Vrijheid van onderwijs: tot hoe ver reikt dit recht?

door:
Naar aanleiding van berichten van de AIVD over ‘verontrustende signalen’ is het Cornelius Haga Lyceum in opspraak geraakt.[1]De school voor voortgezet onderwijs zou banden hebben met radicale imams. Burgemeester Femke Halsema verzoekt het bestuur dringend om op te stappen, maar het bestuur weigert dit.[2]Kan de burgemeester het bestuur zelf ontslaan? Hiervoor moet worden gekeken naar de vrijheid van onderwijs. Wat houdt dit grondrecht in?

De vrijheid van onderwijs moet niet worden verward met het recht op onderwijs. De vrijheid van onderwijs staat in artikel 23 GW en houdt in dat iedereen onderwijs mag geven, zonder dat daarvoor een vergunning is vereist.[3]Het begrip ‘onderwijs’ moet hier ruim worden ge├»nterpreteerd. Niet alleen het basis- en voortgezet onderwijs valt eronder, maar alle vormen van onderwijs (zoals rijles, zweefvliegen en dansen).[4]Het recht op onderwijs is voor een klein deel terug te vinden in artikel 23 GW, namelijk in lid 4. Hierin staat dat gemeenten moeten zorgen voor voldoende openbare scholen. Het recht op onderwijs is veel duidelijker terug te zien in bijvoorbeeld artikel 2 Eerste protocol bij het EVRM.

Zowel het openbaar als bijzonder onderwijs worden beschermd in artikel 23 GW. Een school voor bijzonder onderwijs houdt een bepaalde godsdienst of levensovertuiging aan die door de overheid is erkend.[5]De vrijheid van bijzonder onderwijs valt uiteen in 3 deelvrijheden:

  • De vrijheid van stichting: de vrijheid om een school met een bijzondere grondslag op te richten;
  • De vrijheid van richting: de vrijheid om een godsdienst of levensovertuiging aan te hangen;
  • De vrijheid van inrichting: de vrijheid om bijvoorbeeld zelf de organisatie van de school te regelen.

Het Cornelius Haga Lyceum is een school voor bijzonder onderwijs, omdat het een school op religieuze grondslag is. Dit brengt met zich mee dat de school bovenstaande vrijheden (van stichting, richting en inrichting) geniet. Ten aanzien van het bestuur is de vrijheid van inrichting van belang. De school wordt bestuurd door een stichting (de Stichting Islamitisch Onderwijs, SIO).[6]Het intern toezicht van de stichting heeft de mogelijkheid om het bestuur te ontslaan. Hiervoor moet echter worden gekeken naar de regels over het privaatrecht. De burgemeester kan dus zelf niet het bestuur ontslaan, vanwege de vrijheid van inrichting. Een mogelijkheid voor de burgemeester is om via de onderwijsinspectie in te grijpen. Dit kan alleen indien de kwaliteit van het onderwijs op de school onder de maat is.[7]Een andere mogelijkheid is om via het Openbaar Ministerie het bestuur aan te spreken.

De burgemeester kan in principe niet zelf actie ondernemen tegen het bestuur van de school. De vrijheid van inrichting vormt een struikelblok. Via het privaatrecht is het wel mogelijk om het bestuur weg te sturen. Het intern toezicht heeft namelijk de mogelijkheid om dit te doen. Het is dus niet onmogelijk, maar via de publiekrechtelijke weg is het lastig om het bestuur weg te sturen.


[1]J. van Heerde, ‘Burgemeester wil alles inzetten om het bestuur van het Hage Lyceum te verwijderen’, Trouw 13 maart 2019.

[2]A. Kouwenhoven, ‘Radicale imams steunen omstreden Cornelius Haga’, nrc.nl 11 maart 2019.

[3]HR 10 december 1957, ECLI:NL:HR:1957:187,NJ 1958/176 (Goudse rijschool).

[4]P.W.A. Huisman (red.), Basisboek onderwijsrecht. Een inleiding op de onderwijswet-en regelgeving in primair en voortgezet onderwijs, Den Haag: SDU Uitgevers 2017, p. 18.

[5]S. Philipsen, ‘Loyaliteit aan de richting: kledingeisen en de aanstellingsvrijheid van het bijzonder onderwijs’,School en Wet 2019, afl. 1, p. 5.

[7]Zie bijvoorbeeld de artikelen 23a en verder van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).


Discussie