Supersnelrecht: lik-op-stuk beleid of symboolpolitiek?

door:
Van supersnelrecht is sprake indien een zaak binnen de termijn van de inverzekeringstelling (maximaal zesdagen) inhoudelijk ter zitting wordt behandeld. Het uitgangspunt is daarbij dat voorlopige hechtenis wordt bevolen en indien een vrijheidsstraf wordt opgelegd, deze aansluitend wordt uitgezeten. De voorwaarde is dat de verdachte afstand doet van de geldende dagvaardingstermijn voor politierechterzaken van driedagen en dat het een relatief eenvoudige zaak betreft.

Supersnelrecht en Oud en Nieuw

De supersnelrechtzittingen na Oud en Nieuw kunnen altijd op veel aandacht rekenen. En dat is ook de bedoeling van het OM. Toch lijkt het erop dat na Oud en Nieuw maar weinig gebruik wordt gemaakt van het supersnelrecht. In de periode van 2009 tot en met 2015 werden slechts 154 supersnelrechtzaken gevoerd inzake feiten gepleegd op 31 december of 1 januari.[1]
Dit vertegenwoordigd slechts 1% van alle supersnelrechtzaken in diezelfde periode. Hoewel iedereen bij de term supersnelrecht direct aan vervolgingen van relschoppers tijdens Oud en Nieuw denkt, blijkt uit de praktijk dat het supersnelrecht nauwelijks gebruikt wordt voor delicten gepleegd op deze dagen.

Behandelde misdrijven

Waar wordt het supersnelrecht dan wel voor gebruikt? Uit een evaluatierapport van het supersnelrecht, die gegevens over de jaren 2009 tot en met 2015 in kaart heeft gebracht, blijkt dat er in deze 6jaren 15.050 supersnelrechtzaken over 18.355 strafbare feiten hebben plaatsgevonden.[2]Ruim 13.600 (74%) van alle strafbare feiten vielen onder de categorie diefstal.[3]In ruim driekwart van de gevallen ging het om winkeldiefstal.

Kritiek vanuit de samenleving

Het concept van supersnelrecht kon van meet af aan rekenen op veel kritiek. Er wordt de laatste tijd volop gediscussieerd over het effect en de waarde van supersnelrecht, naar aanleiding van de supersnelrechtzittingen na Oud en Nieuw. Dirk van Leeuwen bepleit in een opiniestuk in het NRC het afschaffen van deze zittingen.[4]Ze zouden slechts symbolische waarde hebben.

De meest genoemde kritiekpunten op het supersnelrecht zijn de inbreuken die gemaakt worden op eerlijke procesvoering en het feit dat door de korte voorbereidingstijd niet zorgvuldig gehandeld kan worden door politie en justitie. Daarbij komt dat er slechts een beperkt aantal zaken zich lenen voor supersnelrecht. Moeten er getuigen verhoord worden of moet er een huiszoeking gedaan worden, danis supersnelrecht bijna direct uitgesloten. Is het dan wel de moeite waard om zoveel te investeren in supersnelrecht als een groot deel van de zaken niet eens gevoerd kunnen worden via deze weg?

Een ander kritiekpunt is het aantal zaken dat alsnog aangehouden wordt om meer onderzoek te verrichten. Dit kritiekpunt mist echter feitelijke grondslag. In totaal zijn van de 15.050 supersnelrechtzaken slechts 653 zaken (4%) aangehouden.[5]Opmerkelijk is dat bij arrondissementsparkettenmet weinig supersnelrechtzaken vaker zittingen worden aangehouden dan bij de arrondissementsparketten Rotterdam, Amsterdam en Den Haag waar vrij regelmatig supersnelrecht wordt toegepast.

Supersnelrecht: een Randstedelijk fenomeen

Supersnelrechtzaken blijken een vrijwel exclusief Randstedelijk (of grootstedelijk) fenomeen: 99% van alle supersnelrechtzaken vonden plaats in de arrondissementsparketten Rotterdam, Amsterdam en Den Haag.[6]Uit navraag bij rechtbanken blijkt dat de belangrijkste reden voor het arrondissement om niet structureel of regelmatig supersnelrecht toe te passen, voornamelijk lijkt te liggen in het ontbreken van voldoende geschikte zaken om tot een meer structurelebezetting te komen van supersnelrechtzittingen.[7]

De nadelen van supersnelrecht

Dat er enkele nadelen kleven aan het supersnelrecht is duidelijk. Zowel politie en justitie als de verdediging hebben slechts beperkt de tijd om zich voor te bereiden op het onderzoek ter terechtzitting. Het supersnelrecht werpt een beperking op voor alle procespartijen. Voor het slachtoffer geldt hetzelfde; die kan eenvoudig buitengesloten raken doordat de zaak te snel wordt afgedaan. Juist nu er de laatste tijd veel te doen is om de rechten van slachtoffers in het strafproces, lijkt het supersnelrecht in eerste instantie afbreuk te doen aan de rechten van het slachtoffer. Indien een zaak al binnen drie dagen voorkomt, wanneer moet het slachtoffer zich gaan voegen om schadeloosstelling te vorderen? Het is immers nodig om je schade voldoende te onderbouwen, maar vaak lukt dit niet in enkele dagen.

