Vrijheid van meningsuiting, maar let wel op je woorden

Door: Vidja Soekhai

In alle vrijheid uiten wat je vindt en/of waar je voor staat, zonder in angst te leven dat je daarvoor vervolgd wordt. Dit iets wat voor de gemiddelde Nederlandse burger meer dan gewoon is.  Het staat tenslotte verankerd in onze Grondwet, dus waarom ook niet? Maar lang niet alle uitingen kunnen rechtgetrokken worden onder ‘de vrijheid van meningsuiting’.

In Nederland moet je het wel erg bont gemaakt hebben met het uiten van je mening, voordat er een procedure tegen jou gestart kan worden puur om wat je vindt. Hoe zit dat eigenlijk in andere landen? In hoeverre worden de richtlijnen van de Europese Unie voor de vrijheid van meningsuiting nageleefd?

Sinds 1848 kennen wij de vrijheid van meningsuiting in ons Grondwet. De Grondwet is de grondslag van onze staatsbestuur en daarmee het belangrijkste document, gecategoriseerd in de op één na hoogste rangorde van de nationale wet samen met het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden, welke in een hogere hiërarchische verhouding staat. De Grondwet waarborgt onder andere de grondrechten van iedereen die zich in Nederland bevindt, waar de vrijheid van meningsuiting één van is.

De vrijheid van meningsuiting kunnen we in de Grondwet terugvinden in artikel 7.
Artikel 7 van de Grondwet luidt als volgt:

1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

Deze wet is belangrijk, omdat een van de kernvoorwaarden van een democratische samenleving als Nederland, het recht om in vrijheid een mening te kunnen uitspreken en dit ook vrij te uiten. Een ieder heeft daartoe het recht om zich te kunnen bemoeien in politieke discussies, want censuur door de overheid is verboden. Dit ligt anders wanneer we Nederland gaan vergelijken met andere landen. Niet elk land is namelijk bevoorrecht met de vrijheid van meningsuiting. Turkije, bijvoorbeeld, is enorm beperkt in dat recht sinds premier Erdogan aan de macht is. Mensen die opkomen voor hun rechten door te protesteren worden zonder pardon vervolgd voor waar zij voor staan en wat zij vinden. Dit was natuurlijk voordat het EVRM in 2016 buiten werking werd gesteld door Turkije. Ook vandaag de dag ben je als journalist niet veilig in het uiten van je mening middels artikelen, iets waar je celstraf kan krijgen in een land als Armenië. [1] Vrije toegang tot informatie, zoals televisie, internet en kranten, is essentieel voor een goed functionerende rechtsstaat. Dit kan niet worden gerealiseerd op het moment dat er geen persvrijheid is of als er geen vrije toegang is tot het internet.

Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) kent ook een artikel waarin het recht op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid verankerd staan (art. 10 EVRM). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het verleden veel uitspraken gedaan op het gebied van dit recht en dat heeft grote invloed gehad op de bescherming van het recht. Het Hof vindt in het algemeen dat er voor een democratische samenleving vooral noodzakelijk is dat er sprake is van diversiteit in opvattingen, tolerantie en ruimdenkendheid.[2] Desondanks kan er in twijfel worden getrokken in hoeverre de Europese landen de richtlijnen op de juiste wijze hanteren en de regels van het verdrag ook daadwerkelijk naleven.[3]

Organisaties als Amnesty International komen op voor de vrijlating van alle gewetensgevangenen: mensen die louter vastzitten om wat ze vinden.[4] In landen waar kritiek op het staatsbestel niet wordt getolereerd, komen er toch een aantal moedige demonstranten op voor hun rechten en die van anderen. Dat is een tamelijk groot risico dat ze nemen, want hierdoor maken ze zich gemakkelijk ten prooi aan de religieuze leiders, autoriteiten en gewapende groeperingen. Het gevolg is dat ze worden bedreigd, gemarteld, gevangengezet en zelfs vermoord.

