Werkgeversaansprakelijkheid bij long-COVID

Is de werkgever aansprakelijk voor long-COVID?

Door: Bo Driesen

Tijdens de eerste corona-golf in begin 2020 was nog weinig duidelijk over het corona-virus. Door deze onduidelijkheden zijn veel mensen besmet geraakt tijdens het uitvoeren van hun werk, zoals ambulancepersoneel of medewerkers in de ouderenzorg. Een aantal van hen kreeg long-covid en werd hierdoor tijdelijk arbeidsongeschikt. Zij kregen na de besmetting langer last van klachten zoals vermoeidheid, verkoudheid of verlies van reuk en smaak. Uiteindelijk hebben vijf werknemers in februari 2022 hun werkgever hiervoor aansprakelijk gesteld. Deze zaken zullen nu door de rechter in eerste aanleg worden behandeld.[1] Maar wanneer kan een werkgever aansprakelijk worden gesteld voor de opgelopen coronabesmetting op de werkvloer en wat zijn de gevolgen daarvan?

Zorgplicht 

Volgens art. 7:658 van het Burgerlijk Wetboek is de werkgever verplicht om te voorkomen dat de werknemer schade ondervindt tijdens het uitoefenen van zijn of haar werk. Op grond van het tweede lid van dit artikel moet de werkgever de schade die wordt geleden tijdens de werkzaamheden vergoeden. Dit geldt niet wanneer hij voldoende maatregelen heeft genomen om de schade te voorkomen, of wanneer er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. In dit artikel zit dus een zorgplicht voor de werkgever verborgen. Deze zorgplicht geldt zowel voor de preventie van een coronabesmetting als maatregelen die getroffen moeten worden wanneer een uitbraak op de werkvloer plaatsvindt. De werknemer moet bewijzen dat de werkgever te weinig voorzorgsmaatregelen heeft genomen en dus zijn zorgplicht heeft geschonden. Echter, de werkgever kan volgens art. 5 Arbeidsomstandighedenwet een risico-inventarisatie opstellen waarin de risico’s van de werkzaamheden worden vastgelegd. Hiermee verkleint de werkgever de kans op aansprakelijkheid op grond van de zogenaamde geschonden zorgplicht.

Proportionele aansprakelijkheid

Nadat de naleving van de zorgvuldigheidsplicht is onderzocht, moet worden bewezen dat de coronabesmetting het gevolg is geweest van de geschonden zorgplicht van de werkgever. De bewijslast hiervan ligt bij de werknemer. Het zal voor de werknemer erg lastig zijn om te bewijzen dat de besmetting tijdens de werkzaamheden heeft plaatsgevonden.[2] De besmetting kan namelijk makkelijk ergens anders opgelopen zijn, bijvoorbeeld thuis, in de supermarkt of tijdens een uitje. 

De werknemer wordt derhalve geholpen in de moeilijke bewijslast met het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid. Dit leerstuk wordt toegepast wanneer de rechter niet kan vaststellen of de schade is veroorzaakt door de, in dit geval, werkgever of door het risico van de benadeelde. Met de proportionele aansprakelijkheid wordt een kansberekening gemaakt om de aansprakelijkheid tussen de partijen op te delen. Er zal dus per geval moeten worden bekeken hoe groot de kans is dat de werknemer daadwerkelijk besmet is geraakt met corona tijdens zijn of haar werkzaamheden.[3] Zo is de kans groter dat een zorgmedewerker besmet raakt tijdens werk dan een bouwmedewerker. 

Causaal verband

Verder zit in art. 7:658 van het Burgerlijk Wetboek een causaliteitsvereiste verborgen. De werknemer moet aantonen dat de schade is veroorzaakt door de besmetting. De schade die in dit geval geleden wordt zijn de klachten. Het is lastig aan te tonen dat de klachten daadwerkelijk zijn veroorzaakt door de besmetting.[4] De klachten die long-COVID meebrengt, zijn namelijk veel voorkomende klachten bij andere ziekten. Het gaat dan vaak om klachten zoals vermoeidheid, benauwdheid, hoofdpijn etc., welke ook vaak worden geconstateerd bij een griep.

Samenvattend is er dus een aantal punten die moeten worden bewezen in de aangespannen zaken. Allereerst moet door de werknemer worden bewezen dat de werkgever een zorgplicht geschonden heeft. Hiernaast zal de werknemer moeten bewijzen dat hij of zij door deze schending besmet is geraakt met het coronavirus. Ook moet worden aangetoond dat de klachten veroorzaakt zijn door de besmetting. Deze zaken duren gemiddeld vijf jaar. Het zijn dus lange procedures, waardoor pas over een aantal jaar een definitief oordeel zal worden gegeven over de aansprakelijkheid van de werkgever bij een besmetting met long-COVID op de werkvloer. Desondanks zullen de aangespannen rechtszaken een wake-up call zijn voor werkgevers om hun werknemers te beschermen en hun verantwoordelijkheid te nemen voor een veilige werkomgeving.[5]


[1] ‘Zaken gestart over aansprakelijkheid werkgever voor gevolgen langdurige covid’, nu.nl 19 februari 2022.

[2]  M. de Groot, ‘(Proportionele) aansprakelijkheid werkgever bij corona op de werkvloer?’, dehaanlaw.nl 28 december 2021. 

[3] HR 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6092. 

[4] M. van Roosmalen, ‘Eerste werkgevers aansprakelijk gesteld voor gevolgen long covid’, rtlnieuws.nl 19 februari 2022.

[5] M. van Roosmalen, ‘Eerste werkgevers aansprakelijk gesteld voor gevolgen long covid’, rtlnieuws.nl 19 februari 2022.