro ligt afhankelijk van je woonplaats. Een stuk lager dan de 2060 euro die je hier in Nederland betaalt. Wellicht zal de Nederlandse overheid hier in de toekomst voorbeeld aan nemen en zullen toekomstige studenten het makkelijker hebben.

Bronnenlijst:
-https://vssd.nl/
-A. den Toom, ‘STUDIESCHULD: 13 BELANGRIJKE FEITJES’, 08 mei 2019
-https://duo.nl/
-Rijksoverheid.nl, ‘Ruim 1000 euro korting voor nieuwe studenten’, 10 juli 2018
-R. Meijer, ‘Renteverhoging studielening van de baan; minister trekt voorstel in’, 3 juni 2019


Discussie