Veranderingen sociaal akkoord blijven in stand

door:
De coalitie (VVD en PvdA) en de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP bereikten het weekend een begrotingsakkoord. De maatregelen die eerder in het sociaal akkoord zijn opgenomen, zijn overeind gebleven. Dit betekent dat er de komende jaren nogal wat gaat veranderen op het gebied van het ontslagrecht, de Werkloosheidswet (WW) en op het gebied van flexibele arbeid. Hieronder zullen de belangrijkste veranderingen besproken worden.

Het ontslagrecht

Per 1 januari 2016 zal het ontslagrecht ingrijpend gemoderniseerd
worden.Anders dan nu zal het ontslagrecht in één wet geregeld worden met handhaving van de preventieve ontslagtoets. Er komt één voorgeschreven route. De route via het UWV moet straks worden gekozen als er sprake is van bedrijfseconomische redenen voor ontslag of van langdurige arbeidsongeschiktheid. Als er sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie of andere persoonlijke omstandigheden kan de arbeidsovereenkomst ontbonden worden door de kantonrechter. Per collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) kan worden besloten tot
toetsing van het ontslag door een zelf in te stellen sectorcommissie.

Het volgen van een ontslagroute is niet nodig als de werknemer schriftelijk
instemt met zijn ontslag. Hierbij geldt een bedenktijd van twee weken voor een werknemer. De schriftelijke instemming heeft geen negatief effect op de Werkloosheidswet (WW) – uitkering (in termen van verwijtbaarheid).

Bij een negatieve beslissing door het UWV kan de werkgever bij de rechter om ontbinding vragen (waarbij de rechter toetst aan dezelfde criteria als UWV) en bij ontslag na een positieve beslissing van UWV kan de werknemer de rechter vragen om herstel van de arbeidsovereenkomst. Hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter is mogelijk conform het reguliere procesrecht.

De Werkloosheidswet

Per 1 januari 2016 bouwt een werknemer één maand WW op per dienstjaar in de eerste tien arbeidsjaren.De jaren hierna zal er een halve maand per dienstjaar worden opgebouwd.

De duur van de publieke gefinancierde WW wordt tussen 1 januari 2016 en 1 juli
2019 geleidelijk ingekort naar 24 maanden.De maximale WW duur wordt op drie jaar gehouden.De uitkering blijft twee jaar lang gekoppeld aan het oude salaris. Werknemers gaan het derde jaar mee betalen aan de WW. Bij CAO kan verlenging van maximaal 14 maanden worden overeengekomen.

Flexibele arbeid

Per 1 januari 2015 wordt de ketenregeling aangepast. Bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die elkaar binnen zes maanden (is nu drie maanden) opvolgen ontstaat bij de vierde arbeidsovereenkomst of na 24 maanden (is nu 36 maanden) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De ketenregeling geldt niet voor werknemers tot 18 jaar met een contract van 12 uur of minder.
In arbeidsovereenkomsten van zes maanden of korter kan geen proeftijd meer worden overeengekomen. Daarnaast kan in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd geen concurrentiebeding worden overeengekomen (behalve bij bijzondere omstandigheden).

Samenvattend

Hieronder zal aan de hand van de drie bovengenoemde onderwerpen een samenvatting worden gegeven. Allereerst vinden kabinet en sociale partners (werkgevers- en werknemersorganisaties) dat het verblijf in de WW zo kort mogelijk moet zijn. Daar profiteren werknemers, werkgevers en de overheidsfinanciën van. Daarnaast wordt de positie van flexwerkers verbeterd. Werknemers met een tijdelijk contract komen sneller in aanmerking voor een vast contract. Het ontslagrecht blijft werknemers beschermen tegen willekeur. “Deze bescherming staat niet ter discussie en blijft dan ook volledig in stand”, stelt minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Maar minister Asscher wil het ontslagrecht wel eerlijker en eenvoudiger maken. Nu beslissen werkgevers welke ontslagroute ze voor hun werknemers kiezen. Daardoor worden gelijke gevallen niet altijd gelijk behandeld.
Aan de ene kant zijn er werknemers, vooral met hogere inkomens, die – via de kantonrechter – een gouden handdruk krijgen; aan de andere kant zijn er werknemers,
vooral met lagere inkomens, die – via het UWV – geen ontslagvergoeding krijgen. Aan die rechtsongelijkheid wil de minister een eind maken door werkgevers die keuzevrijheid te ontnemen. Er komt één voorgeschreven route. De route via het UWV moet straks worden gekozen als er sprake is van bedrijfseconomische redenen voor ontslag of van langdurige arbeidsongeschiktheid. De route via de kantonrechter moet straks worden gekozen als er sprake is van een persoonlijk conflict of in de persoon gelegen redenen voor ontbinding van het arbeidscontract.


Tags

Ontslagrecht Flexwerkers Begrotingsakkoord Sociaal Akkoord Werkloosheidswet

Discussie