Controversieel blijft dus waar precies de grens ligt van het uiten van je mening. Dat is niet alleen een buitenlands fenomeen, maar ook in Nederland weten we niet precies waar we de grens kunnen trekken. Neem als voorbeeld de omstreden uitspraak van Geert Wilders over ‘meer of minder Marokkanen’. In deze zaak hebben we het over een politicus, iemand die tamelijk invloedrijk is en daarmee ook bekleed is met verantwoordelijkheid over het Nederlandse volk. Maar zelfs voor een politicus geldt de vrijheid van meningsuiting, dit is dan ook waar Wilders een beroep op doet.

Algemene beperkingen op de vrijheid van meningsuiting zijn zeker ook opgenomen in ons wetboek. Smaad en laster trekken bijvoorbeeld een grens. Er is sprake van smaad (art. 261 Sr) indien iemand opzettelijk een ander kleineert of vernedert. Laster (art. 262 Sr) is aanwezig indien iemands naam opzettelijk wordt aangetast. Het opruien tot geweld (art. 131 Sr), het plegen van strafbare feiten (art.132 Sr), het opzettelijk beledigen van de Koning of verwanten (art. 111-113 Sr), openbare beledigende uitlatingen -mondeling of schriftelijk- over groepen mensen vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging, seksuele gerichtheid of handicap (art. 137c Sr) en openbare uitingen die aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen die groeperingen (art. 137d Sr) zijn allemaal strafbaar.

Dit betekent dus dat niemand een ander mag kwetsen, beledigen of discrimineren met zijn uitgesproken mening. Op het moment dat er een schending van dit recht plaatsvindt, kan diegene worden aangeklaagd. Een boete of gevangenisstraf kan dan het gevolg zijn.

Als een procedure gestart wordt, zal de rechter beslissen in hoeverre de vrijheid van meningsuiting geschonden is. Per geval kan achteraf worden bepaald of een uiting strafbaar is. Bepalende factoren voor een oordeel van de rechter zijn, bijvoorbeeld: de exacte inhoud van de uiting, de persoon die de uiting doet, in welke context dat die uiting zich heeft geopenbaard en tenslotte wordt er ook meegewogen wat de gevolgen zijn voor degene die door een uiting gekwetst is. Het kan daarbij voorkomen dat de rechter een belangenafweging moet maken tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en anderzijds bijvoorbeeld het verbod op discriminatie of haat zaaien. De rechter zal dan per geval moeten nagaan welke van de twee zwaarder weegt.

Of je vrijelijk je mening mag uiten, hangt dus af van bepaalde factoren, wil het de grenzen niet overschrijden. Hoewel veel mensen lukraak zullen zeggen wat ze denken, zonder er een filter op te plaatsen, moet er wel een bepaalde begrenzing op zitten, zodat er geen onenigheid tussen bepaalde groeperingen ontstaat of dat er minderwaardigheid van bepaalde groepering bevordert wordt. Uit het oogpunt van een democratische rechtsstaat zou je dus mogen zeggen wat je denkt, maar als medemens moet je wel opletten dat je een ander hier niet onnodig mee kwetst, waardoor de gelijkwaardigheid van de mens in het geding komt en er maatschappelijke onrust kan ontstaan.

Het recht op vrijheid van meningsuiting staat niet zomaar in onze Grondwet en zelfs het Europese Verdrag verankerd. Een dubbele grondslag betekent een hogere waardering van het recht maar ook een zwaardere verantwoordelijkheid voor degene die het recht wil uitoefenen.


[1] M. Koolen 22 november 2016, ´Wat is vrijheid van meningsuiting?´ www.legalspot.nl.

[2] EHRM 7 december 1976, 5493/72 (Handyside v. UK).

[3] Nederlandse Vereniging van Journalisten, artikel 10 EVRM.

[4] Amnesty International, 5 juli 2019 ‘Vrijheid van meningsuiting - mensenrechten’ www.amnesty.nl.