Daarbij komt dat uit zelf gevoerde gesprekken met enkele politiebeambten volgt dat zij het gevoel krijgen onvoldoende te kunnen onderzoeken. Als een zaak zich leent voor supersnelrecht, bijvoorbeeld bij een eenvoudige woninginbraken, maar er sprake is van een recidiverende verdachte, wordt slechts onderzoek gedaan naar deze specifieke woninginbraak en niet naar andere, nog niet opgeloste woninginbraken met hetzelfde MO waar deze verdachte wellicht aan te linken is. De agenten wensen wel onderzoek te doen naar de vergelijkbare woninginbraken, maar krijgen de gelegenheid niet om bijvoorbeeld doorzoekingen te doen in de woning van de verdachte omdat er simpelweg te weinig tijd is. Hierdoor lopen de politie en het OM het risico onnodig veel zaken onopgelost te laten.

Verder kan de vraag gesteld worden of het wel nodig is om supersnelrecht te hebben als het OM ook de mogelijkheid heeft om een zaak met een strafbeschikking of transactie af te doen. Hierbij dient echter niet vergeten te worden dat een vrijheidsbenemende straf alleen opgelegd kan worden door een onafhankelijke rechter. Het supersnelrecht vult dan ook het gat op tussen de minnelijke afhandeling van een zaak en een volledig strafproces wat maanden (en soms zelfs jaren) in beslag kan nemen. 

De voordelen van supersnelrecht

Hoewel de nadelen van het supersnelrecht evident zijn, brengt het supersnelrecht ook veel positieve punten. Professionele procespartijen zijn het er allemaal mee eens dat rechtszaken geen jaren hoeven te duren. Het (super)snelrecht is dan ook een uitkomst om zaken snel af te doen. Deze snelle afdoening worden ook door slachtoffers als een positief aspect gezien. Dat komt hun rechtvaardigheidsgevoel ten goede. Deze voldoening wordt ook gemerkt bij de politie, zolang de snelheid maar niet ten koste gaat van de zorgvuldigheid.

Tevens zorgt het supersnelrecht voor een efficiënte afwikkeling van zaken en levert dit een tijdsbesparing op voor het OM en de rechtspraak. Relatief eenvoudige zaken worden geen tergend lang lopendedossiers.

Daarbij komt dat een verdachte direct vanuit voorlopige hechtenis door kan om zijn opgelegde straf uit te zitten. Dit is facilitair een belangrijke verbetering voor de politie die zorg dient te dragen voor het transport van verdachten naar verhoren bij de rechter-commissaris, de mondelinge behandeling en naar de penitentiaire inrichting waar de straf uiteindelijk uitgezeten dient te worden.

Supersnelrecht werkt, maar het kan beter

Het is absoluut niet zo dat supersnelrecht louter gezien kan worden als propaganda voor het harde beleid van de minister en het OM dat al enkele jaren wordt toegezegd. In de praktijk wordt gemerkt dat het supersnelrecht daadwerkelijk werkt en er, wellicht exclusief in de Randstad, gebruik van gemaakt wordt. Om echt effectief te werken zal er wel het een en ander verbeterd moeten worden. Deze punten werden al opgemerkt tijdens het evalueren van het supersnelrecht en zullen hopelijk snel doorgevoerd worden om het supersnelrecht optimaal te kunnen benutten.[8]Dit zijn - mijns inziens - de twee belangrijkste verbeterpunten.

Scherpere selectie van supersnelrechtzaken

Soms staan zaken op een supersnelrechtzitting die daar niet geschikt voor zijn. Deze zullen dan aangehouden en later opnieuw behandeld moeten worden. Dit is eigenlijk een dubbele belasting voor het gerechtelijke apparaat. A contrario werkt dit ook: reguliere zaken die eigenlijk middels het supersnelrecht afgewikkeld zouden moeten worden. Als er door de betrokken partijen een duidelijke richtlijn opgesteld wordt waardoor een scherpe selectie gemaakt kan worden, zal dit zeker leiden tot een optimaler gebruik van het supersnelrecht.

Invoeren van supersnel appèl

De reguliere rechtsmiddelen staan uiteraard open tegen een vonnis dat gewezen is na een supersnelrechtzaak. Echter, wanneer appèl ingesteld wordt, zal dit appèl niet supersnel behandeld worden en blijft de vrijheid van de verdachte benomen. Dit zorgt er in de praktijk voor dat de verdachte, eer het gerechtshof arrest wijst, zijn straf er al op heeft zitten. De mogelijkheid tot supersnel appèl kan dit probleem mogelijk ondervangen.


[1]M. van Weerden e.a. (2016) ‘Evaluatie supersnelrecht’ Amsterdam: Rozenberg Publishers, p. 36-37.

[2]M. van Weerden e.a. (2016) ‘Evaluatie supersnelrecht’ Amsterdam: Rozenberg Publishers, p. 38.

[3]De tenlastegelegde misdrijven zijn afgeleid uit de in het registratiesysteem van het Openbaar Ministerie

vastgelegde misdrijven waarop de rechtbank haar vonnis baseerde.

[4]Dirk van Leeuwen 15 januari 2013 Opiniestuk ‘Laten we het supersnelrecht snel afschaffen’ NRC (www.nrc.nl).

[5]M. van Weerden e.a. (2016) ‘Evaluatie supersnelrecht’ Amsterdam: Rozenberg Publishers, p. 43.

   (Afgeleid uit het feit dat het eindvonnis werd gewezen op een latere datum dan de eerste terechtzitting)

   of een eindvonnis (nog) ontbreekt.

[6]M. van Weerden e.a. (2016) ‘Evaluatie supersnelrecht’ Amsterdam: Rozenberg Publishers, p. 33.

[7]M. van Weerden e.a. (2016) ‘Evaluatie supersnelrecht’ Amsterdam: Rozenberg Publishers, p. 125.

[8]M. van Weerden e.a. (2016) ‘Evaluatie supersnelrecht’ Amsterdam: Rozenberg Publishers, p. 129.


Discussie